r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Artikel 84: Herziening van het Verdrag

83
Artikel 84
85

Een vertegenwoordiging in de Raad van de Unie, dan wel eenderde van de leden van het Parlement of de Commissie, kan aan de wetgevende autoriteit een met redenen omkleed wetsontwerp voorleggen tot wijziging van een of meer bepalingen van dit Verdrag. Het ontwerp wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de twee onderdelen van de wetgevende autoriteit, die besluit volgens de procedure welke geldt voor organieke wetten.

Het aldus goedgekeurde ontwerp wordt ter bekrachtiging voorgelegd aan de Lid-Staten en treedt in werking zodra het door alle Lid-Staten is goedgekeurd.

1.

Ontwikkeling artikel

1984

Een vertegenwoordiging in de Raad van de Unie, dan wel eenderde van de leden van het Parlement of de Commissie, kan aan de wetgevende autoriteit een met redenen omkleed wetsontwerp voorleggen tot wijziging van een of meer bepalingen van dit Verdrag. Het ontwerp wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de twee onderdelen van de wetgevende autoriteit, die besluit volgens de procedure welke geldt voor organieke wetten.

Het aldus goedgekeurde ontwerp wordt ter bekrachtiging voorgelegd aan de Lid-Staten en treedt in werking zodra het door alle Lid-Staten is goedgekeurd.

2003

De regering van iedere lidstaat, of de Commissie, kan de Raad ontwerpen voorleggen tot herziening van het constitutioneel verdrag. Deze ontwerpen worden ter kennis gebracht van de nationale parlementen.

Indien de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en, in voorkomend geval, van de Commissie, gunstig adviseert ten aanzien van het bijeenkomen van een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, wordt deze conferentie door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen, teneinde in onderlinge overeenstemming de in het constitutioneel verdrag aan te brengen wijzigingen vast te stellen. Ingeval van institutionele wijzigingen op monetair gebied wordt tevens de Raad van de Europese Centrale Bank geraadpleegd.

De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.

2.

Toelichting

  • 1. 
    Dit artikel is overgenomen uit artikel 48 van het VEU. Te overwegen valt, zoals door de Werkgroep nationale parlementen is voorgesteld, aan deze bepaling een tweede punt toe te voegen met de volgende tekst:

    "De Conferentie van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten kan worden voorbereid door een door de voorzitter van de Europese Raad bijeengeroepen Conventie, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, van de staatshoofden en de regeringsleiders van de lidstaten, en van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De Conventie richt tot besluit van haar besprekingen een bij consensus aangenomen aanbeveling tot de Conferentie van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten."

  • 2. 
    De Conventie wordt voorts op het volgende gewezen:
    • Indien de Conventie zich zou willen beraden op een andere procedure dan die van artikel 48 VEU en de procedure die thans voor de opstelling van de Grondwet wordt gevolgd, moet echter eerst een aantal procedurele vraagstukken worden opgelost:

    Mogelijkheid dat de Grondwet door de Raad wordt gewijzigd of behoud van de Conferentie van de lidstaten?

    • a) 
      Bij wie moet het initiatief voor zulk een wijziging berusten?
    • b) 
      Wijziging met eenparigheid van stemmen of met gekwalificeerde meerderheid?
    • c) 
      Procedure voor de deelname van de Commissie en het Europees Parlement?
    • d) 
      Procedure voor de deelname van de nationale parlementen?
    • e) 
      Rol voor het Congres, indien dat zou worden opgericht?
    • Indien de Conventie kiest voor een andere procedure dan die van artikel 48 VEU, zou zij de mogelijkheid kunnen nagaan van een procedure waarbij, wanneer het over zeer beperkte wijzigingen gaat, uitsluitend een beroep wordt gedaan op de IGC. Ook zou zij de mogelijkheid kunnen nagaan om in een aantal bepalingen in de mogelijkheid te voorzien dat deze door de Raad of door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen dan wel met een gekwalificeerde meerderheid worden gewijzigd, naar analogie van hetgeen thans in bepaalde gevallen reeds mogelijk is (bijvoorbeeld artikel 213 VEG, wat het aantal leden van de Commissie betreft).
    • Bij deze bepaling doet zich de vraag voor wat de gevolgen zijn indien een lidstaat een herziening van het Verdrag niet bekrachtigt.
2003
  • 1. 
    De regering van elke lidstaat, het Europees Parlement of de Commissie kunnen aan de Raad ontwerpen voorleggen tot herziening van het verdrag tot instelling van de Grondwet. Deze ontwerpen worden ter kennis gebracht van de nationale parlementen van de lidstaten.
  • 2. 
    Indien de Europese Raad, na raadpleging van het Europees Parlement en de Commissie, bij gewone meerderheid ermee instemt dat de voorgestelde wijzingingen worden besproken, roept de voorzitter van de Europese Raad een Conventie bijeen die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen van de lidstaten, de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, het Europees Parlement en de Commissie. Ook de Europese Centrale Bank wordt geraadpleegd in geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied. De Europese Raad kan bij gewone meerderheid van stemmen besluiten de Conventie niet bijeen te roepen indien de reikwijdte van de wijzigingen bijeenroeping niet rechtvaardigt. In dit laatste geval stelt de Europese Raad het mandaat van de Conferent ie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten vast. De Conventie buigt zich over de ontwerpen tot herziening en neemt bij consensus een aanbeveling aan de in lid 3 genoemde Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten aan.
  • 3. 
    De Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten wordt door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen, teneinde in onderlinge overeenstemming de in het verdrag tot instelling van de Grondwet aan te brengen wijzigingen vast te stellen. De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.
2003
  • 1. 
    De regering van iedere lidstaat, het Europees Parlement en de Europese Commissie kunnen aan de Raad van Ministers ontwerpen voorleggen tot herziening van het verdrag tot vaststelling van de Grondwet. Deze ontwerpen worden ter kennis gebracht van de nationale parlementen van de lidstaten.
  • 2. 
    Indien de Europese Raad, na raadpleging van het Europees Parlement en van de Europese Commissie, bij gewone meerderheid ermee instemt dat de voorgestelde wijzigingen worden besproken, roept de voorzitter van de Europese Raad een Conventie bijeen die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen van de lidstaten, de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, het Europees Parlement en de Commissie. Ook de Europese Centrale Bank wordt geraadpleegd in geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied. De Europese Raad kan bij gewone meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, besluiten de Conventie niet bijeen te roepen indien de reikwijdte van de wijzigingen bijeenroeping niet rechtvaardigt. In dit laatste geval stelt de Europese Raad het mandaat van de Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten vast.

    De Conventie buigt zich over de ontwerpen tot herziening en neemt bij consensus een aanbeveling aan de in lid 3 genoemde Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten aan.

  • 3. 
    De Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten wordt door de voorzitter van de Raad van Ministers bijeengeroepen, teneinde in onderlinge overeenstemming de in het verdrag tot vaststelling van de Grondwet aan te brengen wijzigingen vast te stellen.

    De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.

  • 4. 
    Indien vier vijfden van de lidstaten het verdrag houdende wijziging van het verdrag tot vaststelling van de Grondwet twee jaar na de ondertekening ervan hebben bekrachtigd en een of meer lidstaten moeilijkheden bij de bekrachtiging hebben ondervonden, behandelt de Europese Raad de zaak.
2003
  • 1. 
    De regering van iedere lidstaat, het Europees Parlement en de Europese Commissie kunnen aan de Europese Raad ontwerpen tot herziening van dit verdrag voorleggen. Deze ontwerpen worden door de Raad aan de Europese Raad toegezonden en worden ter kennis gebracht van de nationale parlementen van de lidstaten.
  • 2. 
    Indien de Europese Raad, na raadpleging van het Europees Parlement en van de Europese Commissie, met gewone meerderheid besluit dat de voorgestelde wijzigingen worden besproken, roept de voorzitter van de Europese Raad een Conventie bijeen die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen van de lidstaten, de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, het Europees Parlement en de Commissie. Ook de Europese Centrale Bank wordt geraadpleegd in geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied. De Conventie beziet de ontwerpen tot herziening en neemt bij consensus een aanbeveling aan voor een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten als voorzien in in lid 3.

    De Europese Raad kan met gewone meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, besluiten geen Conventie bijeen te roepen indien de reikwijdte van de wijzigingen bijeenroeping niet rechtvaardigt. In dit laatste geval stelt de Europese Raad het mandaat van een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten vast.

  • 3. 
    Een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten wordt door de voorzitter van de Raad van Ministers bijeengeroepen, teneinde in onderlinge overeenstemming de in dit verdrag aan te brengen wijzigingen vast te stellen. De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.
  • 4. 
    Indien viervijfde van de lidstaten het verdrag houdende wijziging van dit verdrag twee jaar na de ondertekening ervan hebben bekrachtigd en een of meer lidstaten moeilijkheden bij de bekrachtiging hebben ondervonden, bespreekt de Europese Raad de kwestie.
2004
  • 1. 
    De regering van iedere lidstaat, het Europees Parlement en de Commissie kunnen de Raad ontwerpen tot herziening van dit verdrag voorleggen. Deze ontwerpen worden door de Raad aan de Europese Raad toegezonden en worden ter kennis van de nationale parlementen gebracht.
  • 2. 
    Indien de Europese Raad, na raadpleging van het Europees Parlement en van de Commissie, met gewone meerderheid van stemmen besluit dat de voorgestelde wijzigingen worden besproken, roept de voorzitter van de Europese Raad een Conventie bijeen die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, van de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, van het Europees Parlement en van de Commissie. Ook de Europese Centrale Bank wordt geraadpleegd in geval van institutionele wijzigingen op monetair gebied. De Conventie beziet de ontwerpen tot herziening en neemt bij consensus een aanbeveling aan ten behoeve van een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, als bepaald in lid 3.

    De Europese Raad kan met gewone meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, besluiten geen Conventie bijeen te roepen indien de reikwijdte van de wijzigingen bijeenroeping niet rechtvaardigt. In dit laatste geval stelt de Europese Raad het mandaat van een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten vast.

  • 3. 
    Een Conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten wordt door de voorzitter van de Raad bijeengeroepen, teneinde in onderlinge overeenstemming de in dit verdrag aan te brengen wijzigingen vast te stellen.

    De wijzigingen treden in werking nadat zij door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn bekrachtigd.

  • 4. 
    Indien viervijfde van de lidstaten het verdrag houdende wijziging van dit verdrag twee jaar na de ondertekening ervan hebben bekrachtigd en een of meer lidstaten moeilijkheden bij de bekrachtiging hebben ondervonden, bespreekt de Europese Raad de kwestie.
 

Terug naar boven