r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Klimaatverandering

De aarde wordt verwarmd door de zon. Een gedeelte van de zonnestraling wordt door de atmosfeer terug de ruimte in gekaatst, een ander deel wordt omgezet in warmte. Ook deze warmte verdwijnt gedeeltelijk de ruimte in. Natuurlijke broeikasgassen, zoals waterdamp en CO2, zorgen ervoor dat de warmte die de aarde uitstraalt, gedeeltelijk wordt teruggekaatst; deze gassen leggen een warme deken om de aarde. Dit noemt men het broeikaseffect.

Zonder het natuurlijke broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur op aarde gemiddeld -18 graden Celsius bedragen, in plaats van de huidige +15 graden. Maar omdat de mens grote hoeveelheden broeikasgassen in de dampkring brengt (vooral CO2), wordt het broeikaseffect behoorlijk versterkt.

 Illustratie werking broeikaseffect, zonnewarmte wordt gedeeltelijk teruggekaatst naar aarde door broeikasgassen

(c) Europa Nu

Dit versterkte broeikaseffect kan een wereldwijde klimaatverandering tot gevolg hebben. De Verenigde Naties verwachten dat klimaatverandering tijdens de 21ste eeuw zou kunnen zorgen voor grote overstromingen, extreme weersomstandigheden, droogte en slechte landbouwgrond.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Oorzaken

De klimaatverandering wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van bepaalde stoffen in de dampkring. De belangrijkste hiervan zijn:

  • kooldioxide (CO2): komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en (in mindere mate) aardgas. CO2 komt ook vrij bij ontbossing
  • methaan (CH4): ontstaat vooral in de landbouw en veeteelt
  • distikstofoxide (N2O, lachgas): komt vrij bij verbranding van fossiele brandstof en gebruik van mest
  • fluorverbindingen: dit zijn stoffen als HKF's, PFK's en SF6 (deze worden bijvoorbeeld in koelvloeistoffen gebruikt, als vervangers van cfk's).

De meeste hierboven genoemde stoffen zijn een natuurlijk onderdeel van onze atmosfeer. Maar door menselijk handelen is de afgelopen twee eeuwen de concentratie van CO2 in de atmosfeer met ongeveer 30 procent toegenomen. De verbranding van fossiele brandstoffen, als steenkool, aardolie en aardgas, heeft veel CO2 op niet-natuurlijke wijze vrijgemaakt.

Daarnaast is de hoeveelheid methaan sinds 1750 meer dan verdubbeld. De uitstoot van lachgas nam toe met 15 procent en ook de aanwezigheid van fluorverbindingen in de atmosfeer is door menselijk handelen te verklaren. Bovendien zijn er meer vluchtige organische stoffen de lucht ingekomen .

Wereldwijd is de uitstoot van CO2 de laatste decennia toegenomen.

 
wereldwijde CO2-uitstoot 1970-2015

In Nederland is sprake van een lichte afname van de totale uitstoot van broeikasgassen.

 
Uitstoot broeikasgassen 1990-2015

Uitstoot broeikasgassen in Nederland. bron: CBS, PBL, Wageningen UR (2016) www.compendiumvoordeleefomgeving.nl

2.

Stijgende temperaturen

De aarde heeft de afgelopen honderd jaar een aanzienlijke temperatuurstijging meegemaakt, in het bijzonder in de laatste decennia. Zowel qua omvang als wat betreft de snelheid van de verandering is deze stijging ongebruikelijk.

Het Berkeley Earth Project publiceerde in 2011 een studie naar de ontwikkeling van de landtemperatuur sinds het jaar 1800. Het rapport is gebaseerd op een groot aantal metingen. Daaruit blijkt dat de temperatuur sinds de jaren '50 van de vorige eeuw ongeveer een graad Celsius is gestegen. Dit werd sindsdien door meerdere onderzoeken bevestigd.

 

Deze video van de NASA geeft een beeld van de stijging van de wereldtemperatuur in de periode 1880-2015.

In Europa: winters verdwijnen, het weer wordt extremer

Het is heel moeilijk te voorspelen hoe het menselijk handelen uitwerkt op de klimaatverandering en wat de gevolgen daarvan zijn. Deskundigen verwachten extremer weer, bijvoorbeeld meer orkanen, perioden van droogte en op andere plaatsen juist zware regenbuien.

Dagen met extreem hoge temperatuur, zoals warme dagen, tropische nachten en hittegolven, zullen meer vaker plaatsvinden. Lage temperatuur-extremen, zoals koude golven en dagen met vorst, zullen minder voorkomen. Tussen 1850 en 2010 is de duur van hittegolven in de zomer in West-Europa verdubbeld. De hoeveelheid warme dagen is bijna verdriedubbeld. Er wordt verwacht dat de jaarlijkse gemiddelde temperatuur in Europa toe zal nemen, het meest in Oost- en Noord-Europa in de winter, en Zuid-Europa in de zomer.

Krimpende gletsjers, smeltend noordpoolgebied

Een ander gevolg van de opwarming van de aarde is het smelten van gletsjers. In Europa bereiken acht van de negen gletsjer-gebieden nu hun geringste omvang in 5000 jaar. Ook op andere plekken in de wereld krimpen gletsjers snel: onderzoekers hebben dezelfde ontwikkelingen geconstateerd in Alaska, de Himalaya, de Zuidpool, Oost-Groenland en Centraal-Azië. Vooral voor de lokale bevolking kunnen de gevolgen ernstig zijn. Door een afname in smelt-ijs ontstaan watertekorten in Kazachstan, terwijl toeristeninkomsten in Ecuador gevaar lopen als de beroemde ring van vulkanen sneeuwvrij worden. Op de Mount Everest zijn naar schatting veertig ijsmeren gezwollen door smeltend ijs. De huizen van veel mensen zijn bedreigd als de ijsmeren daadwerkelijk overstromen.

Tot voor kort waren afkalvende stukken ijs aan het uiteinde van een gletsjer de grootste oorzaak van de smeltende poolkap. Maar tegenwoordig tasten de stijgende temperaturen ook steeds meer het ijs aan de oppervlakte van de poolkap aan. Het smelten van oppervlakte-ijs doet de zeespiegel sneller stijgen dan afkalving, omdat dit afbrokkelende ijs toch al deels in het water lag.

3.

Een stijgende zeespiegel

Als de wereldwijde temperatuurstijging daadwerkelijk doorzet, dan is een sterke stijging van de zeespiegel te verwachten. De Verenigde Naties gaan uit van een stijging van 20 tot bijna 60 centimeter voor het einde van deze eeuw. Dit komt voornamelijk doordat water uitzet bij een hogere temperatuur. Ook smeltende poolkappen dragen bij aan de stijging van de zeewaterspiegel. Bovendien hebben smeltende gletsjers volgens schattingen van Amerikaanse wetenschappers de afgelopen 100 jaar voor negen procent bijgedragen aan de wereldwijde stijging van de zeespiegel.

Kuststreken kunnen door deze zeespiegelstijging overstromen. Sommige eilandstaten in de Stille Oceaan dreigen zelfs helemaal onder water te verdwijnen. Voor Nederland is deze kwestie ook actueel, omdat grote delen van ons land beneden de zeespiegel liggen. Via de site overstroomik.nl is na te gaan welk deel van Nederland onder water loopt als de zeespiegel stijgt; flood.firetree.net laat dat wereldwijd zien.

Uiteindelijk zal een temperatuurstijging ingrijpende gevolgen hebben voor bestaande natuurgebieden. Zo is het mogelijk dat door de stijgende zeespiegel bestaande koraalriffen, mangrovemoerassen en lagunes zullen verdwijnen. De komende eeuw zal het voor veel diersoorten moeilijk worden om te overleven. Klimaatverandering zorgt ervoor dat natuurlijke systemen uit balans raken. Door de wijzigingen in het klimaat zullen broed- en bloeiseizoenen verschuiven. Planten en dieren hebben soms echter weinig mogelijkheden om te verhuizen, omdat de mens steeds meer beschikbare ruimte inneemt. Klimaatverandering bedreigt hierdoor veel verschillende plant- en diersoorten wereldwijd.

4.

Klimaatverandering in Nederland

De gevolgen van de klimaatverandering zijn veelzijdig. Vast staat dat de komende decennia klimaatverandering een grote invloed zal hebben op de Nederlandse ruimtelijke ordening, landbouw en natuur. De temperatuur in Nederland stijgt harder dan het wereldwijde gemiddelde. Er wordt verwacht dat hierdoor ook de neerslag toeneemt. Als gevolg van de klimaatverandering wordt deze eeuw in Nederland een zeespiegelstijging tussen 40 en 60 centimeter verwacht. Een snelle aanpak van zwakke schakels in de kustverdediging (vooral de duinen) is noodzakelijk.

Rivieren zullen door het veranderende klimaat meer ruimte nodig hebben. De overheid heeft daarom onderzoek gedaan naar de instelling van mogelijke noodoverloopgebieden. Als grote rivieren, zoals de Maas, de Rijn, de Waal of de IJssel dreigen te overstromen, zou overtollig water in deze noodoverloopgebieden kunnen worden afgevoerd.

5.

Uitstoot blijft fors stijgen tot 2030

Verwacht wordt dat tussen 2008 en 2035 de vraag naar energie met 36% zal toenemen. Dat is een stijging van 1,3 procent per jaar. Twee derde van de verwachte groei in energieconsumptie komt voor rekening van opkomende economieën als China en India.

Als men de uitstoot aanzienlijk wil verminderen dan moet volgens klimaatexperts het energieverbruik drastisch omlaag, en dan vooral de olieconsumptie. Volgens deskundigen is er alleen kans om de doelstellingen wereldwijd te bereiken als er meer gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijker vormen van energie, zoals zonne- en windenergie. Veel is mogelijk met duurzame energie maar zonder wereldwijde steun van overheden zal klimaatverandering alleen maar toenemen.

Het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) houdt bij welke initiatieven er door de landen zijn genomen, en wat de landen nog meer aan maatregelen hebben toegezegd.

6.

Meer weten

Internet

Delen

Terug naar boven