r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Handelsbeleid

Containerschip in haven

De Europese Unie neemt eenvijfde van de wereldhandel voor haar rekening en is voor tachtig landen in de wereld de belangrijkste handelspartner. De EU voert het handelsbeleid als één blok. Er gelden voor de hele EU gelijke douane-tarieven voor de import van producten uit landen buiten de EU. De onderlinge handel tussen de lidstaten binnen de interne markt is vrij en er worden binnen de EU geen invoerrechten geheven.

Om de wereldwijde handelsbelangen van de lidstaten effectief te verdedigen is afgesproken gezamenlijk op te trekken op het terrein van handel. Het sluiten van handelsverdragen is in principe een exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie . De Commissie voert de onderhandelingen en legt het eindresultaat ter goedkeuring voor aan de lidstaten en het Europees Parlement. Voor brede handelsverdragen hebben de nationale parlementen in beperkte mate een vetorecht.

Het handelsbeleid is erop gericht om in gesprekken met derde landen zoveel mogelijk handelsbelemmeringen tussen de EU en de desbetreffende landen weg te nemen. Wanneer sprake is van oneerlijke handel, zoals bij dumping of staatssteun, kan de EU tegenmaatregelen nemen. Zo stelde de EU extra heffingen in op de import van Amerikaans staal en aluminium nadat de VS de tarieven op import van Europees staal en aluminium flink hadden verhoogd. Eerder golden extra heffingen voor Chinese zonnepanelen, toen bleek dat Chinese bedrijven veel steun ontvingen van de Chinese overheid en zo oneerlijk concurreerden met Europese producenten.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

In vogelvlucht

De interne markt van de EU is de grootste gemeenschappelijke markt van de wereld. Door haar economisch gewicht als gevolg van deze interne markt is de Europese Unie een serieuze speler op de wereldmarkt. Vanuit deze positie probeert de EU zich in te zetten voor een eerlijke en voor iedereen toegankelijke wereldhandel. Daarnaast tracht de EU haar economische gewicht in te zetten voor het wereldwijd bestrijden van onder meer kinderarbeid, gedwongen arbeid en milieuschade.

Cijfers

Import- en exportcijfers van de Europese Unie in miljoenen euro’s.

 
 

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Import

1.368.254

1.450.340

1.585.231

1.235.636

1.531.518

1.729.980

1.798.757

1.687.440

1.692.830

1.730.168

1.712.713

1.858.636

Export

1.152.485

1.234.482

1.309.147

1.093.961

1.354.055

1.554.511

1.684.928

1.736.373

1.703.450

1.789.967

1.744.239

1.879.159

Bron: Eurostat

Wereldhandelsorganisatie

Alle lidstaten van de Europese Unie zijn tevems lid van de in 1995 opgerichte Wereldhandelsorganisatie (WTO). De EU-lidstaten worden in de onderhandelingen voor een handelsverdrag vertegenwoordigd door de EU.

In het kader van de WTO streeft de EU onder meer naar wereldwijde vrije handel. Dit betekent dat de EU zo weinig mogelijk belemmeringen wil op het gebied van handel. Tegelijkertijd streeft de EU naar transparante en verantwoordelijke handel, waarbij niet alleen de Europese belangen, maar ook de Europese waarden worden gewaarborgd. Omdat het voor bedrijven in ontwikkelingslanden moeilijk is om hun producten naar de Europese markt te brengen, mogen zij hun producten in bepaalde gevallen tegen lagere importtarieven invoeren in de EU. De regels voor speciale importtarieven voor ontwikkelingslanden liggen vast in het zogenaamde algemeen preferentiestelsel (Generalised System of Preferences, GSP ). Met deze regeling verschaft de EU aan ontwikkelingslanden en -gebieden voorrang op de Europese markt door middel van gereduceerde invoerrechten op hun goederen. Er zijn drie niveaus binnen GSP:

  • 1. 
    Standard GSP, voor lage-inkomenslanden;
  • 2. 
    GSP+, voor kwetsbare lage-inkomenslanden;
  • 3. 
    EBA (Everything But Arms), voor de minst ontwikkelde landen. Deze landen kunnen goederen tarief- en quotavrij invoeren in de EU met uitzondering van wapens en munitie.

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met enkele Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara en met een aantal landen in de Caraïben en de Stille Oceaan, de zogenoemde ACS-landen . Met enkele van deze ACS-landen, heeft de EU een Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's) afgesloten. In deze handelsakkoorden staan ontwikkelingsdoelstellingen centraal. De akkoorden stimuleren de handel tussen de EU en de ACS-landen en dragen daarnaast bij aan duurzame ontwikkeling en vermindering van armoede in deze landen.

Protectionisme

Deze vorm van economisch beleid is de tegenhanger van internationale vrijhandel. Door protectionisme schermt een land de eigen markt af voor buitenlandse concurrenten. Veel gebruikte protectionistische maatregelen zijn tarieven, importquota en subsidies. Hiermee worden buitenlandse concurrenten geneutraliseerd zodat de eigen industrie kan groeien. Protectionisme wordt zodoende vaak gezien als het tegenovergestelde van internationale vrijhandel.

Hoewel de EU zich openlijk uitspreekt tegen protectionisme moet worden vastgesteld dat deze vorm van economisch beleid wel degelijk voorkomt binnen de Unie. Zo is in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU al decennia lang sprake van protectionisme. Tijdens de economische crisis nam de hoeveelheid Europese staatsteun ook sterk toe.

Wanneer andere landen protectionistische maatregelen nemen, dan kan de Europese Commissie tegenmaatregelen instellen. Dat gebeurt als handelspartners hoge importtarieven hanteren, direct of indirect hun exporterende bedrijven subsidiëren, of bij dumping. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als landen veel slechtere arbeidsomstandigheden toestaan, of heel zwakke milieu-eisen aan producten stellen waardoor de prijzen heel laag blijven.

Europese Economische Ruimte

De Europese Unie en drie van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) - Liechtenstein, Noorwegen en IJsland - vormen sinds 1992 samen de Europese Economische Ruimte (EER). In de EER geldt de interne markt zoals die bestaat binnen de Europese Unie: er is sprake van vrij verkeer van goederen , personen , diensten en kapitaal . Ook de Europese regels voor mededinging en overheidssubsidies zijn op de drie EVA-landen van toepassing.

Handelsovereenkomsten

De EU streeft naar meer mondiale vrijhandel. Daartoe voert het veel bilaterale (met één land) of multilaterale gesprekken met derde landen om handelsbarrières tussen de EU en de desbetreffende landen weg te nemen. Zo wordt sinds 2001 in de Doha-onderhandelingen geprobeerd om een nieuw handelsakkoord tot stand te brengen.

In december 2013 hebben de WTO-leden in het kader van de Doha-onderhandelingen een grote stap gezet en afgesproken om de handelsbarrières ook daadwerkelijk geleidelijk af te schaffen. Ook worden procedures bij de douanes versimpeld en exportsubsidies beperkt.

Binnen de WTO bestaan groepen landen die verdergaande samenwerking met elkaar zoeken. De EU onderhandelt sinds 2013 met 23 andere leden over een Trade in Services Agreement, een akkoord dat de dienstensector moet liberaliseren. De landen aan de onderhandelingstafel vertegenwoordigen 70 procent van de wereldwijde handel in diensten. Het is nog niet bekend wanneer de landen tot een akkoord zullen komen. Op 10 maart 2015 besloot de Europese Raad om het onderhandelingsmandaat van de Commissie, dat voorheen geheim was, openbaar te maken.

De EU voert voortdurend onderhandelingen met potentiële handelspartners.

De EU onderhandelt niet alleen met landen, maar ook met organisaties, zoals Mercosur , het economische samenwerkingsverband waarin de Zuid-Amerikaanse landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay zich hebben verenigd.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie , de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Handel :

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden .

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor kaders voor de uitvoering van het handelsbeleid geldt de gewone wetgevingsprocedure .

Voor het sluiten van handelsakkoorden geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. De Raad ziet toe op de onderhandelingen via een een speciaal comité dat de Commissie bijstaat. Voor het sluiten van akkoorden beslist de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen . Op de terrein van intellectueel eigendom, directe buitenlandse investeringen, culturele goederen en diensten in zorg, onderwijs en de sociale sector beslist de Raad met eenparigheid van stemmen .

De Commissie moet het Europees Parlement regelmatig op de hoogte stellen van de stand van de onderhandelingen.

De raadsformatie die beslist over buitenlandse handel is de Raad Buitenlandse Zaken . Afhankelijk van het onderwerp en het belang dat daaraan wordt gehecht kan Nederland in deze Raad onder meer vertegenwoordigd worden door:

  • Sigrid Kaag (D66), minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
  • een hoge ambtenaar

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Internationale Handel de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zijn geen Nederlandse Europarlementariërs lid van deze commissie. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste ) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Op 16 mei 2017 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat handelsverdragen in principe een exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie zijn, ook als zij tevens afspraken bevatten over bijvoorbeeld milieu, eerlijke concurrentie en bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Lidstaten mogen alleen meebeslissen als een handelsverdrag ook bepalingen bevat over:

  • indirecte buitenlandse investeringen
  • de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten

Nationale parlementen kunnen in dat geval hun veto uitspreken over die onderdelen van het handelsverdrag.

Relatie met andere samenwerkingsverbanden

WTO

De Europese Commissie mag zelfstandig als partij bij de WTO klachten indienen over oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld veroorzaakt door subsidies, oneerlijke fiscale voordelen of andere vormen van concurrentievervalsing. De Commissie mag zelfstandig extra invoerheffingen opleggen als straf voor dergelijke oneerlijke handelspraktijken.

3.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Wereldhandelsorganisatie

Delen

Terug naar boven