r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Nederlandse afdrachten aan de EU, subsidies en naheffingen

De begroting van de Europese Unie wordt gefinancierd door de lidstaten. Dat geld wordt uitgegeven aan allerlei beleidsprogramma's en subsidies. Veel Europees geld vloeit weer daardoor terug naar de lidstaten.

Nederland draagt ieder jaar meer geld af (in 2017 6,9 miljard) dan het ontvangt (in 2017 3,7 miljard). Nederland is per saldo dus een netto-betaler. Omdat Nederland relatief meer betaald dan landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau heeft Nederland met succes een korting bedongen. Sinds 2007 hoeft Nederlands jaarlijks bijna 1 miljard euro per jaar minder over te maken aan de Europese Unie.

In de afgelopen jaren heeft Nederland een aantal keer een flinke naheffing moeten betalen van enkele honderden miljoenen. Daar staat tegenover dat Nederland ook een paar keer geld terug kreeg van de EU. Die meevallers waren wel een heel stuk lager dan de de naheffingen.

Overigens heeft het EU-lidmaatschap voor Nederland veel economische voordelen; die zijn veel groter dan de jaarlijks te betalen afdrachten aan de EU.

Afdrachten

Het geld dat de Europese Unie tot haar beschikking heeft, bestaat uit middelen die de EU ieder jaar van de 28 lidstaten ontvangt. De lidstaten ontvangen op hun beurt weer geld van de EU in de vorm van bijvoorbeeld landbouwsubsidies of bijdragen uit de structuurfondsen.

Nederland droeg in 2017 ruim 6,9 miljard euro af aan de EU. In hetzelfde jaar ontvingen we ruim 3,7 miljard aan Europese steun. Dat betrof onder andere de incidentele ontvangst van 2,8 miljard euro als gevolg van de ratificatie van het Eigen Middelen Besluit. Per saldo betaalde Nederland dus ruim 3 miljard euro. Deze positie als netto-betaler bestaat voor Nederland sinds 1991. Nederland was in de periode 1981-1990 een netto-ontvanger. In de jaren daarvoor wisselde de positie regelmatig.

Omdat Nederland vergeleken met andere landen veel aan de EU moet betalen, krijgt Nederland sinds 2007 een jaarlijkse korting van bijna 1 miljard euro per jaar op zijn afdrachten.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

De opbouw van de afdrachten

Hoeveel een land moet afdragen aan de Europese Unie hangt in de eerste plaats af van de totale uitgaven die de Europese Unie in een jaar begroot heeft. Deze uitgaven mogen maximaal 1,23% bedragen van het totale inkomen van de lidstaten van de Europese Unie samen. De gezamenlijk afdrachten van de lidstaten zullen dus nooit hoger zijn dan dat maximum.

De inkomsten van de Europese Unie bestaan voor ongeveer driekwart uit bijdragen van de lidstaten. Die bijdragen zijn voor een groot deel gebaseerd op hun bruto binnenlands product (bbp). Hoe hoger het inkomen van een land, des te hoger de 'contributie' aan de EU.

Naast een percentage van het nationaal inkomen bedraagt de afdracht van een lidstaat aan de EU uit twee andere delen:

  • traditionele eigen middelen: dit zijn voornamelijk landbouwheffingen (75% van de door de lidstaten geïnde heffingen op de invoer van suiker) en douanerechten
  • BTW-middelen: er wordt een vastgesteld percentage van de BTW afgedragen

Tabel: afdracht van Nederland aan de EU in 2017 (afgerond en in miljarden euro's):

traditionele eigen middelen

3,0

BTW-middelen

0,5

afdracht van Bruto Nationaal Inkomen

3,4

correcties/kortingen op bni-afdracht

0,6

Voor 2018 en 2019 staan de volgende bedragen geraamd (afgerond en in miljarden euro's):

 

2018

2019

traditionele eigen middelen

3,4

3,3

BTW-middelen

0,5

0,6

afdracht van Bruto Nationaal Inkomen

4,2

4,7

correcties/kortingen op bni-afdracht

-0,6

0,7

2.

Naheffingen

Wanneer het bruto binnenlands product (bbp) van een EU-lidstaat uiteindelijk anders uitvalt dan oorspronkelijk is ingeschat, volgt er een Europese naheffing of teruggave. Wanneer het bbp verandert, verandert de bijdrage dus ook.

Overzicht Nederlandse meevallers en naheffingen per jaar

 

Europees Begrotingsjaar

Meevaller (+) of naheffing (-) in miljoenen euro's

2005

-600

2006

-100

2007

+200

2008

+100

2009

+300

2010

+1000

2011

+300

2012

+100

2013

-500

2014

-643

2015

-446

2016

+124

2017

+64

Netto

-101

3.

Discussie over de hoogte van de afdrachten

Het bedrag dat lidstaten afdragen is niet volledig evenredig aan hun welvaart. Dit komt doordat de afdracht niet alleen is gebaseerd op nationaal inkomen, maar bijvoorbeeld ook op BTW-heffingen. Minder welvarende lidstaten zullen echter altijd minder afdragen dan de rijkere lidstaten. In 2005 droeg elke EU-burger gemiddeld 232 euro per jaar af aan de Europese Unie, in 2011 was dit ongeveer 250 euro; zo'n 65 cent per dag per burger. In het land met de hoogste afdracht is de afdracht 275 euro per hoofd van de bevolking.

Als de afdrachten worden verrekend met de middelen die Nederland ieder jaar ontvangt van de EU, dan blijkt Nederland netto een paar miljard euro per jaar aan de EU af te dragen. Door een harde opstelling van Nederland in de onderhandelingen van achtereenvolgens de EU-begroting 2007-2013 en 2014-2020 is de totale jaarlijkse afdracht vanaf 2007 verlaagd met 1 miljard euro. Dit betekent een afname van ruim 62 euro per hoofd van de bevolking. De harde opstelling van Nederland heeft echter ook gezorgd voor het verslechteren van de Nederlandse reputatie ten aanzien van Europese samenwerking.

Douaneheffingen

Bij de betalingspositie van Nederland is nog een kanttekening te plaatsen. De 'traditionele eigen middelen' die worden afgedragen, bestaan voor Nederland vooral uit douaneheffingen die worden toegepast bij de import van goederen. In 'Nederland Distributieland' komen veel goederen de EU binnen die vervolgens naar andere EU-landen worden getransporteerd. Daarom worden (bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven) veel douaneheffingen geïnd, die vervolgens afgedragen worden aan 'Brussel'. Omdat de goederen in veel gevallen worden doorgevoerd naar andere landen, komen de heffingen echter veelal voor rekening van de consumenten in de landen van bestemming. Het lijkt dan alsof Nederland geld aan de EU heeft moeten betalen, terwijl de kosten eigenlijk voor rekening van consumenten in andere landen zijn. De Europese Commissie is daarom van mening dat Nederland zo'n 3 miljard euro aan douaneheffingen niet mee mag rekenen als afdracht aan de EU.

4.

Voordelen interne markt

In 2008 heeft het CPB onderzoek gedaan naar de invloed van de interne markt op de Nederlandse economie. Uit de studie blijkt dat de interne markt de individuele burger elk jaar tussen de 1.500 en 2.200 euro oplevert. Dat komt vooral door de export van goederen vanuit Nederland naar andere EU-landen.

5.

Subsidies

Net als andere EU-landen ontvangt Nederland veel subsidies van de EU, bijvoorbeeld voor landbouw en onderzoek. In 2014 ging het om meer dan 2 miljard euro.

6.

Korting bijdrage EU-begroting

Bij het vaststellen van het meerjarig financieel kader 2014-2020 werd overeengekomen dat onder andere Nederland geld terugkrijgt omdat ons land per inwoner veel bijdraagt aan de EU-begroting.

Deze verrekening bedroeg voor Nederland ongeveer 900 miljoen per jaar. Omdat de uitwerking van deze afspraak op zich liet wachten kreeg Nederland in 2016 de teruggave van 2014, 2015 en 2016 in één keer gestort. Minister Dijsselbloem liet in mei 2017 weten dat Nederland zo'n 80 miljoen euro minder hoeft te betalen, omdat de uitgaven van de EU lager waren dan verwacht.

7.

Kritiek op verantwoording over de besteding van EU-geld

De Europese Rekenkamer onderzoekt ieder jaar de verantwoording die de lidstaten afleggen over de besteding van EU-geld. Tot nu toe heeft de Europese Rekenkamer nog nooit een betrouwbaarheidsverklaring gegeven als teken van een goede verantwoording.

Nederland is in 2007 gestart met het afgeven van een lidstaatverklaring, waarin de besteding voor Nederland wordt verantwoord. Daarmee waren we de eerste in de Europese Unie. Het aantal landen dat tot nu toe meedoet is klein en bovendien doen de Europese instellingen nog maar weinig met de verklaringen van de lidstaten. Uitzondering daarop is het Europees Parlement.

8.

Meer informatie

Terug naar boven