r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Toetreding Turkije tot de Europese Unie

Europese en Turkse vlag

Turkije grenst aan de Europese Unie maar is geen lid van de EU. In 1987 vroeg Turkije volledig lidmaatschap van de EEG aan. De Europese Raad gaf destijds aan dat toetreding op termijn mogelijk zou zijn. In 1999 werd Turkije officieel als kandidaat-lidstaat erkend en sinds 2005 wordt onderhandeld over toetreding tot de EU.

Een eventueel EU-lidmaatschap van Turkije is controversieel. Voorstanders hopen dat Turkije na toetreding een brug kan vormen tussen Europa en het Midden-Oosten. Tegenstanders wijzen op de grote culturele verschillen tussen de EU en Turkije. Ook vinden zij dat Turkije vanwege het grote aantal inwoners te machtig zou worden bij een lidmaatschap. Daarnaast wordt gevreesd voor de komst van Turkse arbeidsmigranten naar andere Europese landen. Ten slotte zijn er politieke meningsverschillen en zorgen over de schending van mensenrechten in Turkije.

De onderhandelingen verlopen al jaren tamelijk moeizaam. Na een op 16 april 2017 gehouden referendum in Turkije over een nieuwe Grondwet, klonken geluiden om de toetredingsonderhandelingen definitief op te schorten. Die nieuwe Grondwet geeft president Erdogan meer macht. Op 6 juli 2017 stemde Het Europees Parlement met grote meerderheid in met een oproep om de onderhandelingen over Turkse toetreding tot de EU stop te zetten als het land verder afdrijft van Europese democratische waarden.

Delen

Inhoud

1.

Voorgeschiedenis

Dankzij de hervormingen van president Atatürk (rond 1930) ontwikkelde Turkije zich tot een van de meest vooruitstrevende landen in het Midden-Oosten. Het was dan ook niet meer dan logisch dat de EEG in 1963 door middel van de Ankara-overeenkomst de economische banden aanhaalde met Turkije. Het land werd vooruitzicht op Europees lidmaatschap boden.

Omdat Turkije de potentie had om een belangrijke rol te gaan spelen bij grensoverschrijdende vraagstukken, was toetreding lang een discussiepunt binnen de EU. Wanneer Turkije de Europese standaard van moderne democratie door EU-lidmaatschap zou overnemen, moest het een cruciale schakel worden in de relatie met landen in het Midden-Oosten, het Middellandse Zeegebied, de Kaukasus en Centraal-Azië. Ook zou het land tegenwicht kunnen bieden aan religieus fanatisme.

Daarnaast maakten economische redenen onderhandelingen over Turks lidmaatschap aantrekkelijk. Sinds 2002 groeide de Turkse economie sterk. Dat was een belangrijk argument in de onderhandelingen die in 2005 zijn gestart.

Een akkoord over het beginnen van die onderhandelingen werd in december 2004 bereikt tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU. Na moeizame onderhandelingen, met name vanwege verzet van Cyprus, slaagden premier Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Bot erin tot overeenstemming te komen met de toenmalige Turkse premier Erdogan. In 2005 gingen de onderhandelingen van start.

2.

Struikelblokken

Verandering machtsverhoudingen

Het eerste struikelblok is een interne Europese aangelegenheid. De machtsverhoudingen binnen Europa zouden namelijk compleet veranderen door Turkse toetreding. Turkije is een door de grote bevolking een demografisch zwaargewicht en zou bij toetreding direct een van de machtigste landen van Europa worden. Ook moet het hele buitenlands beleid voor eventuele uitbreiding aangepast worden.

Gebrek aan steun

Een ander struikelblok wordt gevormd door de reacties van lidstaten en burgers. Zo pleitte de Duitse bondskanselier Merkel voor een geprivilegieerd partnerschap, evenals Oostenrijk. In 2007 blokkeerde Frankrijk onderhandelingen over de Euro met Turkije en gaf toenmalig president Sarkozy aan geen plek te zien in de EU voor Turkije. Veel Europese burgers zijn eveneens niet enthousiast.

Cyprus

Een groot probleem is verder de kwestie-Cyprus. Terwijl Cyprus volwaardig lid is van de Europese Unie, weigert Turkije het land te erkennen. Om lid te worden is het nodig om de lidstaten als volwaardige landen te erkennen. Bovendien wil de Commissie dat vrij verkeer van goederen met Cyprus gerealiseerd wordt. Aan de andere kant eist Turkije dat het handelsembargo tegen het Turkse Noord-Cyprus wordt opgeheven. Sinds mei 2015 wordt er weer onderhandeld over de hereniging van Cyprus.

Koerdische kwestie

Ook de Koerdische kwestie is een gevoelig punt gebleken bij de onderhandelingen. Hoewel de Koerdische arbeiderspartij PKK op de EU terreurlijst staat en de EU het geweld door de PKK veroordeelt, vindt de EU dat er een vreedzame en duurzame oplossing moet worden gevonden.

Het Europees Parlement riep Turkije bovendien op om de Koerdische cultuur te bevorderen, zodat beide groepen naast elkaar leren leven en elkaar gaan accepteren. Hoewel de positie van de Koerden tijdens de regering Erdogan aanvankelijk verbeterde, hebben aanslagen ervoor gezorgd dat het conflict sinds de zomer van 2015 weer is opgelaaid.

Mensenrechten

In de eerste jaren van de onderhandelingen met de EU heeft Turkije veel geïnvesteerd in politieke hervormingen, zodat het land aan de toetredingscriteria van de EU zou kunnen voldoen. Het land besteedde bijvoorbeeld aandacht aan fundamentele vrijheden en mensenrechten. Zo werd de doodstraf afgeschaft, kreeg de Koerdische minderheid meer rechten en werden mannen en vrouwen wettelijk gelijk gesteld.

De laatste jaren keert het beeld en wordt er vaker melding gemaakt van schendingen van de mensenrechten. De vrijheid van meningsuiting komt regelmatig in gevaar en jaarlijks worden er journalisten en voorvechters van de burgerrechten aangeklaagd op basis van een wet die belediging van Turkije verbiedt. Met name sinds een couppoging op 15 juli 2016 treedt de Turkse overheid harder op. Als reactie op deze coup zijn tienduizenden ambtenaren, leraren en rechters ontslagen en is de persvrijheid ingeperkt.

Rechtsstaat

Naast verbeteringen op het gebied van mensenrechten, zijn ook hervormingen van de rechtsstaat nodig. Een strikte scheiding van kerk en staat is voor de Europese Unie bijvoorbeeld een voorwaarde voor toetreding. Op dit moment is er in Turkije nog steeds staatscontrole op de religieuze dominante stroming, de soennitische islam, terwijl andere religies gediscrimineerd worden. Religieuze minderheden kunnen nog geen rechtspersonen oprichten (zoals verenigingen of stichtingen).

Om lid te kunnen worden van de EU zijn zou daarnaast het Turkse kiesstelsel moeten worden aangepast, zodat Koerden en andere minderheden democratisch vertegenwoordigd kunnen worden. De EU ziet de kiesdrempel van 10 procent als een belemmering voor een evenwichtige vertegenwoordiging van minderheidsgroepen. Ook maakt de EU zich zorgen over de voorgenomen grondwetswijziging in Turkije. President Erdogan heeft een grootschalige hervorming van de Turkse grondwet in gang gezet. Deze zou volgens de EU leiden tot een te sterke concentratie van macht bij de president.

3.

Overzicht mijlpalen

Nadat Turkije in 1987 officieel lidmaatschap aanvroeg, en in 1999 officieel kandidaat-lidstaat werd, heeft het financiële steun van de EU gekregen, om hervormingen door te voeren. In de periode 1996-2006 maakte Turkije deel uit van het Euromediterraan Partnerschap, en ontving het technische en financiële steun. Daarna is het deel gaan uitmaken van het 'Instrument voor pretoetredingssteun'. Dit is een voorbereidingsprogramma voor potentiële kandidaat-lidstaten.

Een van de grote mijlpalen, en zeker de meest onverwachtste, kwam in 2006 toen het Europees Parlement besloot om de Turkse erkenning van de Armeense genocide niet als voorwaarde te stellen voor Turks lidmaatschap. Desondanks blijft dit onderwerp een veelgebruikt argument van tegenstanders van de Turkse toetreding en zal het zeker een rol in de discussie blijven spelen.

4.

Voortgangsrapporten

Het voortgangsrapport van Turkije in 2018 liet op een groot aantal onderdelen een verslechtering zien ten opzichte van eerdere rapporten. De Europese Commissie veroordeelt de couppoging van 2016 in Turkije, maar maakt zich nog steeds zorgen over de politieke situatie in Turkije en roept het land op om de rechtsstaat en fundamentele mensenrechten te respecteren.

De meeste kritiek werd geuit op de politieke situatie in het land. Zo werden de kernfuncties van het parlement ingeperkt door de noodtoestand die van juli 2016 tot juli 2018 in Turkije van kracht was en is de controleerbaarheid van de regering hierdoor sterk achteruit gegaan. Verder zou de doorvoering van een presidentieel systeem, waar de bevolking in 2017 voor stemde, een gevaar vormen voor de integriteit van verkiezingen en de scheiding der machten.

Het rapport was wel positief over de samenwerking met Turkije op het gebied van asiel en migratiebeleid. Ook op economisch gebied is Turkije vooruitgegaan. Het land heeft echter nog steeds een te hoge staatsschuld.

Ondanks de verslechteringen op het gebied van mensenrechten en rechtsstaat blijft Turkije voor de EU een belangrijke partner in de strijd tegen extremisme. Ook op het gebied van migratie, met name de opvang van Syrische vluchtelingen, zullen de EU en Turkije blijven samenwerken.

Europarlementariër en Turkije-rapporteur Kati Piri vond zelfs dat de onderhandelingen met Turkije over toetreding moeten worden opgeschort als Erdogan besluit de grondwetswijzigingen door te voeren. Ook de Nederlandse Tweede Kamer heeft, naar aanleiding van het referendum, het kabinet opgeroepen om in Brussel te pleiten voor het staken van de EU-onderhandelingen over de toetreding van Turkije.

Stand van zaken

Eind juni 2016 is een nieuw hoofdstuk voor de toetreding van Turkije geopend. Het betreft het hoofdstuk over de bijdrage aan de EU-begroting. Dit is het zestiende van de in totaal 35 hoofdstukken voor de toetreding. Slechts één hoofdstuk is tot dusver afgesloten omdat Turkije daar aan alle voorwaarden heeft voldaan. Naar aanleiding van het voortgangsrapport van november 2016 sprak Eurocommissaris Hahn (Uitbreiding) van een 'serieuze terugval.' De Commissie maakt zich nog steeds zorgen over de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de vrijheid van meningsuiting en andere fundamentele vrijheden als gevolg van de mislukte staatsgreep. Op 24 november 2016 riep een meerderheid van het Europees Parlement op de toetredingsonderhandelingen met Turkije te bevriezen.

In maart 2017 heeft de EU besloten alleen nog geld te steken in programma's die gericht zijn op de ontwikkeling van de democratie en maatschappij, onderwijs en wetenschap. Daarmee zijn de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU tot stilstand gekomen.

Migrantenstromen

Eind november 2015 werd een EU-Turkije top gehouden. Om de migratiecrisis in Europa aan te pakken werkt de Europese Commissie samen met Turkije aan een actieplan. Turkije moet zijn grenzen beter gaan bewaken en meer migranten opvangen. In ruil daarvoor krijgt het land extra financiële steun en worden de gesprekken over een toetreding van Turkije tot de EU hervat. Ook werd er afgesproken om de visumplicht voor Turken die naar de EU reizen te laten vervallen (in het najaar van 2016). Twee keer per jaar zal er een overleg tussen de EU en Turkije komen.

Tijdens een nieuwe EU-Turkije top in maart 2016 werd afgesproken de afschaffing van de visumplicht te vervroegen naar juni 2016. Turkije zou dan wel aan de strenge Europese paspoorteisen moeten voldoen. Ook kwamen de partijen overeen dat de onderhandelingen over een Turks EU-lidmaatschap versneld moeten worden. Omdat Turkije tot op heden nog niet aan alle voorwaarden voldoet, is de visumplicht nog niet afgeschaft.

5.

Deal EU-Turkije

Op 19 maart 2016 sloot de Europese Unie een vluchtelingendeal met Turkije. Die deal is een belangrijk onderdeel van de Europese aanpak van de vluchtelingencrisis, omdat veel vluchtelingen via Turkije naar de EU komen.

6.

Nederlandse insteek

In Nederland zijn de meningen sterk verdeeld over de mogelijke Turkse toetreding. Vlak voor de start van de toetredingsonderhandelingen werd er flink gedebatteerd in de Tweede Kamer. Hoewel de toetredingsonderhandelingen in 2005 startten, ging de discussie binnen de Nederlandse politiek door.

Kamerleden van der Staaij (SGP) en Huizinga-Heringa (CU) voelden toenmalig minister Bot van Buitenlandse Zaken eind 2004 aan de tand over de godsdienstvrijheid in Turkije. Een motie van kamerlid Rouvoet (CU) die wilde dat de regering zou hameren op op de dialoog over de Armeense genocide, werd aangenomen.

Tijdens een discussie over Turkse toetreding eind 2004 dienden Kamerleden Wilders (Groep Wilders) en Herben (LPF) een motie in waarin ze stelden dat Turkije nooit lid mocht worden van de EU gezien de geografische ligging en de dominantie van het Islamitische geloof.

Naar aanleiding van de uitslag van het referendum over de Europese Grondwet in Nederland kwamen Herben en Wilders op 2 juni 2005 wederom met een motie, dit keer met de roep om een referendum over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

In september 2005 nam de Tweede Kamer een motie aan, ingediend door Kamerlid Van Baalen (VVD), waarin stond dat onderhandelingen meteen opgeschort moesten worden wanneer Turkije zich anders opstelde tegen Cyprus dan tegen een ander EU-land. Ook kan Turkije geen lid worden zolang het Cyprus niet volkenrechtelijk erkent, aldus de motie.

In 2006 diende Wilders (PVV) een initiatiefwetsvoorstel in over het organiseren van een referendum over mogelijke Turkse toetreding. Meerdere Europese landen hadden zo'n referendum aangekondigd, maar in de Kamer werd het niet positief ontvangen. De meeste partijen vonden het voorstel mosterd na de maaltijd, aangezien toetredingsonderhandelingen al waren begonnen. Het CDA wees op de mogelijkheid van een later referendum, als toetreding dichterbij zou zijn.

Op 25 juni 2013 gaf de Tweede Kamer, ondanks het recente hardhandige politieoptreden wat tot verontwaardiging leidde, toestemming om in het najaar van 2013 de onderhandelingen te hervatten. De regering was van mening dat het heropenen van de onderhandelingen kon helpen Turkije in de goede richting te duwen.

Op 8 april 2014 nam de Tweede Kamer een motie van het Kamerlid Segers (CU) aan waarin de regering werd opgeroepen om te onderzoeken of de Raad van Ministers zijn steun voor de onderhandelingen moest heroverwegen. Ook werd de regering verzocht uit te zoeken of de pretoetredingssteun stopgezet of opgeschort kond worden. Dit gebeurde in het licht van de beperkingen in de vrijheid van meningsuiting in Turkije. De motie kreeg steun van VVD, SP, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, PvdD, 50Plus, Bontes en Van Vliet.

Tweede Kamerlid Piet Omtzigt (CDA) diende in maart 2017 een motie in naar aanleiding van het nieuws dat Turkije ambtenaren zou aanstellen in Nederlandse moskeeën met daarin het verzoek met een gezamenlijke Europese aanpak te komen.

Omtzigt diende een maand later, in april 2017 opnieuw een motie in. Dit keer vormden een aantal wijzigingen in het Turkse politieke landschap, waaronder de uitslag van het Turkse referendum over de grondwetswijziging de aanleiding. Hierin vragen de ondertekenden de regering en de EU om naar aanleiding van deze ontwikkelingen consequenties te stellen ten opzichte van Turkije's kandidaat-lidmaatschap. De motie werd aangenomen; enkel de fracties PVV en DENK stemden tegen.

7.

Meer informatie

8.

Informatie EU

Delen

Terug naar boven