r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Nederland en Europa

Donald Tusk en premier Mark Rutte
Bron: The Council of the European Union

Nederland trok meer dan 60 jaar geleden samen met België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg de conclusie dat Europese landen meer moesten gaan samenwerken. Er werd geconcludeerd dat een aantal grensoverschrijdende problemen niet of moeilijk afzonderlijk konden worden opgelost.

Bovendien, zo was de gedachte, brengen handelsovereenkomsten en economische samenwerking veel voordelen met zich mee. Tot slot was de verwachting dat landen die samen handel drijven en van elkaar afhankelijk zijn niet snel een oorlog zouden beginnen met elkaar.

Het in eerste instantie economische samenwerkingsverband, dat begon als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een verregaand geïntegreerde markt en politieke samenwerking. Dit maakt ook het nemen van gezamenlijke politieke besluiten noodzakelijk. De rol van Nederland binnen wat inmiddels de Europese Unie is gaan heten, is daardoor veranderd. Zo worden er veel Europese wetten doorgevoerd in Nederland en zal Nederland op veel beleidsniveau's rekening moeten houden met de Europese partners.

1.

De Nederlandse burger en de EU

Positief

Twee keer per jaar publiceert de EU de Eurobarometer. Hierin staan de resultaten van de opiniepeiling over de EU die wordt gehouden onder de Europese bevolking. Uit de meest recente Eurobarometer van mei 2018 bleek dat de Nederlandse opinie over EU-lidmaatschap positiever is geworden.

Volgens de opiniepeiling vindt 78% van de Nederlanders EU-lidmaatschap een goede zaak. Dat is hoger dan het Europese gemiddelde van 60% en de hoogste score sinds 1983. Nederlanders zien bescherming van het milieu, terrorismebestrijding en de manier van werken van de EU als prioriteiten. Grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering kunnen alleen worden aangepakt als landen met elkaar samenwerken. Zeker als klein land kan het effectiever zijn om de krachten bundelen met andere landen. Uit een opiniepeiling van Amerikaans onderzoeksbureau Pew bleek dat zowel Nederlanders als andere Europeanen in het algemeen positiever oordelen over de EU na de Brexit.

Negatief

Er zijn ook veel Nederlanders met een kritische houding tegenover de EU. Zo vrezen veel mensen dat de EU zich meer gaat bezighouden met sociale thema’s als pensioenen, zorg en onderwijs, of met typisch Nederlandse onderwerpen als de euthanasiewetgeving of het softdrugsbeleid. Ook zijn er zorgen over de komst van nieuwe werknemers uit toegetreden landen zoals Polen, Bulgarije en Roemenië.

Dat veel Europeanen kritisch zijn over de EU, blijkt ook wel uit de groei van de Eurosceptische fracties in het Europees Parlement. De twee fracties Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EVDD) en Europa van Naties en Vrijheid (ENF) hebben samen 78 van de 750 zetels.

2.

De Nederlandse politiek en de EU

Nederlandse politieke partijen hebben verschillende ideeën over Europese samenwerking. Zo staan partijen als D66, PvdA en GroenLinks vaak positief tegenover Europese samenwerking. Partijen als SGP, SP, Partij voor de Dieren en PVV zijn kritischer over de Europese Unie.

Nederland is over het algemeen terughoudend met het instemmen met verdere Europese integratie. Zo is de regering kritisch over het voorstel van de Europese Commissie om over fiscaal beleid te stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Dit betekent dat lidstaten niet langer een veto hebben wanneer er gestemd wordt over belastingbeleid. De tegenstem van één land is dan niet langer voldoende om een wetsvoorstel tegen te houden.

3.

Nederland en de Europese instellingen

Iedere vijf jaar mogen alle stemgerechtigde burgers uit de EU stemmen voor het Europees Parlement. Iedere burger stemt voor kandidaten uit het eigen land. Die nationale Europarlementariërs werken volgens hun politieke kleur samen. In veel gevallen kijken de Europarlementariërs bij het nemen van beslissingen ook naar de belangen van hun land.

De Nederlandse ministers vertegenwoordigen ons land in de Raad van Ministers, kortweg de Raad. De minister-president doet dat in de Europese Raad. Ieder land verdedigt de belangen van het eigen land zo goed als mogelijk in de onderhandelingen met de andere landen over nieuwe voorstellen. In verreweg de meeste gevallen neemt de Raad besluiten bij gekwalificeerde meerderheid. In die gevallen kan de Raad een voorstel aannemen wanneer 55% van het aantal lidstaten, met een minimum van 16, vóór stemt. Ook moeten de lidstaten die voor zijn, ten minste 65% van de totale bevolking van de Europese Unie vertegenwoordigen.

In het dagelijks bestuur van de Europese Unie, de Europese Commissie, zit een eurocommissaris uit iedere lidstaat. Van de eurocommissarissen wordt verwacht dat ze werken voor het Europees belang, en niet voor het land waar ze vandaan komen.

In de verschillende Europese instellingen werken burgers uit alle lidstaten, dus ook Nederlanders. Net als bij de eurocommissarissen wordt van de medewerkers van de Europese instellingen verwacht dat ze het Europese belang dienen, en niet het belang van het land waar ze vandaan komen.

4.

Nederland en Europese voorstellen

Naast de Europese instellingen hebben de Nederlandse regering en de volksvertegenwoordiging (Eerste en Tweede Kamer) elk hun eigen rol binnen het proces van Europese besluitvorming.

Regering

Jaarlijks heeft het kabinet zijn visie op de Europese samenwerking in de nota Staat van de Europese Unie. Wanneer de Commissie met nieuwe voorstellen komt, reageert het kabinet hierop zo nodig met een kabinetsappreciatie of BNC-fiche, waarin de eerste reactie op een voorstel wordt gegeven. Ook vervult Nederland eens in de zoveel jaar het wisselend voorzitterschap van de Raad.

Parlement

De Tweede Kamer kan het kabinet vragen om niet met een Europees voorstel in te stemmen voordat is overlegd met de Kamer. Dit heet een parlementair voorbehoud of behandelvoorbehoud. Wanneer het Nederlands parlement vindt dat de Europese Unie niet bevoegd is om te beslissen op een bepaald beleidsterrein, dan kan het samen met parlementen van andere lidstaten proberen een gele of oranje kaart te trekken. Ook wijst de Tweede Kamer met enige regelmaat een rapporteur aan uit haar midden om Europese initiatieven op een bepaald terrein nauwlettend te volgen.

Voorafgaand aan een Raadsvergadering bespreekt de Tweede Kamer doorgaans de Nederlandse inzet met de minister of staatssecretaris die namens Nederland meebeslist in de Raad.

5.

Meer informatie

Terug naar boven