r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie

Airport security

Sinds de grenscontroles binnen de Europese Unie zijn weggevallen, werken de lidstaten nauw samen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. De toename van (illegale) asielzoekers, grensoverschrijdende criminaliteit en internationaal terrorisme onderstrepen de noodzaak van deze samenwerking. Mensenhandel, wapen- en drugstransport, en muntvervalsing zijn Europese problemen. Misdaad houdt niet op bij nationale grenzen en een Europese aanpak is zodoende noodzakelijk.

Bij de aanpak is de onenigheid tussen landen een belangrijk punt om te overwinnen. Sommige landen zien in de toestroom van (illegalie) asielzoekers bijvoorbeeld geen rol voor de EU. Zij willen het liefst terug naar het controleren van hun eigen grenzen. De aanhoudende dreiging na terroristische aanslagen in Parijs en België in 2015 en 2016 maakte verdere politiesamenwerking noodzakelijk. Zo kreeg Europol in mei 2016 meer bevoegdheden bij de aanpak van terrorisme en zijn in maart 2017 door de Raad nieuwe regels aangenomen om terrorismedreiging eerder strafbaar te kunnen stellen.

Delen

Inhoud

1.

Verdrag van Prüm

In mei 2005 tekenden zeven EU-lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk en Spanje) het Verdrag van Prüm. Dit verdrag viel op dat moment nog buiten het kader van de Europese Unie, en gold daarom uitsluitend voor de deelnemende landen. De doelstelling van het verdrag was de intensivering van de samenwerking op het gebied van de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie. Binnen deze doelstellingen lag het zwaartepunt bij het uitwisselen van informatie tussen de deelnemende landen in het kader van criminaliteit en terrorisme. Sinds 23 juni 2008 geldt het Verdrag van Prüm voor de gehele Europese Unie.

Inhoudelijk

Om de bepalingen van het Verdrag van Prüm voor de gehele Europese Unie te laten gelden, is een gelijkschakeling van alle EU-lidstaten op een aantal terreinen noodzakelijk. Samenwerking kan immers pas goed verlopen wanneer alle partijen dezelfde procedures en standaarden handhaven. Hierbij gaat het om de volgende terreinen:

  • DNA-gegevens: Lidstaten moeten, voor zover dit nog niet het geval is, gebruik maken van de bestaande Europese afspraken over uitwisseling van DNA-gegevens. De al in gebruik verkerende Europese Standaard en Interpol Standaard gelden als uitgangspunt hiervoor.
  • Vingerafdrukken: De lidstaten worden geacht hun databanken op het gebied van de registratie van vingerafdrukken te digitaliseren (Eurodac). Wanneer elke lidstaat dezelfde manier van registratie aanhoudt, wordt het in de toekomst heel simpel om vergelijkende onderzoeken uit te voeren aan de hand van vingerafdrukken.
  • Voertuigregistratie: Ook de databanken voor de registratie van voertuigen moeten gedigitaliseerd worden. Hiervoor geldt dat de lidstaten allemaal gebruik moeten maken van hetzelfde registratiesysteem: het Europees voertuig- en rijbewijs-informatiesysteem (EUCARIS). Op deze manier zullen lokale politiekorpsen heel snel in staat zijn te controleren of een auto ergens in de Europese Unie als gestolen is opgegeven.
  • Politiesamenwerking: Volgens de bepalingen van het Verdrag van Prüm zijn de EU-lidstaten vrij om onderlinge afspraken te maken over politiesamenwerking. Door de lidstaten hierin de vrije hand te geven blijft het mogelijk om direct en afgemeten te reageren op eenmalige noodsituaties. Zo kunnen politiekorpsen uit verschillende landen onderling afspraken maken over de tijd, plaats, kosten en jurisdictie van een specifieke operatie. Een voorwaarde voor een goed verloop van dergelijke afspraken is het opzetten van contactpunten tussen de verschillende EU lidstaten. Op deze manier kan men snel met elkaar in contact treden, en zodoende snel tot actie overgaan.

Voor alle bovengenoemde bepalingen gelden de volgende twee uitgangspunten:

  • De uitwisseling van gegevens en samenwerking in het algemeen dienen plaats te vinden op het niveau van lokaal bestuur. Denk hierbij aan regionale politiekorpsen in provincies en gemeenten. De reden hiervoor is de snelheid waarmee regionale opsporingsdiensten kunnen optreden. Wanneer men eerst alle gegevens op een centraal punt zou moeten controleren, bijvoorbeeld bij de AIVD, vist men vaak achter het net en zijn de verdachten al gevlogen.
  • Bij de behandeling van vertrouwelijke informatie als DNA-gegevens en vingerafdrukken moet uiterste voorzichtigheid worden betracht. Alle lidstaten zijn verplicht de verzamelde gegevens te voorzien van een codering. Op deze manier kunnen de gegevens niet misbruikt worden wanneer ze onverhoopt in de verkeerde handen vallen. Het recht op privacy is een groot goed in de Europese Unie, en dit moet dan ook goed beschermd worden.

Betere uitwisseling van gegevens in het kader van de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie is een goede stap voorwaarts. Op deze manier zullen de lidstaten beter in staat zijn om de EU veilig te houden. Deze inspanningen botsen echter nogal eens met de fundamentele rechten van de Europese burger. Het is daarom belangrijk om een goede balans te vinden tussen deze zaken.

Het Europees Parlement zet zich veel in voor de bescherming van persoonsgegevens en kwam in het najaar van 2009 met een blauwdruk met prioriteiten betreffende de bescherming van het burgerschap. Sinds het Verdrag van Lissabon is het Europees Parlement ook op dit gebied mederegelgever. Het EP heeft in 2010 meteen zijn tanden laten zien tijdens de onderhandelingen met de Verenigde Staten over uitwisseling van Europese bankgegevens (SWIFT). Ook heeft het Parlement afgedwongen dat een overzicht gepresenteerd werd van de Europese instrumenten die de verzameling en uitwisseling van persoonlijke gegevens regelen.

Stockholm-programma

Het Stockholm-programma werd door het Zweedse voorzitterschap eind 2009 geïntroduceerd. Het was een meerjarenprogramma voor te nemen maatregelen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht. De nadruk lag op immigratie en asiel. Ook in dit programma had de balans tussen veiligheid en vrijheid prioriteit. Een ander belangrijk element in het Stockholm-programma was het leven gemakkelijker maken voor EU-burgers die in een andere lidstaat wonen dan waar ze geboren zijn. Zo moet de burger in het geval van een geschil niet op achterstand gezet worden door taalproblemen of verschillende interpretaties van het recht.

In december 2011 keurde het Europees Parlement een regeling goed waardoor slachtoffers van een misdrijf ook in andere EU-landen beter beschermd worden. Indien slachtoffers bijvoorbeeld in een lidstaat bescherming krijgen, zullen zij deze nu ook in de andere lidstaten krijgen. Ook wil de Commissie vaart zetten achter 'Europese' opleidingen voor politieofficieren, rechters of officieren van justitie. Het Stockholm-programma liep af in december 2014; het beleid wordt voortgezet binnen het nieuwe programma 'Naar een open en veilig Europa'.

2.

Bestrijding terrorisme

De Raad heeft op 7 maart 2017 nieuwe regels aangenomen en de bestaande richtlijn uitgebreid om terrorismedreiging te kunnen beantwoorden. De richtlijn stelt de volgende activiteiten strafbaar:

  • het reizen binnen, vanuit of naar de EU voor terroristische doeleinden, bijvoorbeeld om deel te nemen aan de activiteiten van een terroristische groepering of om een terroristische aanslag te plegen
  • het organiseren en faciliteren van dergelijke reizen, onder meer door het verlenen van praktische of materiële steun, bijvoorbeeld het aankopen van vervoersbewijzen of het plannen van reisroutes
  • het geven of het volgen van training voor terroristische doeleinden, bijvoorbeeld voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens en gevaarlijke stoffen
  • het verstrekken of inzamelen van financiële middelen voor terroristische activiteiten.

De richtlijn geeft slachtoffers van terrorisme ook betere rechten, zoals het recht op lichamelijke en psychosociale slachtofferhulp, het recht op juridisch en praktisch advies, en het recht op bijstand bij eisen tot schadeloosstelling. De hulp in noodsituaties onmiddellijk na een aanslag wordt ook verbeterd.

De strijd tegen terrorisme speelt zich deels ook af op het internet. In september 2018 presenteerde de Commissie een voorstel om internetproviders te verplichten terroristische content binnen een uur na het moment van publicatie van het web te halen. Internetproviders die dit niet doen kunnen een boete van 4 procent van de jaaromzet opgelegd krijgen. Het Europees Parlement en de Raad zijn nog in onderhandeling over het voorstel.

3.

Bestrijding drugscriminaliteit

In juni 2010 ondertekenden de Europese ministers van Binnenlandse Zaken een verdrag om drugssmokkel harder te bestrijden. De voornaamste doelstelling van het verdrag is om de aanvoer van cocaïne en heroïne naar Europa af te snijden. Hiervoor is de samenwerking met landen buiten de Europese Unie van groot belang. Ook de samenwerking tussen de Europese en niet-Europese instanties die bij de bestrijding van drugssmokkel betrokken zijn, wordt door het verdrag versterkt.

Een maand na het sluiten van dit belangrijke verdrag op het gebied van de bestrijding van drugscriminaliteit maakte een adviseur van het Europees Hof van Justitie bekend dat Nederland personen die niet in Nederland wonen mag weren uit coffeeshops. Softdrugs vallen niet onder EU-regels over vrij goederenverkeer omdat ze in andere landen zijn verboden. Dit advies is overgenomen door de Raad van State.

4.

Wapenhandel

Om zwakke punten in de wetgeving op het gebied van vuurwapenhandel en vuurwapenbezit aan te pakken, heeft de JBZ-raad in juni 2016 besloten de bestaande richtlijn hierover te herzien. De herziening is gericht op het aanscherpen van de controle op op vuurwapenhandel, het verbeteren van de traceerbaarheid van vuurwapens en strenge regelgeving over het aanschaffen van vuurwapens. Ook gaan EU-lidstaten meer informatie uitwisselen.

5.

Uitwisseling persoonsgegevens

Het Verdrag van Prüm legt beperkingen op aan de uitwisseling van persoonsgegevens, waardoor grensoverschrijdende misdaden soms onbestraft blijven. Op 9 oktober 2015 kwamen de EU-ministers van Justitie dan ook overeen dat deze regels versoepeld moeten worden om de uitwisseling van persoonsgegevens eenvoudiger te maken. Het gaat daarbij om gegevens die van belang zijn voor de opsporing en vervolging van criminelen.

De nieuwe regels zouden het onderlinge vertrouwen van politie en justitie in de lidstaten vergroten. Ook zouden deze regels de privacybescherming waarborgen. Om extra toezicht te houden op de uitwisseling van persoonsgegevens wordt er gekeken naar de mogelijkheid om een Europese instantie op te richten die deze taak op zich kan nemen.

De plannen zijn nog niet officieel goedgekeurd. De lidstaten zijn in onderhandeling met het Europees Parlement die ook zijn stem mag uitbrengen. Het parlement lijkt kritisch tegenover de wijzigingen te staan.

6.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over grensoverschrijdende criminaliteit. Europa is wikken en wegen.

Door de uitwisseling van gegevens kan de criminaliteit beter bestreden worden

De uitwisseling op het gebied van gegevens in het kader van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie is een goede stap voorwaarts. Op deze manier zullen de lidstaten beter in staat zijn om de EU veilig te houden. De grootste problemen zijn namelijk niet gebonden aan één lidstaat.

Zijn mijn gegevens nog wel goed beschermd?

Nu gegevens op het gebied van DNA en vingerafdrukken voor de gehele EU toegankelijk zijn, zijn er twijfels over de mate waarin privacy gewaarborgd zal worden. Europa moet geen 'Big brother' worden. De EU moet er alles aan doen om een waterdicht mechanisme te creëren dat misbruik van persoonlijke gegevens snel ontdekt en desnoods bestraft.

7.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven