r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Klimaatconferenties

Gedurende de jaren '90 werden politici wereldwijd zich steeds meer bewust dat klimaatverandering ernstige gevolgen kan hebben voor mens en milieu, en dat de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 door mensen hier een rol in speelt. Latere rapporten van de Verenigde Naties, waar veel wetenschappers het mee eens zijn, bevestigen deze vermoedens.

Een agentschap van de Verenigde Naties, de UNFCCC, coördineert het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Tijdens deze conferenties vergaderen ministers en hoge ambtenaren uit vrijwel alle landen ter wereld over het klimaat. Samen bespreken zij de laatste wetenschappelijke informatie en manieren waarop men de uitstoot van broeikasgassen kan verminderen om zo de verandering van het klimaat te beperken.

Een van de belangrijke COP's was de Conferentie van Kyoto (1997). Tijdens deze conferentie werd het Kyoto Protocol opgesteld dat op 16 februari 2005 in werking is getreden. Een van de afspraken uit het protocol is dat de landen de uitstoot van broeikasgassen in 2010 met gemiddeld vijf procent verminderd moesten hebben ten opzichte van 1990. Het Kyoto Protocol zou eindigen in 2012, maar is tijdens de klimaatconferentie in Doha verlengd tot 2020. De klimaatconferentie van 2015 in Parijs mondde uit in een nieuw internationaal klimaatverdrag, dat in november 2016 in werking is getreden. Op 6 november 2017 is de klimaattop van Bonn (COP23) van start gegaan.

Delen

Inhoud

1.

Klimaattop van Bonn (2017)

Van 6 t/m 17 november 2017 vindt de klimaattop van Bonn plaats. Daar spreken delegaties uit de hele wereld over de manier waarop de uitstoot van broeikasgassen verder gereduceerd kan worden.

Tijdens de eerste week onderhandelen delegaties die vooral uit ambtenaren bestaan; in de tweede week schuiven regeringsvertegenwoordigers aan. Voor Nederland is dan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aanwezig.

2.

Klimaatconferentie Marrakech (2016)

De tweeëntwintigste jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP22) vond plaats van 7 tot 18 november 2016 in Marrakesh (Marokko). COP22 heeft voortgebouwd op de afspraken die in december 2015 zijn gemaakt tijdens de klimaatconferentie in Parijs. Tijdens die top is er een nieuw klimaatakkoord bereikt. In Marrakesh werd de uitvoering van het nieuwe akkoord uitgewerkt. Landen moesten zogenaamde nationaal bepaalde bijdragen inleveren bij de top. Deze beschrijven wat ieder land gaat bijdragen aan de aanpak van klimaatverandering. De nationaal bepaalde bijdragen werden in detail besproken en mogelijk bijgesteld tijdens COP22.

Besloten is dat het Parijs-akkoord uiterlijk eind december 2018 volledig uitgewerkt moet zijn. Aan het einde van de klimaattop riepen meerdere deelnemende landen de toekomstige Amerikaanse president Donald Trump op nog eens goed na te denken over het belang van deelname van de Verenigde Staten aan het klimaatakkoord.

3.

Klimaatconferentie Parijs (2015)

Om de klimaatverandering tegen te gaan worden er regelmatig internationale conferenties georganiseerd. Tijdens de eenentwintigste klimaatconferentie (COP21) van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten de bijna 200 deelnemende landen overeenstemming over een bindend klimaatakkoord. Daarmee moet de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, worden teruggedrongen en de opwarming van de aarde worden beperkt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde.

4.

Klimaatconferentie Lima (2014)

Van 1 tot en met 12 december 2014 vond in Lima de twintigste jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats: COP-20. Ongeveer 15.000 vertegenwoordigers van de 196 partijen (195 landen plus de EU) en van andere organisaties reisden naar Peru af om te onderhandelen over maatregelen tegen klimaatverandering.

Tijdens deze conferentie werd geprobeerd een concepttekst op te stellen voor het klimaatverdrag van Parijs dat gesloten werd in 2015. De deelnemers werden het in Lima eens over een raamwerk voor een nieuw verdrag. Het Akkoord bevatte geen internationale bindende doelstellingen voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen, en werd daarom door verschillende milieuorganisaties als een zwak en inefficiënt compromis gezien. Een andere belangrijke doelstelling was de invoering van het Groen Klimaatfonds; bedoeld om ontwikkelingslanden financieel te ondersteunen in hun klimaatbeleid. De klimaattop werd met twee dagen verlengd omdat de deelnemende landen niet tot overeenstemming konden komen. Vooral China en de Verenigde Staten waren het niet met elkaar eens.

5.

Klimaatconferentie Warschau (2013)

De negentiende jaarlijkse UNFCCC klimaatconferentie van de Verenigde Naties vond in 2013 plaats in de Poolse hoofdstad Warschau. Van 11 tot en met 22 november vergaderden ministers en hoge ambtenaren uit bijna alle landen van de wereld over het klimaat. Het Poolse voorzitterschap van de conferentie had zich de volgende doelstellingen gesteld: de besluiten van de vorige klimaatconferenties effectief uitvoeren, vertrouwen geven aan partijen en andere belanghebbenden dat onderhandelingen en besluiten de goede richting op gaan en vooruitgang boeken in het proces naar een nieuwe wereldwijde overeenkomst in 2015.

De conferentie eindigde met een voorzichtig compromis: landen werd opgeroepen om de uitstoot van CO2 vóór de klimaattop van 2015 in Parijs bekend te maken, maar er werden geen normen vastgelegd. De conferentie kwam vooral in het nieuws door het opstappen van de non-gouvernementele organisaties als Greenpeace, Oxfam International en het Wereldnatuurfonds. De organisaties vonden dat de rijke landen zich veel te weinig inzetten om de klimaatverandering te bestrijden en zeiden hun tijd op dat moment beter te kunnen besteden aan het mobiliseren van mensen die regeringen dwingen meer te doen aan klimaatverandering.

6.

Klimaatconferentie Doha (2012)

Van 26 november tot en met 7 december 2012 vond de achttiende jaarlijkse klimaatconferentie van de VN plaats in Doha, Qatar. Bovenaan de agenda stond het Kyoto-protocol dat eind 2012 afliep. De deelnemende landen besloten dit protocol uit 1997, dat afspraken bevat over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, te verlengen. Het Europees Parlement had, voorafgaand aan de klimaattop, de wens uitgesproken dat de EU-lidstaten en andere landen gezamenlijk tot actie overgaan om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken. In een resolutie die aangenomen werd op 22 november 2012 riep het Parlement op tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 30 procent in 2020 en een verlenging van het Kyoto-protocol.

Uiteindelijk is op de klimaatconferentie van Doha afgesproken om het Kyoto-Protocol met een tweede termijn te verlengen en tot 2020 als leidraad te laten dienen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Er is bovendien afgesproken dat in 2020 een nieuw klimaatverdrag in werking moet treden, waarmee ook de opkomende economieën zoals China en Brazilië, aan klimaatafspraken gebonden kunnen worden. De eerste stappen voor een dergelijk verdrag waren al in Durban gezet.

7.

Klimaatconferentie Durban (2011)

Eind november vond de 17e jaarlijkse klimaatconferentie plaats in Durban, Zuid Afrika. Belangrijkste opdracht was te komen tot een opvolger van het Kyoto Protocol. Dat is niet gelukt. wel kwam er een 'routekaart' naar een nieuw bindend klimaatakkoord.

Het Kyoto Protocol werd verlengd tot 2017 of 2020, en de verlenging gebeurde op vrijwillige basis. De EU, Noorwegen en Zwitserland zegden toe hieraan mee te doen. Samen zijn deze landen verantwoordelijk voor slechts 15 procent van de wereldwijde uitstoot. Verschillende grote vervuilende landen hadden echter al aangegeven zich niet aan het Protocol te gaan houden, waaronder Canada, de VS, China, Japan, Rusland en India.

Er werd wel een akkoord bereikt over de oprichting van een Groen Klimaat Fonds. Dit moet vanaf 2020 jaarlijks tot 74 miljard euro beschikbaar hebben voor arme landen, zodat deze zich kunnen wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Wel bleef onduidelijk blijft waar het geld voor het Fonds vandaan moet komen.

8.

Klimaatconferentie Mexico (2010)

De klimaatconferentie van 2009 in Kopenhagen was georganiseerd om een nieuw verdrag op te stellen maar na veel onderhandelen lukte dat niet. Daarom werd vanaf 29 december 2010 tijdens de 16e klimaatconferentie in Cancún (Mexico) opnieuw gesproken over een opvolger van het Kyoto Protocol. Na moeizame onderhandelingen werd een akkoord bereikt. De gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging mag niet hoger zijn dan twee graden. Er zijn afspraken gemaakt over CO2-reductiecijfers en er komt een fonds dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Ook zal ontbossing beter bestreden moeten worden. Er werd nog geen overeenstemming bereikt over verlenging van het Kyoto Protocol.

9.

De Klimaatconferentie van Kopenhagen (2009)

Omdat het Kyoto Protocol een looptijd had tot 2012, werd er tijdens de klimaattop in Kopenhagen onderhandeld over een nieuw klimaatverdrag dat als opvolger moest dienen. De conferentie eindigde echter zonder een juridisch bindend akkoord. De VS, China en enkele opkomende economieën sloten een niet-bindende overeenkomst over maatregelen tegen de klimaatverandering.

Er werd afgesproken een fonds op te richten voor arme landen die kampen met de gevolgen van klimaatverandering. In de beginperiode van 2010 tot 2012 moesten de rijke landen samen daar 30 miljard dollar (21 miljard euro) in storten. In de tekst werd verder opgenomen dat de landen ernaar zouden streven op een volgende klimaattop in december 2010 een juridisch bindend document op te stellen. Doel daarbij was de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius.

Na de conferentie is de Europese Unie aan de slag gegaan om na 2012 door te gaan met de afspraken uit het Kyoto Protocol, zelfs als andere landen niet zouden meedoen. Zo werd een markt voor emissiehandel opgericht .

10.

De Klimaatconferentie van Bonn (2001)

De agenda van deze conferentie kwam grotendeels voort uit de eerdere klimaatconferentie in Den Haag. Omdat het nog niet gelukt was om het Kyoto Protocol te laten tekenen door grote landen zoals Rusland en de Verenigde Staten, werd in juli 2001 in Bonn opnieuw onderhandeld over beperking van de klimaatverandering.

Gedurende deze conferentie haakten de Verenigde Staten definitief af. De zojuist gekozen president Bush vond dat klimaatmaatregelen de Amerikaanse economie te veel zouden schaden. Ook zette Bush vraagtekens bij de wetenschappelijke onderbouwing van de oorzaken van het broeikaseffect. Dit was een grote tegenslag voor de andere deelnemers van de conferentie, omdat de VS verantwoordelijk waren voor de uitstoot van meer dan een derde van alle broeikasgassen wereldwijd. Bonn werd echter toch een succes, omdat alle overige landen besloten om wel door te gaan.

In Bonn verplichtten de deelnemende landen zich om de Kyoto-doelstellingen te halen, eventueel door projecten in het buitenland te financieren waarmee de uitstoot van broeikasgassen kon worden verminderd. Wanneer een lidstaat niet aan het protocol voldeed zou een straf opgelegd worden, in de vorm van een verdere verplichting tot reductie van CO2-uitstoot. Er werden echter geen boetes opgelegd en de straffen golden pas vanaf 2008. Ook werd toegestaan CO2-uitstoot te compenseren met de aanplant van bossen.

Na de conferentie van Bonn besloten de landen van de Europese Unie gezamenlijk voorbereidingen te treffen voor het tekenen van het Kyoto Protocol. De officiële goedkeuring door de EU vond plaats op 31 mei 2002. Japan tekende na veel aarzelingen op 4 juni 2002; Canada ook.

Na langdurige onderhandelingen bleek uiteindelijk ook Rusland bereid om het Protocol te ondertekenen, in november 2004. Australië keurde het Protocol in 2007 goed.

11.

Het Protocol van Kyoto (1997)

Onderhandelingen in de jaren '90 over het verminderen van de uitstoot van broeikasversterkende gassen leidden in 1997 tot het Kyoto Protocol. Dit verdrag zou pas in werking treden als 55 landen, die samen minstens 55 procent van alle CO2-uitstoot produceren, het verdrag hadden ondertekend. Aan deze voorwaarde was in 2004 voldaan. De Europese Unie, de EU-lidstaten, Canada en Japan tekenden in 2002, Rusland volgde in november 2004 en het verdrag trad als gevolg daarvan op 16 februari 2005 in werking.

De Kyoto-overeenkomst die voor alle deelnemers voor vijf jaar (van 2008 tot 2012) bindend is, heeft tot doel klimaatverandering tegen te gaan. In deze periode moeten alle geïndustrialiseerde landen gezamenlijk met de uitstoot van broeikasgassen ten minste 5 procent onder het niveau van het jaar 1990 komen. In Nederland moet verplicht de CO2-uitstoot in 2010 met 6 procent lager zijn ten opzichte van 1990, in de Europese Unie als geheel moet de uitstoot 8 procent lager zijn.

Het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen is in sommige landen gemakkelijker te bereiken dan in andere. Zo is de zware industrie in Nederland al schoner dan die in Oost-Europa. Om de schone Nederlandse fabrieken nóg schoner te maken, kost veel meer dan het verbeteren van relatief vuile fabrieken zoals bijvoorbeeld in Oost-Europa en de derde wereld.

Ook tegengaan van vervuiling door het verkeer, of het invoeren van duurzame energieprojecten is in Nederland (en West-Europa) vaak duurder dan in andere landen. Maar omdat klimaatverandering een wereldwijd probleem is, is het van belang dat zo veel mogelijk landen meedoen tegen zo laag mogelijke kosten. Daarom zijn er verschillende manieren bedacht om de CO2 uitstoot van een land te verlagen:

Delen

Terug naar boven