r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Laatste nieuws: 

Relatie EU-Afrika

wereldbol met Europa en Afrika

Betrekkingen tussen Europa en Afrika kennen een gecompliceerde geschiedenis. Het koloniale verleden dat enkele EU-lidstaten delen met een groot aantal Afrikaanse landen heeft de relatie tussen de twee continenten lange tijd getekend. De relatie was tamelijk eenzijdig; er was veel Europees geld beschikbaar, maar weinig vertrouwen in het vermogen van Afrikaanse landen om daar goed mee om te gaan. Het beleid ging over Afrika, maar werd niet afgestemd met Afrika.

Het Akkoord van Cotonou moest hier verandering in brengen. Het akkoord uit 2000 is samen met de 'Gemeenschappelijke Strategie Afrika-EU' uit 2007 een van de belangrijkste kaders voor de samenwerking tussen de EU en Afrika. Het akkoord heeft tot doel de armoede terug te dringen en bij te dragen aan vrede, veiligheid en democratisering.

Eens in de drie jaar vindt een EU-Afrika-top plaats. Hier wordt de relatie tussen de EU en Afrika onder de loep genomen. In 2017 vond een top plaats van 29-30 november in Abidjan (Ivoorkust). Tijdens deze top was 'investeren in de jeugd' het centrale thema. Daarnaast werd er ook gesproken over de vluchtelingenproblematiek en migratie in het algemeen.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Geschiedenis van de betrekkingen

Het koloniale verleden van delen van Afrika en enkele EU-lidstaten is zeer bepalend geweest voor de betrekkingen tussen de EU en Afrika. Ten tijde van de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1958, stonden veel Afrikaanse landen nog onder koloniaal bewind. De eerste toenadering op het gebied van handel en ontwikkeling werd gedaan met de Overeenkomst van Lomé in 1975. Dit verdrag werd gesloten tussen de twaalf lidstaten van de EEG en 46 Afrikaanse en Caribische landen, alsmede landen in de Grote Oceaan (de zogenoemde ACS-landen). Het belangrijkste onderdeel van het verdrag was de heffingvrije export van landbouwproducten en mineralen van de ACS-landen naar de EEG. Daarnaast zou de EEG geld opzij zetten om de ACS-landen bij te staan.

De bepalingen van de Conventie van Lomé zijn meerdere keren verlengd. Bij de vierde verlenging, die liep tot en met 1999, waren 70 ACS-landen vertegenwoordigd. In 2000 werd de Conventie van Lomé vervangen door het Akkoord van Cotonou. Dit verdrag loopt nog door tot 2020. Uit Afrika zijn alleen Zuid-Soedan en de Noord-Afrikaanse staten niet vertegenwoordigd, omdat deze landen niet tot de ACS-landen behoren.

2.

Inzet Europese Unie

Verdragen

Door middel van het Akkoord van Cotonou en de gemeenschappelijke strategie heeft de samenwerking tussen de Afrikaanse landen en de EU meer vorm gekregen. Het hoofddoel van deze samenwerking is om armoede in de ACS-landen te bestrijden en om de integratie van deze landen in de wereldeconomie versnellen. Eens in de drie jaar komen meer dan 60 regeringsleiders bij elkaar op EU-Afrika toppen om de voortgang van de gemeenschappelijke strategie te bespreken. Onderwerpen die hierbij steevast aan bod komen zijn handel, veiligheid, ontwikkeling en migratie.

Met de ACS-landen heeft de EU een aantal Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's) gesloten. Als onderdeel van het Akkoord van Cotonou hebben deze EPA's tot doel de ACS-landen te assisteren bij het verbreden van hun export. Dit is belangrijk, want met name veel Afrikaanse economieën zijn sterk afhankelijk van eenzijdige export. Zij exporteren slechts een beperkt aantal grondstoffen en landbouwproducten, en wanneer de prijzen van deze waren schommelen, kan dit hun economie ernstig schaden.

Handel

Een aantal Afrikaanse landen zijn belangrijke producenten van olie en gas. EU-lidstaten importeren deze twee goederen in grote hoeveelheden. In 2014 bestond 59 procent van de totale EU-import uit Afrika uit energieproducten. Door de dalende olieprijzen neemt de waarde van de internationale handel tussen de EU en Afrika af. De belangrijkste landen in Afrika waar de EU handel mee drijft zijn Algerije, Zuid-Afrika, Nigeria en Marokko.

Op het gebied van handel volgt de EU de bloeiende economische relatie tussen Afrika en China met argusogen. Beijing is ook zeer geïnteresseerd in de rijke bodemschatten van Afrika. Inmiddels is China de op twee na belangrijkste handelspartner van Afrika geworden.

Op 12 september 2018 presenteerde Commissievoorzitter Juncker in zijn State of the Union een mededeling om de Europees-Afrikaanse alliantie naar een hoger plan te tillen. Een nieuwe economische agenda zou moeten inzetten op duurzame ontwikkeling en het creëren van banen. Deze ambitie richt zich op vier kerndimensies: het creëren van banen, het investeren in onderwijs, het ondersteunen van het zakelijk klimaat voor bedrijven en het aanmoedigen van economische integratie. In december 2018 lag er al voor ruim 37 miljard euro aan concrete plannen op tafel.

Ontwikkelingssamenwerking

In vergelijking met andere regio's wereldwijd is Afrika de grootste ontvanger van EU-ontwikkelingshulp. Tussen 2007 en 2013 hebben de EU-lidstaten ongeveer 141 miljard euro naar het continent gestuurd. Ook in de periode 2014-2020 is de EU voornemens om meer dan 28 miljard euro aan subsidies aan Afrika te verlenen. Dat gebeurt door middel van de verschillende subsidie-instrumenten die de EU tot haar beschikking heeft, zoals het EOF, het DCI en het ENI. Deze steun komt bovenop de bilaterale akkoorden die de EU-lidstaten met hun Afrikaanse partners sluiten.

3.

Relatie met de Afrikaanse Unie

De EU werkt ook samen met de Afrikaanse Unie, de intergouvernementele organisatie waarin alle Afrikaanse landen (Marokko uitgezonderd) verenigd zijn. Een groot deel van deze samenwerking spitst zich toe op vrede en veiligheid. Zo worden veel vredesoperaties op het continent gefinancierd met geld uit de African Peace Facility van de EU. Het totale budget hiervan bedroeg zo'n 900 miljoen euro voor de periode 2014-2016. Daarnaast komen het politiek en veiligheidscomité van de EU en de vrede- en veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie ieder jaar bijeen om elkaar op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen. Naast vrede en veiligheid assisteert de EU de Afrikaanse Unie ook op een aantal andere gebieden, zoals:

  • Mensenrechten
  • Waarnemingen bij lokale verkiezingen
  • Uitwisselingen in het hoger onderwijs
  • Duurzame ontwikkeling
  • Voedselveiligheid
  • Klimaatverandering

4.

Politieke geschillen

Om de migrantenstromen die vanuit Afrika en het Midden-Oosten het Europese continent bereiken, in te dammen, heeft de EU in 2016 met een aantal Afrikaanse landen afspraken gemaakt ('partnerschappen-op-maat'). Landen die bijdragen aan het bestrijden van de vluchtelingenproblematiek, bijvoorbeeld door migranten terug te nemen, kunnen in ruil daarvoor financiële compensatie krijgen van de EU. Deze compensatie kan uit ontwikkelingshulp betaan, maar ook uit handelsvoordelen. Landen die niet meewerken aan het asiel- en migratiebeleid kunnen juist sancties van de EU verwachten. De aanpak is niet geheel onomstreden, omdat de EU in de naleving van het beleid ook zaken kan gaan doetn met dictatoriale regimes. Een aantal Afrikaanse presidenten zoals Omar Al-Bashir van Soedan en voormalig president van Zimbabwe, Robert Mugabe, maken zich met enige regelmaat schuldig aan mensenrechtenschendingen, maar zouden dan toch profiteren van de financiële steun van de EU.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de relatie tussen Europa en Afrika, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn.

Als de EU zijn paternalistische benadering niet wijzigt zal Europa zijn bevoorrechte positie in Afrika verliezen

Het oude denken heeft vooral te maken met de vrees dat ontwikkelingsgeld voor een groot deel in de zakken van de machthebbers en hun clientele terecht komt. Ondanks de enorme financiële inspanningen moet meer dan 40 procent van de bevolking ten zuiden van de Sahara rond zien te komen van hooguit een dollar per dag. Maar Afrika verandert. Als de EU in zijn oude denkwijze zou volharden, is de kans groot dat Afrikaanse landen de EU de rug toekeren en in zee gaan met partners die het minder nauw nemen met goed bestuur en corruptie (zoals China).

Landen die Afrika willen helpen moeten zich in eerste instantie concentreren op de voedselzekerheid voor de bevolking

Aziatische landen die in de tweede helft van de vorige eeuw onafhankelijk werden, doen het nu veel beter dan de landen op het Afrikaanse continent die vrijwel gelijktijdig zelfstandig werden. Deskundigen vermoeden dat dit onder andere het gevolg is van de grote nadruk die de Aziatische regeringen legeden op de eigen voedselzekerheid. Zonder een gevulde buik is het veel moeilijker om economische groei te genereren, die weer nodig is om het land onafhankelijk te maken van ontwikkelingshulp.

6.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement

Terug naar boven