r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Fiscaal beleid

De Europese Unie wil voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Dat moet verstoringen in de interne markt voorkomen.

Om dit te bereiken is enige coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw, waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.

De LuxLeaks en Paradise Papers lieten zien dat veel multinationals afspraken maakten met de belastingdienst van diverse lidstaten. De EU kon geen volledig gelijk speelveld voor Europese bedrijven creëren. Mede hierdoor pleitte de Europese Commissie in 2015 opnieuw voor een gemeenschappelijk pakket aan belastingregels. Ook werd er een zwarte lijst opgesteld van landen die (bijna) geen vennootschapsbelasting heffen, niet transparant zijn en niet meewerken aan internationale maatregelen tegen belastingontwijking.

Vanwege de digitalisering van de economie kwam de Europese Commissie in maart 2018 met een voorstel om eerlijker omzetbelasting te heffen op digitale multinationals, zoals Apple en Google. In plaats van de lidstaat van vestiging wordt er gekeken naar de lidstaten van de gebruikers. Voordat het voorstel geïmplementeerd is, stelt de Europese Commissie voor om een 3 procent interimbelasting te heffen op grote digitale bedrijven binnen de EU. De Europese Raad moet zich nog over dit voorstel buigen.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De EU streeft al sinds het Verdrag van Rome (1957) een interne markt na met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Uitwisseling tussen lidstaten moet zo min mogelijk hinder ondervinden van barrières. Dit zou volgens de Commissie de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de totale Europese gemeenschap positief beïnvloeden.

Nationale overheden kunnen nu nog de eigen markt beschermen door bedrijven belastingvoordelen te gunnen. Verder verstoren verschillende btw-tarieven de interne markt: zij leiden tot prijsverschillen tussen goederen.

De EU wil daarom de belastingregels tussen lidstaten zoveel mogelijk coördineren. Daarnaast bestaat er een Europees beleid voor sommige belastingen die vallen onder de directe inkomsten van de Unie. Zo bepaalt de Europese Unie wat voor heffingen buitenlandse bedrijven moeten betalen voor het importeren van diensten in de EU. Ook in landbouwheffingen heeft de EU een grote stem.

In het algemeen streeft de Europese Unie ernaar om schadelijke belastingconcurrentie gecoördineerd aan te pakken, met name op het gebied van het vrije verkeer van kapitaal . In het streven naar het beperken van obstakels voor vrij verkeer van kapitaal en kapitaalbelastingconcurrentie, heeft de EU de volgende speerpunten:

  • Minimumbelastingtarieven voor minerale oliën (zoals benzine en aardgas). Van 2015 tot 2018 werd een minimum gehanteerd van 15%. Een minimumtarief beperkt oneigenlijke concurrentie. Bijkomend biedt het een instrument voor het milieubeleid . Het minimumtarief is in 2018 losgelaten, maar het is lidstaten niet toegestaan de btw drastisch te verlagen.
  • Vennootschapsbelasting die gelijke kansen biedt voor ondernemingen in alle lidstaten. In het kader van de Europese interne markt kunnen te grote verschillen in heffing van vennootschapsbelasting in de diverse lidstaten leiden tot concurrentieverstoring. De Europese Commissie en de eurolanden willen één heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting invoeren, zodat in alle EU-landen de vennootschapsbelasting op dezelfde manier wordt berekend. Daarnaast mogen ondernemingen hun winst niet langer doorschuiven naar een land met een lager belastingtarief, maar moet er belasting worden betaald in het land waar de winst daadwerkelijk gemaakt is. De lidstaten houden nog wel de bevoegdheid om zelf de hoogte van de tarieven te bepalen.
  • Btw: In 2010 trad een pakket maatregelen voor verbeterde btw-regelgeving op het gebied van diensten in werking. Hierdoor werd heffing van btw eenvoudiger en brengt deze minder administratieve lasten met zich mee bij grensoverschrijdend verkeer. De hoofdregel bij diensten in de EU is als volgt: de ondernemer die diensten afneemt, geeft de btw aan in eigen land. De leverancier van de diensten berekent geen btw voor diensten in het buitenland. Leveranciers van goederen doen maandelijks een opgaaf ICP (Intracommunautaire prestaties) als de omzet per kwartaal meer is dan € 100.000.

    Sinds 2010 werken EU-landen samen in het instituut Eurofisc om fraude met btw te bestrijden. Hierdoor hebben landen direct toegang tot bepaalde gegevens van elkaars belastingdiensten en kunnen zij gemakkelijker fraude bestrijden.

    In 2017 deed de Europese Commissie een voorstel om een Europees btw-gebied te creëren. Btw zal volgens dit voorstel worden geheven in het land van bestemming, in plaats van het land van herkomst. De creatie van één Europees btw-gebied maakt flexibilisering van btw-regelgeving mogelijk.

    De Commissie stelde in januari 2018 dan ook voor om meer verschillende en variabele btw-tarieven toe te staan. Naast het standaard minimum btw-tarief van minimaal 15% zouden lidstaten vrij moeten zijn om maximaal vier lagere tarieven te introduceren: twee tarieven tussen de 5% en het standaardtarief, één btw-vrijstelling (0% tarief) en één tarief tussen 0% en 5%. De huidige lijst van goederen waarop een verlaagd btw-tarief is toegestaan, zou afgeschaft worden.

    In plaats daarvan komt er een lijst van goederen waarvoor altijd minimaal het standaardtarief geldt. Bovendien zou vereenvoudiging van btw-regelgeving voor kleine bedrijven uitgebreid worden.

  • Spaargeld en pensioenen moeten worden beschermd wanneer mensen - door bijvoorbeeld emigratie - te maken krijgen met een ander belastingstelsel. Specifieke bevoordelingen worden ook aangepakt.

Het doel van het EU-beleid is dat de belastingstructuren van de lidstaten zo gunstig mogelijk moeten uitpakken voor de werkgelegenheid en de werking van de interne markt. Zo houdt de Unie ook in de gaten welke ontwikkelingen zich voordoen in de lidstaten met betrekking tot loonbelastingen.

Bankgeheim en belastingfraude

In december 2010 hebben de EU-ministers van Financiën afgesproken dat EU-landen zich vanaf 1 januari 2011 niet langer op het bankgeheim mogen beroepen wanneer de belastingdienst van een andere lidstaat om informatie vraagt. Het bankgeheim belemmert vaak het opsporen van belastingontduiking via buitenlandse rekeningen. Bovendien is afgesproken dat vanaf 2014 belastingdiensten automatisch informatie uitwisselen over salarissen, pensioenen, onroerend goed en levensverzekeringen.

In 2014 zijn de ministers van Financiën overeengekomen dat in 2017 het bankgeheim voor buitenlanders in de EU officieel wordt afgeschaft. Hierdoor houdt de EU zich aan de wereldwijde standaard voor de automatische en grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over inkomsten, opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO ).

In 2015 heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan voor een 'gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting'. Dit moet ertoe leiden dat bedrijven hun belastingen via één systeem kunnen invullen in plaats van dat per lidstaat te moeten doen. Daarnaast zou het voor bedrijven veel moeilijker worden belastingen te ontlopen.

In 2016 werd een akkoord bereikt over belastingontwijking van multinationals. Met het akkoord kwam er een anti-misbruikbepaling waarmee lidstaten kunstmatige belastingconstructies kunnen aanpakken. Ook kwamen er verschillende aanscherpingen, waarmee belastingontwijking wordt tegengegaan.

Financiële transactietaks (FTT) of 'bankentaks'

In januari 2013 bereikten de (destijds) 27 ministers van Financiën van de EU overeenstemming over het verder vormgeven van de financiële transactietaks. Dit is een speciale heffing op financiële transacties in de EU, waardoor het wereldwijde financiële systeem stabieler zou moeten worden en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën.

De elf EU-landen die deze financiële transactietaks willen invoeren, zullen de taks verder vormgeven. Het gaat om de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Oostenrijk, Portugal, Griekenland, Estland, Slowakije en Slovenië. Nederland staat niet afwijzend tegen een speciale taks, maar wil wel een uitzondering voor de pensioenfondsen.

Eerlijke belastingheffing op digitale multinationals

In maart 2018 presenteerde de Commissie een voorstel om de heffing van winstbelasting op grote internetbedrijven, zoals Amazon, Apple, Facebook en Google, eerlijker te maken. Volgens het plan moeten bedrijven winstbelasting betalen in de lidstaten waar de gebruikers zijn. Volgens de oude vestigingsregel hoeft dit enkel aan de lidstaat waar zij gevestigd zijn. De vestigingsregel is volgens de Commissie achterhaald door het wereldwijde bereik van het internet.

In het voorstel wordt winstbelasting geheven wanneer een digitaal bedrijf meer dan 7 miljoen euro winst maakt in een lidstaat. Omdat het waarschijnlijk lang duurt voordat het voorstel is geïmplementeerd, stelt de Commissie een interimbelasting voor. Dit zou een 3 procent winstbelasting zijn op bedrijven die wereldwijd minstens 750 miljoen euro winst boeken, waarvan minstens 50 miljoen euro binnen de EU.

Belastingheffing is een gevoelig onderwerp voor lidstaten. Daarom zal de Europese Raad met unanimiteit stemmen over dit voorstel.

Belastingontwijking in de Europese Unie

Eurobiljetten

De aanpak van belastingontduiking en belastingontwijking in de lidstaten van de EU heeft hoge prioriteit. Belastingdeals met grote bedrijven als Apple en Starbucks hebben tot veel ophef geleid. Door schandalen als de Panama Papers, de LuxLeaks en de Paradise Papers wordt de roep om een Europese aanpak steeds luider. Maar er moet ook worden voorkomen dat burgers, door geld weg te zetten in andere landen, geen of nauwelijks belasting hoeven te betalen.

Betere afspraken met belastingparadijzen als Zwitserland, Monaco, de Kaaimaneilanden, de Bahama's of Panama moeten voorkomen dat burgers en bedrijven geld kunnen wegsluizen. Ter bestrijding van belastingontduiking is binnen de EU een systeem opgezet om belastinggegevens uit te wisselen, met landen buiten de EU slechts in vijf gevallen. Belastingafspraken met derde landen worden vooral op nationaal niveau gemaakt.

Belastingontwijking, waarbij langs wettige wegen (maar door ingewikkelde fiscale constructies) belasting niet betaald hoeft te worden, wordt onderscheiden van belastingontduiking. Op 4 juli 2017 stemde het Europees Parlement in met maatregelen die multinationals verplichten om per land aan te geven welke activiteiten ze ondernemen, welke winsten ze maken en hoeveel belasting er wordt betaald. Het voorstel ligt nu bij de Raad .

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie , de Raad , het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Economische en financiële zaken, belastingen en douane :

De Commissie wordt bijgestaan door de European Fiscal Board. De Board bestaat uit vijf leden, waarvan één voorzitter en wordt ondersteund door een secretariaat. De Board was een aanbeveling van het vijf presidenten rapport .

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden .

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor de harmonisatie van wetgeving geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen , na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

Voor het toestaan van tijdelijke compenserende maatregelen van een lidstaat geldt dat de Raad deze goed moet keuren met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

De raadsformatie die beslist over de Economische Zaken is de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) . Afhankelijk van het onderwerp en het belang dat daaraan wordt gehecht kan Nederland in deze Raad onder meer vertegenwoordigd worden door:

  • Wopke Hoekstra (CDA), minister van Financiën
  • Menno Snel (D66), staatssecretaris van Financiën
  • een hoge ambtenaar

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere beleidsterreinen

Op enkele specifieke beleidsterreinen, waaronder het milieubeleid , is de Europese Unie gerechtigd om besluiten van 'overwegend fiscale aard' te nemen. De procedures die daarvoor gelden staan bij het betreffende beleidsterrein vermeld.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Delen

Terug naar boven