r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Richtlijn emissies vluchtige organische stoffen («VOS»)

Dit BNC-fiche is door de Nederlandse regering gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van het document COM(2002)750 van de Europese Commissie. Het bevat onder andere de eerste algemene standpuntbepaling van de Nederlandse regering.

 

1.

Titel

2.

Voorstel

voor een Richtlijn van het Europese Parlement en de Raad inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in decoratieve verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG

14 januari 2003

5268/03

5.

nr. Commissiedocument

COM(2002)750 def

6.

Eerstverantwoordelijke ministerie

VROM i.o.m. V&W, BZ/OS, EZ, SZW,

VWS, FIN

7.

Behandelingstraject in Brussel

RWG Milieu, Milieuraad.

8.

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar)

Geen.

9.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel

Het richtlijnvoorstel stelt grenzen aan het aandeel vluchtige organische stoffen («VOS») voor gebruiksklare verven en vernissen. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de beperking van de VOS-emissies als gevolg van organische oplosmiddelen in decoratieve verven en vernissen, en in producten voor het overspuiten van voertuigen en van de potentiële risico's voor de volksgezondheid.

De reductie van VOS moet worden nagestreefd op grond van internationale afspraken (de NEC richtlijn = National Emission Ceilings), die aan deze richtlijn ten grondslag liggen. De Europese Commissie doet met deze ontwerp-richtlijn een voorstel voor een aanpak van enkele belangrijke producten waar veel VOS in voorkomt.

10.

Rechtsbasis van het voorstel

artikel 95 EG-verdrag wordt als basis voor het richtlijnvoorstel gebruikt omdat het primaire doel is de VOS-emissies te verminderen door harmonisatie van technische specificaties. Besluitvorming vindt plaats met gekwalificeerde meerderheid.

11.

Comitologie

De Commissie zal worden bijgestaan door het bij artikel 13 van Richtlijn 1999/13/EG van de Raad ingestelde comité (het Raadgevend Comité voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen t.g.v. het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties). Dit Comité zal onder andere de etikettering verzorgen.

12.

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering

Aandachtspunt in het kader van de subsidiariteit is de wijziging ten opzichte van het ontwerp-voorstel: artikel 3.2 is verdwenen. Hierdoor is de mogelijkheid om als lidstaat verdergaande maatregelen te nemen eruit gehaald. Dit is voor Nederland een probleempunt in die zin dat de bestaande nationale regelgeving voor ARBO en voor verfproducten thans (nog) verdergaand is.

Het stellen van eisen aan deze producten om de emissies van VOS te beperken met grenswaarden op termijn (2007 en 2010) is proportioneel te achten. Wel is hier voor Nederland een probleempunt omdat reeds nu in het voorstel van de Commissie het technisch minimum voor dit type verven is opgenomen. Dit kan op termijn (2007 en 2010) betekenen dat in feite dit type verven van de markt is verdwenen. Met name kleinere verfproducenten kunnen op deze ontwikkeling niet op zo'n korte termijn (korter dan 4 jaar) inspelen. Het ligt overigens in de lijn van de verwachting dat de Commissie voor andere veel VOS-houdende producten (zoals schoonmaakmiddelen of cosmetica), ook met voorstellen zal komen. Er is geen sprake van deregulering, maar wel kan gesteld worden dat naar verwachting hiermee regelgeving per lidstaat voorkomen wordt. De richtlijn 1999/13/EG is omgezet in het «Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer».

13.

Nederlandse belangen

Nederland is (mede-)initiator van dit richtlijnvoorstel geweest. Nederland heeft zich al vele jaren een pleitbezorger getoond van Europese harmonisatie voor dit onderwerp: met een Europese harmonisatie van de grenswaarden ontstaat in Europa een gelijk speelveld voor alle betrokkenen. Op de Nederlandse markt zijn diverse verven die aan de grenswaarden voldoen en kunnen gaan voldoen. Hoewel geen specifiek onderzoek bekend is, kunnen de exportmogelijkheden van deze verven verbeteren door dit richtlijnvoorstel (tabel met baten voor Nederland).

14.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG)

Afhankelijk van het al dan niet opnemen in de richtlijn van artikel 3.2 uit de ontwerp-richtlijn: als dit artikel wel wordt opgenomen heeft de richtlijn geen consequenties voor de nationale regelgeving. Indien het artikel niet wordt opgenomen zal de nationale regelgeving (op het gebied van ARBO en verfprodukten) mogelijk moeten worden aangepast omdat deze verder gaat dan de maatregelen van de richtlijn.

15.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure

co-decisie.

16.

Meer informatie

 

Delen

Terug naar boven