r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Laatste nieuws: 

Niet/beperkt geactualiseerd na 1 mei 2014.

Toetreding Bulgarije tot de Europese Unie

Vlag van Bulgarije

Bulgarije is op 1 januari 2007 lid geworden van de Europese Unie. Aanvankelijk was het niet zeker of de regelgeving in Bulgarije op het gebied van het openbaar bestuur en corruptie bestrijding zich op Europees niveau bevond. Daarom was overeengekomen dat het lidmaatschap eventueel een jaar later zou ingaan, wanneer hervormingen ontoereikend of te laat werden doorgevoerd.

Uiteindelijk waren de hervormingen op genoemde gebieden ver genoeg gevorderd om Bulgarije op 1 januari 2007 lid te laten worden. Wel gold de voorwaarde dat het land door moest blijven gaan met het doorvoeren van hervormingen, die moesten worden opgenomen in voortgangsrapporten opgesteld door de Europese Commissie. Met deze vorm van extra toezicht werd de naleving van de afgesproken hervormingen getoetst en konden eventuele sancties worden opgelegd bij het niet nakomen van afspraken.

De toetreding van Bulgarije was voor de Europese Unie van strategisch belang bij het vormen van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid. Zo speelt Bulgarije een belangrijke rol bij het bewaken van de Oostgrens van de Europese Unie. Het land vormt tevens één van de sleutels naar de Balkanlanden en de regio om de Zwarte Zee. Ook leverde Bulgarije een positieve bijdrage aan de oplossing van de Kosovo-crisis van 1998. Toetreding tot de EU was ook belangrijk voor Bulgarije. Het land hoopte politieke stabiliteit te vinden en bovenal de welvaart te verhogen door de toetreding.

1.

Voorgeschiedenis

Tijdens het communistische regime in Bulgarije, waarin toenmalig premier Tudor Zhivkoc alle macht naar zich toe trok, onderhield de Europese Unie minimale betrekking met het land. De betrekkingen raakten nog ernstiger verstoord, nadat de Turkse Mehmet Ali Agca een aanslag pleegde op de paus in 1981 en onthulde dat hij in opdracht van de Bulgaarse geheime dienst opereerde. In deze periode was er geen politieke vrijheid voor de Bulgaren, en ook de persvrijheid was ernstig beperkt.

Vanaf 1986 vonden veranderingen plaats die verbonden waren aan de politieke ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Het communistische regime in Bulgarije brokkelde langzaam af. Eind 1989 trad Zhivkov af wat leidde tot de eerste vrije verkiezingen in 44 jaar.

Diplomatieke relaties tussen de Europese Unie en Bulgarije kwam weer op gang na de val van het communistische regime. In mei 1990 sloot de Europese Economische Gemeenschap een Overeenkomst voor Handel en Samenwerking met de Bulgaarse regering. Vanaf de bekrachtiging van de overeenkomst zouden stapsgewijs de quota's op Bulgaarse import naar de Gemeenschap beëindigd worden. Ook ging het PHARE-programma in mei van start. Ook gaf Bulgarije in december 1990 aan dat het graag onderdeel wilde worden van de Europese Gemeenschap. In maart 1993 tekende de Bulgaarse regering een Europa-overeenkomst met de Europese Economische Gemeenschap. Eind 1995 deed Bulgarije een verzoek tot toetreding tot de Europese Unie.

2.

Struikelblokken

De leiders van de Europese Unie stelden strenge eisen aan de mogelijke toetreding. Omdat Bulgarije (en Roemenië) niet snel genoeg konden inspelen op deze eisen, misten beide landen de toetreding per 1 mei 2004. Bulgarije had moeite met de hervorming van het openbaar bestuur en de bestrijding van corruptie. De versterking van de onafhankelijkheid van rechters en de hervorming van het justitieel systeem waren prioriteiten. Ook was de wetgeving over de grenscontrole nog niet aangepast zodat de corruptie, mensenhandel en georganiseerde misdaad nog doorgang vonden. Tussen 1992 en 2002 werd er via het PHARE-programma van de Unie 1.35 miljard euro besteed aan hervormingen binnen alle segmenten van de samenleving in Bulgarije. Vanaf 1998 werden de gelden uitgegeven aan de hervormingen die nodig waren om te voldoen aan de Europese normen.

Discriminatie zigeuner-gemeenschappen

Tijdens het toetredingsproces waren er nog enkele specifieke knelpunten waaronder de leefomstandigheden van Roma (zigeuners). Na de val van het communisme leken de Romagemeenschappen zich steeds meer te ontwikkelen tot derdewereld-enclaves. Tachtig procent van de Roma in Bulgarije leefde in 2004 volgens de Wereldbank onder de armoedegrens. In april 2005 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin het de afzondering in huisvesting en onderwijs en de discriminatie op de arbeidsmarkt van Roma in Oost-Europa veroordeelde. Onder druk van de Europese Unie nam Bulgarije daarna antidiscriminatiewetgeving aan.

Leefomstandigheden zorginstellingen

Ook de leefomstandigheden in instellingen voor verstandelijk gehandicapten waren een terugkerend knelpunt in het toetredingsproces. Uit rapporten van Amnesty International uit 2005 bleek dat de klinieken nog steeds overbevolkt waren, dat patiënten werden vastgebonden en dat zij slecht werden gekleed. Een stap in de goede richting was het minimuminkomen dat Bulgarije had ingesteld voor gehandicapten.

Homorechten

In 2001 gaf het Europees Parlement in een rapport aan dat Bulgarije pas aan de toetredingscriteria kon voldoen, wanneer het land de wetgeving voor homo's aan zou passen aan de Europese wetgeving. Bulgarije herzag de wetgeving wel, maar de wet werd uiteindelijk nog niet goed toegepast.

Kerncentrales

Een speerpunt binnen de onderhandelingen was het ontmantelen van 4 units van de uit het Sovjettijdperk stammende kerncentrale Kozloduy. De twee oudste reactors werden al in 2002 op non-actief gesteld, de andere twee sloten pas na de toetreding van Bulgarije in 2007. Via het PHARE-programma werd geld beschikbaar gesteld voor de ontmanteling van de vier eenheden van de Kozloduy-kerncentrale. Omdat de kerncentrales verantwoordelijk waren voor ongeveer 40 procent van de elektriciteitsvoorziening van Bulgarije gaf de Europese Unie ook financiële steun aan Bulgarije om te investeren in andere (duurzamere) energiebronnen.

3.

Mijlpalen

De Europese Raad besloot in december 2004 de toetredingsonderhandelingen te sluiten, zodat Bulgarije (in principe) per 1 januari 2007 lid van de Europese Unie kon worden. De Europese leiders namen dit besluit unaniem. Behalve unanimiteit in de Europese Raad, was ook goedkeuring van het Europees Parlement noodzakelijk. Het Parlement stelde zich vanaf 1999 regelmatig op de hoogte van de vorderingen die Bulgarije maakte bij de hervormingen, mede op basis van de rapporten van de Europese Commissie. In het Europees Parlement hield de Commissie Buitenlands Beleid zich bezig met de mogelijke toetreding van Bulgarije.

Op 13 april 2005 gaf het Europees Parlement met 534 stemmen voor en 88 tegen zijn goedkeuring aan het verdrag waarmee Bulgarije het EU-lidmaatschap zou verkrijgen. De Europese leiders, waaronder toenmalig premier Balkenende, tekenden dit verdrag op 25 april 2005 in Luxemburg. Het verdrag garandeerde de toetreding van Bulgarije tot de Europese Unie per 1 januari 2007 of 1 januari 2008. De toetredingsdatum was afhankelijk van de voortgang die het land zou boeken met de door de Unie gewenste hervormingen.

Regionale vrijhandelszone

In 2006 werden onderhandelingen gevoerd om een vrijhandelszone in te stellen tussen Roemenië, Bulgarije en de Westelijke Balkanlanden. De 31 bestaande bilaterale handelsverdragen in de regio werden hierdoor vervangen door één verdrag. De Europese Unie stimuleerde dit initiatief omdat economische samenwerking in de regio een basis en voorbereiding vormde voor het lidmaatschap van de Europese Unie.

Toetreding

In oktober 2005 meldde toenmalig eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding EU) dat Bulgarije wellicht niet op alle beleidsterreinen zou mogen meebeslissen, als de noodzakelijke hervormingen per 2007 niet volledig waren doorgevoerd. In het toetredingsverdrag was met het oog hierop een zogenaamde "vrijwaringsclausule" opgenomen. Deze clausule was bedoeld om druk te blijven uitoefenen op de Bulgaarse overheid om door te gaan met hervormingen, ook na toetreding tot de EU. Daarnaast had de EU nog een ander drukmiddel: het onthouden van EU-gelden.

Eind september 2006 liet de Europese Commissie weten dat Bulgarije ver genoeg was gevorderd met de gewenste hervormingen en per 2007 mocht toetreden. Toch moest Bulgarije nog wel verdere hervormingen door blijven voeren die zouden worden geëvalueerd door de Europese Commissie in voortgangsrapporten. Bulgarije trad op 1 januari 2007 toe tot de Europese Unie. Nadat Bulgarije was toegetreden bleef de Europese Unie nog verschillende vormen van financiële steun bieden zodat het openbaar bestuur verder versterkt werd in de handhaving van de nieuwe wetten. Ook kreeg Bulgarije het eerste jaar na toetreding nog steun bij het bewaken van de nieuwe Europese buitengrens.

Terwijl de Europese Commissie overwegend positief was over de toetreding van Bulgarije tot de Unie in 2007, waren de Europarlementariërs kritischer. Ook de Nederlandse leden van het Europees Parlement bleken problemen te hebben met de toetreding van Roemenië. De toenmalige Nederlandse Europarlementariërs Joost Lagendijk (GroenLinks) en Camiel Eurlings (CDA) stelden dat het achteraf onverstandig was geweest een datum vast te stellen voor de toetreding.

Volgens hen kon het enige criterium zijn of een land al dan niet voldeed aan de criteria. De datum was destijds vastgesteld door toenmalig eurocommissaris Günter Verheugen. Hij wilde zowel Roemenië als Bulgarije een duidelijk perspectief bieden op toetreding om eventuele anti-Europese krachten geen kans te geven.

Voortgang hervormingen na toetreding

De Europese Unie maakt regelmatig voortgangsrapportages op basis van het coöperatie- en verificatiemechanisme' over de hervormingen, omdat Bulgarije na toetreding niet aan alle voorwaarden voldeed. Via de rapportages houdt de Europese Commissie de vinger aan de pols. Zo liet een rapport uit 2008 zien dat de Commisie nog steeds erg kritisch was over de vooruitgang op het gebied van corruptie en hervormingen van het justitieel systeem. Met deze reden ging de Europese Unie over op de onthouding van EU-gelden aan Bulgarije. De Commissie blokkeerde rond de €500 miljoen aan EU-subsidies totdat Bulgarije haar zaken op orde had.

In reactie op de aantijgingen in het rapport zei de toenmalige Bulgaarse premier Sergei Stanisjev dat zijn regering inmiddels al verbeteringen had aangebracht. Volgens hem kwam het kritische rapport vooral door 'moeilijke communicatie met sommige delen van de Europese Commissie' en door de 'hooghartige houding van sommige lage en middelhoge bestuurders en hun onderschatting van de rol van de Europese Commissie. De Europese Commissie zou de bevriezing van EU-gelden pas opheffen wanneer de beloofde hervormingen resultaten lieten zien. Uit een tussentijdse rapportage van de Commissie in februari 2009 bleek dat de hervormingen op het gebied van openbaar bestuur, rechtspraak, bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad nog steeds onvoldoende tastbare resultaten opleverden.

Bulgarije boekte na deze eerste rapporten alsnog vooruitgang op het gebied van corruptie- en fraudebestrijding en voerde een deel van de beloofde hervormingen door. Daarom hefte toenmalig Eurocommissaris Mariann Fischer Boel in september 2009 de blokkade van bijna € 110 miljoen aan landbouwsubsidies voor Bulgarije op. Dit bedrag was geblokkeerd nadat fraude met deze subsidie was ontdekt.

Volgens het jaarrapport van 2011 moest er - net als in 2010 - nog het nodige worden verbeterd ten aanzien van fraudebestrijding en justitiële hervormingen. De Commissie concludeerde echter wel dat de wil om te hervormen aanwezig was. De rapporten van 2014 en 2015 kwamen ook tot minder positieve conclusies waarin werd gestel dat de algehele voortgang van hervormingen nog te wensen over liet op het gebied van corruptiebestrijding en de hervormingen van het justitieel systeem. De Commissie verwacht dat Bulgarije harder en sneller werkt om de voorgestelde hervormingen te realiseren.

4.

Nederlandse insteek

Op 7 februari 2006 werd het wetsvoorstel om Bulgarije als lid op te nemen binnen de Europese Unie door de Tweede Kamer goedgekeurd. GroenLinks, PvdA, D66, VVD, Christenunie, SGP en LPF stemden voor. Het CDA en de SP stemden tegen.

Het CDA stemde tegen het toetredingsverdrag omdat de partij geen toestemming wilde verlenen aan zowel Bulgarije als Roemenië. De toetreding van deze landen waren namelijk aan elkaar gekoppeld in één verdrag. Het CDA stelde dat als alléén het verdrag voor Bulgarije werd geratificeerd, de partij haar vertrouwen wel had gegeven. Met dit besluit wilde het CDA een voorbeeld stellen voor andere potentiële kandidaat-lidstaten.

De wet die de toetreding van Bulgarije goedkeurt, werd door de Eerste Kamer zonder stemming aangenomen. Alleen de SP maakte een aantekening. Zij gaven daarmee aan dat als er een stemming was geweest, zij tegen hadden gestemd.

De meeste West-Europese landen legden aanvankelijk tijdelijke beperkingen op aan werknemers uit de nieuwe lidstaat. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die na de toetreding van de tien nieuwe lidstaten in 2004 een grote toestroom van Polen hadden verwerkt, waren al snel met het aankondigen van de beperkingen. Ook Nederland en de zuidelijke Europese lidstaten Italië, Griekenland en Spanje, beperkten de toestroom. In Nederland werden tot 2014 alleen werkvergunningen voor Bulgaarse werknemers afgegeven als de werkgever kon aantonen dat hij geen Nederlander voor de vacature kon vinden. De beperkingen van de lidstaten golden ook voor Roemeense werknemers. Per 1 januari 2014 werden al deze beperkingen in de EU opgeheven. Vanaf dat moment werden all restrictires op het vrije verkeer van werknemers uit Bulgarije opgeheven.

Meer informatie

Terug naar boven