r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Artikel 14: Europees Parlement - Samenstelling

13
Artikel 14
15

Het Europees Parlement is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de burgers van de Unie, die voor de duur van 5 jaar door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen bij geheime stemming worden gekozen volgens een eenvormige verkiezingsprocedure.

Het aantal zetels, de regels voor de zetelverdeling en de verkiezingsprocedure worden bij constitutionele wet vastgesteld.

1.

Ontwikkeling artikel

1953

Het Parlement bestaat uit twee Kamers, die behoudens de in dit Statuut vermelde uitzonderingsgevallen dezelfde bevoegdheden hebben.

De eerste Kamer, de Kamer der Volkeren, is samengesteld uit afgevaardigden, die de in de Gemeenschap verbonden volkeren vertegenwoordigen.

De tweede Kamer, de Senaat, wordt gevormd door Senatoren, die van iedere Staat het volk vertegenwoordigen.

1984

Het Europese Parlement wordt door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen bij vrije, geheime stemming door de burgers van de Unie gekozen. De duur van de zittingsperiode is vijf jaar.

Bij organieke wet zal een uniforme verkiezingsprocedure worden vastgesteld; zolang deze wet nog niet in werking is getreden, is de verkiezingsprocedure van toepassing welke geldt voor de verkiezing van het Parlement van de Europese Gemeenschappen.

Toelichting

In de toelichting bij dit ontwerp-Verdrag becommentarieerde Spinelli de rol van het Europees Parlement in het institutionele systeem als volgt:

  • 25. 
    Het Parlement en de Raad van de Unie nemen beide deel aan de wetgevingsen begrotingsprocedure en aan het politiek toezicht van de Unie.

    Terwijl het Parlement van de Unie nog steeds wordt gekozen volgens de bij de inwerkingtreding van de Unie geldende regels, totdat de wetgevingsautoriteit zelf een andere kieswet zal hebben vastgesteld, wordt de structuur van de Raad in het Verdrag bepaald, omdat de tekortkomingen van de huidige structuur van de Raad van de Gemeenschappen maar al te duidelijk zijn. De verschillende regeringen blijven hun nationale vertegenwoordigingen in de Raad benoemen, maar besloten wordt dat iedere vertegenwoordiging moet worden geleid door een minister die speciaal en permanent is belast met Europese aangelegenheden.

    Het wetgevingsinitiatief komt in de regel de Commissie toe, maar met enkele voorzorgen om een onredelijke proliferatie van wetsontwerpen te vermijden kan het initiatief ook uitgaan van een van de twee takken van de wetgevingsautoriteit.

    De gemeenschappelijke besluitvorming van het Parlement en van de Raad wordt geregeld door een nauwkeurig systeem van opeenvolgende lezingen in de twee instellingen en door de bepaling dat de instelling die haar beslissing niet in de haar toegewezen tijd neemt, haar bevoegdheid tot handelen verliest.

    Behalve de normale wetten (die de huidige verordeningen en richtlijnen van de Gemeenschap vervangen) is de organieke wet ingevoerd, die een verregaande consensus van het Parlement en de Raad vereist, omdat hierdoor fundamentele momenten in het bestaan van de Unie zullen worden geregeld.

    De regel van eenstemmigheid in de Raad is praktisch afgeschaft.

1994

Het Europees Parlement is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de burgers van de Unie, die voor de duur van 5 jaar door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen bij geheime stemming worden gekozen volgens een eenvormige verkiezingsprocedure.

Het aantal zetels, de regels voor de zetelverdeling en de verkiezingsprocedure worden bij constitutionele wet vastgesteld.

 

Terug naar boven