r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Laatste nieuws: 

Schengen- en visabeleid

Grensovergang Kroatë © Rianne van Rossum

Het Verdrag van Schengen regelt het vrije verkeer van personen tussen 26 deelnemende landen in Europa. Tussen deze landen zijn de controles aan de binnengrenzen verdwenen, waardoor burgers vrij kunnen reizen. Alle lidstaten van de EU, op het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Roemenië, Bulgarije en Cyprus na, zijn lid van Schengen. Ook IJsland, Lichtstein, Noorwegen en Zwitserland zijn lid. Als gevolg van de vluchtelingencrisis hebben enkele landen controles langs de binnengrenzen heringevoerd. Dit heeft geleid tot veel discussie binnen de EU. In maart 2016 heeft de Commissie een plan gepresenteerd om vrij passeren van de binnengrenzen weer volledig te herstellen en herinvoering van de binnengrenzen overbodig te maken.

Een nadeel van het Schengen verdrag was een toename van de grensoverschrijdende criminaliteit. Daarom werd in de jaren '90 het Schengen Informatie Systeem opgericht, in 2013 opgevolgd door het Schengen Informatie Systeem II (SIS II). Dit systeem moest zorgen voor een betere informatie-uitwisseling tussen de lidstaten. Daarnaast is de alarmering van personen die mogelijk betrokken zijn bij een zwaar misdrijf, geen toegang zouden mogen hebben tot de EU of vermist zijn verbeterd.

Om het voor ingezetenen van landen buiten de Schengenzone makkelijker te maken door de Schengenlanden te reizen ontstond een gemeenschappelijk visabeleid. Aan een aantal landen werd visumvrij reizen verleend, mensen uit deze landen kunnen met één visum door alle Schengenlanden reizen. Een nadeel hiervan is dat er een erg grote instroom kan ontstaan. Daarom is besloten dat in dit geval de vrijstelling kan worden opgeschort.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het Verdrag van Schengen trad op 14 juni 1985 in werking. Het doel was om druk uit te oefenen op de andere lidstaten om hun binnengrenzen open te stellen en te komen tot vrij verkeer van personen. Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen tekenden destijds als eersten het verdrag; zij openden hun grenzen voor elkaar. Ze kwamen tot deze overeenkomst in het plaatsje Schengen in Luxemburg.

Inmiddels kan binnen 26 landen vrij gereisd worden. De controles aan de binnengrenzen tussen de overeenkomstsluitende staten zijn afgeschaft en er is één enkele buitengrens gecreëerd waar de controles bij de binnenkomst in de Schengen-ruimte volgens identieke procedures uitgevoerd worden. Ook zijn er gemeenschappelijke voorschriften vastgesteld inzake visa, asielrecht en controle bij de buitengrenzen, zodat het vrije verkeer van personen binnen de Schengen-ruimte niet ten koste gaat van de openbare orde.

Schengenlanden

Land

Datum lidmaatschap

Datum inwerkingtreding

België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland

14 juni 1985

26 maart 1995

Italië

27 november 1990

26 oktober 1997

Portugal, Spanje

25 juni 1992

26 maart 1995

Griekenland

6 november 1992

26 maart 2000

Oostenrijk

28 april 1995

1 december 1997

Denemarken*, Finland, IJsland**, Noorwegen**, Zweden

19 december 1996

25 maart 2001

Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië

1 mei 2004

21 december 2007

Cyprus

1 mei 2004

nog niet in werking getreden

Zwitserland

16 oktober 2004

12 december 2008,
luchthavens 29 maart 2009

Bulgarije***

1 januari 2007

nog niet in werking getreden

verwachting: luchthavens 2016, landgrenzen 2017

Roemenië***

1 januari 2007

nog niet in werking getreden

Liechtenstein

14 februari 2009

19 december 2011

Kroatië

1 juli 2013

nog niet in werking getreden

aangemeld voor eindevaluatie 1 juli 2015, evaluatieprocedure duurt naar verwachting 1 jaar

  • Denemarken kan kiezen of het nieuwe maatregelen overneemt, zelfs als zo'n maatregel een uitbreiding inhoudt. Denemarken is echter wel gebonden aan bepaalde maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid.

** IJsland en Noorwegen zijn geassocieerd lid. De landen behoren, samen met Zweden, Finland en Denemarken, tot de Noordse paspoortunie, die de controles aan hun gemeenschappelijke grenzen hebben afgeschaft.

*** Wel is de grenscontrole al versoepeld voor Bulgaren en Roemenen die een bezoek van minder dan 5 dagen aan de EU brengen. Sinds 1 januari 2014 mogen Roemenen en Bulgaren zich ook zonder werkvergunning in andere EU-lidstaten vestigen.

Compensatie voor wegvallen controles

Om vrijheid en veiligheid met elkaar in overeenstemming te brengen, werden er naast dit vrije verkeer zogenaamde 'compenserende' maatregelen ingevoerd. Het doel daarvan was de coördinatie tussen de diensten van politie, douane en justitie te verbeteren, en de nodige maatregelen te nemen om met name terrorisme en georganiseerde misdaad te bestrijden. Met het oog daarop is er een complex informatiesysteem ingesteld om gegevens uit te wisselen over de identiteit van personen en de beschrijving van gezochte voorwerpen: het Schengen-informatiesysteem (SIS).

Nieuw Schengen Informatie Systeem (SIS II)

Op 9 april 2013 is het Schengen Informatie Systeem II van kracht geworden (SIS II). Deze tweede generatie van het Schengen Informatie Systeem moet de veiligheid verhogen en een vrij verkeer binnen het Schengengebied vereenvoudigen.

SIS II voorziet in een eenvoudige informatie-uitwisseling tussen nationale grenscontroles, douane- en politieautoriteiten met betrekking tot personen die mogelijk betrokken zijn bij een ernstig misdrijf. Het systeem bevat ook een alarmering voor vermiste personen, met name kinderen, en voor informatie over bepaalde goederen zoals bankbiljetten, voertuigen, vuurwapens en identiteitsbewijzen die zijn gestolen, verloren of verduisterd.

Het systeem bestaat uit drie componenten: een centraal systeem, de nationale systemen van de Schengenlanden en een communicatienetwerk tussen het centrale systeem en de nationale systemen. De nieuwe functionaliteiten van SIS II zijn:

  • verbeterde alarmering voor personen en objecten zoals voertuigen, vuurwapens, documenten en bankbiljetten
  • nieuwe categorieën voor alarmering: gestolen vliegtuigen, schepen, scheepsmotoren, containers, industrieel materieel, securities en betalingsmiddelen
  • directe zoekmogelijkheid in het centrale systeem
  • koppelen van alarmeringen voor personen, objecten en voertuigen
  • biometrische gegevens (vingerafdrukken en foto's)
  • Europees arrestatiebevel direct verbonden met alarmering van personen voor aanhouding of uitlevering
  • informatie over identiteitsmisbruik ter voorkoming van verkeerde identificatie

In december 2016 presenteerde de Europese Commissie een voorstel met verbeteringen van het Schengen Informatie Systeem. Dat moet ervoor zorgen dat lidstaten beter samen gaan werken en meer gegevens over risicovolle personen in het systeem zetten. In het voorstel wordt duidelijker afgesproken wie het systeem mag raadplegen en de gegevensbescherming wordt aangescherpt.

Gemeenschappelijk visumbeleid

Een wezenlijk onderdeel van de totstandkoming van een gemeenschappelijke ruimte zonder controles aan de binnengrenzen is een gemeenschappelijk visumbeleid, ook wel Visumcode genoemd. Deze Visumcode is op 5 april 2010 in werking getreden. Hierdoor kunnen burgers van niet-Schengenlanden met één visum door alle Schengenlanden reizen. Dat visum is negentig dagen geldig.

Inwoners van de niet-EU-landen Servië, Montenegro, Macedonië (sinds 2009), Albanië en Bosnië-Herzegovina (sinds 2010), Moldavië (sinds 2014), en Georgië (vanaf 28 maart 2017) kunnen visumvrij reizen naar de EU. Er is afgesproken dat bij een te grote toestroom de vrijstelling kan worden opgeschort. Het Europees Parlement besloot op 6 april 2017 dat Oekraïners met een biometrisch paspoort vanaf 11 juni 2017 visumvrij naar Europa kunnen reizen. De Raad stemde daar op 11 mei 2017 mee in. Deze versoepelingen van de visumregels gelden overigens alleen voor tijdelijk verblijf: reizigers uit de genoemde landen mogen per half jaar maximaal negentig dagen in de EU verblijven; werken is niet toegestaan. De versoepeling geldt niet voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Met Rusland en Kaapverdië zijn regelingen getroffen over een versoepeling van de visumplicht met Schengenlanden.

De voor een visum benodigde persoonsgegevens, inclusief biometrische gegevens, worden opgeslagen in het Visum Informatiesysteem (VIS). Dit systeem is op 11 oktober 2011 in gebruik genomen.

Vanaf 19 juli 2013 zijn de eisen voor paspoorten van reizigers uit niet-EU-landen aangepast: het paspoort van deze reizigers moet voortaan nog minimaal drie maanden geldig zijn na vertrek uit de EU en het reisdocument mag maximaal tien jaar oud zijn.

Op 1 april 2014 heeft de Europese Commissie een pakket gepresenteerd om het visumbeleid flexibeler te maken en economische groei te stimuleren. De voorstellen moeten zorgen voor een aanzienlijke bekorting en vereenvoudiging van de procedures voor mensen die voor een kort verblijf naar de EU willen komen. De Commissie wil dat de termijn voor de behandeling van visumaanvragen en de beslissing over de afgifte van vijftien naar tien dagen wordt teruggebracht, en dat een visum al vanaf zes maanden (in plaats van drie) voor de reis kan worden aangevraagd.

Als er geen vertegenwoordiging van een bepaalde lidstaat in een land buiten de EU aanwezig is, moet een visum op een ander consulaat kunnen worden aangevraagd. Verder worden herhaalde bezoeken eenvoudiger door het Visumregistratiesysteem. Ten slotte zal de invoering van het nieuwe rondreisvisum zorgen dat reizigers maximaal een jaar in het Schengengebied kunnen rondreizen, met een maximale verlenging van twee jaar.

Het voorstel is op dit moment nog in behandeling bij de Raad en het Europees Parlement.

Het Schengen evaluatiemechanisme

In oktober 2013 is het Schengen evaluatiemechanisme ingevoerd, om te monitoren of de regels uit het verdrag van Schengen wel juist worden toegepast in de lidstaten. Een evaluatie bestaat uit bezoeken aan een lidstaat, zowel aangekondigd als onaangekondigd. Een team met experts van lidstaten en Frontex stelt vervolgens een rapport op, over de stand van zaken rondom het toepassen van het Schengenverdrag. Dit rapport bestaat uit tekortkomingen en adviezen over te nemen acties.

Een lidstaat moet vervolgens een plan van aanpak opstellen over hoe de geconstateerde tekortkomingen aangepakt gaan worden. Lidstaten kunnen assistentie krijgen met het uitvoeren van de adviezen, door bijvoorbeeld praktische of financiële steun van de Europese Commissie of Frontex.

Kandidaat-landen voor Schengen

Visa-verplichtingen voor burgers uit Servië, Montenegro, Macedonië, Albanië, Bosnië-Herzegovina en Moldavië zijn vereenvoudigd. Burgers uit deze landen kunnen in principe zonder visum de Europese Unie betreden. Zij moeten dan wel over een biometrisch paspoort beschikken. Daarnaast geldt dat alleen reizen met een zakelijk, toeristisch of educatief doel, met een tijdsbestek van minder dan 90 dagen, in aanmerking komen voor visumvrijstelling. Voor een langer verblijf, of de mogelijkheid te werken of studeren in een Schengenland, blijft wel een visum en verblijfsvergunning vereist.

Roemenië en Bulgarije, die sinds 2007 lid zijn van de EU, mogen vooralsnog niet toetreden tot het Schengengebied. Sinds 1 januari 2014 hebben Roemenen en Bulgaren weliswaar geen werkvergunning meer nodig om in een andere EU-lidstaat te kunnen werken, maar dit betekent niet dat Roemenië en Bulgarije lid zijn geworden van de Schengenzone. Duitsland en Nederland hebben dit in december 2013 met een veto tegengehouden. Hierdoor blijven er wel onder meer grenscontroles bestaan tussen de EU enerzijds en Roemenië en Bulgarije anderzijds. Er is nog geen besluit genomen over een onvoorwaardelijk lidmaatschap van de Schengenzone voor deze landen.

In mei 2016 hebben de EU en Turkije, om de migratiecrisis in Europa aan te pakken, afspraken gemaakt. Vluchtelingen die illegaal de Europese Unie zijn binnengekomen worden teruggestuurd naar Turkije, daartegenover staat dat er voor Turkse burgers zicht komt op vrij reizen naar de Europese unie. De afschaffing van de visumplicht kan nog niet doorgevoerd worden, omdat Turkije tot op heden niet voldoet aan criteria reeds opgesteld door de Europese Commissie in 2013.

Botsingen over zeggenschap visabeleid

In april 2011 lieten Frankrijk en Italië weten het Schengenverdrag te willen wijzigen, om de toestroom van Noord-Afrikaanse illegale migranten naar het Italiaanse eiland Lampedusa het hoofd te kunnen bieden. De Commissie stelde daarop voor herinvoering van grenscontroles toe te staan als een land wordt geconfronteerd met een massale toestroom van migranten. De Europese Raad ging hiermee akkoord. Daardoor worden controles aan de binnengrenzen van vijf dagen mogelijk, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor lidstaten niet meer in staat zijn om zonder deze controles toezicht te houden op immigratie en douane.

In eerste instantie mochten lidstaten zelf beslissen over het instellen van deze interne grenscontroles, maar in juni 2013 werd door de Raad, Commissie en het EP besloten dat dit voortaan op Europees niveau moest gebeuren. Hierin heeft de Europese Commissie een coördinerende functie, maar is ook de rol van het EP versterkt. Daarnaast zullen er aangekondigde en niet-aangekondigde inspecties worden uitgevoerd om te voorkomen dat landen illegale grenscontroles houden. Bij eventuele tekortkomingen moet de lidstaat een stappenplan opstellen om de illegale situatie te beëindigen; de Commissie zal daarop toezicht houden.

In drie gevallen kunnen tijdelijke grenscontroles worden ingevoerd:

  • bij te voorziene omstandigheden zoals grote sportevenementen of politieke demonstraties
  • in urgente gevallen zoals terroristische aanslagen
  • als er aanhoudende tekortkomingen zijn bij de controles op de buitengrenzen van de Unie in een lidstaat

Bij te voorziene omstandigheden hebben tijdelijke grenscontroles een termijn van tien dagen. Daarna kan men telkens besluiten tot een verlenging van twintig dagen, tot een maximale periode van zes maanden. Bij urgente omstandigheden is dit hetzelfde, maar is de maximale periode twee maanden.

Dat sprake is van aanhoudende tekortkomingen kan worden vastgesteld in een rapport na evaluatie van de situatie in een lidstaat. De lidstaat krijgt drie maanden om de adviezen uit het rapport te implementeren. Wanneer er dan nog steeds sprake is van tekortkomingen, kan de Europese Commissie besluiten om artikel 26 van het Schengenverdrag in werking te laten treden. Grenstoezicht kan dan voor zes maanden worden ingevoerd, deze periode mag ten hoogste driemaal met een lengte van zes maanden worden verlengd.

In september 2015 besloot Duitsland controles in te voeren aan de grens met Oostenrijk, om de toestroom van vluchtelingen in te kunnen dammen. Voorzitter Juncker van de Europese Commissie vond de maatregel niet in strijd met de Schengen-afspraken. Later in september startten ook Slovenië, Slowakije en Oostenrijk met tijdelijke grenscontroles. Sindsdien zijn de grenscontroles meerdere malen verlengd. In mei 2017 stelde de Europese Commissie dat Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Zweden en Noorwegen de (paspoort)controles moeten afbouwen. De lidstaten mogen delen van hun binnengrenzen tot medio november blijven controleren.

In Nederland voert de marechaussee ook meer patrouilles uit in de grensstreek, niet om mensen tegen te houden maar om te controleren op mensensmokkelaars.

In februari 2016 werd naar aanleiding van een evaluatie in Griekenland geconcludeerd dat er veel maatregelen nodig zijn aan de buitengrenzen. In juli 2016 heeft het Europees parlement ingestemd met een EU grenswacht. Frontex zal worden uitgebouwd en kan vanaf het einde van zomer 2016 de bewaking van de Europese buitengrenzen gaan versterken. Dit zal echter pas gebeuren als een lidstaat zijn grenzen niet meer kan beveiligen en om hulp vraagt.

Vooralsnog hebben de migratieministers besloten dat iedereen die de Schengenzone binnenkomt of verlaat, aan de grens gecontroleerd moet worden op registratie in databanken. Dat geldt ook voor EU-burgers. Het Europees Parlement heeft hier op 17 februari 2017 mee ingestemd. Het pakket is versneld behandeld vanwege de aanslagen in Europa. De systematische controleverplichting aan de grenzen geldt voor grenzen op het land, zee- en luchthavens. Als ze tot lange wachtrijen of verkeersopstoppingen leiden mag worden overgegaan op steekproefsgewijze controles.

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het Schengen- en visabeleid is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Overig

Delen

Terug naar boven