r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Artikel III-240: Verbod op discriminatie voor vrachtprijzen en vervoervoorwaarden

III-239
Artikel III-240
III-241
  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-236, lid 2, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt op voorstel van de Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 bedoelde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten de nodige Europese besluiten vast.

1.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is elke discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen toepast naar gelang van de lidstaat van herkomst of bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens [artikel 71, lid 1,] andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, Europese verordeningen of besluiten vast teneinde de uitvoering van lid 1 te waarborgen. Hij besluit na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name de Europese verordeningen of besluiten vaststellen die noodzakelijk zijn om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 vermelde voorschrift en teneinde te verzekeren dat de gebruikers hiervan volledig voordeel trekken.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van elke belanghebbende lidstaat, in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten, de noodzakelijke Europese besluiten vast.
2003
  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-134, eerste alinea, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad van Ministers stelt op voorstel van de Europese Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad van Ministers kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 genoemde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.

  • 4. 
    De Europese Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten de nodige Europese besluiten vast.
2003
  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-134, eerste alinea, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt op voorstel van de Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 genoemde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten de nodige Europese besluiten vast.

Noot PDC

Bij de verwijzing naar artikel III-134 heeft de Werkgroep Juridische Deskundigen IGC geen rekening gehouden met de samenvoeging van de artikelen III-133 en III-134.

2004
  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-236, lid 2, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt op voorstel van de Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 bedoelde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten de nodige Europese besluiten vast.
 

Terug naar boven