r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Titel III - Institutioneel kader

Inhoud

13.

Instellingen

  • 1. 
    De instellingen van de Unie zijn:
    • het Europees Parlement;
    • de Europese Raad;
    • de Raad;
    • de Commissie;
    • het Hof van Justitie.
  • 2. 
    Specifieke, in de Grondwet vastgelegde taken worden uitgevoerd door:
    • het Comité van de Regio's;
    • de Europese Centrale Bank;
    • de Rekenkamer;
    • het Economisch en Sociaal Comité.
  • 3. 
    Onverminderd de bepalingen van de Verdragen kunnen bij organieke wet andere organen en instanties met rechtspersoonlijkheid worden ingesteld die specifieke taken krijgen toebedeeld. In genoemde wet worden tevens hun statuten vastgesteld, alsook de wijze waarop zij aan controle worden onderworpen.

14.

Europees Parlement - Samenstelling

Het Europees Parlement is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de burgers van de Unie, die voor de duur van 5 jaar door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen bij geheime stemming worden gekozen volgens een eenvormige verkiezingsprocedure.

Het aantal zetels, de regels voor de zetelverdeling en de verkiezingsprocedure worden bij constitutionele wet vastgesteld.

15.

Europees Parlement - Bevoegdheden

Het Europees Parlement:

  • neemt samen met de Europese Raad deel aan de vaststelling van de algemene politieke richtsnoeren van de Unie;
  • besluit over de wetgeving, stemt over de begroting en hecht zijn goedkeuring aan de internationale verdragen van de Unie, een en ander samen met de Raad;
  • kiest de voorzitter van de Commissie en brengt het vertrouwensvotum over de Commissie uit;
  • oefent politieke controle op de activiteit van de Unie uit en kan enquêtecommissies instellen;
  • oefent de hem door de Grondwet en de communautaire verdragen toegekende benoemingsbevoegdheden uit;
  • oefent de overige in de Grondwet en de communautaire Verdragen neergelegde bevoegdheden uit.

16.

Europese Raad

De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden of regeringsleiders van de lid-staten en de voorzitter van de Commissie.

De Europese Raad geeft de Unie de voor haar ontwikkeling noodzakelijke impulsen en stelt, in samenspraak met het Europees Parlement, de algemene politieke richtsnoeren van de Unie vast.

17.

Raad - Samenstelling

De Raad bestaat uit een minister van elke lid-staat die bevoegd is voor de aangelegenheden van de Unie. Deze minister zit een delegatie voor, die benoemd is overeenkomstig de nationale grondwettelijke regels. Elke delegatie brengt één stem uit.

18.

Raad - Bevoegdheden

De Raad:

  • besluit over de wetgeving, stemt over de begroting en hecht zijn goedkeuring aan de internationale verdragen van de Unie, een en ander samen met het Europees Parlement;
  • coördineert het beleid van de lid-staten voor zover de Grondwet daarin voorziet;
  • oefent de hem door de Grondwet en de communautaire verdragen toegekende benoemingsbevoegdheden uit;
  • oefent de overige in de Grondwet en communautaire verdragen neergelegde bevoegdheden uit.

19.

Voorzitterschap van de Raad

De voorzitter van de Raad wordt gekozen met een niet-gewogen meerderheid van 5/6 van de lid-staten voor een periode van een jaar. Zijn ambtstermijn kan worden verlengd maar mag niet meer dan drie jaar duren.

20.

Stemmingen in de Raad

Besluiten van de Raad worden met een dubbele meerderheid genomen, te weten een meerderheid van de lid-staten en een meerderheid van de bevolking.

Onder eenvoudige meerderheid wordt verstaan een meerderheid van de lid-staten, die tevens een meerderheid van de bevolking van de Unie vertegenwoordigd.

Onder gekwalificeerde meerderheid wordt verstaan een meerderheid van twee derde van de lidstaten, die tevens twee derde van de bevolking van de Unie vertegenwoordigt.

Een overgekwalificeerde meerderheid is niet bereikt wanneer ten minste een vierde van de lidstaten die ten minste een achtste van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, tegen het betrokken voorstel is.

21.

Commissie - Samenstelling en onafhankelijkheid

  • 1. 
    De samenstelling van de Commissie wordt bij organieke wet vastgesteld.
  • 2. 
    De leden van de Commissie oefenen hun ambt volkomen onafhankelijk uit in het algemeen belang van de Unie. Bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden zij instructies van enige regering of enig lichaam. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt. Iedere lid-staat verbindt zich dit karakter te eerbiedigen en niet te trachten de leden van de Commissie te beïnvloeden bij de uitoefening van hun taken.

22.

Commissie - Benoeming - Motie van afkeuring

  • 1. 
    De Commissie wordt voor de duur van 5 jaar benoemd volgens de in lid 2 van dit artikel neergelegde procedure.
  • 2. 
    Bij het begin van elke zittingsperiode wordt de voorzitter van de Commissie op voorstel van de Europese Raad door het Parlement gekozen met de meerderheid van zijn leden.

    De leden van de Commissie worden door de voorzitter gekozen met instemming van de Raad, die hierover met gekwalificeerde meerderheid beslist. De aldus samengestelde Commissie treedt in functie na van het Europees Parlement het vertrouwensvotum te hebben gekregen.

  • 3. 
    Het Parlement kan met de meerderheid van zijn leden een motie van afkeuring aannemen na een voorafgaande kennisgeving van ten minste drie werkdagen; goedkeuring van deze motie leidt tot collectief aftreden van de leden van de Commissie, die de lopende zaken blijven behartigen tot in hun vervanging is voorzien.

23.

Voorzitter van de Commissie

De voorzitter van de Commissie verdeelt de bevoegdheden onder de leden van de Commissie.

Hij coördineert de werkzaamheden van de Commissie en heeft bij staking van de stemmen een doorslaggevende stem.

Op verzoek van het Europees Parlement of van de Raad kan de voorzitter het mandaat van een lid van de Commissie beëindigen.

24.

Commissie - Bevoegdheden

De Commissie:

  • controleert de naleving van de Grondwet en de wetgeving van de Unie,
  • neemt deel aan de wetgevende macht en heeft het recht van initiatief,
  • legt de begroting en de wetgeving van de Unie ten uitvoer en keurt de uitvoeringsbepalingen goed, overeenkomstig de bepalingen van de Grondwet,
  • onderhandelt over en sluit de internationale verdragen van de Unie,
  • oefent de overige in de Grondwet en de communautaire Verdragen neergelegde bevoegdheden uit.

25.

Hof van Justitie

De taken van het Hof van Justitie zijn omschreven in de artikelen 36 t/m 39.

Het Hof van Justitie bestaat uit rechters en advocaten-generaal.

De rechters en de advocaten-generaal, gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden en aan alle gestelde eisen voldoen om in hun respectieve landen de hoogste gerechtelijke ambten te bekleden, of die bekend staan als kundige rechtsgeleerden, worden benoemd door het Europees Parlement, dat beslist met de meerderheid van zijn leden, en door de Raad voor een niet-verlengbaar mandaat van 9 jaar. De procedure voor deze benoeming wordt vastgesteld bij organieke wet.

26.

President van het Hof van Justitie

De rechters kiezen uit hun midden voor drie jaar de president van het Hof van Justitie. Hij is herkiesbaar.

27.

Organisatie en statuten van het Hof

  • 1. 
    Bij organieke wet worden, op voorstel van het Hof van Justitie, het reglement van orde, het aantal leden en hun status, en de samenstelling van de kamers van het Hof vastgesteld, alsmede de gevallen waarin het Hof voltallig zitting dient te houden.
  • 2. 
    Het Hof van Justitie beschikt binnen het kader van de begroting van de Unie over financiële en bestuurlijke autonomie.

28.

Overige rechterlijke instanties

Bij organieke wet kunnen, op voorstel van het Hof van Justitie, één of meer andere rechterlijke instanties worden ingesteld, die tot taak hebben uitspraak te doen in bepaalde soorten beroepen, behoudens beroepen die bij het Hof van Justitie zijn ingediend en die in voorkomend geval uitsluitend betrekking hebben op rechtsvraagstukken.

De taken, samenstelling en procedureregels worden vastgesteld overeenkomstig de beginselen van de artikelen 25, 26 en 27.

29.

Comité van de Regio's

Het Comité van de Regio's bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van door de lid-staten erkende regionale of plaatselijke overheden.

Het dient vooraf te worden geraadpleegd over alle wetgevingsinitiatieven die betrekking hebben op vraagstukken waarvan de lijst bij een organieke wet wordt vastgesteld.

30.

Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank geeft de munt van de Unie uit, waarborgt de stabiliteit van deze munt en oefent de bevoegdheden uit welke in de Grondwet zijn neergelegd.

Zij beschikt over de voor de uitvoering van haar taken noodzakelijke onafhankelijkheid. Het Hof van Justitie ziet erop toe dat deze onafhankelijkheid wordt geëerbiedigd.


Terug naar boven