r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Nederland over Europa

Blauw bord bij de Nederlandse grens © © PDC
Bron: © PDC

Nederland stond in de Europese Unie lange tijd bekend als een van de grootste voorstanders van Europese samenwerking. In 2005 leek dat sterk veranderd te zijn toen Nederland in een referendum met een meerderheid van 62% tegen de invoering van de Europese Grondwet stemde. Uit de Eurobarometer van de Europese Commissie bleek echter dat het gedeelte van de Nederlanders dat het EU-lidmaatschap een goede zaak vindt nooit kleiner is geweest dan 60%. De uitslag van het referendum kwam in die zin vrij onverwacht.

In april 2016 vond in Nederland een raadgevend referendum plaats over de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. In dit referendum bracht 32% van de kiesgerechtigden een stem uit, hiervan stemde 61% tegen de associatieovereenkomst. Door de initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum werd aangekondigd dat dit een manier zou zijn om onvrede tegenover de Europese Unie en Europese integratie te uiten. Dit kan dus ook een van de beweegredenen zijn geweest van de kiezers om 'nee' te stemmen.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

De burger en Europa

Uit de Eurobarometer van het najaar van 2014 bleek dat een kleine meerderheid van de inwoners van de EU-lidstaten zich burger van de Europese Unie voelde. Op de vraag 'Voelt u zich burger van de EU?' antwoordde gemiddeld 63% met 'ja'. In Nederland was dit percentage 61%. In het voorjaar van 2017 antwoordde 68% van de ondervraagden in Europese lidstaten zich Europees burger te voelen, een toename van 5%. In Nederland was het percentage duidelijk toegenomen: 71% van de mensen antwoordde zich Europees burger te voelen.

Kennis van burgers over Europa

De kennis over de Europese Unie is in de afgelopen jaren toegenomen. Eind 2010 gaf een derde van de ondervraagden aan goed tot zeer goed op de hoogte te zijn van Europese aangelegenheden, eind 2011 was dit percentage al 51% en in 2014 54%. Eind 2015 was er echter een daling waarneembaar: 49% van de respondenten gaf aan goed geïnformeerd te zijn over Europese zaken. Opvallend is dat voornamelijk ondervraagden in de nieuwe lidstaten en Scandinavische landen antwoordden te weten hoe de EU werkt, terwijl inwoners van de 'oude' lidstaten, zoals Frankrijk, Italië en Spanje, aangaven het minste te weten over de werking van de EU.

In 2014 gaf 43% van de Nederlandse ondervraagden aan niet te weten hoe de Europese Unie werkt. Dit was hoger dan in voorgaande jaren. Een groot deel van de Nederlanders bleek in de loop der jaren dus het gevoel te behouden dat zij weinig kennis hebben over hoe de Europese Unie werkt. Zo gaf in het voorjaar van 2015 82% van de Nederlanders aan dat ze dachten dat Zwitserland een lidstaat was van de Europese Unie, terwijl dit niet het geval is.

Een onderzoek van TNS NIPO in oktober 2016 wees uit dat Nederlanders gebrekkige kennis bezitten over de instellingen van de Europese Unie. De Europese Centrale Bank was het bekendst onder de Nederlanders. Het meest gewaardeerd was het Europese Hof van Justitie. Over het Europees Parlement waren de Nederlanders verdeeld en de Europese Raad was het minst bekend onder de Nederlanders. Ook de kennis over vooraanstaande Europese politici was gering.

2.

Positief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Lidmaatschap van de Europese Unie

Eind 2009 vonden de meeste Nederlanders (74%) het een goede zaak dat Nederland lid is van de Europese Unie. In 2014 daalde dat percentage naar 65%. Op Europees niveau waren echter veel minder mensen blij met het EU-lidmaatschap van hun land: in 2014 54% (eind 2009 nog 53%). In 2016 was dit percentage gestegen: 72% van de Nederlanders was tevreden met het EU-lidmaatschap. In 2017 steeg dat percentage nog verder: 77% van de Nederlandse bevolking gaf aan het lidmaatschap van de EU een goede zaak te vinden. Uit een onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2010 kwam naar voren dat vooral ouderen en lageropgeleiden negatief dachten over de Europese politiek en het lidmaatschap van de EU.

 

Lidmaatschap van de EU is een goede zaak

2013

2014

2015

2016

2017

Nederlands percentage positief over EU-lidmaatschap

62%

65%

70%

72%

77%

Europees gemiddelde positief over EU-lidmaatschap

50%

54%

55%

53%

57%

Cijfers: Parlemeters 2013-2017

Vertrouwen in de EU en haar instellingen

Eind 2014 gaf 37% van de Nederlanders aan een positief beeld te hebben van de Europese Unie; 26% had een negatief beeld en 22% was neutraal. In het voorjaar vlak na de Europese Parlementsverkiezingen was nog maar 31% positief. In 2010 lag dat percentage nog op 53%.

In het najaar van 2015 antwoordde 34% van de Nederlanders positief tegen de EU aan te kijken; 25% had een negatief beeld en 41% was neutraal. Van alle Europeanen had toen 37% een positief beeld over de EU; 23% een negatief beeld en 37% neutraal. Deze percentages bleven min of meer constant in 2016.

De helft van de Nederlandse bevolking had in 2016 vertrouwen in zowel het Europees Parlement (50%), de Europese Commissie (50%) als de Europese Centrale Bank (55%). Deze cijfers lagen boven het EU-gemiddelde en vormden ook een stijging ten opzichte van 2011.

Ten opzichte van het EU-gemiddelde (35%) was het vertrouwen van de Nederlanders in de ECB groot, maar het bleek als gevolg van de economische crisis wel flink gedaald: begin 2008 gaf nog maar liefst 79% van de Nederlanders nog aan vertrouwen te hebben in de ECB. Ook gaf 77% van de Nederlanders voorstander te zijn van de Europese Economische en Monetaire Unie met één munteenheid, de euro.

Vertrouwen in Europese instelling

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Europees Parlement

58%

51%

-

53% (42%)

50% (38%)

52% (42%)

Europese Commissie

53%

52%

-

54% (38%)

50% (35%)

51% (38%)

De cijfers betreffen de Eurobarometers van het najaar van de genoemde jaren en laten de Nederlandse percentages zien.

Het Europese gemiddelde staat, voor zover beschikbaar, tussen haakjes.

Het najaarsrapport van 2013 vroeg niet naar vertrouwen in Europese instellingen.

In een rapport van april 2014 stelde de Adviesraad International Vraagstukken (AIV) dat de dubbele en halfslachtige houding van politici mede oorzaak is van het gebrek aan vertrouwen van veel burgers in de Europese Unie. De aanbeveling van de AIV was dat het essentieel is dat politici zich bij controversiële Europese kwesties niet tegenover de Europese instellingen opstellen, maar duidelijk maken dat ze zelf onderdeel zijn van het besluitvormingsproces en hun verantwoordelijkheid nemen.

Steun voor nieuwe bevoegdheden van de Europese Unie

Inwoners uit de gehele Europese Unie stonden in het voorjaar van 2015 positief tegenover het voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (74%). Opvallend was dat, net als in 2014, vooral de nieuwe lidstaten veel positiever tegenover deze kwesties stonden dan de oude lidstaten. Daarnaast was het opvallend dat Nederlanders een stuk positiever staan tegenover het gemeenschappelijk Europees optreden op de terreinen van veiligheids- en defensiebeleid en buitenlands beleid in vergelijking met 2014. In 2014 was 75% van de ondervraagden voor een gemeenschappelijk Europees optreden op dit terrein, in 2015 was dit 81% en in 2016 79%.

 

(Nieuwe) bevoegdheden van de Europese Unie

NL: vóór

EU: vóór

Voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid

79%

74%

Voeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid

68%

64%

Voeren van een gemeenschappelijk beleid voor migratie

81%

67%

Voeren van een gemeenschappelijk energiebeleid

77%

73%

Cijfers: Eurobarometer 2016

Vrij reizen, studeren en werken

Als Nederlanders werd gevraagd welk aspect van de EU de grootste persoonlijke betekenis voor hen had, dan werden 'Vrij verkeer van personen, goederen en diensten' en 'vrede tussen de lidstaten' het meest genoemd.

 

Positieve aspecten van de EU

NL

EU

Vrijheid om te werken, reizen en studeren in de hele Europese Unie

66%

56%

Vrede tussen de lidstaten

61%

55%

De euro

42%

25%

Invloed van de EU in de rest van de wereld

23%

19%

Cijfers: Eurobarometer 2016

Migratie

In 2016 was migratie een belangrijk onderwerp voor Europeanen. In het voorjaar van 2016 was een grote meerderheid van de Europeanen (74%) voor een gemeenschappelijk migratiebeleid. Nederlanders zijn nog wat positiever over een gemeenschappelijk migratiebeleid: 79% van de ondervraagden gaf aan hier voor te zijn. In 2017 bleven de Nederlanders onverminderd positief: 77% van de Nederlanders vond dat de EU, in vergelijking met de situatie van 2016, meer mocht ingrijpen bij migratiekwesties.

Energie-unie

In 2016 gaf 70% van de Europeanen aan voor een gemeenschappelijk energiebeleid te zijn. Van de Nederlanders antwoordde 76% daarvoor te zijn. In 2017 bleek de steun voor een gemeenschappelijk energiebeleid ongeveer even hoog: 77% van de Nederlanders vond dat de EU nóg meer mocht doen op het gebied van energieleverantie en energieveiligheid.

Klimaat en bescherming van het milieu

In 2017 gaf een ruime meerderheid van de Nederlanders aan dat de EU meer moest doen op het gebied van klimaataanpak en bescherming van het milieu. 80% van de Nederlandse bevolking vond dat de EU sterker mocht optreden op dit gebied.

Terrorisme en veiligheid

Een meerderheid van de Nederlandse bevolking gaf aan dat de EU meer mocht ingrijpen op het gebied van terrorismebestrijding (75%) en meer mocht doen op het terrein van veiligheids- en defensiebeleid (68%).

De toekomst van de Europese Unie

Uit de enquête van Eurobarometer die onder EU-burgers werd gehouden in het voorjaar van 2015 bleek dat burgers van de EU-landen optimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie. Het gemiddelde aantal burgers in alle lidstaten dat een positieve houding had, was 58% (56% in 2014). Nederland lag hier met 71% ver boven (68% in het najaar van 2014 en 70% in het voorjaar van 2014). Uit het onderzoek blijkt dat maar twee landen pessimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie: Griekenland (57%) en Cyprus (54%).

 

Mening over de toekomst van de EU

2013

2014

2015

2016

Optimistisch over de toekomst van de EU

60% (49%)

70% (56%)

71% (58%)

57% (50%)

Pessimistisch over de toekomst van de EU

39% (46%)

28% (38%)

27% (36%)

42% (44%)

Cijfers: Eurobarometers voorjaar 2013-2016. Het Nederlandse gemiddelde tegenover het Europese gemiddelde tussen haakjes.

3.

Negatief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Zorgen

De zorgen van Europese burgers zijn aanzienlijk veranderd sinds 2014. In 2014 maakten Europeanen zich voornamelijk zorgen over de economische situatie. In 2015 zijn deze zorgen verminderd en hebben ze plaats gemaakt voor zorgen over immigratie. De gemiddelde Nederlander maakte zich in 2014 absoluut nog geen zorgen over immigratie (8%), maar in 2015 en 2016 bleek dit juist de grootste zorg te zijn (49% en 62%).

 

Zorgen van de burger

NL

EU

Immigratie

62%

48%

Terrorisme

39%

39%

Economische situatie

23%

19%

Overheidsfinanciën

24%

16%

Werkloosheid

7%

15%

Inflatie

4%

7%

Criminaliteit

4%

9%

Cijfers: Eurobarometer 2016

Uitbreiding van de Europese Unie

In de gehele Europese Unie waren er volgens de Eurobarometer van het voorjaar van 2015 meer mensen tegen een verdere uitbreiding (49%) dan vóór (39%). In Nederland gaf 38% aan vóór verdere uitbreiding te zijn en 56% tegen. Nederlanders zijn positiever geworden over uitbreiding van de EU, in 2014 lag het percentage 4% lager. Onderling waren er grote verschillen in steun voor verdere uitbreiding. In de nieuwe oostelijke lidstaten was de steun doorgaans hoger dan in de oude lidstaten. Landen met de euro als munteenheid waren gemiddeld genomen negatiever over uitbreiding van de Unie dan landen die de euro niet hebben. Landen die toetreden tot de EU zijn verplicht op termijn de euro in te voeren.

Het aantal ambtenaren werkzaam bij de Europese Unie

Een veel gehoord punt van kritiek op de Europese Unie is het hoge aantal ambtenaren dat werkzaam zou zijn bij de verschillende Europese instellingen. In het voorjaar van 2015 liet 23% van de Europeanen weten de Europese Unie te associëren met 'bureaucratie'. In Nederland ligt dit percentage hoger: 39% van de Nederlanders associeert de EU hiermee.

Volgens cijfers van de Europese Commissie heeft de EU alles bij elkaar ruim 50.000 ambtenaren in dienst. Daarnaast doet de EU tijdens het proces van Europese wet- en regelgeving een beroep op nationale ambtenaren, maar zij zijn formeel niet in dienst van de EU. Bij een telling volgens het uitgangspunt dat nationale ambtenaren meegerekend worden, komt het aantal Europese ambtenaren op ongeveer 170.000. Ter vergelijking: in Nederland zijn ongeveer een miljoen ambtenaren werkzaam.

De 50.000 ambtenaren die volgens cijfers van de Commissie op de loonlijst stonden van de EU zijn als volgt over de verschillende Europese instellingen verdeeld.

 

Europese instelling

Aantal ambtenaren

Europese Commissie

33.000

Europees Parlement

6.000

Raad van de Europese Unie

3.500

Overige instellingen

3.000

cijfers: 2015

4.

Afbakening bevoegdheden

Dat er ook grenzen zijn aan de Europese integratie, verwoordde de Nederlandse regering duidelijk in de Staat van de Europese Unie in 2017. Daarin geeft het kabinet aan dat veel problemen niet op Europees, maar op nationaal niveau kunnen worden opgelost. Veel zaken zoals gezondheidszorg, werkgelegenheid, veiligheid en scholing, wil het kabinet zo dicht mogelijk bij de Nederlandse burger organiseren. Dergelijke beleidsterreinen vragen dan om een nationale aanpak. De gedachte "nationaal wat kan; Europees wat moet" is dan ook de leidraad.

5.

Meer informatie

(klik op tabblad: De 100 boeken)

Delen

Terug naar boven