r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Beleid vervoer

Station met treinen
Bron: © European Union, 2017

De vervoerssector draagt voor ongeveer vijf procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3 procent toe. Een aanzienlijk deel van het vervoer vindt plaats tussen de EU-lidstaten, over de landsgrenzen heen. Met de toename van de omvang van het vervoer, is ook de Europese betrokkenheid gegroeid.

Het vervoersbeleid van de Europese Unie moet drempels voor internationaal vervoer tussen en binnen lidstaten wegnemen. Ten tweede moet transport schoner worden. Veiligheid is het derde uitgangspunt. Een concreet voorbeeld van dat beleid is het zogenaamde vierde spoorwegpakket, dat de Europese Commissie in 2016 presenteerde. Het richt zich op het openstellen van het spoor voor buitenlandse partijen en extra veiligheid op het spoor. In mei 2018 volgde een pakket voor schoner, veiliger en innovatiever wegvervoer.

Naast beleid trekt de EU jaarlijks miljarden uit voor steun aan projecten op dit terrein. Verreweg het meeste geld gaat naar mee helpen financieren van grote infrastructurele projecten die erop gericht zijn de transportnetwerken in de EU-lidstaten beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast is er ook geld voor innovatie, zoals voor onderzoek naar schonere brandstoffen of naar de toepassing van ICT in de transportsector.

Delen

Inhoud

1.

Het beleid in vogelvlucht

De Europese Unie stelt beleid op per sector, te weten:

  • zee- en binnenvaart
  • personen- en goederenvervoer per spoor
  • wegtransport en groepsvervoer op de weg
  • luchtvaart

De EU heeft ook een aantal initiatieven genomen en regels opgesteld om de aansluiting van de verschillende soorten vervoer - zogeheten intermodaliteit - te verbeteren.

Het vervoersbeleid is nauw verweven met een aantal andere Europese beleidsterreinen. Het vrij opereren van vervoerders in de EU sluit aan bij het beleid over de interne markt. De rechten van passagiers, bijvoorbeeld bij vertraging of verloren bagage, vallen onder het consumentenrechtenbeleid. Het bevorderen van schoner vervoer moet het Europese milieubeleid aanvullen, en voor met name de luchtvaart geldt dat in het kader van het anti-terrorismebeleid een aantal veiligheidsmaatregelen zijn genomen. Voor het transport over water geldt dat het maritiem- en visserijbeleid ook van belang is voor de sector.

Zeevaart en overig vervoer over water

Vervoer over water neemt een belangrijke plaats in de Europese transportsector in. Het goederenvervoer over de 37.000 kilometer aan binnenvaartroutes in de Europese Unie is goed voor tussen de 4 en 4,5 procent van alle vervoersstromen in de EU. De zeescheepvaart is goed voor een aandeel van ongeveer 32 procent van alle vervoersstromen in de EU. De zeescheepvaart is essentieel voor onze handel; 90 procent van alle handel tussen de EU en de rest van de wereld gaat per schip.

Het beleid richt zich op een aantal zaken:

  • liberalisering van het internationaal vervoer over zee. Sinds 1993 wordt meer gelet op eerlijke concurrentie in het zeevervoer, met groeiende aandacht voor tariefstellingen en is cabotage mogelijk, maar alleen onder strenge voorwaarden
  • strenge veiligheidseisen waar schepen aan moeten voldoen om rampen zoals met de veerboot Harold of Free Enterprise of de olietanker Erika te voorkomen, maar ook eisen aan de kwalificaties van zeelieden
  • het bevorderen van goede arbeidsomstandigheden en -voorwaarden voor zeelieden
  • het beperking van schade aan milieu door de scheepvaart, bijvoorbeeld door het dumpen van afval in zee te verbieden
  • regels voor havens over wat betreft privatisering en concurrentie van diensten, als ook voor veiligheidseisen en afhandeling van afval en gevaarlijke stoffen
  • het stimuleren van innovatie, met name op het terrein van navigatie en schonere en zuinigere schepen
  • de binnenvaart krijgt extra steun om de herstructurering van deze sector te vergemakkelijken.

De uitvoering van Europees beleid ligt bij de lidstaten. Het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid ondersteunt lidstaten bij hoe zij de controle op de veiligheid en de milieumaatregelen in de zeescheepvaart kunnen inrichten.

Luchtvaart en overig luchtverkeer

De luchtvaart heeft de afgelopen twintig jaar een enorme groei doorgemaakt. Het luchtruim kampt met toenemende drukte en Europese regelgeving is noodzakelijk. Ondanks de extra vliegkilometers neemt de luchtvaart maar een heel klein aandeel van alle de vervoersstromen binnen de EU voor haar rekening, slechts 0,1 procent.

Het beleid richt zich op een aantal zaken:

  • eerlijker concurrentie tussen luchtvaartmaatschappijen, met veel aandacht voor het vergunningenstelsel (routes die een waar een maatschappij op mag vliegen, en het openstellen van tijdslots om vluchten te kunnen uitvoeren) voor EU-maatschappijen en maatschappijen van buiten de EU
  • een schonere luchtvaart. Voor wat betreft een heffing op de uitstoot van CO2 wordt rekening gehouden met het al dan niet genomen worden van soortgelijke maatregelen buiten de EU. Andere aanvliegroutes zijn eisen aan het zuiniger en stiller maken van motoren
  • regels voor tarieven voor de passagiersluchtvaart
  • cabotage in het luchtvrachtvervoer
  • organisatie van het luchtruim via het zogeheten 'Single Europese Sky' (SES) project. SES gaat over het efficiënt inrichten van het Europese luchtruim door het beter coördineren en samenvoegen van luchtruimblokken die niet gebonden zijn aan nationale grenzen
  • regels voor zelfsturende of op afstand bestuurde voertuigen (drones)

De uitvoering van Europees beleid ligt bij de lidstaten. Het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart ondersteunt lidstaten bij hoe zij de controle op de veiligheid kunnen waarborgen, en is verantwoordelijk voor de typegoedkeuringen van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen. De EU werkt ook nauw samen met Eurocontrol, de Europese organisatie die zich bezig houdt met de luchtverkeersleiding in Europa.

Spoorwegen

Het vervoer over het spoor is goed voor bijna 12 procent van alle vervoersstromen binnen de EU. Om het gebruik van het spoor te stimuleren richt het Europees beleid zich op de volgende zaken:

  • concurrentie op het spoor bevorderen door staatsmonopolies te verbieden en het toestaan dat buitenlandse aanbieders mogen dingen naar het verzorgen van goederen- en/of passagiersvervoer. Om de concurrentie eerlijker te laten verlopen moest het beheer van het spoor en het aanbieden van diensten worden gesplitst
  • veiligheid, waarbij het ERTMS (European Rail Traffic Management System) de kans op treinbotsingen zou moeten verminderen
  • investeringen ondersteunen die ervoor moeten dat er méér en goed op elkaar aangesloten spoorverbindingen tussen de lidstaten komen

Het Europees Spoorwegbureau is opgericht om de lidstaten en de Europese instellingen van (technisch) advies te voorzien en speelt een belangrijke rol in het verstrekken van typegoedkeuringen van spoorwegvoertuigen.

Wegtransport

Bijna de helft van al het transport in de Europese Unie gaat over de weg; vrachtwagens leggen tezamen honderden miljarden kilometers per jaar af op de Europese wegen. Het Europese beleid beslaat alle facetten van het wegtransport, van markttoegang tot verkeersveiligheid. Veel van deze regels zijn ook van toepassing op het vervoer van personen. Een overzicht:

  • een open markt voor het wegtransport. Transportbedrijven mogen in de hele EU opereren, maar daar zijn wel randvoorwaarden aan verbonden. Wegvervoerders moeten aan een reeks kwalitatieve eisen voldoen, vrachtwagens mogen vracht in andere lidstaten aannemen (cabotage), maar met een maximum van drie keer in een week bij een internationale rit
  • lidstaten wisselen informatie over transportbedrijven en vrachtwagens uit, en er wordt een Europese 'zwarte lijst' van onbetrouwbare transportbedrijven bijgehouden
  • invoering van een verplichte tachograaf en regels voor het aantal uren dat chauffeurs mogen rijden
  • het bevorderen van de inrichting van veilige parkeerterreinen
  • technische voorschriften voor vrachtwagens en tourbussen en auto-onderdelen als motoren en accu's
  • eisen voor schonere en zuinigere voertuigen. Deze normen worden jaarlijkse verder aangescherpt
  • regels voor vignetten en tolheffing. Lidstaten mogen, en worden ook aangemoedigd, om het zware vrachtvervoer te belasten voor luchtvervuiling en geluidsoverlast. De EU ziet erop toe dat nationale maatregelen niet discrimineren tegen buitenlandse vervoerders. Een deel van de opbrengsten van deze heffingen komen ten goede aan fonds voor Trans-Europese Netwerken
  • een minimum niveau voor de belasting op vrachtwagens zwaarder dan 12 ton. De precieze hoogte is verder aan de lidstaten zelf om te bepalen
  • opleidingseisen voor chauffeurs

Het Europese actieprogramma voor verkeersveiligheid is ook voor het wegtransport van belang. Hieronder vallen simpele maatregelen als de harmonisatie van verkeersborden en het uitwisselen van gegevens van verkeersovertreders, maar ook extra eisen aan voertuigen die het voor zowel de inzittenden als de medeweggebruikers veiliger moeten maken.

Trans-Europese Netwerken (TEN)

Sinds 1992 bouwt de Europese Commissie vrij letterlijk mee aan betere verbindingen in de Europese Unie. De Commissie co-financiert of subsidieert een beperkt aantal grote grensoverschrijdende infrastructurele projecten. Voorbeelden zijn de HSL, de uitbreiding van de luchthaven Malpensa te Milaan, een kanaal tussen de Rijn en de Donau, en een aantal snelwegen in Oost-Europa.

Sinds oktober 2011 richt de ontwikkeling van Trans-Europese Netwerken zich officieel ook op het integreren van de verschillende netwerken en vormen van transport. Eén geïntegreerd vervoersnetwerk zou de vervoers- en passagiersstromen in de EU moeten stroomlijnen. Het doel in 2011 was dat in 2030 het kernnetwerk klaar is, voor de meest belangrijke verbindingen en knelpunten. In 2050 moet er een hoofdnetwerk zijn dat de hele EU bestrijkt.

In de periode 2014-2020 wordt in de Europese begroting jaarlijks bijna vier miljard euro uitgetrokken voor de Connecting Europe Facility. Voor iedere euro die de EU inlegt moeten lidstaten en private partijen een veelvoud inbrengen. De EU geeft in de financiering prioriteit aan alle projecten die onderdeel uitmaken van het kern- en hoofdnetwerk.

De Europese Investeringsbank (EIB) is vaak ook bij de financiering van deze projecten betrokken. Samen met de Commissie heeft de EIB een speciale investeringsfaciliteit in het leven geroepen die het mogelijk maakt voor private investeerders onder gunstige voorwaarden in te stappen in TEN-projecten.

Om de samenhang tussen de werkzaamheden en plannen op nationaal en Europees niveau te bevorderen zijn er voor bepaalde projecten of deelsectoren coördinatoren aangesteld.

Innovatiever vervoer

De Europese Unie wil via onderzoek en proefprojecten innovatie in het vervoer stimuleren. Deze innovatie moet gericht zijn op schoner, zuiniger en veiliger voertuigen als ook de verbetering van verkeersbeheerssystemen. Een voorbeeld hiervan is het stimuleren van productie van bussen met brandstofcellen, of de ontwikkeling van binnenvaartschepen die veel minder weerstand genereren.

Innovaties en studies kunnen ook leiden tot voorstellen voor beleidsmaatregelen. Zo stelde de Commissie in 2009 voor om betere autobanden verplicht te stellen, wat tot een stuk lager brandstofverbruik zou moeten leiden.

In het mobiliteitspakket voor het wegvervoer van 2018 stelde de Commissie ten doel de EU koploper te worden op het gebied van geautomatiseerde en geïntegreerde mobiliteitssystemen. Dit betreft onder andere 'zelfrijdende' auto's.

Galileo

Galileo is een mondiaal, civiel satellietnavigatiesysteem dat momenteel wordt ontwikkeld door de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA en de Europese Commissie. Dit project is het grootste Europese ruimtevaartproject ooit. Galileo is sinds december 2016 operationeel en is in principe voor iedereen gratis toegankelijk. Met dit civiele satellietnavigatiesysteem wil Europa onafhankelijk worden van het Amerikaanse GPS.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Vervoersbeleid: portaal: spelers, regelgeving en introductie

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Vervoer:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De Raadsformatie die beslist over het vervoersbeleid is de Raad vervoer, telecommunicatie en energie. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Nederland kan in deze raad vertegenwoordigd worden door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Vervoer en Toerisme de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

European Freight Forwarders Association

Delen

Terug naar boven