r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Euro

Logo euro

De Euro is de naam van de gemeenschappelijke Europese munt die op 4 januari 1999 is ingevoerd. Vanaf die datum voeren de nationale centrale banken en het gehele bankwezen in de eurozone onderlinge transacties in euro’s uit en worden nieuwe overheidsschulden in euro’s uitgegeven. Ook is op die datum de koers van de euro vastgesteld op 2,20371 gulden. Vanaf 1 januari 2002 zijn de euromunten en -biljetten in circulatie gebracht en verloopt het geldverkeer nog uitsluitend in euro’s. Na 28 januari 2002 was de gulden niet langer een wettig betaalmiddel.

Omwisselen van guldens in euro’s bij De Nederlandsche Bank kon voor muntgeld tot 1 januari 2007 en voor papiergeld kan dit nog tot 1 januari 2032.

Euro’s zijn er in biljetten van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro en in munten van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent en van 1 en 2 euro. Het recht om euro's uit te geven berust bij de centrale banken van de EU-lidstaten. Om herkenbaar te houden waar de munten vandaan komen, zijn ze voorzien van een Europese zijde en een nationale zijde. Biljetten hebben geen nationale zijde, maar aan de serienummers is wel te zien welk land een biljet heeft uitgegeven.

Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken zijn vrijwillig buiten de eurozone gebleven. Hoewel Zweden zich bij de toetreding tot de EU in 1995 verplicht heeft om de euro in te gaan voeren, heeft het volk zich in 2003 in een referendum tegen de invoering uitgesproken. Zweden heeft dan ook tot nu toe de invoering weten tegen te houden, door niet deel te nemen aan het wisselkoersmechanisme. Zolang Zweden niet toetreedt tot het wisselkoersmechanisme, kunnen ze de euro buiten de deur houden.

In juni 2004 traden Estland, Litouwen en Slovenië toe tot het wisselkoersmechanisme. In 2005 deden Cyprus, Letland, Malta en Slowakije dat ook. Om de euro in te voeren moet een lidstaat laten zien dat hij zijn munt ten minste twee jaar zonder al te grote waardeschommelingen kan handhaven. Slovenië, Cyprus, Estland, Malta en Slowakije hebben in de periode 2007-2011 de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. Letland is op 1 januari 2014 en Litouwen op 1 januari 2015 tot de eurozone toegetreden.

De eurocrisis en eurosceptische sentimenten hebben in Hongarije en Polen bijgedragen aan onduidelijkheid over de invoering van de euro. In 2012 heeft het Hongaarse parlement een wetswijziging doorgevoerd waarmee het land alleen met toestemming van minimaal tweederde van het parlement kan toetreden. De Hongaarse premier Viktor Orbán gaf aan invoering van de euro niet als optie te beschouwen. De toenmalige Poolse premier Donald Tusk gaf eind april 2013 toe dat een meerderheid van de bevolking in zijn land wantrouwend tegenover de euro staat. Toch meende Tusk dat 'het niet de vraag is of Polen de euro invoert, maar wanneer.'

Buiten de EU is de euro officieel toegestaan in Monaco, Vaticaanstad, Andorra en San Marino. Nadat eerder Monaco, Vaticaanstad en San Marino al over eigen euromuntstukken beschikten, mag Andorra sinds 1 juli 2013 ook haar eigen euromunten slaan. Papiergeld wordt echter niet door Andorra uitgegeven. In de praktijk wordt de euro ook in Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Montenegro en Zwitserland als geldig betaalmiddel gezien.

1.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven