r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Beleid buurlanden

Kaart van het Europees Nabuurschapsbeleid

Het beleid buurlanden, officieel het Europees Nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood Policy of ENP) richt zich op buurlanden die geen lid zijn van de Europese Unie. Bij dit beleid staan steun aan het democratiseringsproces en het bevorderen van de economische ontwikkeling in buurlanden centraal. Ook versterking van het Oostelijk Partnerschap en het Partnerschap voor Democratie en Gedeelde Welvaart zijn belangrijk.

De belangrijkste speerpunten van het Europees Nabuurschapsbeleid zijn het stabiliseren van de grensregio's, zowel in politieke en economische termen, als op het gebied van veiligheid. Momenteel zijn 16 landen lid van het programma. De Europese Unie en de kandidaat-lidstaten hebben een strategie uitgestippeld die hen moet voorbereiden op toetreding. De Unie geeft de landen (financiële) steun om te kunnen voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap.

Het programma dateert uit 2004 en is sindsdien meerdere malen herzien, voor het laatst (en ingrijpend) in 2015. Daarop kwam de focus van het beleid meer te liggen op de stabilisatie van buurlanden. In mei 2017 publiceerde de Commissie een evaluatie over de revisie van 2015. De conclusie van het rapport was dat het herziene beleid de EU beter in staat stelt om flexibeler beleid te voeren dat gunstiger is voor haar buurlanden. Bovendien worden bestaande diplomatieke middelen efficiënter ingezet.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

In vogelvlucht

In grote lijnen zijn er vier redenen waarom de EU speciale banden met zijn buurlanden onderhoudt:

  • het vergemakkelijken van de handel,
  • toewerken naar mogelijke toetreding van deze landen tot de EU,
  • het veiligstellen van de energievoorziening en de aanvoer van fossiele brandstoffen van en via naburige landen en
  • het stimuleren van democratiserende ontwikkelingen in de landen.

Handel

Om de onderlinge handel te vergemakkelijken heeft de EU bijzondere overeenkomsten gesloten met landen in Midden- en Oost-Europa en in het Middellandse Zeegebied. De EU ziet ontwikkelingshulp aan partnerlanden niet alleen als solidariteit, maar ook als een kans om sterkere economische partnerschappen te ontwikkelen. Buurlanden waarmee de EU een speciale overeenkomst heeft, hebben bijvoorbeeld speciale afspraken wat betreft gemeenschappelijk buitentarieven.

Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland vormen samen de Europese Vrijhandels Associatie, EVA. Ze hebben zich qua wetgeving grotendeels aangesloten bij de interne markt van de EU. Van de externe betrekkingen die de Europese Unie onderhoudt, zijn de betrekkingen in het kader EU-EVA de meest intensieve.

Uitbreiding van de EU

De Europese Unie heeft zich in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid. Het aantal lidstaten is maar liefst verdubbeld ten opzichte van de situatie vóór 2004. De externe grenzen van de EU hebben zich daardoor steeds verplaatst, wat heeft geresulteerd in nieuwe buitengrenzen. Het belang om goede relaties met deze landen te hebben is daarmee toegenomen. Deze ontwikkelingen vormden aanleiding voor de oprichting van het beleid buurlanden. Het richt zich specifiek op de niet (potentiële) kandidaat-lidstaten, om geen nieuwe scheidslijnen met hen te creëren.

Veel lidstaten hebben aangegeven geen verdere uitbreiding van de EU te willen. In Nederland is een meerderheid van partijen ook tegen het toelaten van nieuwe lidstaten. Het beleid buurlanden is er daarom op gericht om de landen in de regio 'alles behalve lidmaatschap' te bieden.

Energie

Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 en het Euratom-verdrag in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie). Ruim 50 procent van de energie die Nederland nodig heeft komt uit het buitenland. De buurlanden van de Europese Unie zijn vaak doorvoerlanden voor onze aardolie (Midden-Oosten), of aardgas (Rusland). De Europese samenwerking streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Dat doet ze door diversificatie van energiebronnen, zodat het wegvallen van een bron door bijvoorbeeld aanslagen of diplomatieke spanningen niet leidt tot een energiecrisis in de EU en door het investeren in relaties met de autoriteiten van de buurlanden en in hun infrastructurele en sociale voorzieningen, zodat de doorvoer van fossiele brandstoffen veilig wordt gesteld.

Ten tijde van de crisis in Oekraïne (2013-2014) laaide de discussie over de afhankelijkheid van Rusland op het gebied van energie opnieuw op. Sommige lidstaten zijn qua gastoevoer zelfs volledig van Rusland afhankelijk en willen dit graag verminderen. In de winter van 2009 heeft Rusland de gaskraan namelijk om strategische redenen tijdelijk dichtgedraaid. Verschillende landen in Zuidoost Europa stonden daardoor letterlijk in de kou. Het risico dat Rusland de gasleveranties als politiek middel in kan zetten, zorgt er dan ook voor dat verschillende lidstaten bang waren om de confrontatie met Rusland aan te gaan over de situatie in Oekraïne. Het is daarom een hoge prioriteit voor de EU om de energietoevoer te diversifiëren, bijvoorbeeld door meer te importeren vanuit andere landen als Azerbeidzjan of alternatieven aan te wenden zoals vloeibaar aardgas. Stabiele relaties met buurlanden zijn hiervoor erg belangrijk.

Naast de aanvoer van energie is het beleid met buurlanden ook gericht op het stimuleren van duurzame energie. De EU moedigt buurlanden aan om bijvoorbeeld CO2-emissies te verminderen. Zo heeft de Commissie bijvoorbeeld in augustus 2013 een nieuw programma (English) gepresenteerd waarmee buurlanden geholpen worden om de uitdagingen van duurzame stedelijke ontwikkeling aan te gaan. Door middel van financiële en praktische hulp (bijvoorbeeld een helpdesk) richt het programma richt zich op onder meer energie-efficiëntie.

Democratisering

In 2011 is het nabuurschapbeleid herzien om rekening te houden met de politieke ontwikkelingen in met name Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het beleid dient ook om de steun op te voeren voor de landen die verder gingen met hun democratische en economische hervormingen. Dit wordt ook wel het beginsel van 'meer voor meer' genoemd. Tegelijkertijd heeft de EU hulp teruggedraaid aan regeringen die de mensenrechten op grote schaal schenden. Ook probeert de EU wereldwijde sancties tegen deze regeringen af te dwingen.

De EU richt zicht niet alleen op het bevorderen van het goed bestuur, maar verleent ook steun aan maatschappelijke organisaties en bevolkingsgroepen die slachtoffer zijn van repressieve regimes. Het financieringsinstrument van de EU voor de buurlanden, ENI, heeft bijvoorbeeld ook specifiek tot doelstelling om een actief maatschappelijk middenveld te creëren.

Herziening beleid door Commissie-Juncker

Het belang van een succesvol nabuurschapsbeleid is door de Arabische Lente, de opmars van Islamitische Staat en de onrust in Oekraïne sterk toegenomen. Langs de buitengrenzen van de EU nam de instabiliteit sinds 2012 namelijk sterk toe .

De Commissie-Juncker kreeg de opdracht mee het nabuurschapsbeleid te herzien en beter in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in en de verschillende behoeften van de buurlanden. Commissaris Johannes Hahn presenteerde samen met Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini in maart 2015 een 'joint consultation paper' dat het beginpunt markeerde van de herziening van het beleid. De Commissie verzamelde reacties van onder andere lidstaten, partnerlanden en NGO's om het nieuwe beleid vorm te geven.

In november 2015 werd de revisie van de ENP gepubliceerd. Stabilisatie van buurlanden werd het speerpunt van het beleid, gekenmerkt door meer differentiatie en wederzijdse betrokkenheid. Ook zou er meer rekening gehouden worden met de wensen van individuele landen, met in het achterhoofd dat niet alle landen EU-regels en normen willen implementeren. Op die manier wordt er een balans gevonden tussen wat de EU en haar partnerlanden beschouwen als politieke prioriteiten.

Totstandkoming van het Europees Nabuurschaps- en Partnerinstrument (ENPI)

Totstandkoming van het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI)

In mei 2017 publiceerde de Commissie een evaluatie over de revisie van 2015. De conclusie van het rapport was dat het herziene beleid de EU beter in staat stelt om flexibeler beleid te voeren dat beter is afgestemd voor haar buurlanden. Bovendien worden sindsdien bestaande diplomatieke middelen efficiënter ingezet.

Budget

Het budget voor het Europees Nabuurschap bedroeg €15.4 miljard voor de periode 2014-2020. Het financieringsinstrument is het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI).

Deelnemende landen

Er zijn 16 landen die onder het beleid voor buurlanden vallen, waarvan er met 12 een concreet actieplan is vastgeld. In deze plannen worden beoogde politieke en economische hervormingen vastgelegd voor het buurland voor op de korte en middellange termijn, 3 tot 5 jaar.

Deze landen vallen onder het beleid buurlanden:

  • Oekraïne, Moldavië
  • Georgië, Armenië, Azerbeidzjan
  • Libanon, Jordanië, Israël, de Palestijnse Autoriteit
  • Marokko, Tunesië, Egypte, Algerije
  • Libië en Syrië vallen grotendeels buiten het beleid buurlanden, net als Wit-Rusland dat aan sancties van de EU onderhevig is

Niet-deelnemende landen

De kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten vallen niet onder het beleid buurlanden.

(Potentiële) kandidaat-lidstaten EU
(Potentiële) kandidaat-lidstaten EU

Een kandidaat-lidstaat is een land dat lid wil worden van de Europese Unie en waarvan de aanvraag officieel is aanvaard door de EU.

Het is gebruikelijk dat de EU met een mogelijke kandidaat-lidstaat een zogenaamde Stabilisatie en Associatieovereenkomst (SAO) ondertekent. Deze overeenkomst geeft uitzicht op toekomstig EU-lidmaatschap. Een SAO is echter geen garantie voor lidmaatschap.

Om in aanmerking te komen voor toetreding moet een land voldoen aan de zogeheten 'criteria van Kopenhagen'.

Daarnaast zijn er buurlanden van de EU die formeel niet onder het buurlandenbeleid vallen en ook geen kandidaat-lidstaat zijn, zoals Rusland, Noorwegen en Zwitserland. Met Rusland heeft de EU wel een speciaal strategisch partnerschap gesloten.

Politieke associatie met de buurlanden

De Europese Unie heeft op meerdere wijzen speciale relaties met de buurlanden. Het meest intensief zijn deze met de landen die deel uitmaken van het Oostelijk Partnerschap.

Kritiek

Het beleid buurlanden bestaat inmiddels iets langer dan 10 jaar en heeft wisselende resultaten bereikt. Er wordt vanuit verschillende hoeken, waaronder ook het Europees Parlement, kritisch gekeken naar de uitwerkingen van het beleid in specifieke gevallen. De Commissie is zich hier ook bewust van en heeft in 2011 al de nodige hervormingen doorgevoerd. Sinds 2014 is ook de financiering van het nabuurschapsbeleid, het Europees Nabuurschaps- en Partnerschapsinstrument (ENPI) vervangen door het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI). Hiermee moet het geld effectiever besteed worden dan dit voorheen gebeurde.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein geldt dat het kader waarin het beleid voor buurlanden wordt uitgezet onderdeel is van het algemene buitenlandse beleid van de Europese Unie. Binnen het opgestelde kader wordt het beleid vorm gegeven door een aantal internationale overeenkomsten, die per land worden afgesloten. Bij het sluiten van deze overeenkomsten spelen de Europese Commissie, de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie of Hoge vertegenwoordiger

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Uitbreidingsonderhandelingen en nabuurschapsbeleid:

Daarnaast kan de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in het kader van het gehele externe optreden van de EU ook voorstellen doen die van invloed zijn op het nabuurschapsbeleid. De Hoge Vertegenwoordiger is: Federica Mogherini

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden. Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands- en veiligheidsbeleid beslist de Raad. Bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over overeenkomsten is de Raad Buitenlandse Zaken. Afhankelijk van het onderwerp en het belang dat daaraan wordt gehecht kan Nederland in deze Raad onder meer vertegenwoordigd worden door:

  • Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken
  • een hoge ambtenaar

Voor het Europees Parlement beoordeelt de commissie Buitenlandse Zaken de voorstellen van de Raad, Europese Commissie en Hoge vertegenwoordiger. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement, wanneer het beslissingsbevoegdheid heeft, het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Wanneer het Europees Parlement geen beslissingsbevoegdheid heeft sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Factsheets Europees Parlement

Delen

Terug naar boven