r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Europese Unie in cijfers

Met 517,4 mln. inwoners heeft de Europese Unie na China en India de meeste inwoners ter wereld. Dit is ongeveer 60 procent van alle inwoners van Europa. Dit terwijl de lidstaten van de Unie slechts 17% van de oppervlakte van alle 51 Europese landen beslaan. In Europa woont dus 60% van de bevolking op slechts 17% van de grond. De Europese Unie is dan ook een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld met zo'n 115 mensen per vierkante kilometer.

De Europese Unie is goed voor circa 15% van de wereldimport en -export en zo één van de drie grootste economische machten in de wereldhandel. Het BBP was eind 2018 met 18,7 biljoen US dollar slechts 1,7 biljoen lager dan dat van de VS en meer dan 5 biljoen meer dan dat van China.

Ook op andere gebieden worden cijfers en statistieken bijgehouden door onder andere Eurostat. In 2014 werd 891 miljoen ton afval weggegooid in de EU. Uit onderzoek in 2015 bleek dat de energieconsumptie in de EU nagenoeg gelijk was aan die in 1990. Dat terwijl het aantal inwoners was gegroeid met ruim 33 miljoen. In 2014 stierven in de EU 3739 personen door een dodelijk ongeluk op de werkvloer.

Inhoud

1.

Bevolking

De Europese Unie telt ongeveer 517,4 mln. inwoners, dit is zo'n zeven procent van de totale wereldbevolking. Sinds 2008 is het aantal inwoners boven de 500 miljoen. In 2016 was de gemiddelde leeftijd in de EU 42,6 jaar, in Ierland lag dit cijfer het laagste op 36,6 jaar en in Duitsland het hoogste met 45,8 jaar. Al jaren stijgt het aantal 65+'ers in de EU door de stijgende levensverwachting. Verwachting is dat de komende jaren het cijfer van 80 plussers alleen maar sneller zal stijgen doordat de babyboomgeneratie de komende decennia deze leeftijdcategorie zal bereiken. Dit betekent ook dat het aandeel van de beroepsbevolking ten opzichte van het geheel zal dalen. EU-breed is de levensverwachting van vrouwen zo'n 5 jaar langer dan voor mannen.

Ook migratie is een belangrijke factor in de samenstelling van de bevolking van de EU. In 2015 emigreerden zo'n 2,4 miljoen mensen vanuit een niet-EU-lidstaat naar de EU. Landen met de meeste immigranten waren Luxemburg, Malta, Oostenrijk en Duitsland. Luxemburg en Malta staan ook boven in het rijtje van landen waar de meeste mensen zijn geëmigreerd. Zo'n 4 procent van de EU-bevolking heeft geen paspoort van een EU-land. In 2013 werden er nog 431 duizend asielaanvragen ingediend bij lidstaten van de EU, in 2016 was dit cijfer net als in 2015 1,3 miljard. Hiervan waren slechts 53.000 aanvragen voor de eerste keer ingediend.

2.

Welvaart en werkgelegenheid

Volgens onderzoek van Eurostat is het percentage EU-burgers dat risico loopt op uitsluiting of om in armoede terecht te komen zo'n 20 procent. Dit percentage is niet gewijzigd tussen 2010 en 2015. Hetzelfde onderzoek wees uit dat Nederland in de top 3 staat van landen met het laagste percentage van de bevolking dat risico loopt. In 2015 woonde zo'n 15% van de EU-bevolking op een te kleine oppervlakte.

In 2016 had ruim 75% van de mannen in de EU een baan, tegenover 65% van de vrouwen. Werkeloosheid onder jongeren was in 2016 met 18,5% zo'n 10% meer dan bij de totale beroepsbevolking. De loonkloof tussen mannen en vrouwen was in 2015 ruim 16% in de EU, hetzelfde percentage als in Nederland. Wat betreft minimumloon zijn zeer grote verschillen in de EU. Cijfers uit 2017 wijzen uit dat het maandelijkse minimumloon in Luxemburg op €1.999 lag. Ondanks dat het minimumloon in Bulgarije met meer dan 100% steeg tussen 2008 en 2017, bleef deze steken op 235 euro. Als deze getallen gewogen worden in het licht van koopkracht dalen de verschillen.

Globalisering heeft zowel een positieve als negatieve invloed op de werkgelegenheid in de Europese Unie. Er is een groeiend aantal banen dat direct of indirect gesteund wordt door EU-export buiten de Europese Unie. In 2000 waren dit nog 21,7 miljoen banen en in 2017 was dit aantal al gestegen tot 36 miljoen banen. In Nederland ondersteunt de export buiten de EU 713.000 banen. In totaal is 1 op 5 van de Nederlandse banen afhankelijk van de EU-export.

Toch zijn er ook negatieve gevolgen van globalisering op de werkgelegenheid. Om deze negatieve gevolgen en de werkloosheid te verminderen, heeft de EU in 2006 het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering ingesteld. Dit fonds heeft tot doel het ondersteunen van werknemers die door globalisering hun baan zijn verloren.

3.

Economie en handel

De groei van het bruto binnenlands product in de Europese Unie nam na het topjaar 2000 (3,6 procent) langzaam af. In 2008 was er door de wereldwijde economische crisis nauwelijks groei en in 2009 zelfs een afname van 4,3 procent. De jaren daarna lieten wisselende cijfers zien. Na 2013 was er weer sprake van een groei: 1,8 procent in 2014 en 2,3 procent in 2015. In 2017 groeide het bbp met 2,5 procent en in met 2,0 procent. Voor 2019 wordt een groei verwacht van 1,9 procent. In 2016 had Nederland het op twee na hoogste BBP van de EU.

In 2015 bedroeg het bbp van de lidstaten van de EU samen 14.798 miljard euro. Het bbp liep in 2016 op tot 14.909 miljard euro. In 2017 steeg het bbp naar 15.326 miljard euro en in 2018 naar 15.890 miljard. Binnen de EU is afgesproken dat landen niet meer dan 60% schuld mogen hebben ten opzichte van het BBP. In 2016 was dit gemiddelde van 84,9% in 2015 gedaald naar 83,5%. Griekenland had in dat jaar een schuld van 179%, Nederland van ongeveer 60%.

De Europese Unie exporteert, met 20,8% in 2016, de meeste producten naar de Verenigde Staten. Import gebeurt daarentegen het meeste vanuit China, 20,2 procent van de producten die geïmporteerd worden komen daar vandaan.

4.

Meer informatie

Terug naar boven