r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Servië

Servië

Servië en Montenegro was sinds 4 februari 2003 de nieuwe naam van de Federale Republiek Joegoslavië. Het land verklaarde zich onafhankelijk op 11 april 1992, maar werd pas op 9 april 1996 als zodanig door de lidstaten van de Europese Unie erkend. Montenegro riep op 3 juni 2006 de onafhankelijkheid uit en scheidde zich daarmee af van Servië. In februari 2008 verklaarde de voormalige Servische provincie Kosovo zich onafhankelijk, tot ongenoegen van Servië.

Tot 2000 golden er sancties tegen Servië, onder andere vanwege schending van de mensenrechten door het regime van president Milosevic. De sancties werden direct na de verkiezing van Kostunica tot president van deze staat in oktober 2000 opgeheven, met uitzondering van de maatregelen gericht tegen Milosevic en diens medewerkers.

Het steunprogramma voor Servië ter waarde van 200 miljoen euro heeft betrekking op energieleveranties, medicamenten, voedsel, onafhankelijke media en het programma 'Steden en scholen voor democratie'. De Commissie blijft steun verlenen aan vluchtelingen en ontheemden in Servië. In april 2005 besloot de Raad dat de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatie-overeenkomst konden starten. Op 1 maart 2012 kreeg Servië officieel de status van kandidaat-lidstaat voor de EU.

Inhoud

1.

Politieke situatie

Parlement Servië © Europese Unie 2013

Bij de vervroegde verkiezingen van april 2016 behaalde SNS, de pro-Europese partij van premier Aleksandar Vučić, de overwinning. Vučić beloofde na zijn overwinning in maart 2014 zich in te zetten tegen de corruptie en de economische tegenspoed van het land. Hij stuurt aan op lidmaatschap van de EU van Servië. Bij de vorige verkiezingen, in 2014, had de rechtspopulistische Servische Progressieve Partij (SNS) ook een grote overwinning behaald. In 2016 was er ook veel steun voor de anti-Europese SRS.

Servië kent een relatief groot aantal politieke partijen. Zo deden bij de verkiezingen van 2012 achttien partijen mee, wonnen elf partijen zetels in het parlement en namen zeven partijen deel aan de regering.

Het meerderheidssysteem zorgt er in Servië voor, dat in de voorbereiding op verkiezingen vaak gezocht wordt naar een werkbare coalitie. Zo bestreden Tomislav Nikolic en Boris Tadic elkaar in de parlementaire verkiezingen van 2012 door middel van twee coalities: 'Keuze voor een beter leven' en 'Zet Servië in beweging'. De eerste coalitie met als leider Boris Tadic en bestaande uit een coalitie van voornamelijk democratische partijen en enkele minderheidspartijen, legde het toen af tegen de coalitie onder leiding van Tomislav Nikolic, bestaande uit voornamelijk conservatieve partijen en socialistische partijen.

2.

Staatsvorm, partijen en kiesstelsel

staatsvorm

Servië is sinds 5 juni 2006 een parlementaire republiek met een president als staatshoofd en een minister-president als regeringsleider. Het staatshoofd wordt gekozen voor een termijn van vijf jaar met de mogelijkheid tot een tweede termijn. Met toestemming van het parlement, wijst de president een regeringsleider aan. De Servische regering wordt gevormd door de minister-president en de ministers.

De regering (Vlada) dient wetsvoorstellen in, maar neemt ook besluiten over de uitvoering en handhaving ervan. Verder deelt zij bevoegdheden omtrent het buitenland beleid met de president en het parlement.

Het servische parlement bestaat uit één Kamer met 250 leden. De zittingstermijn is vier jaar. Het parlement heeft wetgevende en controlerende bevoegdheden. Als het kabinet het vertrouwen van de meerderheid verliest, moet binnen 30 dagen een nieuw kabinet worden gevormd. Als dat niet lukt, kan de president het parlement ontbinden.

In het kader van de scheiding der machten mogen leden van het parlement tegelijkertijd geen functie als rechter uitoefenen, zich bezig houden met de kiesraad of in dienst zijn als adviseur van de regering.

kiesstelsel

De parlementsverkiezingen vinden elke vier jaar plaats. Kandidaten worden gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Er is een kiesdrempel van vijf procent van het totaal aantal stemmen. Voor politieke partijen die etnische minderheden in Servië vertegenwoordigen, geldt geen drempel.

partijen

Door de vele wijzigingen in het staatkundige en politieke karakter van Servië, kent het land vooralsnog een instabiele partijstructuur. De ontwikkeling van politieke partijen is in de loop der jaren aanzienlijk beïnvloed door fusies en afscheidingen, maar ook door schandalen en politieke aanslagen.

De grootste politieke partij van Servië is momenteel de Servische Progressieve Partij (SNS). Deze centrumrechtse partij van de huidige premier Aleksandar Vučić, behaalde op 16 maart 2014 de grootste verkiezingsoverwinning uit de korte historie van Servië en regeert momenteel in een centrumrechts kabinet met leden van de Servische Sociaal Democratische Partij (SDPS) en leden van de Beweging voor Socialisten (PS).

De partij van premier Aleksandar Vučić ontstond in 2008 als gevolg van een breuk met de ultranationalistische Servische Radicale Partij (SRS). Tomislav Nikolić stapte na onenigheid uit de Servische Radicale Partij, nam een groot aantal hoge partijleden mee en richtte de Servische Progressieve Partij (SNS) op. Terwijl de Servische Radicale Partij tijdens de verkiezingen van 2012 al haar zetels in het parlement verloor, werd Nikolić met zijn nieuwe partij de grootste. Nikolić werd verkozen tot president en Aleksandar Vučić volgde hem op als partijleider. De progressieve partij stuurt aan op het Servische lidmaatschap van de Europese Unie.

De Socialistische Partij van Servië (SPS) werd in 1990 opgericht na een fusie met de Servische Communistenbond en werd geleid door de populaire Slobodan Milošević. Door beschuldigingen van corruptie en misdaden aan het adres van de partij daalde de populariteit. Onder andere dankzij samenwerkingsverbanden met kleinere partijen heeft d de sociaaldemocratische PS zich de laatste jaren echter weer weten op te werken binnen het Servische politieke spectrum. Hoewel de groepering zichzelf als centrum-links beschouwd, zien critici de partij nog altijd als overwegend nationalistisch. Ivica Dačić, leider van de SPS, was in 2012 al premier en is in het huidige kabinet minister van Buitenlandse Zaken.

Veel van die kritische geluiden, komen vanuit de Democratische Partij (DS). De centrumlinkse partij is sociaaldemocratisch. Tussen 2004 en 2012 was DS-politicus Boris Tadic president, die aanstuurde op aansluiting van Servië bij de Europese Unie. In 2012 stelde hij zich kandidaat voor een derde termijn als president, maar werd hij nipt verslagen door de opkomende politicus Tomislav Nikolic (SNS). Met name de afscheiding van Kosovo in 2008 en de verslechterde economische situatie van het land werden Tadic kwalijk genomen, die na zijn verlies opstapte als partijleider.

Een nieuwkomer in 2014, is de Nieuwe Democratische Partij - Groenen (NDS-Z). De partij is een samenwerkingsverband tussen de Groenen van Servië (GS), die vooral aan lokale verkiezingen meedeed, en de Nieuwe Democratische Partij van oud-president Boris Tadic. De Groenen is een centrumlinkse partij, die zich sterk maakt voor duurzaamheid en aansluiting bij de Europese Unie.

Het liberalisme is in Servië van geringe betekenis. De liberale partijen in Servië zijn de voorbije jaren voornamelijk afhankelijk geweest van samenwerkingsverbanden met de Democratische Partij. De LDP scheidde zich in 2005 onder leiding van Čedomir Jovanović af van de Democratische Partij van toenmalige president Boris Tadic.

3.

Zetelverdeling Servische parlement vanaf 2007

jaar

SNS

SPS

DS

SRS

DSS

LDP

G17+

ov.

datum

2007

-

16

64*

81*

47*

15*

19

8

21 jan.

2008

-

20*

102*

78

30*

13*

-

7

11 mei

2012

73*

44*

67*

-

21

13*

-

32

6 mei

2014

158

44*

19

-

-

18

-

11

16 mrt.

2016

131

29

16

22

13

13

 

16

24 apr.

*aantal zetels behaald in coalitie met kleine partijen

4.

Kabinetten vanaf 2007

naam

periode

kleur

partijen

belangrijke ministers

kabinet-Kostunica

15 mei 2007 - 7 juli 2008

centrumlinks

DS - DSS - NS - G17

BuZa: Vuk Jeremic

Kabinet-Cvetkovic

7 juli 2008 - 14 maart 2011

centrum

SPS - G17 - DS

BuZa: Vuk Jeremic

Kabinet-Cvetkovic

14 maart 2011 - 27 juli 2012

centrum

SPS - G17 - DS

BuZa: Vuk Jeremic

 

Kabinet-Dačić

27 juli 2012 - 27 april 2014

centrumlinks

SPS - SNS - URS

BuZa: Ivan Mrkic

Kabinet-Vučić I

27 april 2014 - 11 augustus 2016

centrum-rechts

SNS - SDPS - PS - SPS - PUPS - JS - NS - SPO - DHSS - SVM - PS

BuZa: Ivica Dačić

Kabinet-Vučić II

11 augustus 2016 - heden

centrum-rechts

SNS - SPS - PUPS - SDPS

BuZa: Ivica Dačić

5.

Verwante informatie

6.

Kerngegevens

hoofdstad

Belgrado

staatshoofd

President Aleksandar Vucic (vanaf 31 mei 2017)

regeringsleider

Premier Ana Brnabic (vanaf 29 juni 2017)

7.

Bevolking

aantal inwoners

7.078.110

% van de bevolking jonger dan 15

14.35%

% van de bevolking van 15 t/m 24

11.19%

% van de bevolking van 25 t/m 54

41.27%

% van de bevolking van 55 t/m 64

14.21%

% van de bevolking ouder dan 65

18.98%

gemiddelde levensverwachting

75.9 jaar

geletterdheid

98.8%

8.

Economie

bruto binnenlands product

$105,7 miljard

bijdrage van landbouw aan bbp

9.8%

bijdrage van industrie aan bbp

41.1%

bijdrage van dienstensector aan bbp

49.1%

werkloosheid

14.1%

9.

Geografie

oppervlakte

77.474 km²

laagste punt

hoogste punt

 
Bovenstaande gegevens zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op het CIA World Factbook.

Terug naar boven