r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese Unie in cijfers

Met zo'n 450 miljoen inwoners heeft de Europese Unie als geheel, na China en India, de meeste inwoners ter wereld. Voor de Brexit waren dit er ongeveer 510 miljoen. De Europese Unie is goed voor circa een derde van de wereldimport en -export en zo een van de drie grootste economische machten in de wereldhandel. Het BBP was eind 2018 met 18,8 biljoen US dollar slechts 1,8 biljoen lager dan dat van de VS en meer dan 5 biljoen hoger dan dat van China.

Ook op andere gebieden worden cijfers en statistieken bijgehouden door onder andere Eurostat. Uit onderzoek in 2018 bleek dat de energieconsumptie in de EU nagenoeg gelijk was aan die in 1990. Het Europese gemiddelde voor autobezit was in 2019 500 personenauto's per duizend inwoners. Nederland had gemiddeld 480 personenauto's per duizend inwoners. Daarnaast blijkt dat in 2017 per inwoner 486 kilo huishoudelijk afval werd weggegooid; Nederland zat met 513 kg boven het gemiddelde. De gemiddelde uitstoot van broeikasgassen was in 2017 8,4 ton. In Nederland was de uitstoot van broeikasgassen relatief hoog vergeleken met andere lidstaten, namelijk 11,3 ton.

Inhoud

1.

Bevolking

De Europese Unie telt sinds de brexit ongeveer 446 miljoen inwoners, dit is zo'n zes procent van de totale wereldbevolking. Al jaren stijgt het aantal 65+'ers in de EU door de stijgende levensverwachting. Verwachting is dat de komende jaren het cijfer van 80-plussers alleen maar sneller zal stijgen doordat de babyboomgeneratie de komende decennia deze leeftijdscategorie zal bereiken. Dit betekent ook dat het aandeel van de beroepsbevolking ten opzichte van het geheel zal dalen. EU-breed is de levensverwachting van vrouwen zo'n 5 jaar hoger dan voor mannen.

Ook migratie is een belangrijke factor in de samenstelling van de bevolking van de EU. In 2017 immigreerden 4,4 miljoen mensen naar een van de EU-lidstaten, waarvan 2 miljoen mensen van buiten de Europese Unie. In datzelfde jaar vertrokken 3,1 miljoen mensen uit een EU-lidstaat.

In 2018 bedroeg het totaal aantal migranten van buiten de EU dat in de Europese Unie leefde 22,3 miljoen, ofwel 4,4% van de Europese bevolking. De meeste migranten woonden in Duitsland (9,7 miljoen), Italië (5,1 miljoen), Frankrijk (4,7 miljoen) en Spanje (4,6 miljoen). Zo'n driekwart van het totaal aantal migranten in de EU woonde in een van deze vier landen.

Daarnaast was er ook een groot aantal asielzoekers die internationale bescherming binnen de EU aanvroegen. In 2015 en 2016 bereikte het aantal binnengekomen asielzoekers een piek: in die twee jaar arriveerden er 1,26 respectievelijk 1,2 miljoen asielzoekers in de EU. In 2018 was dat minder dan de helft: bijna 590.000. In 2019 arriveerden ruim 420.000 vluchtelingen in Europa.

2.

Welvaart en werkgelegenheid

Volgens onderzoek van Eurostat was het percentage EU-burgers dat risico loopt op uitsluiting of om in armoede terecht te komen 16 procent. Hetzelfde onderzoek wees uit dat Nederland in de top 5 staat van landen met het laagste percentage van de bevolking dat risico loopt. Het land waar de meeste inwoners het risico lopen om in armoede te komen was Roemenië met 23,6%.

In 2017 was de arbeidsparticipatiegraad 81,8%. Verder had in 2017 ruim 80% van de mannen in de EU een baan, tegenover 68% van de vrouwen. De werkloosheid bedroeg in 2019 6,2 procent voor alle lidstaten. Het land met de meeste werkloosheid was Spanje met 13,7%. Nederland behoort met 3,2% tot de top 3 van landen met de minste werkloosheid. Tsjechië staat aan kop met 2,0%. De loonkloof tussen mannen en vrouwen was in 2017 ruim 16% in de EU, hetzelfde percentage als in Nederland. Werkeloosheid onder jongeren was in 2019 15%, zo'n 13% meer dan bij de totale beroepsbevolking. Wat betreft minimumloon zijn zeer grote verschillen in de EU. Cijfers uit 2020 wijzen uit dat het maandelijkse minimumloon verschilt van 312 per maand in Bulgarije tot 2412 euro per maand in Luxemburg.

Globalisering heeft zowel een positieve als negatieve invloed op de werkgelegenheid in de Europese Unie. Er is een groeiend aantal banen dat direct of indirect gesteund wordt door export vanuit de EU naar landen buiten de Europese Unie. In 2000 waren dit nog 21,7 miljoen banen en in 2018 was dit aantal al gestegen tot 36 miljoen banen. In Nederland droeg in 2019 de export naar buiten de EU bij aan zo'n 1,3 miljoen banen. Daarbij zorgt de interne markt van de EU ook nog voor ongeveer een half miljoen banen die samenhangen met export naar buiten de EU. In totaal is daarmee 1 op 5 van de Nederlandse banen afhankelijk van de export naar buiten de EU.

Daarnaast neemt het aantal internationale studenten ook toe in een tijd met een internationaal georiënteerde arbeidsmarkt. Met uitzondering van Spanje, Portugal en Frankrijk komen de meeste internationale studenten uit de Europese Unie zelf. In Nederland studeerde in 2017 81.000 internationale studenten.

3.

Economie en handel

De groei van het bruto binnenlands product in de Europese Unie nam na het topjaar 2000 (3,6 procent) langzaam af. In 2008 was er door de wereldwijde economische crisis nauwelijks groei en in 2009 zelfs een afname van 4,3 procent. De jaren daarna lieten wisselende cijfers zien. Na 2013 was er weer sprake van een groei: 1,8 procent in 2014 en 2,3 procent in 2015. In 2017 groeide het bbp met 2,5 procent en in met 2,0 procent. In 2016 had Nederland het op twee na hoogste BBP van de EU. In 2019 bedroeg de economie van de EU met meer dan 20% van het globale bruto binnenlands product de grootste van de wereld.

In 2015 bedroeg het bbp van de lidstaten van de EU samen 14.798 miljard euro. Het bbp liep in 2016 op tot 14.909 miljard euro. In 2017 steeg het bbp naar 15.326 miljard euro. In 2018 bedroeg het 13.046 miljard euro; de daling komt doordat in dat jaar het Verenigd Koninkrijk voor het eerst niet werd meegeteld. Binnen de EU is afgesproken dat landen niet meer dan 60% staatsschuld mogen hebben ten opzichte van het BBP. Dit gemiddelde daalde van 84,9% in 2015 naar 83,5% in 2016. Griekenland had in dat jaar een schuld van 179%, Nederland van iets meer dan 60%. In het tweede kwartaal van 2019 was dit voor Nederland gedaald naar 50,9%.

De handel van de Europese Unie met de rest van de wereld kwam in 2018 op een totale hoeveelheid van 3.936 miljard. De import en de export zijn in 2018 gestegen vergeleken met 2017. In 2018 werd er een handelstekort gemeten van 24,6 miljard, terwijl de jaren ervoor een fluctuerend handelsoverschot werd gemeten. Duitsland had het hoogste exportpercentage met 28 procent. Nederland had het op twee na hoogste importpercentage met 14,9 procent; het importpercentage van Duitsland was 18,6 procent. De Europese Unie exporteert de meeste producten naar de Verenigde Staten; in 2018 ging het om 412 miljard euro. Import komt daarentegen het meeste vanuit China: voor 390 miljard euro.

4.

Vertrouwen in de Europese Unie

Onderzoek van de Eurobarometer toont aan dat eind 2019 43 procent van de EU-burgers de EU vertrouwde. In Nederland ligt dat percentage op 56. 47 procent van de Europeanen had weinig vertrouwen in de EU; in Nederland was dat 37 procent.

Een meerderheid van de burgers van de lidstaten was in 2019 optimistisch over de toekomst van de Europese Unie, namelijk 58 procent (in Nederland: 65 procent).

5.

Meer informatie

Terug naar boven