r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Nederland over Europa

Blauw bord bij de Nederlandse grens
Bron: © PDC

Nederland stond in de Europese Unie lange tijd bekend als een van de grootste voorstanders van Europese samenwerking. Toch heeft euroscepsis de laatste jaren steeds meer voet aan de grond gekregen in Nederland. Dit bleek bijvoorbeeld in 2005, toen Nederland in een referendum met een meerderheid van 62% tegen de invoering van de Europese Grondwet stemde. Uit de Eurobarometers van de Europese Commissie blijkt echter dat het gedeelte van de Nederlanders dat het EU-lidmaatschap een goede zaak vindt nooit kleiner is geweest dan 60%.

Ieder half jaar publiceert de EU de Eurobarometer, een onderzoek naar de publieke opinie in alle EU-lidstaten. Zo probeert de Europese Commissie zicht te houden op wat er leeft onder de EU-burgers. In de Eurobarometer wordt respondenten gevraagd hoe tevreden zij zijn over de EU en over hun persoonlijke leefsituatie. De opiniepeilingen worden verricht door nationale bureaus onder ongeveer 1000 burgers per lidstaat. In Nederland is Kantar TNS (voorheen TNS NIPO) verantwoordelijk voor de opiniepeilingen van de Eurobarometer.

De laatste jaren is Nederland weer positiever over de Europese Unie gaan denken. Volgens de eurobarometer was in 2017 77% van de Nederlanders positief over het EU-lidmaatschap, in 2013 was dit nog 62%. Gemiddeld vond in 2017 57% van de Europese burgers het EU-lidmaatschap een goede zaak. Nederland behoort dus nog steeds tot een van de grootste voorstanders van de EU.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

De burger en Europa

Uit de Eurobarometer van het najaar van 2014 bleek dat een kleine meerderheid van de inwoners van de EU-lidstaten zich burger van de Europese Unie voelde. Op de vraag 'Voelt u zich burger van de EU?' antwoordde gemiddeld 63% met 'ja'. In Nederland was dit percentage 61%. In het voorjaar van 2017 antwoordde 68% van de ondervraagden in Europese lidstaten zich Europees burger te voelen, een toename van 5%. In Nederland was het percentage duidelijk toegenomen: 71% van de mensen antwoordde zich Europees burger te voelen. In het najaar van 2017 gaf 70% van de ondervraagde Nederlanders aan zich burger van de EU te voelen.

Kennis van burgers over Europa

De kennis over de Europese Unie is in de afgelopen jaren toegenomen. Eind 2010 gaf een derde van de ondervraagden aan goed tot zeer goed op de hoogte te zijn van Europese aangelegenheden, eind 2011 was dit percentage al 51% en in 2014 54%. Eind 2015 was er echter een daling waarneembaar: 49% van de respondenten gaf aan goed geïnformeerd te zijn over Europese zaken. Opvallend is dat voornamelijk ondervraagden in de nieuwe lidstaten en Scandinavische landen antwoordden te weten hoe de EU werkt, terwijl inwoners van de 'oude' lidstaten, zoals Frankrijk, Italië en Spanje, aangaven het minste te weten over de werking van de EU.

In 2014 gaf 43% van de Nederlandse ondervraagden aan niet te weten hoe de Europese Unie werkt. Dit was hoger dan in voorgaande jaren. Een groot deel van de Nederlanders bleek in de loop der jaren dus het gevoel te behouden dat zij weinig kennis hebben over hoe de Europese Unie werkt. Zo gaf in het voorjaar van 2015 82% van de Nederlanders aan dat ze dachten dat Zwitserland een lidstaat was van de Europese Unie, terwijl dit niet het geval is.

Een onderzoek van TNS NIPO in oktober 2016 wees uit dat Nederlanders gebrekkige kennis bezitten over de instellingen van de Europese Unie. De Europese Centrale Bank was het bekendst onder de Nederlanders. Het meest gewaardeerd was het Europese Hof van Justitie. Over het Europees Parlement waren de Nederlanders verdeeld en de Europese Raad was het minst bekend onder de Nederlanders. Ook de kennis over vooraanstaande Europese politici was gering.

2.

Positief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Lidmaatschap van de Europese Unie

Eind 2009 vonden de meeste Nederlanders (74%) het een goede zaak dat Nederland lid is van de Europese Unie. In 2014 daalde dat percentage naar 65%. Op Europees niveau waren echter veel minder mensen blij met het EU-lidmaatschap van hun land: in 2014 54% (eind 2009 nog 53%). In 2016 was dit percentage gestegen: 72% van de Nederlanders was tevreden met het EU-lidmaatschap. In 2017 steeg dat percentage nog verder: 77% van de Nederlandse bevolking gaf aan het lidmaatschap van de EU een goede zaak te vinden. Uit een onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2010 kwam naar voren dat vooral ouderen en lageropgeleiden negatief dachten over de Europese politiek en het lidmaatschap van de EU.

Lidmaatschap van de EU is een goede zaak

2013

2014

2015

2016

2017

Nederlands percentage positief over EU-lidmaatschap

62%

65%

70%

72%

77%

Europees gemiddelde positief over EU-lidmaatschap

50%

54%

55%

53%

57%

Cijfers: Parlemeters 2013-2017

Vertrouwen in de EU en haar instellingen

Eind 2014 gaf 37% van de Nederlanders aan een positief beeld te hebben van de Europese Unie; 26% had een negatief beeld en 22% was neutraal. In het voorjaar vlak na de Europese Parlementsverkiezingen was nog maar 31% positief. In 2010 lag dat percentage nog op 53%.

In het najaar van 2015 antwoordde 34% van de Nederlanders positief tegen de EU aan te kijken; 25% had een negatief beeld en 41% was neutraal. Van alle Europeanen had toen 37% een positief beeld over de EU; 23% een negatief beeld en 37% neutraal. Deze percentages bleven min of meer constant in 2016.

De helft van de Nederlandse bevolking had in 2016 vertrouwen in zowel het Europees Parlement (52%), de Europese Commissie (51%) als de Europese Centrale Bank (55%). In 2017 stegen deze percentages: 58% van de Nederlanders had vertrouwen in het Europees Parlement, 56% van de ondervraagden had vertrouwen in de Europese Commissie en 63% vertrouwde de ECB. Deze cijfers lagen boven het EU-gemiddelde en vormden ook een stijging ten opzichte van 2011.

Vertrouwen in Europese instelling

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Europees Parlement

58%

51%

-

53% (42%)

50% (38%)

52% (42%)

58% (45%)

Europese Commissie

53%

52%

-

54% (38%)

50% (35%)

51% (38%)

56% (42%)

De cijfers betreffen de Eurobarometers van het najaar van de genoemde jaren en laten de Nederlandse percentages zien.

Het Europese gemiddelde staat, voor zover beschikbaar, tussen haakjes.

Het najaarsrapport van 2013 vroeg niet naar vertrouwen in Europese instellingen.

Steun voor (nieuwe) bevoegdheden van de Europese Unie

Inwoners uit de gehele Europese Unie stonden in het voorjaar van 2015 positief tegenover het voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (74%). Opvallend was dat, net als in 2014, vooral de nieuwe lidstaten veel positiever tegenover deze kwesties stonden dan de oude lidstaten. Daarnaast was het opvallend dat Nederlanders een stuk positiever staan tegenover het gemeenschappelijk Europees optreden op de terreinen van veiligheids- en defensiebeleid en buitenlands beleid in vergelijking met 2014. In 2014 was 75% van de ondervraagden voor een gemeenschappelijk Europees optreden op dit terrein, in 2015 was dit 81% en in 2016 79%.

In het najaar van 2017 werden deze vragen opnieuw gesteld. Het aantal voorstanders voor een gemeenschappelijk Europees beleid nam toe. Alleen voor een gemeenschappelijk buitenlandsbeleid daalde het aantal voorstanders licht. Ook het Europese gemiddelde aantal voorstanders was iets toegenomen, behalve voor een gemeenschappelijk energiebeleid.

(Nieuwe) bevoegdheden van de Europese Unie

NL: vóór in 2015

NL: vóór in 2017

EU: vóór in 2015

EU: vóór in 2017

Voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid

79%

82%

74%

75%

Voeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid

68%

66%

64%

66%

Voeren van een gemeenschappelijk beleid voor migratie

81%

83%

67%

69%

Voeren van een gemeenschappelijk energiebeleid

77%

79%

73%

72%

Cijfers: Eurobarometer 2016 en 2017

Persoonlijke betekenis van de EU

Aan de Nederlanders werd in 2017 gevraagd wat de EU de voor hen persoonlijke betekende. 'Vrij verkeer van personen, goederen en diensten' en de euro' werden het meest genoemd.

Wat betekent de EU voor u persoonlijk?

NL

EU

Vrijheid om te werken, reizen en studeren in de hele Europese Unie

70%

52%

De euro

58%

36%

Sterke positie in de rest van de wereld

42%

25%

Bureaucratie

42%

23%

Vrede

39%

30%

Economische voorspoed

34%

16%

Culturele diversiteit

33%

28%

Democratie

25%

23%

Cijfers: Eurobarometer 2017

Migratie

In 2017 was migratie een belangrijk onderwerp voor Europeanen. In het najaar van 2017 was 69% van de Europeanen voor het voeren een gemeenschappelijk migratiebeleid. Nederlanders zijn nog wat positiever over een gemeenschappelijk migratiebeleid: 83% van de ondervraagden gaf aan hier voor te zijn. In 2017 gaf bovendien 70% van de Nederlanders aan dat er meer maatregelen tegen migratie van buiten de EU genomen moeten worden, en dat die maatregelen op Europees niveau genomen moeten worden.

Energie-unie

In 2017 gaf 72% van de Europeanen aan voor een gemeenschappelijk energiebeleid te zijn. Van de Nederlanders antwoordde 79% daarvoor te zijn. De steun in Nederland voor een gemeenschappelijk energiebeleid was licht toegenomen ten opzichte van 2016.

Klimaat en bescherming van het milieu

In 2017 gaf een ruime meerderheid van de Nederlanders aan dat de EU meer moest doen op het gebied van klimaataanpak en bescherming van het milieu. 80% van de Nederlandse bevolking vond dat de EU sterker mocht optreden op dit gebied. 27% van de Nederlanders vond in 2017 dat klimaatverandering een van de twee belangrijkste kwesties was voor de EU.

Terrorisme en veiligheid

34% van de Nederlandse ondervraagden gaf in de Eurobarometer van 2017 aan dat terrorisme een van de belangrijkste problemen voor de EU is.

De toekomst van de Europese Unie

Uit de enquête van Eurobarometer die onder EU-burgers werd gehouden in het voorjaar van 2015 bleek dat burgers van de EU-landen optimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie. Het gemiddelde aantal burgers in alle lidstaten dat een positieve houding had, was 58% (56% in 2014). Nederland lag hier met 71% ver boven (68% in het najaar van 2014 en 70% in het voorjaar van 2014). Uit het onderzoek bleek dat maar twee landen pessimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie: Griekenland (57%) en Cyprus (54%).

In 2017 was het optimisme over de toekomst van de EU weer toegenomen, zowel in Nederland als in Europa als geheel.

Mening over de toekomst van de EU

2013

2014

2015

2016

2017

Optimistisch over de toekomst van de EU

60% (49%)

70% (56%)

71% (58%)

57% (50%)

68% (57%)

Pessimistisch over de toekomst van de EU

39% (46%)

28% (38%)

27% (36%)

42% (44%)

31% (37%)

Cijfers: Eurobarometers voorjaar 2013-2016. Het Nederlandse gemiddelde tegenover het Europese gemiddelde tussen haakjes.

3.

Negatief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Zorgen

De zorgen van Europese burgers zijn aanzienlijk veranderd sinds 2014. In 2014 maakten Europeanen zich voornamelijk zorgen over de economische situatie. In 2015 zijn deze zorgen verminderd en hebben ze plaats gemaakt voor zorgen over immigratie. De gemiddelde Nederlander maakte zich in 2014 absoluut nog geen zorgen over immigratie (8%), maar in 2015 en 2016 bleek dit juist de grootste zorg te zijn (49% en 62%).

Zorgen van de burger

NL

EU

Immigratie

62%

48%

Terrorisme

39%

39%

Economische situatie

23%

19%

Overheidsfinanciën

24%

16%

Werkloosheid

7%

15%

Inflatie

4%

7%

Criminaliteit

4%

9%

Cijfers: Eurobarometer 2016

Uitbreiding van de Europese Unie

In de gehele Europese Unie waren er volgens de Eurobarometer van het voorjaar van 2015 meer mensen tegen een verdere uitbreiding (49%) dan vóór (39%). In Nederland gaf 38% aan vóór verdere uitbreiding te zijn en 56% tegen. Nederlanders zijn positiever geworden over uitbreiding van de EU, in 2014 lag het percentage 4% lager. Onderling waren er grote verschillen in steun voor verdere uitbreiding. In de nieuwe oostelijke lidstaten was de steun doorgaans hoger dan in de oude lidstaten. Landen met de euro als munteenheid waren gemiddeld genomen negatiever over uitbreiding van de Unie dan landen die de euro niet hebben.

In 2017 was gemiddeld 42% van de Europeanen voor uitbreiding van de EU en 47% tegen. In Nederland lag dat percentage een stuk lager: 28% was voor uitbreiding van de EU en 64% van de Nederlanders was tegen.

Het aantal ambtenaren werkzaam bij de Europese Unie

Een veel gehoord punt van kritiek op de Europese Unie is het hoge aantal ambtenaren dat werkzaam zou zijn bij de verschillende Europese instellingen. In het voorjaar van 2015 liet 23% van de Europeanen weten de Europese Unie te associëren met 'bureaucratie'. In Nederland lag dit percentage hoger: 39% van de Nederlanders associeerde de EU hiermee. In 2017 was dit percentage toegenomen: in Nederland associeerde 42% de EU met bureaucratie, tegenover 23 % gemiddeld in Europa.

Volgens cijfers van de Europese Commissie heeft de EU alles bij elkaar ruim 50.000 ambtenaren in dienst. Daarnaast doet de EU tijdens het proces van Europese wet- en regelgeving een beroep op nationale ambtenaren, maar zij zijn formeel niet in dienst van de EU. Bij een telling volgens het uitgangspunt dat nationale ambtenaren meegerekend worden, komt het aantal Europese ambtenaren op ongeveer 170.000. Ter vergelijking: in Nederland zijn ongeveer een miljoen ambtenaren werkzaam.

De 50.000 ambtenaren die volgens cijfers van de Commissie op de loonlijst stonden van de EU zijn als volgt over de verschillende Europese instellingen verdeeld.

Europese instelling

Aantal ambtenaren

Europese Commissie

33.000

Europees Parlement

7.500

Raad van de Europese Unie

3.500

Overige instellingen

3.000

cijfers: 2015

4.

Afbakening bevoegdheden

Dat er ook grenzen zijn aan de Europese integratie, verwoordde de Nederlandse regering duidelijk in de Staat van de Europese Unie in 2017. Daarin geeft het kabinet aan dat veel problemen niet op Europees, maar op nationaal niveau kunnen worden opgelost. Veel zaken zoals gezondheidszorg, werkgelegenheid, veiligheid en scholing, wil het kabinet zo dicht mogelijk bij de Nederlandse burger organiseren. Dergelijke beleidsterreinen vragen dan om een nationale aanpak. De gedachte "nationaal wat kan; Europees wat moet" is dan ook de leidraad.

5.

Meer informatie

(klik op tabblad: De 100 boeken)

Delen

Terug naar boven