r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Buitenlands Beleid

Federica Mogherini
Bron: Raad van de Europese Unie, 2014

Europese landen voeren in diverse samenwerkingsverbanden gezamenlijk een buitenlands beleid, dat onder andere gericht is op het wereldwijd bevorderen van democratie en mensenrechten, het stimuleren van vrije en eerlijke internationale handel, en het garanderen van vrede en veiligheid. Daarvoor vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Europese lidstaten.

Door de grote omvang van de Europese economie is de Europese Unie een factor van betekenis in de wereld. De Unie is voor tal van landen en regio's de belangrijkste handelspartner. Bovendien is zij de grootste hulpverstrekker als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. De EU en de lidstaten leveren ongeveer de helft van alle officiële internationale ontwikkelingshulp (ODA) die op wereldschaal wordt verstrekt. Ieder jaar geeft de Europese Commissie 6 miljard euro aan steun.

Het is een oud idee dat de Europese Unie in mondiale aangelegenheden met één stem moet spreken. Toch heeft de Unie op het gebied van een gemeenschappelijk buitenlands beleid in de afgelopen jaren minder vooruitgang geboekt dan bijvoorbeeld bij het totstandbrengen van een interne markt en een enkele munteenheid. Een belangrijke oorzaak van de moeizame Europese samenwerking op buitenlandgebied heeft te maken met de weerstand van lidstaten om bevoegdheden op dit beleidsterrein af te staan. Het buitenlands beleid is namelijk een kernonderdeel van de nationale soevereiniteit.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Door de jaren heen zijn er verschillende pogingen gedaan om een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Zo probeerde men in 1954 een Europese Defensiegemeenschap op te richten. Dit mislukte echter op het laatste moment. Vervolgens werd in 1970 begonnen met de zogenaamde Europese Politieke Samenwerking. Dit hield in dat de EU-lidstaten probeerden om hun standpunten over buitenlandse beleidskwesties te coördineren.

De afgelopen vijftien jaar heeft de EU zich opnieuw ingespannen om haar buitenlands beleid meer in overeenstemming te brengen met haar commerciële en economische macht. Eén van de vragen hierbij was welke bevoegdheden konden worden overgedragen aan de EU en haar instellingen, en welke bevoegdheden de lidstaten moesten behouden.

De lidstaten hebben hun belangrijkste bevoegdheden uiteindelijk behouden, hoewel de Europese Commissie, en in mindere mate het Europees Parlement, bij het proces worden betrokken. Bij belangrijke zaken is het nog steeds vereist dat alle lidstaten het met elkaar eens zijn, hoe moeilijk dit met 28 lidstaten ook is. Het beginsel van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en het daarbij behorende veiligheidsbeleid staat in het Verdrag van Maastricht van 1992.

Sinds de oorlogen in de Balkan neemt de EU niet alleen meer diplomatieke stappen, maar ook maatregelen op veiligheidsgebied.

In juni 2016 maakte Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini haar voorstel voor de nieuwe EU-strategie voor buitenlands en veiligheidsbeleid (EU Global Strategy) bekend. Kernpunten daarin zijn:

  • Het versterken van de veiligheid van de Unie. De samenwerking met de NAVO wordt verder verdiept.
  • Het bevorderen van de weerbaarheid van landen ten zuiden en oosten van de Unie. Zowel via het Europees Nabuurschapsbeleid als via het uitbreidingsbeleid wordt de samenwerking met landen in omliggende regio’s versterkt.
  • Het hanteren van een geïntegreerde aanpak voor crises en conflicten. Dit betekent dat de Unie alle beschikbare instrumenten voor conflictpreventie, conflictmanagement en stabilisatie inzet.
  • Regionale samenwerking. Dit kan voor landen voordelen opleveren op het gebied van economische ontwikkeling en veiligheid en wordt door de EU waar mogelijk ondersteund.
  • Het bevorderen van 'global governance'. De EU verbindt zich aan een wereldorde die op regels gebaseerd is waarbij het internationale recht en het Handvest van de Verenigde Naties als leidraad fungeren. Ook wordt hierbij, mede in relatie met de duurzame ontwikkelingsdoelen, aandacht besteed aan het tegengaan van klimaatverandering en het stimuleren van duurzame ontwikkeling.

Bij de uitvoering van de strategie staan geloofwaardigheid, snel en effectief ingrijpen en een geïntegreerde aanpak met andere beleidsterreinen centraal.

Uitvoering van beleid

Het Europees buitenlands beleid wordt uitgevoerd door de Europese diplomatieke dienst (EDEO), die onder leiding staat van de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlands en Veiligheidsbeleid

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlandse Betrekkingen

Raad van Europa

EN

Officiële homepage

OVSE

EN

Officiële homepage

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol.

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat zowel de Europese Raad als de Raad van de Europese Unie besluit met eenparigheid van stemmen. Voor het vaststellen van standpunten of strategieën gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Raad geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In deze gevallen kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.

Voor het sluiten van internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad, bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

Als het Europees Parlement, wanneer het beslissingsbevoegdheid heeft, het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Wanneer het Europees Parlement geen beslissingsbevoegdheid heeft, sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Federica Mogherini, Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Europese Raad

Donald Tusk, de vaste voorzitter van de Europese Raad

Nederlandse vertegenwoordiger Europese Raad

Mark Rutte (VVD), de minister van Algemene Zaken

Parlementaire commissie Europees Parlement

Parlementaire commissie Buitenlandse Zaken

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie/Raad van Ministers

Raad Buitenlandse Zaken (RBZ)

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

De Hoge Vertegenwoordiger werkt nauw samen met het interimcomité voor politieke en veiligheidsvraagstukken, dat is samengesteld uit nationale vertegenwoordigers op hoog niveau. Samen bereiden ze aanbevelingen voor inzake het buitenlands beleid, waar de Raad van de Europese Unie over kan beslissen.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (BuZa)

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingsorganisaties (BDO)

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Dienst

EDEO

Organisatie

VN

Organisatie

OVSE

Organisatie

Raad van Europa

Specifieke deelgebieden

Onder buitenlands beleid vallen een aantal specifieke deelgebieden, te weten ontwikkelingssamenwerking, defensiebeleid, humanitaire hulp, het nabuurschapsbeleid (de buurlanden van de Unie) en de externe handelspolitiek.

Beleid ontwikkelingssamenwerking

De Europese Unie is samen met haar lidstaten de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen zijn zij verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. Het ontwikkelingsbeleid van de EU gaat uit van twee pijlers: handel en hulp. De EU ziet handel als een stimulans voor economische groei en productiecapaciteit in arme landen. Zo krijgen ontwikkelingslanden in sommige gevallen gemakkelijker toegang tot de Europese markt dan andere landen. Vooral met gebieden dichtbij de EU en voormalige koloniën bestaan actieve samenwerkingsverbanden.

Beleid defensie

De Europese Unie is al enkele decennia bezig om een samenhangend Europees defensiebeleid op te stellen. Vroeger ging het bij defensie in Europa vooral om de verdediging van het eigen land tegen een aanvaller. Dit veranderde sinds het einde van de Koude Oorlog. Tegenwoordig zijn militaire operaties vaker bedoeld om vrede te bewaren, of om te helpen bij de opbouw van een land dat is verwoest door een oorlog of door interne conflicten. Door deze veranderingen is het defensiebeleid in Europa steeds in ontwikkeling.

Beleid humanitaire hulp

Ieder jaar worden er gebieden in de wereld getroffen door natuurrampen en oorlogen. Via de Europese hulporganisatie ECHO levert de Europese Unie in dit soort gevallen hulp aan de getroffen gebieden. ECHO is verantwoordelijk voor ongeveer dertig procent van alle humanitaire hulp wereldwijd.

Beleid nabuurschap

Kaart van het Europees Nabuurschapsbeleid

Het beleid buurlanden, officieel het Europees Nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood Policy ofwel ENP) richt zich op buurlanden die geen lid zijn van de Europese Unie. De Europese Unie wil die landen ondersteunen bij democratiseringsprocessen en hun economische ontwikkeling, en nauw samenwerken op het gebied van veiligheid en migratie. Dit moet bijdragen aan stabiliteit aan de buitengrenzen van de Europese Unie.

Beleid handel

Het Europese handelsbeleid is erop gericht zoveel mogelijk handelsbelemmeringen binnen de Europese Unie en tussen de EU en andere landen weg te nemen. De belangrijkste peilers van dit beleid zijn de interne markt en vrijhandelsverdragen met landen buiten de EU. De onderlinge handel tussen de lidstaten binnen de interne markt is vrij en er worden binnen de EU geen invoerrechten geheven. Er gelden voor de hele EU gelijke douanetarieven voor de import van producten uit landen buiten de EU.

3.

De EU in de wereld

De EU onderhoudt betrekkingen met diverse regio's in de wereld.

De Europese Unie onderhoudt contacten met vrijwel alle andere landen buiten de EU. Met sommige landen (of werelddelen) bestaan intensievere contacten, bijvoorbeeld omdat het gaat om belangrijke landen in de internationale politiek of omdat er een intensieve handelsrelatie is.

Belangrijke spelers in de internationale diplomatie zijn:

Belangrijke relaties

Meer informatie

4.

Juridisch kader

Het buitenlands beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

  • beginselen en basis: VEU titel V (artikelen 21 t/m 46)
  • internationale overeenkomsten en organisaties: vijfde deel VwEU titel V (artikelen 216-219), vijfde deel VwEU titel VI (artikelen 220-221)

5.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken

Terug naar boven