r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek
Niet/beperkt geactualiseerd na 25 maart 2017.

Verdrag van Rome

Robert Schuman

Op 25 maart 1957 werd in Rome het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ondertekend dat de basis vormt voor wat tegenwoordig de Europese Unie heet. Dit 'Verdrag van Rome' was een ambitieus plan van zes West-Europese landen die op die manier wilden voorkomen dat er voor de derde keer in Europa een verwoestende wereldoorlog zou uitbreken.

De politieke leiders van die zes landen gaven met het Verdrag van Rome gevolg aan het initiatief dat de Franse minister Robert Schuman zeven jaar daarvoor had genomen toen hij op 9 mei 1950 Frankrijk en Duitsland opriep hun productie van kolen en staal onder één gemeenschappelijke autoriteit te brengen. Dit initiatief mondde in 1953 uit in het Verdrag tot oprichting van een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS-Verdrag), waarna in 1957 het EEG-Verdrag werd ondertekend in Rome. Dit was de voorloper van het huidige Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De voornaamste gedachte achter het verdrag was het voorkomen van een nieuwe wereldoorlog en dit moest bereikt worden via toenemende economische samenwerking. Het was daarbij van belang dat zowel Frankrijk als Duitsland een centrale rol innamen. De samenwerking betrof bij aanvang kolen en staal, aangezien dit onmisbare grondstoffen waren voor de oorlogsindustrie. Vandaar de Europese Economische Gemeenschap. Ook sloten Italië en België, Nederland en Luxemburg zich aan. De laatste drie vormden al geruime tijd als Benelux een douane-unie.

In 2017 werd door alle EU-leiders behalve die van het Verenigd Koninkrijk het 60-jarig bestaan van het Verdrag van Rome gevierd door de Verklaring van Rome te tekenen. Hiermee werd een boodschap van eenheid en onderlinge solidariteit uitgesproken.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Voorgeschiedenis Verdrag van Rome

Door de verschrikkingen van twee wereldoorlogen en de zware economische gevolgen van de Tweede Wereldoorlog werd de tijd rijp voor meer Europese samenwerking. In diverse landen ontstond een Europese Beweging. Dat streven werd door de Verenigde Staten gestimuleerd, die het economische hulpprogramma (Marshall-Plan) koppelden aan Europese samenwerking. In april 1948 werd daarom de Organisatie van Europese Economische Samenwerking (OEES) opgericht. Daaraan namen 16 Europese landen deel.

Via de OEES werd gestreefd naar vrijer handels- en betalingsverkeer door opheffing van douanebelemmeringen en invoerrechten. Het streven naar een douane-eenheid kreeg in 1944 al een eerste aanzet door oprichting van de Benelux, de samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg.

Behalve het economische belang speelde ook de dreiging van de Sovjet-Unie een belangrijke rol. Vooral de communistische omwenteling in Tsjechoslowakije in februari 1948 maakte grote indruk. Als reactie hierop werd het Pact van Brussel gesloten, waarbij de West-Europese Unie werd opgericht. De aangesloten landen spraken af elkaar militair bij te staan in geval van een gewapende aanval op één van hen. In april 1949 zou het militaire bondgenootschap verder worden uitgebreid en omgezet in een Atlantisch pact in de vorm van de NAVO.

In mei 1949 sloten de Europese landen een verdrag over oprichting van een Raad van Europa. Deze richt zich vooral op het veiligstellen van de mensenrechten. Doel van de Raad van Europa was het bevorderen van de democratie en de mensenrechten.

2.

Van samenwerkingsverband tot een EU van 28 lidstaten

Wat in de jaren na de oorlog was begonnen als een ideaal, ontwikkelde zich in de loop van de tijd tot een praktisch, economisch samenwerkingsverband: de controles aan de binnengrenzen verdwenen, de interne markt kwam tot stand, en de euro werd in een groot deel van de EU-landen geïntroduceerd als gemeenschappelijk betaalmiddel. En de EU breidde zich steeds verder uit uit, met onder andere het Verenigd Koninkrijk in 1973, Spanje in 1986 en later tien landen die vroeger tot het Oostblok werden gerekend. De EU bestaat nu uit 28 landen en is met 517,4 mln. inwoners een van de grootste economische blokken in de wereld.

Na de oprichting van de EEG was er in Europa een periode relatieve stabiliteit. Een nieuwe wereldoorlog bleef uit en economisch ontwikkelden de lidstaten zich in dit klimaat zeer voortvarend. Nederland, met een op de buitenlandse handel georiënteerde economie, had economisch gezien veel baat bij deze Europese samenwerking.

3.

Euroscepsis en het Verdrag van Lissabon

Het proces van Europese integratie is in de loop der tijd steeds verder voortgeschreden, waardoor scepsis en weerstand ontstonden. In 1992 was dat bijvoorbeeld zichtbaar in Denemarken toen de bevolking tijdens een referendum in eerste instantie tegen het Verdrag van Maastricht stemde. Angst voor verlies van eigenheid en soevereiniteit lagen als regel aan de basis van dergelijke reacties. Omdat de EU steeds verder is doorgedrongen tot het dagelijks leven van EU-burgers, worden er vaker vragen gesteld over nationale identiteit en soevereiniteit. Ook het 'nee' tegen de Europese Grondwet in 2005 bij referenda in Frankrijk en Nederland, is in dat verband veelzeggend: twee van de landen die 50 jaar geleden het Europese ideaal vorm gaven, toonden nu openlijk hun aarzelingen tegen verdere samenwerking.

Om aan de toenemende twijfels tegemoet te komen zijn er in het Verdrag van Lissabon een aantal aanpassingen doorgevoerd. Dit verdrag werd in 2007 goedgekeurd door de Europese Raad en werd op 1 december 2009 van kracht.

4.

60 jaar Verdrag van Rome

Op 25 maart 2017 kwamen 27 EU-leiders in Rome bijeen om te herdenken dat het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap zestig jaar geleden werd ondertekend. De leiders zetten hun handtekening onder de Verklaring van Rome. Daarmee wilden zij laten zien dat zij de Europese Unie sterker en veerkrachtiger wilden maken door nog grotere eenheid en onderlinge solidariteit. De leiders spraken over een Europa van meerdere snelheden, zolang de integratie maar dezelfde kant op gaat. De leiders sloten de verklaring af met de stelling 'Europa is onze gemeenschappelijke toekomst'.

Groot-Brittannië had aangegeven niet bij de viering te zullen zijn aangezien dat land voorbereidingen trof uit de Europese Unie te stappen. Zodoende kwamen er op 25 maart in Rome 27 in plaats van 28 EU-staatshoofden en regeringsleiders bijeen.

Terug naar boven