r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Relatie EU-Turkije

Vlaggen EU en Turkije

De relatie tussen de Europese Unie en Turkije is al geruime tijd gecompliceerd. Als lid van de NAVO en de G20 is Turkije voor de EU een belangrijke partner. Ook vormen de EU en Turkije sinds 1996 een douane-unie. Daarnaast is het land van groot belang bij het coördineren van en het effectief bestrijden van de vluchtelingenstroom die in 2015 op gang kwam door de oorlog in Irak en Syrië.

Officieel is Turkije vanaf 1999 al kandidaat-lid van de EU. Sindsdien heeft het land veel hervormingen doorgevoerd om aan de Kopenhagencriteria te voldoen. Sinds het aantreden van Erdogan als Turkse president verlopen de onderhandelingen moeizamer. Turkije weigert EU-lidstaat Cyprus officieel te erkennen. Daarnaast trok Erdogan, na de mislukte staatsgreep in 2016 en de invoering van een nieuwe grondwet in 2017, meer macht naar zich toe. Hij voerde verschillende repressieve maatregelen door. Duizenden Turken werden gearresteerd of ontslagen en de persvrijheid werd beknot.

De EU heeft zich regelmatig erg kritisch uitgelaten over Turkije en heeft het land herhaaldelijk opgeroepen niet verder af te drijven van Europese, democratische waarden. Erdogan trekt zich daar echter weinig van aan. Een meerderheid in het Europees Parlement riep op 6 juli 2017 op om de onderhandelingen met Turkije over EU-toetreding te stoppen. Sindsdien is de relatie niet verbeterd. Een speciale EU-Turkije-top in maart 2018 leverde niets op Turkije-rapporteur van het Europees Parlement Kati Piri presenteerde op 14 november 2018 haar rapport waarin staat dat de Europese Unie de gesprekken met Turkije over toetreding formeel zou moeten schorsen. In maart 2019 stemde ook een meerderheid van het Europees Parlement voor opschorten van de beprekingen.

Delen

Inhoud

1.

Toetreding Turkije tot de Europese Unie

Vanaf 1963 werden de economische banden met Turkije aangehaald door de EEG. Wanneer Turkije de Europese standaard van moderne democratie door EU-lidmaatschap zou overnemen, moest het een cruciale schakel worden in de relatie met landen in het Midden-Oosten, het Middellandse Zeegebied, de Kaukasus en Centraal-Azië. Ook zou het land tegenwicht kunnen bieden aan religieus fanatisme. Het land werd vooruitzicht op Europees lidmaatschap geboden.

In 2005 begonnen de onderhandelingen met Turkije. Maar er zijn nog steeds struikelblokken en argumenten van tegenstanders waardoor de onderhandelingen moeizaam verlopen. Het eerste struikelblok is een interne Europese aangelegenheid. De machtsverhoudingen binnen Europa zouden namelijk compleet veranderen door Turkse toetreding. Turkije is door de grote bevolking een demografisch zwaargewicht en zou bij toetreding direct een van de machtigste landen van Europa worden. Ook moet het hele buitenlands beleid voor eventuele uitbreiding aangepast worden. Daarnaast wordt gevreesd voor de komst van Turkse arbeidsmigranten naar andere Europese landen.

Na de start van de onderhandelingen investeerde Turkije aanvankelijk veel in het verbeteren van de mensenrechten om zo te voldoen aan de eisen die de EU stelt. Sinds de couppoging in 2016 wordt de vrijheid van meningsuiting echter weer ingeperkt. Duizenden ambtenaren, leraren en rechters werden ontslagen. Daarnaast is de persvrijheid ingeperkt en worden journalisten aangeklaagd wegens belediging van Turkije.

In Turkije wordt een kiesdrempel van 10 procent gehanteerd. Dit zorgt er voor dat minderheden als de Koerden geen mogelijkheid krijgen om democratisch vertegenwoordigd te worden. Ook is er in Turkije geen sprake van scheiding tussen kerk en staat. Zo is het voor religieuze minderheden niet mogelijk om een rechtspersoon op te richten. Ook deze zaken zorgen ervoor dat toetreding voorlopig uitblijft. Ondanks dat erkenning van de Armeense genocide door Turkije niet langer als voorwaarde voor toetreding wordt gesteld door het Europees Parlement, blijft het een punt van discussie onder tegenstanders.

Ook de Koerdische kwestie is een gevoelig punt gebleken bij de onderhandelingen. Hoewel de Koerdische arbeiderspartij PKK op de EU terreurlijst staat en de EU het geweld door de PKK veroordeelt, vindt de EU dat er een vreedzame en duurzame oplossing moet worden gevonden.

Een groot probleem is verder de kwestie-Cyprus. Terwijl Cyprus volwaardig lid is van de Europese Unie, weigert Turkije het land te erkennen. Om lid te worden is het nodig om de lidstaten als volwaardige landen te erkennen. Bovendien wil de Commissie dat vrij verkeer van goederen met Cyprus gerealiseerd wordt. Aan de andere kant eist Turkije dat het handelsembargo tegen het Turkse Noord-Cyprus wordt opgeheven. Sinds mei 2015 wordt er weer onderhandeld over de hereniging van Cyprus.

Voor toetreding tot de EU moeten 35 hoofdstukken, een soort dossiers, worden afgesloten door Turkije. Tot dusver zijn 16 hoofdstukken geopend. Alleen het hoofdstuk over wetenschap en onderzoek is tot dusver afgesloten, omdat Turkije daar aan alle voorwaarden heeft voldaan. Naar aanleiding van het voortgangsrapport van november 2016 sprak Eurocommissaris Hahn (Uitbreiding) van een 'serieuze terugval.'

2.

Vluchtelingendeal tussen EU en Turkije

Op 19 maart 2016 sloot de Europese Unie een vluchtelingendeal met Turkije. Die deal is een belangrijk onderdeel van de Europese aanpak van de vluchtelingencrisis, omdat veel vluchtelingen via Turkije naar de EU komen.

3.

Poging tot staatsgreep

In de nacht van 15 op 16 juli 2016 heeft een deel van het Turkse leger geprobeerd het bewind van president Erdogan omver te werpen. Er waren urenlang gevechten in Ankara en Istanboel tussen het leger en aanhangers van Erdogan. In de loop van de nacht werd duidelijk dat de coup was mislukt. Bij de gevechten zijn ongeveer tweehonderdvijftig doden en bijna 1500 gewonden gevallen. Erdogan verdenkt de invloedrijke islamitische denker en geleerde Fethullah Gülen ervan de initiatiefnemer van de coup te zijn.

In de dagen na de coup zijn ruim 6.000 mensen gearresteerd, duizenden anderen ontslagen. Onder hen zijn met name ambtenaren, leraren, militairen, rechters en academici. Erdogan heeft deze arrestanten bestempeld als 'landverraders' en Gülen-aanhangers. Het aantal arrestanten en ontslagen personen liep in de maanden na de coup sterk op. Inmiddels zijn meer dan 40.000 mensen opgepakt en zijn ruim honderdduizend mensen ontslagen. Tot slot heeft Erdogan de persvrijheid in Turkije ingeperkt, door tientallen kranten en televisiestations die banden zouden hebben met de Gülen-beweging, te verbieden.

Binnen de EU werd aanvankelijk steun uitgesproken voor de democratisch gekozen regering van Erdogan. Commissaris Hahn, die verantwoordelijk is voor de mogelijke toetreding van Turkije, gaf echter direct aan zich zorgen te maken over het feit dat Erdogan de staatsgreep mogelijk zou gebruiken om zijn macht over de rechtsstaat te verstevigen en om dissidenten de mond te snoeren.

Na de mislukte staatsgreep heeft de Turkse regering zich negatief uitgelaten over de opstelling van de EU. Woordvoerder Ibrahim Kalin stelde dat de EU zichzelf prijst als hoeder van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat, maar dat de reactie op een aanval op de democratie in een kandidaat-lidstaat zwak te noemen was. Hiermee verwijt Turkije de EU een gebrek aan solidariteit. Op 24 november 2016 stelde een meerderheid van het Europees Parlement voor de toetredingsonderhandelingen met Turkije te bevriezen.

4.

Nieuwe Grondwet Turkije

Op 16 april 2017 vond in Turkije een referendum plaats over een nieuwe Grondwet die president Erdogan meer macht geeft; 51 procent van de kiezers stemde voor, 49 procent tegen. De Europese Commissie meldde dat de praktische invoering van de aangepaste grondwet "zal worden beoordeeld in het licht van Turkije's verplichtingen als kandidaat-lid van de EU en als lid van de Raad van Europa."

In aanloop naar het referendum in Turkije wilde de regering van Erdogan ook in sommige Europese landen, waaronder Nederland en Duitsland, campagne voeren. De Turkse ministers werden echter geweerd. Dat leidde tot een diplomatieke rel tussen Nederland en Duitsland enerzijds en Turkije anderzijds.

De relatie tussen de EU en Turkije is daardoor sterk bekoeld. Op 6 juli 2017 riep het Europees Parlement, als gevolg van de situatie in Turkije, opnieuw op tot het bevriezen van de toetredingsonderhandelingen met Turkije.

5.

Voortgangsrapporten

Het voortgangsrapport van Turkije in 2018 liet op een groot aantal onderdelen een verslechtering zien ten opzichte van eerdere rapporten. De Europese Commissie veroordeelt de couppoging van 2016 in Turkije, maar maakt zich nog steeds zorgen over de politieke situatie in Turkije en roept het land op om de rechtsstaat en fundamentele mensenrechten te respecteren.

Ondanks de verslechteringen op het gebied van mensenrechten en rechtsstaat blijft Turkije voor de EU een belangrijke partner in de strijd tegen extremisme. Ook op het gebied van migratie, met name de opvang van Syrische vluchtelingen, zullen de EU en Turkije blijven samenwerken. Het rapport oordeelt dan ook positief over deze samenwerking.

6.

Nederlandse insteek

In Nederland zijn de meningen sterk verdeeld over de mogelijke Turkse toetreding. Vlak voor de start van de toetredingsonderhandelingen werd er flink gedebatteerd in de Tweede Kamer. Hoewel de toetredingsonderhandelingen in 2005 startten, ging de discussie binnen de Nederlandse politiek door. In juli 2018 bevestigde Stef Blok dat het kabinet van mening is "dat het toetredingsproces onder deze omstandigheden volledig stil moet blijven liggen".

Onder andere de PVV en FvD zijn tegen toetreding van Turkije. SP wil de onderhandelingen pas heropenen wanneer drastische hervormingen hebben plaatsgevonden. CDA en SGP gaan liever op zoek naar een andere vorm van samenwerking. VVD geeft aan dat er "absoluut geen sprake is van een EU-lidmaatschap van Turkije". CU wil de onderhandelingen per direct afbreken. PvdD en 50PLUS zijn tegen elke uitbreiding "tot dat de EU deugdelijk democratisch functioneert". PvdA en GroenLinks zijn van mening dat toetreding mogelijk moet blijven wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.

De afgelopen jaren zijn onder andere de volgende moties over de toetreding van Turkije ingediend in de Tweede Kamer.

 

Motie

Datum

Inhoud

Motie-Wilders/Herben

21 december 2004

Verzoek om permanente uitsluiting EU-lidmaatschap Turkije

Motie Herben/Wilders

2 juni 2005

Verzoek om referendum over toetreding Turkije

Motie-Van Baalen c.s.

29 september 2005

Verzoek om erkenning van Cyprus door Turkije als voorwaarde van toetreding te stellen

Motie-Segers

31 maart 2014

Verzoek om heroverweging door de regering van het standpunt aangaande pretoetredingssteun en onderhandelingen

Motie Omtzigt c.s.

23 maart 2017

Verzoek voor het opstellen van een Europese aanpak van politieke activiteiten door Turkije in Europa

Motie Omtzigt c.s.

19 april 2017

Verzoek om verduidelijking van het standpunt van het kabinet bij de Europese Commissie aangaande de consequenties van het kandidaat-lidmaatschap van Turkije naar aaanleiding van de grondwetswijziging

Motie van Rooijen

19 april 2017

Verzoek aan kabinet om zich nogmaals binnen de EU uit te spreken over opschorting van preaccessiesteun aan Turkije

7.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven