r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Dit beleid moet Europa tot een dynamische en concurrerende kenniseconomie maken met een sterke concurrentiepositie. Daarnaast moet het beleid bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering.

Eurocommissaris voor Onderzoek, Innovatie en Wetenschap Carlos Moedas formuleerde in 2014 drie hoofddoelen voor het Europese onderzoeks- en innovatiebeleid, de zogenoemde drie o's: open innovatie, open wetenschap en open naar de wereld. Deze doelen worden gebruikt om reeds bestaande programma's extra kracht bij te zetten.

In het kader van de Europa 2020-strategie worden lidstaten aangemoedigd om in 2020 minimaal drie procent van het bbp te besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Naar verwachting verhogen deze maatregelen het bbp van de EU met bijna 800 miljard euro en creëert het 3,7 miljoen nieuwe banen. De onderhandelingen over het nieuwe meerjarig financieel kader bepalen ook het budget van het nieuwe kaderprogramma voor de periode 2021-2027.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

In vogelvlucht

Sinds 1984 heeft de Europese Unie een vastgelegd beleid voor onderzoek en innovatie via meerjarige kaderprogramma's. De kaderprogramma's lopen synchroon met de meerjarige financiële kaders, waarin de bekostiging van het kaderprogramma is vastgelegd.

Voor een beter potentieel van de kaderprogramma's, nam de Europese Commissie het initiatief tot een Europese onderzoeksruimte . Hiervoor is meer coördinatie op het gebied van onderzoeksbeleid en -activiteiten, bevordering van de innovatie, stimulering van kennisuitwisseling en het faciliteren van goede onderzoeksstructuren noodzakelijk.

Kaderprogramma's

Met het beschikbare geld worden verschillende onderzoeksprogramma's en initiatieven gefinancierd. Die programma's stimuleren onderzoek door bedrijven, samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven en samenwerking tussen universiteiten onderling. De onderlinge samenwerking van universiteiten geldt niet alleen voor Europese universiteiten, maar ook voor de samenwerking met universiteiten in andere delen van de wereld, zoals de Verenigde Staten of India.

De EU steunt onderzoeksactiviteiten op Europees niveau met kaderprogramma's voor onderzoek. Tussen 2007 en 2013 was het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek (2007-2013) van kracht. Een belangrijk doel in dit programma was dat onderzoek moest bijdragen aan het vormen van een sterke, concurrerende kenniseconomie. Inmiddels is het voorstel voor het Achtste Kaderprogramma voor Onderzoek (2014-2020) goedgekeurd, waarmee een bedrag van 80 miljard euro gemoeid is. Dit programma moet de Europa 2020-strategie verwezenlijken, daarom wordt het programma Horizon 2020 genoemd.

Het achtste kaderprogramma voor onderzoek (KP8), dat loopt van 2014-2020, heeft als doel het Europese beleid op het gebied van onderzoek en innovatie beter af te stemmen op de economische en sociale ambities van de Europese Unie zoals geformuleerd in de EU 2020-strategie . Omdat KP8 de EU 2020-doelstelling van de 'Innovatie-Unie' dient te verwezenlijken, is besloten om het achtste kaderprogramma voor onderzoek te hernoemen tot 'Horizon 2020'.

In 2018 kwam de Europese Commissie met de bespreking van het nieuwe meerjarig financieel kader (2021-2027) ook met voorstellen voor de invulling van het negende kaderprogramma voor deze periode. Dit programma zou 'Horizon Europa' genoemd worden. De Commissie stelt voor een Europese innovatieraad op te zetten. Deze innovatieraad zou proactief de nieuwste ontwikkelingen op het gebeid van innovatie moeten volgen. In het kader van nieuwe projecten, wil de Commissie ook starten met Europese onderzoeks- en innovatiemissies. Er zou meer budget vrij moeten worden gemaakt om deze doelstellingen te behalen.

Gerelateerde innovatie- en onderzoeksprogramma's

In bijna alle beleidsterreinen waarop de EU actief is wordt aandacht besteed aan innovatie. Zo is bijvoorbeeld een deel van het geld voor de visserijsector ook bestemd voor innovatie binnen de visserij. Ook in de Europese structuurfondsen neemt innovatie een belangrijke plaats in; er gaan jaarlijks miljarden naar onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Enkele voorbeelden van programma's met veel innovatie-investeringen zijn:

  • GALILEO

    Galileo is een mondiaal, civiel satellietnavigatiesysteem dat momenteel wordt ontwikkeld door de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA en de Europese Commissie . Dit project is het grootste Europese ruimtevaartproject ooit. Galileo is sinds december 2016 operationeel en is in principe voor iedereen gratis toegankelijk. Met dit civiele satellietnavigatiesysteem wil Europa onafhankelijk worden van het Amerikaanse GPS.

  • Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)

    Het investeringsfonds van de Commissie-Juncker (vandaar de bijnaam 'het Junckerfonds') moet door middel van gerichte investeringen de structurele economische groei in de Europese Unie bevorderen. Officieel heet het fonds het European Fund for Strategic Investments (EFSI). De ruim 300 miljard euro die in het fonds wordt gestopt zal deels publiek worden gefinancierd, maar het overgrote deel zal aangetrokken privaat kapitaal beslaan. In het fonds is een centrale rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank .

Bekostiging

Om de doelstellingen te behalen geeft de EU veel geld uit aan het ondersteunen van wetenschappelijke onderzoeksprojecten. De financiering van het kaderprogramma en het aandeel van geld bestemd voor innovatie binnen beleidsprogramma's wordt tijdens de afspraken over het meerjarig financieel kader gemaakt.

In mei 2014 nam de Europese Commissie in het Horizon 2020 kaderprogramma nieuwe regelgeving aan die de toekenning van financiering door lidstaten voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie vergemakkelijken. Deze nieuwe regels moeten de lidstaten helpen om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie (duurzame economische groei) te bereiken.

In 2018 kwam de Europese Commissie met een aantal voorstellen in het kader van de nieuwe meerjarenbegroting (2021-2027) . Na het aflopen van het Horizon 2020 programma, zal het programma verder gaan onder de naam Horizon Europa. De Commissie stelt voor om de investeringen in onderzoek en innovatie uit te breiden door 100 miljard euro toe te kennen aan Horizon Europa en het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding.

Verder wil de Commissie 11 miljard euro in gebruik nemen voor marktgebaseerde instrumenten, zodat er geïnvesteerd kan worden in o.a. financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties. Ook moet vanuit het InvestEU-fonds 200 miljard euro worden geïnvesteerd om onderzoek en innovatie te ondersteunen.

Initiatieven

Om onderzoek en innovatie te stimuleren zijn onder andere de volgende initiatieven gerealiseerd:

  • In het jaar 2000 introduceerde de Europese Commissie de Europese Onderzoeksruimte (EOR).
  • Het Europese Strategieforum voor Onderzoeksinfrastructuren (ESFRI) probeert een samenhangende besluitvorming op het gebied van onderzoeksbeleid te bevorderen. Grootschalige onderzoeksprojecten moeten via het forum op elkaar worden afgestemd.
  • Samen met de Europese Investeringsbank heeft de Europese Commissie een fonds voor de financiering van onderzoek en innovatie ingesteld. Hiermee worden risico's verspreid en verkleind.
  • In 2008 werd het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) opgericht.
  • In 2013 werden vijf gemeenschappelijke technologie-initiatieven (GTI's) in het leven geroepen. De EU en het bedrijfsleven investeren daarbij 22 miljard euro in de volgende sectoren: geneesmiddelen, brandstofcellen, schone lucht, bio-industrieën en elektronische onderdelen en systemen.
  • De Europese Unie financiert het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek dat op een aantal voor de EU belangrijke terreinen onderzoek doet en wetenschappers ondersteunt.
  • In 2017 heeft de Europese Commissie een nieuwe gedragscode voor onderzoeksintegriteit opgezet. Daarmee wil de commissie een verantwoorde onderzoekswijze promoten om de kwaliteit en betrouwbaarheid verbeteren. De gedragscode dient als de vereiste standaard in onderzoeksintegriteit voor projecten die worden gesubsidieerd door Horizon 2020.
  • De EU streeft ernaar om in 2020 de European Open Science Cloud (EOSC) te realiseren. De EOSC is een project om een open platform te bieden voor de uitwisseling van onderzoeksdata en moet wetenschappers door heel Europa met elkaar verbinden. De EOSC maakt het gemeenschappelijk gebruik en hergebruik van onderzoeksbevindingen en -data mogelijk, wat niet alleen de wetenschap ten goede komt, maar ook het bedrijfsleven en de maatschappij. Projecten die worden gesteund vanuit Horizon 2020 zijn verplicht hun onderzoeksgegevens vrij beschikbaar te stellen.

Er is ook een overeenkomst om het aanvragen van octrooien goedkoper en eenvoudiger te maken binnen de EU. Om te voorkomen dat bedrijven in alle lidstaten van de Unie een octrooi moeten aanvragen, kan een Europees octrooi met eenheidswerking worden aangevraagd. Dit verlaagd de kosten aanvraag en neemt het onduidelijkheid weg die ontstaat door uiteenlopende nationale regelgeving. Voor geschillenbeslechting is er een eengemaakt octrooigerecht.

Spanje, Kroatië en Polen doen voorlopig nog niet mee aan het Europees octrooi met eenheidswerking. Spanje eist dat het Spaans erkent wordt als officiële taal in de patentregeling, net zoals voor het Engels, Frans en Duits geldt. Kroatië is pas lid geworden nadat de onderhandelingen al waren begonnen. Polen heeft de overeenkomst nog niet ondertekend. Het Europees octrooi treedt in werking wanneer 13 landen de overeenkomst hebben geratificeerd.

Prestaties

De European Innovation Union Scoreboard geeft jaarlijks een rapport over het innovatieniveau van de EU. Volgens het rapport van 2017 is de EU goed op weg om wereldleider op het gebied van innovatie te worden. Koplopers binnen de Europese innovatie zijn Denemarken, Duitsland, Finland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. De innovatie binnen de financiële dienstverlening en het MKB is relatief met andere globale spelers achter gebleven. Andere sectoren zijn wel innovatiever geworden.

Innovatieprijzen

Jaarlijks reikt de Europese Commissie in samenwerking met het Europees Octrooibureau (EOB) prijzen uit aan onderzoekers die opmerkelijke resultaten hebben geboekt. Hiermee hoopt de Commissie het wetenschappelijk onderzoek te stimuleren.

In 2017 werden onder andere European Inventor Awards uitgereikt voor het ontwikkelen van versnelde malariatests, verbeterde satellietsignalen voor navigatie, het nemen van hoge resolutie medische foto's, een spons om olievlekken op te nemen en een verbeterde werking van antibiotica.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie , de Raad van Ministers en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Onderzoek, wetenschap en innovatie :

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden .

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure . De raadsformatie die beslist over het Europese beleid inzake Onderzoek en Innovatie is de Raad Concurrentievermogen: interne markt, industrie en onderzoek . Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid . Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

  • Ingrid van Engelshoven (D66), minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Eric Wiebes (VVD), minister van Economische Zaken en Klimaat
  • een hoge ambtenaar

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Industrie, onderzoek en energie de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs (plaatsvervangend) lid van deze commissie:

 

Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste ) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Informatieoverzicht

Betrokken instanties

Statistiek

Delen

Terug naar boven