r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

De Europese Unie en kernenergie

Kerncentrales
Bron: Stefan Kühn

Ongeveer 30% van de Europese energievoorziening komt van kerncentrales. Op het moment zijn 130 reactoren actief in veertien EU-lidstaten. Het vreedzame gebruik van kernergie is vastgelegd in het EURATOM-Verdrag, dat in 1957 ondertekend is door België, Luxemburg, Nederland, Frankrijk, Italië en Duitsland. De doelstellingen van EURATOM zijn onder andere onderzoek naar en de ontwikkeling van een vreedzaam gebruik van kernenergie en het bewaken van de beschikbaarheid van voldoende splijtstof. Problemen als de klimaatverandering en de afhankelijkheid van buitenlandse energieleveranciers vragen om een gemeenschappelijke aanpak van het Europees energiebeleid en een gezamenlijk standpunt over de rol van kernenergie daarin.

Als gevolg van het nog beperkte gebruik van duurzame energiebronnen zoals zon, wind en water is Europa voor haar gasvoorziening sterk afhankelijk van buitenlandse leveranciers zoals Rusland en het Midden-oosten. Dit is onwenselijk omdat bij economische of politieke conflicten de energievoorziening in gevaar kan komen.

Het belangrijkste schadelijke effect van kernenergie is het radioactieve afval. Kernenergie is echter óók de grootste bron van CO2-vrije energie en draagt daarom niet bij aan het broeikaseffect. Bovendien is kernenergie relatief goedkoop. Kernenergie blijft dus een belangrijke bron voor een groot deel van de EU lidstaten.

Delen

Inhoud

1.

Kernenergie in de EU

Sommige lidstaten zijn afhankelijker van kernenergie dan anderen. In Frankrijk zorgt kernenergie bijvoorbeeld voor liefst driekwart van de totale energievoorziening. Wel heeft Frankrijk plannen gemaakt voor een energiepakket wat de afhankelijkheid van kernenergie moet terugschroeven naar 50 procent.

België gaat hierin nog een stap verder. In 2012 stelde premier Elio di Rupo dat het land kernenergievrij moet zijn in 2025. Duitsland wilt dit al in 2022 realiseren. In april 2016 publiceerde de Commissie een mededeling van de Commissie in april 2016 waarin lidstaten, met het oog op het veiligstellen van de energievoorziening, voorzichtig werden aangemoedigd om meer in kernenergie te investeren. Dit viel dan ook niet in goede aarde bij lidstaten die met de bovengenoemde afwikkeltrajecten bezig zijn.

De visie op kernenergie is wijdverspreid binnen de EU. Wel hoopt de Europese Commissie dat de individuele overheden hun broeikasgassen met 40 procent omlaag brengen in 2030. Hoe dit doel bereikt moet worden staat niet vast. Dit betekent dat sommige lidstaten dit met behulp van kernenergie zullen realiseren. Om aan de veiligheidseisen te voldoen die de EU op dit gebied stelt, zijn echter wel miljardeninvesteringen nodig.

Door problemen in Japanse kerncentrales na de tsunami in maart 2011 is de discussie over het gebruik en de schadelijke effecten van kernenergie in Europa weer aangewakkerd.

2.

Discussie door problemen in Japan

Op 11 maart 2011 werd Japan getroffen door een reeks aardbevingen die ook een tsunami tot gevolg had. Door het natuurgeweld viel bij een aantal kernreactoren het koelsysteem uit, wat leidde tot explosies en oververhitting. Op sommige plaatsen kwam straling vrij.

Stresstest

Na de ramp in Japan besloot de EU de productie van kernenergie en de veiligheid van de kerncentrales binnen de EU kritisch te bekijken. De Europese Commissie besloot dit te doen met een stresstest. Eventuele punten voor verbetering konden vervolgens meegenomen worden bij het herzien van de regelgeving rondom kernenergie, waar de Commissie al mee bezig was.

De stresstest bestond uit drie fasen. Ten eerste gaven exploitanten van kerncentrales de resultaten van een zelfbeoordeling door aan de nationale regelgevende instanties. Daarop stelden de nationale autoriteiten een rapport op dat in december 2011 werd ingediend bij de Commissie. Tot slot hebben multinationale teams de situatie in de Europese lidstaten bekeken.

In april 2012 gaf eurocommissaris Günther Oettinger de EU-landen meer tijd om de veiligheid van hun kernreactoren te testen. Op 4 oktober 2012 bleek uit het daaropvolgende rapport dat Europese kerncentrales veilig waren. Desalniettemin was er volgens Oettinger ruimte voor verbetering. Op 13 juni 2013 stelde hij voor de stresstests voor kerncentrales elke zes jaar uit te voeren.

Europees Burgerinitiatief

In juni 2012 hebben milieu- en natuurorganisaties uit elf lidstaten een Europees Burgerinitiatief ingediend om het gebruik van nucleaire energie in de EU terug te dringen. Dit voorstel is door de Europese Commissie verworpen om procedurele redenen: een Europees Burgerinitiatief kan alleen worden ingediend wanneer het gaat over onderwerpen die in het Verdrag van Lissabon staan. Nucleaire energie staat echter in een ander verdrag vermeld, namelijk in het Euratom Verdrag. Dit verdrag zou geen Europees burgerinitiatief toestaan.

De organisatoren van het initiatief zijn het hier niet mee eens en stellen dat het onderwerp wel binnen de bevoegdheden van het Verdrag van Lissabon valt en dat de Europese Commissie het initiatief daarom niet mag afwijzen.

3.

Besluitvorming

Richtlijn nucleaire veiligheid

In juni 2009 heeft de Raad een richtlijn aangenomen over nucleaire veiligheid. De richtlijn voorzag in de oprichting van een kader dat zorgt voor de bevordering en continue verbetering van nucleaire veiligheid en regelgeving. Ook gaf de verzocht de richtlijn lidstaten zelf te zorgen voor passende nationale wetgeving zodat werknemers en de plaatselijke bevolking beschermd werd tegen de gevaren van de ioniserende straling van kerninstallaties. In een amendement van de richtlijn in 2014 gaf de Raad de volgende adviezen mee:

  • nationale regelgevende autoriteiten moeten compleet zelfstandig zijn in het uitgeven van licenties voor nieuwe kerncentrales. De overwegingen en besluitvorming hierover moeten openbaar worden gemaakt
  • er moet een rampscenario ontwikkeld worden voor grensoverschrijdende actie bij noodgevallen
  • compensatie voor slachtoffers mag niet afhankelijk zijn van het land waar het slachtoffer woont, maar moet binnen de Europese Unie gelijkgetrokken worden

Richtlijn verwerking kernafval

De Raad Energie ging in juli 2011 akkoord met een richtlijn met regels voor de verwerking van radioactief afval. De EU-lidstaten moeten op basis van de nieuwe richtlijn nationale programma's opstellen waarin zij aangeven hoe zij afval van kerncentrales en radioactief materiaal dat wordt gebruikt voor medische of industriële doeleinden willen beheren. Deze plannen moesten uiterlijk eind 2014 bekend zijn bij de Commissie, die ze zal beoordelen. Daarna moeten de programma's regelmatig bijgewerkt worden.

Een ander onderdeel van de richtlijn is de plicht van lidstaten om burgers een stem te geven in de besluitvorming rond radioactief afval. Daarnaast worden de veiligheidsstandaarden van het internationale atoomagentschap IAEA bindend voor de EU. Door middel van wederzijdse controles zullen EU-lidstaten erop toezien dat deze standaarden gehandhaafd worden.

De richtlijn regelt ook de uitvoer van radioactief materiaal naar landen buiten de EU. Alleen als in het ontvangende land toereikende faciliteiten zijn voor de verwerking, is export naar andere landen toegestaan. Op dit moment heeft nog geen enkel land voorzieningen die voldoen aan de eisen hiervoor. De Europese Commissie verwacht dat het opzetten van deze installaties minstens veertig jaar duurt, waardoor de uitvoer van kernafval feitelijk verboden is. Afrika, landen in de Pacifische Oceaan en de Cariben worden specifiek genoemd als gebieden waarnaar in geen geval nucleair materiaal uitgevoerd mag worden.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is aan het wikken en wegen.

    Ook met het oog op de strenge milieunormen van de EU voor de bestrijding van klimaatverandering, is kernenergie een interessante optie omdat het niet bijdraagt aan luchtvervuiling. Kernenergie is een redelijk schoon alternatief voor fossiele brandstoffen, maar het is niet de enige oplossing. Samen met andere natuurlijke energiebronnen, zoals zon, water en wind, is kernenergie een goed alternatief voor fossiele brandstoffen.

    Europa moet zich minder afhankelijk te maken van buitenlandse gasleveranciers. De Europese energieproductie daalt, terwijl de energieconsumptie stijgt. Hier moet een oplossing voor worden gevonden. Conflicten over de gasvoorziening tussen Rusland en Oekraïne, of de dreiging van militaire conflicten in het Midden-Oosten laten duidelijk onze afhankelijkheid zien.

    Rampen met kerncentrales zoals in Tsjernobyl moeten vermeden worden. Kernenergie is niet de enige oplossing. Om het klimaatprobleem en de energiecrisis op te lossen, kunnen we beter investeren in duurzame energieopwekking uit wind, zon en water.

    Er dient een gemeenschappelijk Europees energiebeleid te komen. Grensoverschrijdende vraagstukken zoals klimaatverandering en het veiligstellen van de energievoorraden kunnen alleen in internationaal verband worden opgelost. En gemeenschappelijk Europees energiebeleid zou ervoor zorgen dat onderhandelingen met verschillende energieleveranciers makkelijker gaan. Er zouden op grotere schaal energiebesparende en duurzame projecten komen.

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven