r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese aanpak klimaatverandering

Klimaatverandering
Bron: flickr/ Eric Wüstenhagen

De meeste wetenschappers zijn het er over eens dat de aarde door de uitstoot van broeikasgassen opwarmt en dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen. Deze klimaatverandering zet de leefbaarheid van veel gebieden op aarde onder druk en heeft grote gevolgen voor onder andere natuur en landbouw. Om de gevolgen te beperken is internationaal afgesproken de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 2°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Ook de Europese Unie (EU) spant zich zowel op Europees niveau als op mondiaal niveau in om klimaatverandering tegen te gaan.

De afspraken van de klimaatconferentie in Parijs in 2015 zijn leidend bij de Europese aanpak van klimaatverandering. De Europese Commissie wil dat de EU een voortrekkersrol speelt bij de uitvoering van dat akkoord en de inspanningen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Daarbij zijn extra Europese klimaatdoelen opgesteld.

Het tegengaan van klimaatverandering moet worden bewerkstelligd door meer gebruik te maken van duurzame energiebronnen zoals windkracht en zonnekracht. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om CO2 op te slaan. Ten slotte worden er maatregelen genomen om goed om te kunnen gaan met de veranderingen in klimaat die niet voorkomen kunnen worden. De afgelopen jaren zijn er, mede dankzij de economische crisis en het toekomstige opraken van olie als energiebron, positieve veranderingen doorgevoerd. Toch zijn er ook experts die beweren dat de huidige klimaatdoelen niet ambitieus genoeg zijn en dat de doelen voor 2030 en 2050 aangescherpt moeten worden.

Inhoud

1.

Probleemstelling

Het overgrote gedeelte van de gebruikte energie is afkomstig uit aardgas en aardolie. De koolstof die in deze fossiele brandstoffen is opgeslagen onder de grond,

komt bij verbranding in de vorm van CO2 vrij in de atmosfeer. Zonne-energie die de aarde bereikt, wordt door het aardoppervlak omgezet in warmte, die gedeeltelijk wordt teruggekaatst in de atmosfeer. Een deel van deze teruggekaatste hitte wordt door broeikasgassen zoals CO2 tegengehouden, waardoor de atmosfeer opwarmt. Een ander belangrijk broeikasgas is methaan, dat vooral als gevolg van de veeteelt vrijkomt.

Om de klimaatverandering tegen te gaan, moet de uitstoot van CO2 beperkt worden. Hier zijn meerdere mogelijkheden voor, waaronder het gebruik van biobrandstoffen, het gebruik van wind- en zonne-energie en de opvang en opslag van CO2. Bij de keuze voor een oplossing staat in veel gevallen de tegenstelling tussen ecologische en economische belangen centraal. Zo zijn wind- en zonne-energie de schoonste energiebronnen, maar zeker niet de goedkoopste. Sommige economen en politici beweren dat de concurrentiepositie van de EU achteruit als de EU te ver gaat in het nastreven van klimaatdoelen, waar andere landen zoals de VS terughoudender zijn.

Andere politici stellen juist dat het op de lange termijn veel voordeliger is om klimaatverandering te bestrijden dan om de kosten van de door klimaatverandering veroorzaakte problemen te moeten dekken. Het probleem hiermee is echter dat de EU, laat staan individuele landen, dit niet alleen kan bewerkstelligen. Daarom is voor klimaatverandering een internationale aanpak noodzakelijk.

2.

Mogelijke oplossingen op Europees niveau

Alternatieve energiebronnen

Een groep alternatieven waar steeds meer gebruik van wordt gemaakt, is de groep van de biobrandstoffen. Dit zijn brandstoffen die gemaakt worden uit biomassa. In veel gevallen wordt soja of graan verbouwd om die biomassa te creëeren. Om deze grondstoffen te verbouwen wordt, direct of indirect, natuur in landbouwgrond omgezet. Daarbij komt opgeslagen CO2 uit bossen vrij. Dit zorgt zodoende voor extra CO2-uitstoot. Om die reden zijn veel mensen sceptisch over de effectiviteit van de inzet van biobrandstoffen. Hier zijn wel maatregelen tegen genomen. Zo moet zijn aangetoond dat bij het gebruik van biobrandstoffen minimaal 35 procent minder CO2 uitgestoten wordt dan bij fossiele brandstoffen. Ook mogen de grondstoffen voor de biomassa niet afkomstig zijn van gebieden waar eerst natuur met een hoge biodiversiteit was, zoals tropisch regenwoud.

Andere alternatieven zijn wind- en zonne-energie. Dit zijn de schoonste opties, maar waren tot op heden relatief duur en nemen veel ruimte in beslag. Bovendien kan het elektriciteitsnet geen grote toename in duurzame stroom aan. Op dit gebied zouden daarom ook grote vernieuwingen nodig zijn.

Opvang en opslag van CO2

Omdat de bovengenoemde opties met moeilijkheden gepaard gaan, zijn er ook voorstanders van het plan om de opvang en opslag van CO2 in te zetten om de klimaatdoelen te behalen. Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Hierdoor wordt de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen en draagt het vooralsnog niet bij het aan broeikaseffect. CO2 die wordt opgevangen en opgeslagen wordt als 'niet-uitgestoten' beschouwd. Op die manier kan ook een te grote uitstoot gecompenseerd worden door CO2 op te vangen en op te slaan. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie. Het grote probleem bij deze aanpak is echter dat deze opslag in zichzelf niet duurzaam is omdat het geen lange-termijnoplossing is. Net zoals bij de opslag van kernafval is niet duidelijk wat er in de toekomst mee moet gebeuren.

3.

Europese doelstellingen

De Commissie, de Raad en het Parlement zijn doorgaans eensgezind wat betreft het stellen van klimaatdoelen en de plannen voor het behalen daarvan. Op Europees niveau zijn voor 2020, 2030 en 2050 doelen gesteld voor vermindering van de CO2-uitstoot, energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energie. In april 2018 nam het Parlement met ruime meerderheid nieuwe klimaatwetgeving aan om de klimaatdoelen van Parijs te halen. De wetgeving richt zich specifiek op de uitstoot van broeikassen in de landbouw-, transport-, afval-, en bouwsector en in gebouwen. Lidstaten zijn hierdoor verplicht om met jaarlijkse doelstellingen vanaf 2021 de uitstoot te verlagen. In 2030 zou de vermindering van uitstoot van broeikasgassen 40 procent moeten bedragen (ten opzichte van de uitstoot in de jaren '90). Volgens het meest ambitieuze scenario in de langetermijnstrategie van de Commissie zou de EU in 2050 klimaatneutraal moeten zijn.

Doelstellingen 2020

De doelstelling voor 2020 worden aangeduid als de 20-20-20 doelstellingen. Deze doelstellingen zijn als volgt:

  • 1. 
    20 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990
  • 2. 
    20 procent minder energieverbruik
  • 3. 
    20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie

Deze doelstellingen moeten worden bereikt op basis van de volgende vijf uitgangspunten:

  • 1. 
    Respect voor de doelstellingen; de gemaakte afspraken moeten ook daadwerkelijk worden nagekomen
  • 2. 
    Erkenning van de verschillende uitgangsposities en verschillende investeringsmogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten
  • 3. 
    Aandacht voor de economische gevolgen die de maatregelen hebben en voorkomen dat de concurrentiepositie van Europese bedrijven slechter wordt ten opzichte van bedrijven in andere landen
  • 4. 
    De doelstelling van een internationaal klimaatakkoord niet uit het oog verliezen
  • 5. 
    De noodzaak om nu al naar de langetermijndoelstelling van 50 procent reductie van broeikasgasuitstoot in 2050 te streven

Doelstellingen 2030

Op 22 januari 2014 kwam de Europese Commissie met voorstellen voor klimaatdoelstellingen voor 2030. In december 2018 werden de doelstellingen herzien. De doelstellingen zijn nu als volgt:

  • 1. 
    Een vermindering van de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990;
  • 2. 
    Het aandeel hernieuwbare energie in de EU moet ten minste 32 procent bedragen;
  • 3. 
    Een streefcijfer voor de verbetering van energie-efficiëntie met ten minste 32,5%;
  • 4. 
    Een verplichting tot energiebesparing van 0,8 procent per jaar. Lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de reductie willen bereiken.

Doelstellingen 2050

Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent te verminderen, presenteerde de Commissie in december 2011 het Energiestappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid. Het stappenplan concludeert dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:

  • 1. 
    Ontkoling van het energiesysteem (d.w.z. minder kolen gebruiken voor energieopwekking)
  • 2. 
    Energiebesparing en gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie
  • 3. 
    Tijdig investeren
  • 4. 
    Prijsstijgingen van energie in de hand houden
  • 5. 
    Gezamenlijk actie ondernemen

In december 2013 werd uit een rapport van de Europese Commissie ('Trends to 2050') duidelijk dat deze plannen voor uitstootvermindering in 2050 niet gehaald zullen worden als het Europese milieubeleid onveranderd blijft. In plaats van de vermindering van CO2 met 80% zal dan slechts 44% gehaald worden. In de aanloop naar de klimaatconferentie van Katowice in 2018 presenteerde de Commissie daarom een aangepaste strategie, op basis waarvan de EU in 2050 klimaatneutraal moeten zijn.

4.

Green Deal

De Europese Green Deal is het eerste speerpunt in het voorlopige programma dat beoogd Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in juli 2019 presenteerde. Als beoogd klimaatcommissaris zal Frans Timmermans de grootste verantwoordelijkheid voor de Green Deal dragen. Na aantreden van de nieuwe Commissie moet de Deal binnen 100 dagen op tafel liggen. Het belangrijkste onderdeel van de plannen is het optekenen van een eerste Europese klimaatwet. In deze wet moet vastgelegd worden dat de EU voor 2050 volledig klimaatneutraal behoort te zijn. Om dit te bewerkstelligen is een transitie naar een circulaire economie noodzakelijk. Hiervoor wordt een transitiefonds in het leven geroepen.

5.

Meer informatie

Terug naar boven