r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Gelijke rechten en non-discriminatie

Gelijkheid en het tegengaan van discriminatie nemen een belangrijke plek in op de agenda van de Europese Unie. Door middel van wetgeving zorgt de EU ervoor dat burgers overal in de Europese Unie dezelfde mate van bescherming tegen discriminatie genieten.

Aandachtspunten daarbij zijn onder meer het bevorderen van gelijke behandeling van vrouwen op de arbeidsmarkt, van etnische en religieuze minderheden en van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseks mensen (LGBTI).

In december 2015 presenteerde de Europese Commissie een strategisch plan voor de periode 2016-2019. Daarnaast ligt er ook een voorstel voor het verbeteren van de genderbalans binnen beursgenoteerde bedrijven. Dit voorstel ligt momenteel in eerste lezing bij de Raad.

Delen

Inhoud

1.

Gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt

De EU zet zich in voor de rechten van de vrouw, onder meer op de arbeidsmarkt. Zo werd al in de jaren vijftig in het EEG-verdrag de regel opgenomen dat mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen. Toch is de ongelijkheid tussen man en vrouw nog duidelijk zichtbaar in de Europese Unie. Vanuit vrouwenorganisaties klinkt kritiek op de EU, omdat die geen duidelijke doelstellingen zou formuleren.

Wat doet de EU?

De Europese vrouw is momenteel gemiddeld hoger opgeleid dan de man, maar vrouwen verdienen nog altijd aanzienlijk minder. Daarnaast is de kans op een leidinggevende functie voor vrouwen half zo groot als voor mannen. Ook werkloosheid onder vrouwen is, met name in zuidelijke landen, nog altijd zeer hoog, in vergelijking met die onder mannen. Om deze verschillen beter te bestrijden, is in 2006 het Europees Instituut voor Gendergelijkheid (EIGE) opgericht.

In december 2015 presenteerde de Europese Commissie een plan voor de periode 2016-2019, met de titel 'Strategisch engagement voor gendergelijkheid'. Het doel is de inspanning van lidstaten op te voeren. Het bekrachtigt bovendien het Europees pact voor gendergelijkheid 2011-2020.

Vanuit de Europese Commissie zijn al verschillende initiatieven gekomen om de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het bekendste voorstel is een initiatief van oud-eurocommissaris Viviane Reding. Het voorstel mikte op een streven van minstens veertig procent vrouwen onder de niet-uitvoerende bestuursleden van beursgenoteerde bedrijven. Het voorstel is door het Europees Parlement aangenomen maar ligt al sinds 2013 bij de Raad ter goedkeuring.

Ook ondertekenden Nederland, Slowakije en Malta (het voorzitterschapstrio van 1 januari 2016 tot 1 juli 2017) een gezamenlijke verklaring voor gendergelijkheid, met als doel meer vrouwen aan het werk te krijgen, zodat zij economisch zelfstandiger worden.

Gendergelijkheid is één van de doelstellingen van de EU 2020-strategie. De arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren toegenomen, maar dit is nog niet toereikend in vergelijking met de in de Europa 2020-doelstelling vastgestelde norm van 75%.

2.

Gelijke kansen voor etnische en religieuze minderheden

Roma

Wat betreft de gelijke kansen en de non-discriminatie voor etnische minderheden, maakt de EU zich zorgen om de positie van de Roma in Centraal- en Oost-Europa. Naast werkloosheid en verlies van zekerheid omtrent woon- en gezondheidszorg, worden de Roma openlijk het slachtoffer van racistisch geweld en indirecte discriminatie in openbare diensten, tewerkstelling, onderwijs en gezondheidszorg.

Onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting voor Roma werden tot prioriteit benoemd. Ook armoede, discriminatie en genderproblematiek binnen de Roma-gemeenschap moesten worden aangepakt. De regeringen van de betrokken landen hebben afgesproken hervormingen door te voeren en op nationaal vlak actieplannen op te zetten en budgetten vrij te maken, in samenwerking met internationale fondsen en donoren

In december 2013 is het eerste wettelijke akkoord op het gebied van de integratie van de Roma gesloten. Het akkoord moet een einde maken aan de eeuwenlange discriminatie van Roma. Op 4 april 2014 vond er een EU-top over de Roma plaats. Tijdens de top werd gesproken over de resultaten van de genomen maatregelen.

Joden

Ook maakt de EU zich zorgen om de positie van joden in Europa. Uit Europees onderzoek in 2018 blijkt dat negentig procent van de Europese joden menen dat het antisemitisme toeneemt. Veel joden geven aan te worden lastiggevallen en synagoges en joodse evenementen te vermijden uit angst voor onveilige situaties. Een overgroot deel van de ondervraagden in het onderzoek geeft ook aan op social media veel antisemitisme te ervaren.

In de afgelopen jaren hebben er meerdere aanslagen op joodse doelen plaatsgevonden in Europa. Zo was er in 2012 een aanslag op een joodse school in de Franse stad Toulouse. In mei 2014 werden vier mensen doodgeschoten bij het Joods Museum in Brussel. Op 7 januari 2015 vond er een gijzeling plaats in een joodse supermarkt in Parijs. Hierbij kwamen vier gijzelaars om het leven.

Door middel van wetgeving en steun aan projecten die de dialoog vergroten, wil de EU het antisemitisme bestrijden. Jaarlijks vindt er een seminar plaats waarin de Europese Commissie en Israël praten over de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. In januari 2015 heeft de voorzitter van de Europees Joods Congres (EJC) de Europese Unie opgeroepen een speciale werkgroep op te zetten met als doel het groeiende antisemitisme tegen te gaan.

3.

Non-discriminatie van LGBTI

De Europese Unie strijdt ook tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Het gaat daarbij om lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseks mensen (LGBTI). Vanuit het Bureau van het Europees Parlement in Nederland worden ook activiteiten georganiseerd om de discriminatie van deze groepen bespreekbaar te maken.

Met name in de nieuwe lidstaten is de tolerantie voor onder meer homo's na de toetreding tot de Europese Unie toegenomen, maar nog niet vanzelfsprekend. Net als in Nederland zijn er vele homobewegingen ontstaan en groeit het aantal horecagelegenheden voor homo's. In onder andere België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Portugal, Spanje, Duitsland en Zweden is inmiddels het homohuwelijk mogelijk gemaakt.

De Europese Unie is niet bevoegd om het homohuwelijk dwingend op te leggen aan de lidstaten. De Commissie kan echter wel afdwingen dat het homohuwelijk en het geregistreerd partnerschap, zoals we dat ook in Nederland kennen, door andere EU-landen worden gerespecteerd.

4.

Het Europees Parlement en non-discriminatie

Het Europees Parlement is tevreden dat de meeste lidstaten de richtlijnen omtrent gelijke kansen en non-discriminatie hebben opgenomen in hun nationale wetgeving. Toch wil het EP dat:

  • lidstaten ervoor zorgen dat slachtoffers van discriminatie in gerechtelijke procedures kosteloos worden bijgestaan, ook wanneer zij daar zelf niet de financiële middelen voor hebben
  • lidstaten aan verenigingen, organisaties en andere rechtspersonen de mogelijkheid geven om slachtoffers van discriminatie te ondersteunen in het nemen van gerechtelijke stappen
  • lidstaten nationale plannen opstellen tegen alle vormen van discriminatie
  • de Commissie met een gemeenschappelijke, Europese definitie van positieve actie moet komen, zodat alle lidstaten met dezelfde definities kunnen werken in het bestrijden van discriminatie
  • minderheidsgroepen, zoals de Roma, specifieke en maatschappelijke bescherming krijgen

Parlementsleden maken zich nog zorgen over de geringe kennis over de anti-discriminatiewetgeving bij de burgers in de lidstaten. Het Parlement herinnert de lidstaten aan hun verplichting om hun burgers voor te lichten en om campagnes te steunen voor meer bewustwording ten aanzien van de nationale wetgeving en over de instanties die betrokken zijn bij de bestrijding van discriminatie. De nationale regeringen moeten dus meer doen om hun burgers bekend te maken met de wet- en regelgeving op het gebied van gelijke kansen en non-discriminatie.

Het Europees Parlement pleit voor Europese regelgeving. Parlementsleden stellen dat het geen zin heeft om discriminatie op bepaalde gebieden te verbieden en op andere gebieden toe te staan. Hoewel enkele lidstaten tegen gecentraliseerd Europees beleid op het gebied van antidiscriminatie zijn, is de Europese Commissie gezwicht voor de druk van het Europees Parlement. In april 2009 heeft het Europees Parlement met een allesomvattende antidiscriminatierichtlijn ingestemd. Deze richtlijn verbiedt discrimineren op basis van leeftijd, handicap, seksuele geaardheid en religie, ook buiten de werksfeer.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over discriminatie, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn.

Wanneer er Europese wetgeving is over non-discriminatie, is elke lidstaat verplicht zijn verantwoordelijkheden te nemen en gelijke kansen voor iedereen te garanderen

Wanneer vanuit de EU wetten over non-discriminatie worden uitgevaardigd, moeten alle lidstaten deze regels in hun eigen systeem van wetten opnemen. Voor alle burgers van de Europese Unie gelden dan exact dezelfde regels betreffende non-discriminatie en gelijke kansen. Wanneer zij menen dat zij worden gediscrimineerd, kunnen zij zich op dezelfde regels baseren en gebruik maken van dezelfde juridische procedures.

Wanneer lidstaten hun verantwoordelijkheden niet nemen om hun burgers te beschermen tegen discriminatie, kan de Europese Unie ingrijpen en met behulp van de Europese wetgeving de burgers helpen

Nationale regeringen zijn soms niet bij machte om hun burgers te allen tijde te beschermen. In het geval dat er Europese wetgeving komt voor non-discriminatie en gelijke kansen, kan een Europees orgaan ingrijpen en slachtoffers helpen in het starten van juridische procedures. Daarnaast heeft de EU dan het recht om de nationale lidstaten op hun falen aan te spreken.

De lidstaten weten zelf het beste hoe zij de specifieke discriminatieproblemen in hun land moeten bestrijden; Europese wetgeving is niet nodig

De samenlevingen van alle Europese lidstaten zijn uniek. In elke staat gelden andere gebruiken, normen en waarden. Centrale wetgeving vanuit de EU kan geen rekening houden met alle specifieke kenmerken van een bepaald land. Elke staat kan problemen met discriminatie dan ook het beste op haar eigen manier oplossen. Zo zullen de oplossingen het beste aansluiten bij de eigen samenleving en de eigen bevolking.

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven