r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Artikel I-25: De Europese Commissie

I-24
Artikel I-25
I-26
  • 1. 
    De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet erop toe dat zowel de bepalingen van de Grondwet als de maatregelen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen, worden toegepast.

    Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie.

    Zij voert de begroting uit en beheert programma's.

    Zij oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden tevens coördinatie-, uitvoerings- en beheerstaken uit.

    Zij draagt zorg voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en in andere in de Grondwet genoemde gevallen.

    Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie met het oog op de totstandbrenging van interinstitutionele akkoorden.

  • 2. 
    Wetgevingshandelingen van de Unie kunnen alleen op voorstel van de Commissie worden vastgesteld, tenzij in de Grondwet anders is bepaald. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De ambtstermijn van de Commissie bedraagt vijf jaar.
  • 4. 
    De leden van de Commissie worden gekozen op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet, en bieden alle waarborgen voor onafhankelijkheid.
  • 5. 
    De eerste Commissie die wordt benoemd krachtens de bepalingen van de Grondwet, bestaat uit één onderdaan van elke lidstaat, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, die een van de vice-voorzitters van de Commissie is.
  • 6. 
    Vanaf het verstrijken van de ambtstermijn van de in lid 5 bedoelde Commissie bestaat de Commissie uit een aantal leden, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, dat overeenstemt met tweederde van het aantal lidstaten, tenzij de Europese Raad met eenparigheid van stemmen besluit dit aantal te wijzigen.

    Zij worden volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten, uit de onderdanen van de lidstaten gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen bij Europees besluit vastgesteld op basis van de volgende beginselen:

    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van de Commissie; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal ambtstermijnen van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      onverminderd punt a), weerspiegelt de samenstelling van de Commissie te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten van de Unie.
  • 7. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel I-27, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering of enige instelling, enig orgaan of enige instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.
  • 8. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. Deze instelling kan zich volgens de procedure van artikel III-243 uitspreken over een motie van afkeuring betreffende de Commissie. Indien een dergelijke motie wordt aangenomen, treden de leden van de Commissie collectief af en legt ook de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie zijn functie in de Commissie neer.

Noot PDC bij dit artikel

Dit artikel is, naarmate de onderhandelingen vorderden, behoorlijk in omvang toegenomen. Bovenstaande versie is vastgelegd tijdens de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni 2004 (document CIG 85/04). Ter volledigheid is hieronder weergegeven:

  • de verklaring die tijdens de Europese Raad van 17-18 juni 2004 is opgesteld inzake de Europese Commissie
  • de overwegingen die het Italiaanse voorzitterschap in december 2003 heeft gegeven voor de voortzetting van de onderhandelingen, na afloop van het ministerieel conclaaf van 28 november 2003
  • de artikelversie met de wijzigingen die de IGC heeft ingevoerd ten opzichte van de Conventie-tekst, vóór de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni.

Verklaring voor de Slotakte ad artikel I-25

De Conferentie is van mening dat, wanneer de Commissie niet meer uit onderdanen van alle lidstaten bestaat, zij bijzondere aandacht moet schenken aan de noodzaak om te zorgen voor volledige transparantie in de betrekkingen met alle lidstaten. Bijgevolg moet de Commissie nauwe contacten onderhouden met alle lidstaten, ongeacht of een van hun onderdanen al dan niet lid van de Commissie is, en in dit verband bijzondere aandacht geven aan de noodzaak om informatie te delen en overleg te plegen met alle lidstaten.

De Conferentie is ook van mening dat de Commissie alle nodige maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat de politieke, sociale en economische realiteit in alle lidstaten, ook die welke geen onderdaan als lid van de Commissie hebben, volledig in aanmerking wordt genomen. Deze maatregelen moeten er, onder meer, voor zorgen dat het standpunt van die lidstaten door middel van passende organisatorische regelingen aan bod komt.

Overwegingen van het Italiaanse voorzitterschap

Alle delegaties zijn het erover eens, dat de Commissie zowel aan de eis van legitimiteit als aan de eis van doelmatigheid moet voldoen.

Een aantal lidstaten - en met name de nieuwe - zijn van mening dat, aangezien deze kwestie zich zo vlak na de recente golf van uitbreidingen voordoet, de samenstelling van de Commissie uiting moet geven aan de grootst mogelijke verscheidenheid van de uitgebreide Europese Unie. Dit standpunt, dat hun publieke opinie weerspiegelt, brengt deze lidstaten ertoe te bepleiten dat iedere lidstaat met een onderdaan in de Commissie vertegenwoordigd is.

Gelet hierop, is het volgens het voorzitterschap wenselijk dat bij het bepalen van de samenstelling van de Commissie de wensen van deze delegaties afdoende gehonoreerd worden, terwijl tegelijkertijd het gevaar moet worden voorkomen dat hierdoor op lange termijn een andere belangrijke eis, namelijk de doelmatige werking van het college, in het gedrang komt. Het voorzitterschap is dan ook van mening dat bepaald zou kunnen worden dat er op een gestelde datum een Commissie in kleinere samenstelling komt. Wanneer de delegaties het over dit uitgangpunt eens zijn, zou vervolgens geregeld kunnen worden hoe dit zijn beslag moet krijgen, waarbij dan de ervaring benut kan worden die de uitgebreide Unie opdoet met de werking van de nieuwe Commissie.

Artikelversie vóór de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni

  • 1. 
    De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de Grondwet als de maatregelen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen.

    Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie.

    Zij voert de begroting uit en beheert programma's.

    Zij oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden tevens coördinatie-, uitvoerings- en beheerstaken uit.

    Zij draagt zorg voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en in andere in de Grondwet genoemde gevallen.

    Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie met het oog op de totstandbrenging van interinstitutionele akkoorden.

  • 2. 
    Tenzij in de Grondwet anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Europese Commissie worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De Commissie is een college dat bestaat uit een voorzitter, de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie/vice-voorzitter en dertien Europese commissarissen die volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten worden gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen bij Europees besluit vastgesteld op basis van de volgende beginselen:
    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van het college; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal ambtstermijnen van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      onverminderd punt a), weerspiegelt de samenstelling van het college te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten van de Unie.

    De voorzitter van de Commissie benoemt commissarissen zonder stemrecht, die volgens dezelfde criteria worden gekozen als de gewone leden van het college en die afkomstig zijn uit alle andere lidstaten. [*]

  • 4. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd het bepaalde in artikel I-27, lid 2, vragen noch aanvaarden de voorzitter, de Europese commissarissen, de commissarissen en de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie bij de vervulling van hun taken instructies van enige regering, enige instelling, enig orgaan of enig ander lichaam.
  • 5. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. De voorzitter van de Commissie legt verantwoording af aan het Europees Parlement over de activiteiten van de commissarissen. Het Europees Parlement kan volgens de procedure van artikel III-243 een motie van afkeuring betreffende de Commissie aannemen. Indien de motie wordt aangenomen, moeten de Europese commissarissen en de commissarissen gezamenlijk aftreden en moet ook de minister van Buitenlandse Zaken zijn functie in de Commissie neerleggen. De Commissie blijft de lopende zaken behartigen totdat een nieuw college is benoemd.

Voetnoot [*] bij lid 3

De Groep Juridische deskundigen van de IGC heeft de volgende zin geschrapt: "Het bepaalde in dit lid wordt op 1 november 2009 van kracht." De Deskundigen waren van oordeel dat alle, momenteel over de hele grondwet verspreide, overgangsbepalingen beter in één "protocol betreffende de overgangsbepalingen" kunnen worden gebundeld (zie bij wijze van voorbeeld de tekst van de juridische adviseur op blz. 33 van Addendum 1 bij dit document).

In verband met de overbrenging van deze overgangsbepaling naar het protocol betreffende de overgangsbepalingen die door alle andere delegaties is goedgekeurd, rijzen echter voor de Spaanse en de Poolse delegatie vragen in verband met politieke opportuniteit. De groep vindt dat deze overbrenging moet plaatsvinden voorzover deze vragen worden opgelost.

1.

Ontwikkeling artikel

1984

De Commissie:

  • stippelt in het programma dat zij ter goedkeuring aan het Parlement voorlegt het beleid van de Unie uit,
  • neemt passende initiatieven om dit ten uitvoer te leggen,
  • heeft het recht wetsvoorstellen te doen en neemt deel aan de wetgevingsprocedure,
  • vaardigt verordeningen uit tot uitvoering van de wetten en neemt de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten,
  • dient het ontwerp van begroting in,
  • voert de begroting uit,
  • vertegenwoordigt de Unie in de externe betrekkingen in de in dit Verdrag genoemde gevallen,
  • ziet toe op de toepassing van het Verdrag en de wetten van de Unie,
  • oefent de overige bevoegdheden uit die haar bij dit Verdrag zijn verleend.
1994

De Commissie:

  • controleert de naleving van de Grondwet en de wetgeving van de Unie,
  • neemt deel aan de wetgevende macht en heeft het recht van initiatief,
  • legt de begroting en de wetgeving van de Unie ten uitvoer en keurt de uitvoeringsbepalingen goed, overeenkomstig de bepalingen van de Grondwet,
  • onderhandelt over en sluit de internationale verdragen van de Unie,
  • oefent de overige in de Grondwet en de communautaire Verdragen neergelegde bevoegdheden uit.
2003
  • 1. 
    De Europese Commissie is hoedster van het algemene Europese belang. Zij ziet toe op de toepassing zowel van de bepalingen van de Grondwet als van de bepalingen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen. Zij oefent tevens coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden.
  • 2. 
    Een handeling van de Unie kan niet dan op voorstel van de Commissie worden vastgesteld, tenzij in de Grondwet anders is bepaald.
  • 3. 
    De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden. Zij kan worden bijgestaan door gedelegeerde Commissieleden.
  • 4. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering of enig ander lichaam.
2003
  • 1. 
    De Europese Commissie bevordert het algemene Europese belang en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de bepalingen van de Grondwet als de bepalingen die de Instellingen krachtens de Grondwet vaststellen. Zij oefent tevens coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden.
  • 2. 
    Een handeling van de Unie kan alleen op voorstel van de Commissie worden vastgesteld, tenzij in de Grondwet anders is bepaald.
  • 3. 
    De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden. Zij kan worden bijgestaan door gedelegeerde Commissieleden. Deze bepaling wordt niet van kracht vóór 1 november 2009.
  • 4. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering of enig ander lichaam.
  • 5. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. Deze instelling kan een motie van afkeuring betreffende de Commissie aannemen volgens de procedures van artikel III-238 van de Grondwet. Indien een dergelijke motie wordt aangenomen, moeten de leden van de Commissie gezamenlijk aftreden. De Commissie blijft de lopende zaken behartigen totdat er een nieuw college is benoemd.
2003
  • 1. 
    De Europese Commissie bevordert het Europese algemeen belang en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de bepalingen van de Grondwet als de bepalingen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen. Onder de controle van het Hof van Justitie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie. Zij voert de begroting uit en beheert programma's. Zij oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden tevens coördinatie-, uitvoerings- en beheerstaken uit. Zij draagt zorg voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en in andere in de Grondwet genoemde gevallen. Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie met het oog op de totstandbrenging van interinstitutionele akkoorden.
  • 2. 
    Tenzij in de Grondwet anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Europese Commissie worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De Europese Commissie is een college dat bestaat uit een voorzitter, de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie/vice-voorzitter en dertien Europese Commissarissen die volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten worden gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad bij Europees besluit vastgesteld op basis van de volgende beginselen:
    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van het college; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal ambtstermijnen van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      onverminderd punt a) weerspiegelt de samenstelling van het college te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten van de Unie.

    De voorzitter van de Europese Commissie benoemt Commissarissen zonder stemrecht, die volgens dezelfde criteria worden gekozen als de gewone leden van het college en die afkomstig zijn uit alle andere lidstaten.

    Deze regeling wordt op 1 november 2009 van kracht.

  • 4. 
    De Europese Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de Europese Commissarissen en de Commissarissen instructies van enige regering of enig ander lichaam.
  • 5. 
    De Europese Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. De voorzitter van de Commissie legt verantwoording af aan het Europees Parlement over de activiteiten van de Commissarissen. Het Europees Parlement kan volgens de procedure van artikel III-243 een motie van afkeuring betreffende de Commissie aannemen. Indien de motie wordt aangenomen, moeten de Europese Commissarissen en de Commissarissen gezamenlijk aftreden. De Commissie blijft de lopende zaken behartigen totdat een nieuw college is benoemd.
2003
  • 1. 
    De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet erop toe dat zowel de bepalingen van de Grondwet als de maatregelen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen, worden toegepast.

    Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie.

    Zij voert de begroting uit en beheert programma's.

    Zij oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden tevens coördinatie-, uitvoerings- en beheerstaken uit.

    Zij draagt zorg voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en in andere in de Grondwet genoemde gevallen.

    Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie met het oog op de totstandbrenging van interinstitutionele akkoorden.

  • 2. 
    Wetgevingshandelingen van de Unie kunnen alleen op voorstel van de Commissie worden vastgesteld, tenzij in de Grondwet anders is bepaald. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De ambtstermijn van de Commissie bedraagt vijf jaar.
  • 4. 
    De leden van de Commissie worden gekozen op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet, en bieden alle waarborgen voor onafhankelijkheid.
  • 5. 
    De eerste Commissie die wordt benoemd krachtens de bepalingen van de Grondwet, bestaat uit één onderdaan van elke lidstaat, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, die een van de vice-voorzitters van de Commissie is.
  • 6. 
    Vanaf het verstrijken van de ambtstermijn van de in lid 5 bedoelde Commissie bestaat de Commissie uit een aantal leden, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, dat overeenstemt met tweederde van het aantal lidstaten, tenzij de Europese Raad met eenparigheid van stemmen besluit dit aantal te wijzigen.

    Zij worden volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten, uit de onderdanen van de lidstaten gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen bij Europees besluit vastgesteld op basis van de volgende beginselen:

    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van de Commissie; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal ambtstermijnen van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      onverminderd punt a), weerspiegelt de samenstelling van de Commissie te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten van de Unie.
  • 7. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel I-27, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering of enige instelling, enig orgaan of enige instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.
  • 8. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. Deze instelling kan zich volgens de procedure van artikel III-243 uitspreken over een motie van afkeuring betreffende de Commissie. Indien een dergelijke motie wordt aangenomen, treden de leden van de Commissie collectief af en legt ook de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie zijn functie in de Commissie neer.

Noot PDC bij dit artikel

Dit artikel is, naarmate de onderhandelingen vorderden, behoorlijk in omvang toegenomen. Bovenstaande versie is vastgelegd tijdens de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni 2004 (document CIG 85/04). Ter volledigheid is hieronder weergegeven:

  • de verklaring die tijdens de Europese Raad van 17-18 juni 2004 is opgesteld inzake de Europese Commissie
  • de overwegingen die het Italiaanse voorzitterschap in december 2003 heeft gegeven voor de voortzetting van de onderhandelingen, na afloop van het ministerieel conclaaf van 28 november 2003
  • de artikelversie met de wijzigingen die de IGC heeft ingevoerd ten opzichte van de Conventie-tekst, vóór de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni.

Verklaring voor de Slotakte ad artikel I-25

De Conferentie is van mening dat, wanneer de Commissie niet meer uit onderdanen van alle lidstaten bestaat, zij bijzondere aandacht moet schenken aan de noodzaak om te zorgen voor volledige transparantie in de betrekkingen met alle lidstaten. Bijgevolg moet de Commissie nauwe contacten onderhouden met alle lidstaten, ongeacht of een van hun onderdanen al dan niet lid van de Commissie is, en in dit verband bijzondere aandacht geven aan de noodzaak om informatie te delen en overleg te plegen met alle lidstaten.

De Conferentie is ook van mening dat de Commissie alle nodige maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat de politieke, sociale en economische realiteit in alle lidstaten, ook die welke geen onderdaan als lid van de Commissie hebben, volledig in aanmerking wordt genomen. Deze maatregelen moeten er, onder meer, voor zorgen dat het standpunt van die lidstaten door middel van passende organisatorische regelingen aan bod komt.

Overwegingen van het Italiaanse voorzitterschap

Alle delegaties zijn het erover eens, dat de Commissie zowel aan de eis van legitimiteit als aan de eis van doelmatigheid moet voldoen.

Een aantal lidstaten - en met name de nieuwe - zijn van mening dat, aangezien deze kwestie zich zo vlak na de recente golf van uitbreidingen voordoet, de samenstelling van de Commissie uiting moet geven aan de grootst mogelijke verscheidenheid van de uitgebreide Europese Unie. Dit standpunt, dat hun publieke opinie weerspiegelt, brengt deze lidstaten ertoe te bepleiten dat iedere lidstaat met een onderdaan in de Commissie vertegenwoordigd is.

Gelet hierop, is het volgens het voorzitterschap wenselijk dat bij het bepalen van de samenstelling van de Commissie de wensen van deze delegaties afdoende gehonoreerd worden, terwijl tegelijkertijd het gevaar moet worden voorkomen dat hierdoor op lange termijn een andere belangrijke eis, namelijk de doelmatige werking van het college, in het gedrang komt. Het voorzitterschap is dan ook van mening dat bepaald zou kunnen worden dat er op een gestelde datum een Commissie in kleinere samenstelling komt. Wanneer de delegaties het over dit uitgangpunt eens zijn, zou vervolgens geregeld kunnen worden hoe dit zijn beslag moet krijgen, waarbij dan de ervaring benut kan worden die de uitgebreide Unie opdoet met de werking van de nieuwe Commissie.

Artikelversie vóór de afsluitende Europese Raad van 17-18 juni

  • 1. 
    De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de Grondwet als de maatregelen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen.

    Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie.

    Zij voert de begroting uit en beheert programma's.

    Zij oefent onder de in de Grondwet vastgelegde voorwaarden tevens coördinatie-, uitvoerings- en beheerstaken uit.

    Zij draagt zorg voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en in andere in de Grondwet genoemde gevallen.

    Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie met het oog op de totstandbrenging van interinstitutionele akkoorden.

  • 2. 
    Tenzij in de Grondwet anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Europese Commissie worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De Commissie is een college dat bestaat uit een voorzitter, de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie/vice-voorzitter en dertien Europese commissarissen die volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten worden gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen bij Europees besluit vastgesteld op basis van de volgende beginselen:
    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van het college; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal ambtstermijnen van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      onverminderd punt a), weerspiegelt de samenstelling van het college te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten van de Unie.

    De voorzitter van de Commissie benoemt commissarissen zonder stemrecht, die volgens dezelfde criteria worden gekozen als de gewone leden van het college en die afkomstig zijn uit alle andere lidstaten. [*]

  • 4. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd het bepaalde in artikel I-27, lid 2, vragen noch aanvaarden de voorzitter, de Europese commissarissen, de commissarissen en de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie bij de vervulling van hun taken instructies van enige regering, enige instelling, enig orgaan of enig ander lichaam.
  • 5. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. De voorzitter van de Commissie legt verantwoording af aan het Europees Parlement over de activiteiten van de commissarissen. Het Europees Parlement kan volgens de procedure van artikel III-243 een motie van afkeuring betreffende de Commissie aannemen. Indien de motie wordt aangenomen, moeten de Europese commissarissen en de commissarissen gezamenlijk aftreden en moet ook de minister van Buitenlandse Zaken zijn functie in de Commissie neerleggen. De Commissie blijft de lopende zaken behartigen totdat een nieuw college is benoemd.

Voetnoot [*] bij lid 3

De Groep Juridische deskundigen van de IGC heeft de volgende zin geschrapt: "Het bepaalde in dit lid wordt op 1 november 2009 van kracht." De Deskundigen waren van oordeel dat alle, momenteel over de hele grondwet verspreide, overgangsbepalingen beter in één "protocol betreffende de overgangsbepalingen" kunnen worden gebundeld (zie bij wijze van voorbeeld de tekst van de juridische adviseur op blz. 33 van Addendum 1 bij dit document).

In verband met de overbrenging van deze overgangsbepaling naar het protocol betreffende de overgangsbepalingen die door alle andere delegaties is goedgekeurd, rijzen echter voor de Spaanse en de Poolse delegatie vragen in verband met politieke opportuniteit. De groep vindt dat deze overbrenging moet plaatsvinden voorzover deze vragen worden opgelost.

2004
  • 1. 
    De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven.

    Zij ziet toe op de toepassing zowel van de Grondwet als van de maatregelen die de instellingen krachtens de Grondwet vaststellen.

    Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie.

    Zij voert de begroting uit en beheert de programma's.

    Zij oefent onder de bij de Grondwet bepaalde voorwaarden coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit.

    Zij zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de andere bij de Grondwet bepaalde gevallen.

    Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie om interinstitutionele akkoorden tot stand te brengen.

  • 2. 
    Tenzij in de Grondwet anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Commissie worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Grondwet daarin voorziet.
  • 3. 
    De ambtstermijn van de Commissie bedraagt vijf jaar.
  • 4. 
    De leden van de Commissie worden op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden.
  • 5. 
    De eerste Commissie die wordt benoemd krachtens de Grondwet, bestaat uit één onderdaan van iedere lidstaat, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, die een van de vice-voorzitters van de Commissie is.
  • 6. 
    Vanaf het verstrijken van de ambtstermijn van de in lid 5 bedoelde Commissie bestaat de Commissie uit een aantal leden, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, dat overeenstemt met tweederde van het aantal lidstaten, tenzij de Europese Raad met eenparigheid van stemmen besluit dit aantal te wijzigen.

    De leden van de Commissie worden volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid tussen de lidstaten, uit de onderdanen van de lidstaten gekozen. Dit systeem wordt door de Europese Raad met eenparigheid van stemmen vastgesteld bij een Europees besluit dat op de volgende beginselen wordt gebaseerd:

    • a) 
      de lidstaten worden volstrekt gelijk behandeld wat betreft de bepaling van de volgorde en de ambtstermijn van hun onderdanen als leden van de Commissie; derhalve kan het verschil tussen het totale aantal mandaten van onderdanen van twee willekeurige lidstaten nooit meer dan één bedragen;
    • b) 
      behoudens het bepaalde onder a), weerspiegelt de samenstelling van de Commissie te allen tijde in voldoende mate de demografische en geografische verscheidenheid van alle lidstaten.
  • 7. 
    De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel I-28, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.
  • 8. 
    De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. Het Europees Parlement kan zich overeenkomstig artikel III-340 uitspreken over een motie van afkeuring tegen de Commissie. Indien een dergelijke motie wordt aangenomen, nemen de leden van de Commissie collectief ontslag en legt ook de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie zijn functie in de Commissie neer.
 

Terug naar boven