r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Beleid economie en geld

Delen

Inhoud

1.

Begroting Europese Unie

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie bij elkaar.

2.

Concurrentiebeleid

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen van de Europese interne markt. De Europese Unie zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.

De Europese Commissie heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing, bijvoorbeeld bij prijsafspraken tussen bedrijven. En de Commissie kijkt of grote bedrijven geen misbruik maken van hun sterke positie. Zo startte de Commissie onderzoeken naar bedrijven als Microsoft en Google. De Commissie deelt jaarlijks voor honderden miljoenen euro's aan boetes uit.

3.

Coördinatie nationale economieën

Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden.

4.

Douane

Op 1 januari 1993 schaften de lidstaten van de Europese Unie alle douaneformaliteiten aan de binnengrenzen af. De EU werd één enkel grondgebied zonder grenscontroles. Goederen, diensten en kapitaal mogen vrij van het ene naar het andere land worden verplaatst.

5.

Economisch en monetair beleid

Dit beleid heeft als doel de economische groei zeker te stellen en meer banen te creëren. In de eerste plaats bepaalt ieder EU-land zijn eigen economische beleid, maar dat beleid moet wel het belang van de hele EU dienen. De lijn voor het maken van economisch beleid door EU-landen wordt uitgezet door de Raad van de Europese Unie.

6.

Energiebeleid

De Europese Unie streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Concurrentie tussen energiebedrijven op de Europese markt moet de prijs van energie verlagen.

Ook hebben de EU-lidstaten afspraken gemaakt over het klimaatbeleid en het terugdringen van de luchtvervuiling. Beperking van het energieverbruik, of overstappen naar meer duurzame energiebronnen is daarbij van groot belang.

7.

Euro

Het eurobeleid heeft als doel om economische integratie in de Europese Unie te bevorderen. De euro is een wettig betaalmiddel in 19 EU-lidstaten. De andere lidstaten zijn verplicht om de euro op termijn in te voeren als zij voldoen aan bepaalde voorwaarden. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn echter niet verplicht om de euro in te voeren. Zij hebben een uitzonderingsclausule.

8.

Fiscaal beleid

De Europese Unie wil voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Dat moet verstoringen in de interne markt voorkomen.

Om dit te bereiken is een zekere coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.

9.

Fraudebestrijding

Het bestrijden van fraude staat hoog op de Europese agenda. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF houdt zich al sinds 1999 actief bezig met het opsporen en voorkomen van fraude met Europese gelden. Daarnaast coördineren lidstaten van de EU onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude. Het programma Hercules III, dat in mei 2014 in werking is getreden, coördineert de samenwerking tussen OLAF en de bevoegde instanties in de lidstaten.

Aangepakt worden zaken als fraude met Europese landbouwsubsidies, sigarettensmokkel, valsemunterij met de euro, verkeerde besteding van regiogelden of bestuurlijke corruptie. Lidstaten die EU-gelden verkeerd aanwenden moeten het bedrag terugbetalen en kunnen rekenen op een fikse boete. De antifraudestrategie van de EU is gericht op preventie, opsporing en controle. Nieuwe vormen van fraude en de eurocrisis leidden tot noodzakelijke herziening van de strategie. Ook heeft afschrikking door sancties in de loop der jaren een prominentere rol gekregen.

10.

Handel

De Europese Unie is de grootste exporteur en de grootste importeur ter wereld. De EU is verantwoordelijk voor bijna éénvijfde van de wereldhandel.

Om hun handelsbelangen in de wereld te beschermen, werken de 28 lidstaten van de Europese Unie samen bij de handel met derde landen.

11.

Informatiemaatschappij

Internet en informatie- en communicatietechnologieën (ICT) ontwikkelen zich razendsnel en de Europese Unie wil daar van mee profiteren. Sinds 2010 is de Digitale Agenda een prioriteit voor de Europese Unie. Kennis en informatie moet toegankelijk en betaalbaar blijven en gebruikt worden om de economische groei van de EU te verbeteren.

Onderdeel van de Digitale Agenda is sinds 2015 de totstandkoming van een digitale interne markt. Consumenten moeten in alle lidstaten online dezelfde rechten en bescherming hebben. En om te zorgen dat iedereen toegang heeft tot de digitale wereld zijn er programma's die lidstaten moeten helpen overal snel internet te kunnen garanderen.

12.

Interne markt

Al sinds de jaren vijftig werken de lidstaten van de Europese Unie en haar voorgangers aan een gemeenschappelijke markt. Binnen deze gemeenschappelijke markt geldt een vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. Bovendien zijn invoerrechten tussen de lidstaten afgeschaft.

13.

Ondernemingen- en industriebeleid

Bedrijven zijn belangrijk voor de economie. Ze zorgen voor werkgelegenheid. In een wereld die voortdurend verandert, helpt de Europese Unie ondernemers zodat zij zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden en kunnen blijven concurreren. Vooral kleine en middelgrote bedrijven worden gesteund.

In september 2017 presenteerde de Europese Commissie voorstellen voor een nieuw industriebeleid, die de Europese industrie moet helpen om wereldleider te blijven op het gebied van innovatie, digitalisering en het CO2-vrij maken van de economie.

14.

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Doel is het vergroten van het Europese concurrentievermogen. Europa moet een dynamische en concurrerende kenniseconomie worden. Daarnaast moet het beleid bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering.

15.

Regionaal beleid

Hoewel de Europese Unie één van de rijkste delen van de wereld is, zijn er grote welvaartsverschillen tussen de regio's in Europa. Vooral in de zuidelijke en oostelijke landen zijn arme regio's. De Europese Unie heeft voor het bevorderen van de economie in zwakke regio's binnen haar lidstaten verschillende fondsen opgezet. Het geld daaruit wordt gebruikt om het verschil in welvaart tussen de regio's te verkleinen. De fondsen richten zich met name op de ontwikkeling van de infrastructuur (zoals wegen en spoorwegen) en de werkgelegenheid. Het regionaal beleid wordt ook wel cohesiebeleid genoemd.

16.

Telecommunicatie

Het beleid voor Telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij. Binnen dit beleid heeft de Europese Unie zichzelf ten doel gesteld om de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor de Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden.

17.

Vervoer

De Europese regelgeving op het terrein van vervoer is er onder andere op gericht om het internationale vervoer binnen de Europese Unie te bevorderen.

De vervoerssector van de Europese Unie is een belangrijke sector: het transport draagt voor ongeveer 5 procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3 procent toe.

Delen

Terug naar boven