r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Audiovisueel- en mediabeleid

Onder audiovisueel- en mediabeleid vallen de televisie, radio en film. Het Europese beleid op dit terrein omvat ook online media. Deze sector speelt een belangrijke maatschappelijke rol, omdat deze media de voornaamste bron van informatie zijn voor de Europese bevolking en een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. De reikweidte van dit beleid wordt steeds groter, omdat het onlineaanbod van audiovisuele media nog steeds groeit.

Het audiovisueel- en mediabeleid van de EU heeft verschillende doelstellingen. De belangrijkste zijn het vergroten van het vrije verkeer van media, het beschermen van minderjarigen tegen schokkende content en het bevorderen van diversiteit aan uitzendingen. Elke nationale regering heeft een eigen audiovisueel beleid. De EU stelt voorschriften en richtsnoeren op voor zaken van gemeenschappelijk belang en vervult zodoende een ondersteunende rol.

De afgelopen jaren is de aandacht meer verschoven naar de de onlinewereld. Zo is er een EU-richtlijn die voor betere bescherming van kinderen tegen schadelijke content op internet moet zorgen. Bovendien is er in het najaar van 2018 een richtlijn aangenomen die moet zorgen voor eerlijke concurrentie van online streamingsdiensten. Zo moet minstens 30 procent van online-aanbieders van films en series van Europese makelij zijn.

1.

Staand beleid

Budget

Het budget van de EU op het gebied van audiovisueel- en mediabeleid loopt vooral via subsidieprogramma's. Deze programma's omvatten zo'n 1,5 miljard euro. Deze programma's zijn vooral bedoeld voor het stimuleren van creativiteit, het behoud van audiovisueel erfgoed en het versterken van het concurrentievermogen van media-organisaties.

Doelstellingen

Het audiovisueel- en mediabeleid bestaat sinds de jaren 1980 en heeft sindsdien de volgende speerpunten:

  • bevorderen van het vrije verkeer van Europese televisieprogramma's binnen de interne markt
  • de verplichting voor de televisieomroepen om zo mogelijk meer dan de helft van hun zendtijd voor Europese producties te reserveren ("uitzendquota")
  • bescherming van het algemene belang zoals culturele diversiteit
  • bescherming van minderjarigen tegen programma's die voor hen niet geschikt zijn
  • voorschriften over de maximumhoeveelheid aan reclame en het gebruik van sluikreclame
  • toegang tot mediadiensten voor mensen met een handicap

Deze richtlijnen zijn ook van toepassing op tv via internet of mobiele telefoon en video on demand.

Gelijke regels voor media in Europa

Binnen de EU geldt dat televisieprogramma's en ander media vrij verspreid mogen worden. Die vrije markt loopt tegen lastige barrières aan, omdat regels over reclame, auteursrechten en ondertiteling kunnen verschillen per land. Europese richtlijnen voor Audiovisuele Mediadiensten zorgen ervoor dat die regels de komende jaren gelijk worden getrokken. Hierin is bijvoorbeeld bepaald dat 50 procent van alle uitzendtijd op televisie besteed moet worden aan Europese mediaproducties.

Creatief Europa

Vanaf 2014 zijn diverse Europese subsidieprogramma's opgegaan in het programma Creatief Europa. Dit programma loopt tot en met 2020. Het belangrijkste doel blijft het stimuleren van de cultuursector. Creatief Europa bestaat uit twee subprogramma's: CULTUUR en MEDIA. Van het totale budget van 1,46 miljard euro is 824 miljoen euro bestemd voor MEDIA.

Het programma MEDIA richt zich op audiovisueel erfgoed, het verspreiden van Europees audiovisueel werk en het versterken van het concurrentievermogen van de audiovisuele sector. Er wordt flink geïnvesteerd in de Europese filmindustrie door middel van subsidies voor 2.000 bioscopen en 800 films. Verder is er een budget van 2 miljoen euro om:

  • de voorwaarden voor de verspreiding van Europese films in de EU te verbeteren
  • Europese films in meer landen buiten Europa te verspreiden en te promoten
  • alle betrokkenen te helpen de veranderingen een stap voor te blijven.

LUX filmprijs

Sinds 2007 reikt het Europees Parlement jaarlijks de LUX-filmprijs uit. Het Parlement meent dat film een ideaal medium is voor het bevorderen van het debat over Europa en het versterken van de Europese identiteit. Door de vele talen binnen de EU stuit de Europese filmindustrie op grote organisatorische en economische obstakels, in tegenstelling tot de grote Noord-Amerikaanse filmmarkt. De LUX-prijs is niet alleen de erkenning van het beste wat de Europese film in huis heeft, maar vormt ook een kans om de films aan het publiek te laten zien in 28 lidstaten.

Internetpiraterij en vervalsing

De Europese Unie krijgt steeds vaker te maken met vervalsing en piraterij op het internet. Deze vorm van criminaliteit heeft ernstige gevolgen voor de economie en vormt een gevaar voor de gezondheid en veiligheid van consumenten. Om deze criminaliteit tegen te gaan, is in 2009 het 'Observatorium voor Vervalsing en Piraterij' (European Counterfeiting and Piracy Observatory) opgericht. Dit observatorium had tot doel het schenden van intellectuele eigendomsrechten, zoals het illegaal downloaden en het vervalsen van goederen, tegen te gaan. Daarbij diende het observatorium onder meer als platform om het bewustzijn te vergroten en de dialoog tussen ondernemers en nationale overheden te bevorderen.

In 2012 werd het Observatorium overgedragen aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt onder de naam Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten (European Observatory on Infringements of Intellectual Property Rights). Het is nu onderdeel van het

Raad van Europa

De Europese Unie werkt op audiovisueel gebied nauw samen met de Raad van Europa. De Stuurgroep Massamedia van de Raad van Europa bewaakt de vrijheid van informatie van al haar lidstaten. Het mediabeleid van de Raad van Europa is erop gericht de vrijheid van meningsuiting en informatie te waarborgen.

Hiervoor streeft de Raad van Europa naar het bereiken van een vrije informatiestroom binnen haar lidstaten, door middel van een veelheid aan onafhankelijke autonome media, binnen de grenzen die gesteld zijn door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. De controle op het naleven van de grondrechten geschiedt onder meer via inspecties, waaraan ook Nederlandse parlementariërs deelnemen.

Ook stimuleert de Raad van Europa projecten op audiovisueel gebied, onder meer via het Europees waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector. Het streven is met name om veramerikanisering van het medialandschap tegen te gaan door het stimuleren van de Europese culturele en taalkundige verscheidenheid van film- en tv-producties.

2.

Mijlpalen

Het audiovisueel- en mediabeleid van de EU ontwikkelde zich voor het eerst in de jaren 1980. Het jaar 1989 is een belangrijke mijlpaal, omdat toen de eerste Europese omroepenrichtlijn totstandkwam. Deze richtlijn regelde het vrije verkeer van omroepdiensten binnen Europa.

Andere mijlpalen zijn de omvangrijke subsidieprogrmma's die zich aan het begin van de twintigste eeuw ontwikkelden om de mediasector te ondersteunen. Belangrijke progrmma's waren:

  • MEDIA 2007

    Dit programma had als doel om de audiovisuele sector te steunen in de verschillende fasen vóór en na productie (verwerving en verbetering van vaardigheden, ontwikkeling van audiovisuele werken, distributie, promotie). Het programma was een voortzetting van de twee programma's MEDIA Plus en MEDIA Opleiding, die liepen van 2000 tot en met 2006.

  • Cultuur 2007

    Dit programma moest bijdragen aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte. Hierbij probeerde het programma de samenwerking te versterken tussen scheppende kunstenaars en andere personen en instellingen die met cultuur te maken hebben. CULTUUR 2007 liep van 2007 tot en met 2013 en had een begroting van 354 miljoen euro. Vanaf 2014 is CULTUUR 2007 opgegaan in het overkoepelende programma Creatief Europa.

  • MEDIA MUNDUS

    Dit programma had als doel de internationale samenwerking tussen Europese filmmakers en hun collega's uit derde landen te bevorderen. Hiermee hoopte de Europese Unie het aanbod van audiovisuele producten (films, tv-programma's en documentaires) meer cultureel divers te maken. Verder moest deze internationale samenwerking nieuwe kansen bieden voor de wereldwijde audiovisuele sector op het gebied van economische ontwikkeling.

Lees meer:

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

EN

Inleiding + samenvatting van de EU audiovisuele wetgeving

Raad van Europa

EN

Mediadivisie

Raad van Europa

EN

Informatieportal voor de audiovisuele sector

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement (EP) een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Onderwijs, cultuur, jongeren en sport

Parlementaire Commissie EP

Parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs

Nederlands lid Commissie EP

Er zitten geen Nederlandse leden in deze commissie

Raad van de Europese Unie

Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport.

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Arie Slob (ChristenUnie), minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Tweede Kamer

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschapsbeleid (OCW)

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

DG

Directoraat-generaal Informatiemaatschappij en media

Agentschap

Uitvoerend Agentschap Onderwijs, Audiovisuele Media en Cultuur

  • 3. 
    Juridisch kader

    Audiovisueel beleid is in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) niet als specifiek punt van aandacht opgenomen, maar valt onder de algemene bepalingen aangaande cultuur.

    • cultuurbeleid: derde deel VwEU titel XIII (art. 167)
    • uitzonderingsbepaling in het handelsbeleid: vijfde deel VwEU titel II artikel 207, lid 4

4.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken

Terug naar boven