r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Werken in een ander land in de Europese Unie

Volgens de Europese wetgeving kunnen alle EU-burgers in een ander EU-land in loondienst of als zelfstandige werken, er werk zoeken, of er van een pensioen genieten. Burgers afkomstig uit een andere EU-lidstaat moeten dan op dezelfde manier worden behandeld als de burgers van dat land. 17 miljoen Europeanen wonen of werken in een andere lidstaat dan waar ze vandaan komen.

Als gevolg van het vrije verkeer van werknemers kunnen EU-burgers ook aanspraak maken op de socialezekerheisstelsels in de landen waar ze aan het werk gaan. Vrijwel alle vacatures in de EU staan onder dezelfde voorwaarden open voor alle EU-burgers, met recht op de sociale zekerheidsuitkeringen van het betreffende EU-land. Voor burgers afkomstig uit landen van de Europese Economische Ruimte (EER) geldt in principe ook dat ze eenvoudig in een EU-land aan de slag mogen.

De EU is nog altijd bezig om het vrije verkeer van werknemers uit te breiden. Dat valt niet altijd in goede aarde bij de lidstaten, aangezien het Europese sociale beleid regelmatig de nationale soevereiniteit van lidstaten raakt. Zo leidde een voorstel tot herziening van de detacheringsrichtlijn tot veel ophef. Ondanks het nationale verzet werd de richtlijn in juni 2018 toch goedgekeurd. Daarnaast bereikten de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement op 19 maart 2019 een akkoord over werkloosheidsuitkeringen in andere EU-landen. In de toekomst zal het mogelijk zijn om na een maand werken in een ander EU-land aanspraak te maken op een werkloosheidsuitkering in dat land als je ontslagen wordt.

1.

Een gelijk speelveld voor EU-werknemers

Het vrije verkeer van personen is vastgelegd in artikel 45-54 VWEU. In 2010 werd er een verordening geïmplementeerd dat zich focust op het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (COM(2010)204). Sindsdien is de Europese Commissie bezig geweest om het eenvoudiger te maken voor EU-burgers om in een ander land aan de slag te gaan. In een evaluatierapport (COM(2018)789) dat de Europese Commissie in 2018 publiceerde over Europese regelgeving omtrent het vrije verkeer van werknemers werd geconcludeerd dat de meeste lidstaten voldoen aan de eisen die in de verordening staan. In de praktijk zijn er echt nog een aantal obstakels die overwonnen moeten worden.

De EU probeert om barrières voor werkenden in de EU zoveel mogelijk op te heffen, zodat het eenvoudig is om in een ander EER-land te werken. In de Europese pijler van sociale rechten zijn 20 rechten en beginselen opgenomen die een goedwerkende en eerlijke arbeidsmarkt en sociale zekerheidsstelsels moet bevorderen. De drie prioriteiten zijn: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming en inclusie.

2.

Een baan zoeken

Europese burgers kunnen op elke vacature in andere EU-landen solliciteren. Voor hen gelden dan precies dezelfde voorwaarden als voor de burgers van dat land. Wel kan een land sommige overheidsbanen voor de eigen burgers reserveren, wanneer die te maken hebben met de bescherming van de openbare orde of het landsbelang (bv. bij het leger, de politie, justitie, de belastingdienst of de diplomatieke dienst).

Voor werknemers uit nieuwe EU-landen die in een andere lidstaat aan de slag willen geldt een overgangsregeling van 7 jaar. Aangezien Kroatië pas in 2013 is toegetreden zijn de Europese bepalingen wat betreft vrij verkeer van werknemers nog niet volledig tot Kroatische werknemers van toepassing.

De Europese Commissie beheert de internetsite EURES, waarop een paar miljoen vacatures in ruim 30 landen staan. Ook geeft de site informatie over onderwijsmogelijkheden en over leven en werken in de EER-landen.

3.

Sociale zekerheid en arbeidsvoorwaarden

De EU-voorschriften garanderen dat Europese burgers bij één enkel stelsel voor sociale zekerheid zijn aangesloten en dat al hun rechten (met name uw pensioenrechten) behouden blijven als ze in een ander EU-land aan de slag gaan.

In principe is men verzekerd in het land waar men werkt. Elk EU-land bepaalt zelf op welke uitkeringen men recht heeft en hoe lang iemand gewerkt moet hebben voordat hij/zij recht heeft op een werkeloosheidsuitkering. EU-burgers hebben (onder bepaalde voorwaarden) net als hun gezinsleden recht op dezelfde socialezekerheidsuitkeringen en sociale voorzieningen als de burgers van het gastland. Deze rechten omvatten:

  • recht op gezondheidszorg,
  • recht op uitkeringen bij ziekte, zwangerschap, werkloosheid, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten en overlijden,
  • recht op ouderdoms- en nabestaandenpensioenen en
  • recht op gezinstoeslagen

Tevens geldt dat de 'nieuwkomer' ook dezelfde belastingen moet betalen als de burgers van het gastland.

Wel wordt nog steeds geëist dat EU-burgers die zich in een andere lidstaat willen vestigen, een economische activiteit uitoefenen of over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Na vijf jaar onafgebroken in een ander land te hebben gewoond, krijgen EU-burgers en hun familieleden echter een permanent verblijfsrecht, waaraan geen voorwaarden zijn verbonden.

Werkloosheid

Werklozen hebben het recht om een bepaalde periode in een ander EU-land te wonen om daar een baan te zoeken. Meestal is dit een periode van zes maanden, maar soms ook drie maanden. Bij een verblijf in een ander EU-land van langer dan drie maanden moet men zich wel inschrijven bij de bevoegde instanties (in Nederland de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)), die een bewijs afgeeft dat aan de inschrijfplicht voldaan is.

Onder bepaalde voorwaarden kan iemand maximaal drie maanden een werkloosheidsuitkering ontvangen in het gastland. Als iemand bijvoorbeeld in Nederland een werkloosheidsuitkering ontvangt, dan kan deze worden behouden wanneer er in een ander EU-land naar werk wordt gezocht. Men moet daarvoor ten minste vier weken bij het UWV Werkbedrijf ingeschreven zijn geweest. Voor meer informatie over het meenemen van een WW-uitkering naar een ander EU-land kunt u terecht op de website van het UWV.

Een belangrijk discussiepunt is de sociale zekerheid van werknemers in een ander EU-land. De Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement hebben inmiddels een akkoord hierover bereikt. Volgens de nieuw in te voeren regels kunnen werknemers die minstens een maand in een ander EU-land gewerkt hebben aanspraakmaken op een werkloosheidsuitkering in hun gastland. Een buitenlandse werknemer mag dan ook weer terugverhuizen naar het land van herkomst met behoud van de werkloosheidsuitkering.

Gedetacheerde en zelfstandige werknemers

De Europese Commissie gaf in maart 2012 aan dat de naleving van regels voor grensarbeiders en gedetacheerde werknemers soms te wensen overliet, en pleitte daarom voor meer toezicht op de regels voor gedetacheerde werknemers. In 2016 publiceerde de Commissie een voorstel om de detacheringsrichtlijn te herzien. Burgers die tijdelijk worden uitgezonden, zouden evenveel moeten verdienen als hun collega's in het gastland die hetzelfde werk doen, zo is de gedachte. Door elf nationale parlementen werd er een gele kaart getrokken omdat het voorstel niet zou voldoen aan de subsidiariteitseisen. Ondanks het nationale verzet werd de richtlijn in juni 2018 toch goedgekeurd.

Sinds 2012 zijn regels voor sociale zekerheid aangaande zpp'ers die actief zijn in een ander EU-land van kracht. Rechten die zijn opgebouwd in het land waar de ondernemer zijn of haar activiteiten ontplooide, zoals recht op een uitkering bij werkloosheid, blijven overeind. Dit is ook het geval als een dergelijke uitkering in het land van herkomst niet bestaat. In 2018 kwam de Raad met een aanbeveling (COM(2018)132). Die richt zich voor een deel op bescherming van zelfstandigen of mensen met atypische arbeidsvormen.

Europese Arbeidsautoriteit

In februari 2019 werd besloten tot de oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit (ELA). Het agentschap moet ervoor zorgen dat de nationale inspecties niet langs elkaar heen werken, met name bij grensoverschrijdende arbeid. De ELA zou in 2023 op volle kracht moeten draaien met een jaarlijks budget van 50 miljoen euro.

4.

Erkenning van diploma's en kwalificaties

Als een werknemer zich in een ander EU-land wilt vestigen, worden voor enkele beroepsgroepen de diploma's automatisch erkend. Voor anderen geldt dat niet. Deze beroepen worden 'gereglementeerde beroepen' genoemd. Voor bepaalde beroepen, zoals advocaten, luchtverkeersleiders en piloten gelden bijzondere regels.

Vanaf 18 januari 2016 is het voor verpleegkundigen, apothekers, fysiotherapeuten, makelaars en berggidsen makkelijker geworden om in een ander EU-land aan de slag te gaan dankzij de Europese beroepskaart (European professional card). Dat is een elektronisch certificaat waardoor hun diploma's in een ander land makkelijker worden erkend.

5.

Meer informatie

Terug naar boven