r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese aanpak klimaatverandering

Oorzaak van klimaatverandering: rookpluimen uit fabrieken
Bron: ?

De meeste wetenschappers zijn het er over eens dat de aarde door de uitstoot van broeikasgassen opwarmt en dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen. Deze klimaatverandering zet de leefbaarheid van veel gebieden op aarde onder druk en heeft grote gevolgen voor onder andere natuur en landbouw. Om de gevolgen te beperken is internationaal afgesproken de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 2°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Ook de Europese Unie (EU) spant zich op zowel Europees niveau als wereldwijd in om klimaatverandering tegen te gaan.

De afspraken van de klimaatconferentie in Parijs in 2015 zijn leidend bij de aanpak van klimaatverandering. 195 landen ondertekenden toen een bindend klimaatakkoord met afspraken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de opwarming van de aarde te verminderen. Ook de Europese milieuministers en het Europees Parlement hebben het klimaatakkoord van Parijs geratificeerd. De Europese Commissie wil bovendien dat de EU een voortrekkersrol speelt bij de uitvoering van het akkoord en de inspanningen om de CO2-uitstoot terug te dringen.

Op Europees niveau zijn voor 2020, 2030 en 2050 doelen gesteld voor vermindering van de CO2-uitstoot, energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energie. In april 2018 nam het Parlement met ruime meerderheid nieuwe klimaatwetgeving aan om de klimaatdoelen van Parijs te halen. De wetgeving richt zich specifiek op de uitstoot van broeikassen in de landbouw-, transport-, afval-, en bouwsector en gebouwen. Lidstaten zijn hierdoor verplicht om met jaarlijkse doelstellingen vanaf 2021 de uitstoot te verlagen. In 2030 zou de vermindering van uitstoot van broeikasgassen 40 procent moeten bedragen (ten opzichte van de uitstoot in de jaren 90). Volgens het meest ambitieuze scenario in de langetermijnstrategie van de Commissie ter voorbereiding op de klimaatconferentie van Katowice zou de EU in 2050 klimaatneutraal moeten zijn.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Klimaatverandering

De uitstoot van CO2 draagt in belangrijke mate bij aan klimaatverandering. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen als aardolie, kolen en aardgas. De klimaatverandering wordt dus voor een groot deel veroorzaakt door menselijk handelen. Na veel en lang onderzoek zijn vrijwel alle wetenschappers het daar over eens.

Alternatieve bronnen van energie, zoals biobrandstoffen, waterstof en zonne- en windenergie worden daarom gezien als belangrijke mogelijkheden om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Vooral rond het gebruik van biobrandstoffen bestaat echter enige reserve, omdat bij de productie van sommige soorten biobrandstoffen ook veel CO2 vrijkomt. Ook kan de teelt van biobrandstoffen ten koste gaan van de voedselvoorziening. In juni 2018 werd besloten dat gebruik van palmolie voor biobrandstof in Europa verdwijnt.

De discussie rond biobrandstoffen geeft al aan dat het klimaatsysteem een zeer ingewikkeld systeem is, waarbij het moeilijk is om de menselijke invloed voor honderd procent correct aan te geven. Dat leidt tot ingewikkelde discussies over wat de meest passende maatregelen zijn om klimaatverandering tegen te gaan.

2.

20-20-20 doelstellingen voor 2020

De regeringsleiders van de EU-lidstaten hebben verschillende afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot tot 2050 steeds verder te verlagen. Hiertoe zijn verschillende initiatieven genomen, waaronder de 20-20-20 doelstelling, een klimaat- en energiepakket met regelgeving die ervoor moet zorgen dat de CO2 uitstoot in het jaar 2020 met 20 procent is afgenomen.

De doelstellingen voor 2020 zijn:

  • 1. 
    20 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990
  • 2. 
    20 procent minder energieverbruik
  • 3. 
    20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie

3.

Emissiehandel

Een van de manieren om de 20-20-20-doelstellingen te bereiken is emissiehandel: sinds 2005 moeten sommige bedrijven die CO2 uitstoten, daarvoor betalen. Dit doen zij door het kopen van zogenaamde emissierechten. Deze kunnen onderling verhandeld worden: dit wordt het veilen van emissierechten of emissiehandel genoemd. Bedrijven die meer vervuilen dan de norm, moeten emissierechten bijkopen en zijn dus duur uit. Bedrijven die zuinig omgaan met energie of schone energie gebruiken, kunnen de niet-gebruikte emissierechten verkopen. Dat levert geld op. Zo wordt financieel gestimuleerd om minder CO2 uit te stoten.

4.

Doelstellingen 2030

Op 22 januari 2014 kwam de Europese Commissie met voorstellen voor klimaatdoelstellingen voor 2030. In december 2018 werden de doelstellingen herzien. De doelstellingen zijn nu als volgt:

  • een vermindering van de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990;
  • het aandeel hernieuwbare energie in de EU moet ten minste 32 procent bedragen;
  • een streefcijfer voor de verbetering van energie-efficiëntie met ten minste 32,5%;
  • een verplichting tot energiebesparing van 0,8 procent per jaar. Lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de reductie willen bereiken.

In juni 2018 kwamen de lidstaten en het EP overeen dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam moet zijn. Daarnaast verdwijnt het gebruik van palmolie voor biobrandstof. Bovendien kunnen huishoudens eenvoudiger zelf energie opwekken.

Met de herziene richtlijn voor energie-efficiëntie is het pakket schone energie compleet. In de richtlijn zijn de nieuwe energiedoelen voor 2030 vastgelegd.

Pakket schone mobiliteit

Het in 2017 voorgestelde 'Clean Mobility Package' bevat extra energiedoelstellingen voor de EU-lidstaten. Voertuigen die in 2030 op de weg komen moeten 35 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021. Voor bestelwagens geldt een ander percentage: zij moeten in 2030 30 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021. Deze strengere normen zijn bedoeld als compensatie voor de hogere CO2-uitstoot door sjoemelsoftware in auto's van veel fabrikanten in Europa. De richtlijn inzake bedrijfsvoertuigen werd begin 2019 door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd.

Op 14 november 2018 nam het Europees Parlement doelen aan om uitstoot van vrachtwagens met 35 procent te reduceren voor 2030, met een tussentijds doel van 20 procent in 2025. Deze streefcijfers zijn hoger dan de 30 procent die de Europese Commissie had geëist. De EU-lidstaten bereikten in december 2018 wel overeenstemming over een reductie van 30 procent in 2030. Naar verwachting beginnen er in januari 2019 onderhandelingen tussen het Parlement en de lidstaten.

5.

Energiestappenplan 2050

Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent te verminderen, presenteerde de EC in december 2011 het Energiestappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.

Het stappenplan concludeert dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:

  • 1. 
    Ontkoling van het energiesysteem (d.w.z. minder kolen gebruiken voor energieopwekking)
  • 2. 
    Energiebesparing en gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie
  • 3. 
    Tijdig investeren
  • 4. 
    Prijsstijgingen van energie in de hand houden
  • 5. 
    Gezamenlijk actie ondernemen

In december 2013 werd uit een rapport van de Europese Commissie ('Trends to 2050') duidelijk dat deze plannen voor uitstootvermindering in 2050 niet gehaald zullen worden als het Europese milieubeleid onveranderd blijft. In plaats van de vermindering van CO2 met 80% zal dan slechts 44% gehaald worden.

In aanloop naar de klimaatconferentie van Katowice in 2018 bracht de Commissie de langetermijnstrategie uit. Volgens het meest ambitieuze scenario hierin zou de EU in 2050 klimaatneutraal moeten zijn.

6.

CO2-opvang en opslag

Om CO2-emissies wereldwijd terug te dringen en de Europese doelstellingen te halen, moet volgens de EU gebruik worden gemaakt van opvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage - CCS) . Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Dit betekent dat de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen is en daardoor niet bijdraagt aan de klimaatverandering.

In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 die wordt opgevangen en opgeslagen als 'niet-uitgestoten' worden beschouwd. De EU hoopt dat deze aanpak stimulerend zal werken voor de brede invoering van CO2-opvang en -opslag. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie.

7.

Gevolgen van klimaatverandering

Naast strategieën en regelgeving om de klimaatverandering te verminderen, zet de EU zich ook in om strategieën te ontwikkelen voor het omgaan met de veranderingen die daadwerkelijk optreden. De Europese Commissie (EC) presenteerde in het voorjaar van 2013 de EU-strategie voor aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering. De drie belangrijkste doelstellingen van de strategie zijn:

  • De EC zal alle lidstaten aanmoedigen en financiële middelen beschikbaar stellen om hen te helpen hun aanpassingscapaciteiten op te bouwen en maatregelen te nemen.
  • In kwetsbare sectoren zoals de landbouw, de visserij maar ook in de infrastructuur wordt het gebruik van verzekeringen tegen rampen gestimuleerd.
  • De kennis over de gevolgen van klimaatverandering moet worden verbeterd. Het Europese klimaataanpassingsplatform (Climate-Adapt) wordt verder ontwikkeld tot het centrale punt voor alle informatie over aanpassing aan klimaatverandering in Europa.

8.

Klimaatconferenties

Een agentschap van de Verenigde Naties, de UNFCCC, coördineert het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Een van de belangrijke COP's was de Conferentie van Kyoto (1997). Tijdens deze conferentie werd het Kyoto Protocol opgesteld, dat tijdens de klimaatconferentie in Doha werd verlengd tot 2020.

De EU ziet nog steeds een voortrekkersrol voor zichzelf tijdens conferenties weggelegd. De Commissie en de lidstaten leggen extra nadruk op het voortraject in de onderhandelingen, in de hoop andere landen te overtuigen verder te gaan dan voorheen bij de aanpak van klimaatverandering. De EU wordt gezien als een vooruitstrevende partij.

Eind 2015 vond een klimaattop plaats in Parijs, waar een nieuw verdrag werd ondertekend dat vanaf november 2016 van kracht is. In het verdrag staat dat de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderd moet worden en dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt.

De Europese Commissie wil een voortrekkersrol blijven spelen bij de inspanningen om de in Parijs gemaakte afspraken uit te werken en de uitstoot van CO2 terug te dringen. Van belang is wel dat andere belangrijke economieën hun afspraken ook nakomen. De EU moet op korte termijn nieuwe regels EU op het gebied van energie en klimaatverandering opstellen. De Raad van ministers van Milieu heeft het klimaatakkoord van Parijs op 30 september 2016 geratificeerd. Het Europees Parlement gaf begin oktober 2016 groen licht aan het klimaatverdrag.

Volgend op de Parijse conferentie vonden er conferenties plaats in Marrakesh (november 2016) en Bonn (november 2017). Deze bouwden voort op de in Parijs gemaakte afspraken. In Bonn werd een verdere planning werd voorbereid. Voornaamste onderwerp van discussie waren de geldstromen van de rijkere landen aan ontwikkelingslanden om hen te helpen bij het halen van de klimaatdoelstellingen. Daarnaast werden de deelnemende landen het eens over het vaststellen van een stappenplan. Daarin moeten de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs in 2015 worden uitgewerkt. Het stappenplan moet voor uiterlijk 26 maart 2019 klaar zijn.

Op de klimaatconferentie in Katowice, in december 2018, werden er afspraken gemaakt over het terugdringen van de uitstoot van CO2 en het helpen van arme landen bij het opvangen van de gevolgen van de klimaatveranderingen. Ook werden de 196 deelnemende landen het eens over een zogenaamd Rulebook voor de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs.

9.

Kosten en baten

De kosten voor de Europese aanpak van klimaatverandering bedragen 0,5 procent van het Europees bruto nationaal product. Dit komt neer op 3 euro per week per Europese burger. In een rapport van de Britse onderzoeker Stern wordt uitgegaan van een prijskaartje dat tien maal zo hoog zal zijn wanneer de klimaatverandering niet wordt aangepakt (N. Stern, The economics of climate change, 2006).

De EC is van mening dat de aanpak van klimaatverandering kansen biedt voor de Europeanen. Door een vooruitstrevende Europese aanpak van de klimaatverandering kan het milieu schoner worden; dat biedt de EU een unieke kans om zichzelf als goed voorbeeld te presenteren en zo een leidersrol in het internationale klimaatdebat op te nemen.

Een goed Europees klimaatbeleid kan ook een oplossing zijn voor de financieel-economische crisis. Een verduurzaming van de Europese economie zal nieuwe uitvindingen stimuleren en voor het bedrijfsleven nieuwe kansen creëren om 'groene' werkgelegenheid te bieden. Bovendien kunnen klimaatafspraken positieve effecten hebben voor de concurrentiepositie van landen binnen én buiten de EU.

Voorlopige resultaten

Er is de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt om de klimaatdoelen te bereiken. De wereldwijde economische crisis en de hoge olieprijs hebben daar zeker aan bijgedragen. Er wordt daarom ook wel gezegd dat de doelen te makkelijk en niet ambitieus genoeg zijn. De EC is van mening dat de lat voor 2030 hoger gelegd moet worden om straks de doelstellingen van 2050 te halen.

De Europese Commissie wil gaan onderzoeken of beslissingen in de Raad over energiebeleid die belastingbeleid raken ook met gekwalificeerde meerderheid genomen kunnen worden in plaats van met unanimiteit. De instelling heeft daartoe een mededeling gepubliceerd in april 2019

10.

Meer informatie

Terug naar boven