r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Beleid buurlanden

Landen die onder het buurlandenbeleid van de EU vallen
Bron: Publiek domein

Het beleid buurlanden, officieel het Europees Nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood Policy ofwel ENP) richt zich op buurlanden die geen lid zijn van de Europese Unie. De Europese Unie wil die landen ondersteunen bij democratiseringsprocessen en hun economische ontwikkeling, en nauw samenwerken op het gebied van veiligheid en migratie. Dit moet bijdragen aan stabiliteit aan de buitengrenzen van de Europese Unie.

De EU werkt bij het beleid buurlanden samen met individuele lidstaten om te zorgen dat het effect van de maatregelen zo groot mogelijk is. Voor buurlanden die op termijn lid willen worden van de Europese Unie is de EU nauw betrokken bij hervormingen in die landen. Dit gebeurt in het kader van het beleid uitbreiding.

Er zijn momenteel zestien landen lid van het programma voor nabuurschapsbeleid. Tussen de Europese Unie en ieder land apart zijn afspraken gemaakt over de samenwerking. Daarnaast zijn er multilaterale verdragen gesloten over grensoverschrijdende vraagstukken.

Inhoud

1.

Deelnemende landen

Deze landen vallen onder het beleid buurlanden:

  • Oekraïne, Moldavië, Belarus
  • Georgië, Armenië, Azerbeidzjan
  • Libanon, Jordanië, Israël, de Palestijnse Autoriteit, Syrië
  • Marokko, Tunesië, Egypte, Algerije, Libië

Deze landen hebben ook de mogelijkheid om met een aantal Europese programma's mee te doen, zoals bijvoorbeeld het Europese programma dat wetenschappelijk onderzoek ondersteunt.

2.

Actieplannen en multilaterale verdragen

Met deelnemende buurlanden worden afspraken gemaakt over zaken waar de EU en deze landen veel met elkaar te maken hebben zoals bijvoorbeeld migratie, transport en energie. Verder worden op bilaterale en multilaterale basis Europese steunprogramma's gestart die onder anderen democratische processen aan de Europese buitengrenzen moeten bevorderen. Zo wordt in principe voor elk deelnemend buurland een actieplan opgesteld. In deze plannen worden beoogde politieke en economische hervormingen vastgelegd die op de korte en middellange termijn (3 tot 5 jaar) moeten worden gerealiseerd.

Voor grensoverstijgende thema's worden ook multilaterale verdragen gesloten, zoals het migratiepact met landen rond de Middellandse Zee, en het Oostelijk Partnerschap met de landen in Oost-Europa en de Kaukasus. Om de samenwerking te verwezenlijken kreeg het Europese Nabuurschapsinstrument (ENI) tussen 2014-2020 een bedrag van zo'n 15 miljard euro toegewezen.

3.

Sancties en het nabuurschapsbeleid

Voor Libië, Syrië en Belarus geldt dat tegen het land of een deel van de machthebbers in het land Europese sancties gelden. Samenwerkings- en steunprogramma's met die landen zijn opgeschort of worden voorlopig nog niet goedgekeurd. Pas wanneer de sancties worden opgeheven, zal de EU over deelname aan programma's willen praten.

4.

Mijlpalen

Het eerste alomvattende programma voor nabuurschapsbeleid dateert uit 2004. Ontwikkelingen in de buurlanden zoals de conflicten tussen Rusland en Oekraïne (over de gastoevoer in 2009, de burgeroorlog en annexatie van de Krim in 2013-2014), de Arabische Lente (2010-2011) en de opkomst van de Islamitische Staat en de burgeroorlog in Syrië bewogen de EU om het beleid telkens weer bij te stellen. De laatste grondige herziening stamt uit 2015.

Hiervoor was het nabuurschapsbeleid lange tijd ondergebracht in zowel het buitenlands beleid als het beleid uitbreiding. Na de val van de Muur in 1989 werd er een uitvoerig programma opgesteld om de landen van het voormalig Oostblok bij te staan. Groot verschil met het nabuurschapsbeleid is dat die programma's er al snel op gericht waren om die landen toe te laten treden tot de EU.

5.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein geldt dat het kader waarin het beleid voor buurlanden wordt uitgezet onderdeel is van het algemene buitenlands beleid van de Europese Unie. Binnen het opgestelde kader wordt het beleid vormgegeven door een aantal internationale overeenkomsten, die per land worden afgesloten. Bij het sluiten van deze overeenkomsten spelen de Europese Commissie, de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol. Voor internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad. Bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding

Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld

Parlementaire commissie Europees Parlement

Commissie Buitenlandse Zaken (AFET)

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Tom de Bruijn (), minister van Buitenlandse Zaken

6.

Meer informatie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Ondersteuningsinstrumenten

Terug naar boven