r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Telecommunicatiebeleid

Het Europese telecommunicatiebeleid is erop gericht de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden. De EU houdt zich met name bezig met grensoverschrijdend telecomverkeer. Het beleid voor telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij.

In het kader van die betaalbaarheid werkt de Europese Commissie sinds de jaren '90 aan de openstelling van de Europese telecommunicatiemarkt. Hierbij richt de Commissie zich naast het waarborgen van de betaalbaarheid ook op de bescherming van persoonsgegevens, de beveiliging van mobiele netwerken en de bestrijding van illegale activiteiten. Het telecommunicatiebeleid is nauw verweven met de digitale interne markt, die in 2020 moet zijn gerealiseerd.

Een zichtbaar gevolg van Europees telecommunicatiebeleid is het feit dat EU-burgers sinds 2017 zonder extra kosten mobiel kunnen internetten in een andere EU-lidstaat. Een actuele ontwikkeling is de realisatie van het 5G-netwerk. In november 2018 nam het Europees Parlement een pakket aan dat lidstaten verplicht om supersnel 5G-internet mogelijk te maken. In 2020 moet in ieder land minimaal in één belangrijke stad een 5G-netwerk zijn. Vóór 2020 wil de Europese Unie bovendien alle nationale wetgeving op telecommunicatiegebied in Europees verband gelijk trekken.

1.

Staand beleid

Budget

Tot 2020 heeft de EU een geschat bedrag van 700 miljoen euro nodig om de 5G-technologie in Europa te ontwikkelen. De rest van het EU-budget op dit beleidsterrein zit vooral in de ontwikkeling van de digitale interne markt.

Goedkoper bellen in de EU

Europeanen roamen gratis in de EU
Bron: flickr/ClearFrost

In juni 2017 werden de extra kosten voor internetten, bellen en sms'en vanuit een ander EU-land, die vroeger door telecombedrijven werden gerekend, afgeschaft door de EU. Vanaf 2008 werden de tarieven stapsgewijs verlaagd. In mei 2019 is het maximumtarief voor bellen vanuit het eigen land naar een ander EU-land vastgesteld op 19 eurocent per minuut. Een sms mag in die situatie niet meer dan 6 eurocent kosten.

In het verleden kostte het gebruik van de mobiele telefoon in andere EU-landen nog veel geld: jaarlijks betaalden burgers in totaal miljarden voor gesprekken en dataverkeer vanuit het buitenland. Nu is het in de hele EU even duur. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan roamen zonder extra kosten. Het is bijvoorbeeld alleen mogelijk bij een tijdelijk verblijf in het buitenland.

Het afschaffen van de roamingkosten heeft ervoor gezorgd dat het grensoverschrijdend mobiel dataverkeer is toegenomen in de EU. Toen er nog hoge kosten gerekend werden voor mobiel internetten in het buitenland, werd er per kwartaal zo'n 15 miljoen gigabyte aan data verbruikt door toeristen. In het derde kwartaal van 2018 was die hoeveelheid toegenomen tot 85 miljoen gigabyte.

Ontwikkeling van een 5G-actieplan

Man met een laptop en een smartphone

De tijdige uitrol van het supersnelle mobiel internet, 5G, wordt op dit moment gezien als een strategische kans voor nieuwe digitale economische (bedrijfs)modellen in Europa. Hierbij kan men denken aan nieuwe soorten toepassingen die het mogelijk zullen maken om toestellen en voorwerpen met elkaar in verbinding te stellen (Internet of Things). 5G zal bijvoorbeeld smart cities en smart homes kunnen verwezenlijken. Vandaar dat de Europese Commissie in september 2016 met het Actieplan voor de ontwikkeling van 5G is gekomen. Toch is de verwachting dat het 5G-netwerk nog tot na 2020 op zich zal laten wachten.

In het Actieplan voor 5G stelt de Commissie voor om in Europa tijdig en gecoördineerd 5G-netwerken uit te rollen door middel van een partnerschap tussen de Commissie, de lidstaten en de industrie. Het plan draagt tevens bij aan de realisatie van de doelstellingen over Connectiviteit, zoals beschreven in de Commissiemededeling Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt. Specifiek wil de Commissie de investeringen in 5G-netwerken een duw in de rug geven en innovatieve systemen creëren. Dat is goed voor de Europese concurrentiepositie.

E-communicatie

Door de komst van draadloos, kabel- en breedbandinternet vervaagt langzaam maar zeker het onderscheid tussen telecommunicatie en elektronische communicatie. Het Europese telecommunicatiebeleid wordt daarom steeds vaker gevoegd bij het ruimere kader van e-communicatiebeleid.

In 2020 zal het wereldwijde mobiele verkeer 33 keer hoger zijn dan in 2010 waarbij internet zal worden gedomineerd door draadloze apparaten als smartphones, tablets, machines en sensoren.

In het algemeen heeft het e-communicatiebeleid de volgende uitgangspunten:

  • het verminderen van administratieve rompslomp, door nationale systemen van individuele licenties te vervangen door algemene markttoelatingsprocedures
  • zo min mogelijk regelgeving, die zo veel mogelijk de Europese mededingingsregels volgt - doelstelling is om sectorspecifieke regelgeving zo snel mogelijk te beëindigen
  • neutraliteit met betrekking tot het technologische platform - regelgeving heeft betrekking op "elektronische communicatie" en niet op "telecommunicatie" - dit geeft de wetgever meer flexibiliteit om in te spelen op nieuwe technologische ontwikkelingen
  • samenhang van de verschillende nationale regelgevingen, zodat één Europese markt kan ontstaan

De Europese regelgeving op dit gebied komt voort uit de zogenaamde Digitale Agenda.

2.

Mijlpalen

Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen op het terrein van het Telecommunicatiebeleid was de openstelling van de Europese telecommunicatiemarkt in de jaren '90 van de twintigste eeuw. Het beleid is er sindsdien op gericht om één Europese telecommunicatiemarkt tot stand te brengen, waarvan zowel telecombedrijven als consumenten profiteren.

Een tastbaar voorbeeld hiervan is het afbreken van staatsmonopolies. Staatsbedrijven als de Nederlandse PTT en de Deutsche Bundespost in Duitsland werden gedwongen zich los te maken van de nationale overheden en de concurrentie aan te gaan met commerciële bedrijven uit hun sector. Dit leidde er in het Nederlandse geval toe dat PTT werd opgesplitst in de commerciële bedrijven TNT Post (voorheen TPG) en KPN.

Het telecompakket van 1998

In 1998 werden de telecommunicatiemarkten in de verschillende Europese lidstaten geliberaliseerd. Om alles in goede banen te leiden werd in 2002 een Telecompakket - een pakket van Europese regels en wetten - afgekondigd. In dit pakket stonden vijf punten centraal:

  • vrije markttoegang voor telecommunicatiebedrijven in heel Europa
  • onderlinge afstemming van de verschillende netwerken
  • harmonisatie van technische standaarden
  • bescherming van consumentenrechten
  • toezicht op nationaal niveau op de telecommunicatiemarkt

Meer concurrentie vanaf 2006

Na 2002 bleek dat de uitwerking van het Telecompakket te wensen overliet. De Raad van telecom-ministers vroeg bijvoorbeeld in 2006 om meer concurrentie in de sector. De Commissie heeft sindsdien diverse voorstellen gedaan om meer marktwerking te bewerkstelligen. Toch heeft de Europese burger wel degelijk iets gemerkt van het bovengenoemde Telecompakket. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • beter inzicht in de kosten van telefoneren
  • vrije keuze tussen verschillende aanbieders van telecommunicatiediensten
  • makkelijk kunnen overstappen naar een andere telecomaanbieder, met nummerbehoud
  • toegang tot het Europese alarmnummer 112 waar burgers in meerdere talen te woord kunnen worden gestaan

Hervorming in 2009

In 2009 stemde de Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie in met een hervormingsplan voor het telecompakket.

Het plan bevat de volgende punten:

  • de procedure voor overstappen tussen telecomaanbieders moet worden versimpeld en versneld
  • betere voorlichting van consumenten door telecomaanbieders over kosten, rechten en verplichtingen
  • verbod op internetcensuur door nationale en regionale overheden
  • vrije keuze van internetaanbieders voor consumenten
  • het waarborgen van privacy van consumenten bij registratie als telecom- of internetgebruiker
  • verbeterde toegang tot het Europese alarmnummer 112
  • het waarborgen van de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders op de telecomsector
  • de oprichting van een Europese toezichthouder voor de telecommunicatiemarkt binnen de EU
  • uitbreiding van de mogelijkheden van de Europese Commissie om adviezen uit te brengen aan nationale toezichthouders
  • nationale toezichthouders krijgen de mogelijkheid om telecombedrijven te dwingen om zich te splitsen in het geval waarin een onevenwichtige concurrentiepositie de vrije markt bedreigt
  • betere toegang tot snel internet voor alle Europese burgers
  • het stimuleren van investeringen voor onderzoek en toepassing van nieuwe communicatietechnologieën

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Digitale economie en samenleving

Parlementaire Commissie EP

parlementaire commissie Industrie, onderzoek en energie

Nederlands lid Commissie EP

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Mona Keijzer (CDA), staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken (EZ) - Tweede Kamer

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (EZ)

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Energie en vervoer

Directoraat-Generaal

DG Informatiemaatschappij en media

Agentschap

Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging

Agentschap

Europese GNSS-Agentschap

Agentschap

Satellietcentrum van de Europese Unie

4.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistiek

Terug naar boven