r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Energiebeleid

De Europese Unie streeft naar een constante, duurzame en veilige aanvoer van energie. Hierbij wil de EU minder afhankelijk zijn van het buitenland en het milieu minder belasten.

De EU-lidstaten hebben afspraken gemaakt over klimaatbeleid en bestrijding van luchtvervuiling. De EU stimuleert duurzame manieren om energie op te wekken. Hiervoor wordt gekeken naar schone energiebronnen als wind-, zonne-, waterkracht-, getijden-, geothermische, en biomassa-energie. Daarnaast wil de EU de uitstoot van schadelijke stoffen terugdringen.

Door in de energie-unie zelf meer duurzame energie op te wekken en toe te werken naar één Europees energienetwerk moet de energievoorziening in de EU betrouwbaarder, schoner en goedkoper worden. In juni 2018 bereikte de Raad van de Europese Unie een akkoord over de governance-verordening van de energie-unie, een belangrijk instrument voor de modernisering van het energiebeleid. Bovendien werd afgesproken dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam moet zijn.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 en het Euratom-verdrag in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie). Sinds die tijd heeft het beleid zich ontwikkeld; kernpunten zijn nu vooral het veiligstellen van de Europese energievoorziening, ontwikkeling van duurzame energiebronnen en verdere liberalisering van de energiemarkt.

Strategie Energie 2020

De Europese Commissie maakte in november 2010 de strategie Energie 2020 bekend. Deze bevatte de prioriteiten op het gebied van Europees energiebeleid voor de periode 2010-2020:

  • energiebesparing, met name in de sectoren vervoer en gebouwen
  • een vrije markt voor energie, waaraan alle lidstaten meedoen; voor investeringen in infrastructuur is 1 miljard euro nodig
  • coördinatie van het energiebeleid tegenover andere landen: één stem op het wereldtoneel
  • een toonaangevende rol van Europa op het gebied van energietechnologie en -innovatie
  • continu geleverde en betaalbare energie; consumenten moeten makkelijk tarieven kunnen vergelijken en eenvoudig naar een andere leverancier kunnen overstappen en begrijpelijke facturen ontvangen

Veiligstellen van de energievoorziening in Europa

Ruim 50 procent van de energie die in de Europese Unie wordt verbruikt, is afkomstig van leveranciers van buiten de Unie (bijvoorbeeld uit Rusland of het Midden-Oosten). De leveranties van gas en olie uit andere landen zijn niet altijd betrouwbaar. Zo draaide Rusland in januari 2009 de gaskraan naar Europa dicht, na een conflict met Oekraïne. Omdat de pijplijn die het gas naar de lidstaten van de EU aanvoert door Oekraïne loopt, ontvingen ook sommige Oost-Europese lidstaten geen gas meer.

De Commissie-Juncker heeft daarom het realiseren van een energie-unie als prioriteit gesteld. Tot het zover is, wil de Commissie verschillende wegen gebruiken voor de aanvoer van gas en olie naar Europa. Het aantal aanvoermogelijkheden wordt daarvoor uitgebreid. Voorbeelden van nieuwe aanvoerkanalen zijn de Nord Stream-pijpleiding uit 2011 en de geplande Nord Stream II, die beide gas vervoeren via de Baltische zee naar Noord Duitsland. Een andere route is via Turkije. De in 2013 afgeblazen Nabucco-pijplijn en de voor 2020 geplande Trans Adriatische Pijpleiding (TAP) volgen deze route.

De South Stream-pijplijn, die Zuidoost-Europa in 2015 via Bulgarije zou gaan verbinden met Rusland, werd eind 2014 door Rusland afgeblazen omdat de Europese Commissie dwars zou liggen. Brussel had een half jaar ervoor een onderzoek ingesteld om erachter te komen of het project wel voldeed aan Europese wetgeving. De Europese Commissie had Bulgarije gevraagd om de werkzaamheden aan de pijpleiding gedurende het onderzoek op te schorten. Rusland richt zich sindsdien op een alternatieve route via Turkije, maar blijft het idee van een pijpleiding door de Zwarte Zee naar Bulgarije ondersteunen.

Duurzame energie

Het gebruik van duurzame energie is een goed alternatief voor meer traditionele energiesoorten zoals fossiele brandstoffen. Het leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen en dus een schoner milieu en tot een Europese Unie die minder afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen (met name aardgas en aardolie). Voorbeelden van duurzame energie zijn:

  • windenergie
  • zonne-energie
  • energie uit waterkracht
  • energie uit biomassa

In de loop der jaren werden steeds ambitieuzere plannen gepresenteerd om het broeikaseffect te bestrijden en de afhankelijkheid van energieleveranciers te verminderen, zoals in 2007 de '20-20-20-doelstellingen voor het jaar 2020:

  • het energieverbruik in de hele EU met 20 procent terugdringen. In juni 2012 is deze maatregel verplicht gesteld voor alle lidstaten
  • de uitstoot van kooldioxide (CO2) met 20 procent verminderen
  • het aandeel van de verbruikte energie dat afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen als zon, wind, water en aardwarmte vergroten tot 20 procent
  • het aandeel biobrandstoffen in brandstof voor transport vergroten tot 10 procent

Energie-Stappenplan 2050

In december 2011 presenteerde de Europese Commissie het Energie-stappenplan 2050, om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent verminderd te hebben. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.

Het stappenplan concludeert dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:

  • 1. 
    Ontkoling van het energiesysteem (d.w.z. beperking van het gebruik van steenkool)
  • 2. 
    Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie
  • 3. 
    Vroege investeringen
  • 4. 
    Prijsstijgingen in de hand houden
  • 5. 
    Gezamenlijk actie ondernemen

Concrete voorbeelden van Europese initiatieven op het gebied van energiebesparing zijn het verbod op de verkoop van energieverslindende gloeilampen en subsidies voor windmolenparken.

In juni 2018 kwamen de lidstaten en het Europees Parlement overeen dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam moet zijn. Palmolie verdwijnt als grondstof voor biobrandstof. Bovendien kunnen huishoudens eenvoudiger zelf energie opwekken.

Liberalisering van de energiemarkt

De Europese Unie stimuleert concurrentie tussen energiebedrijven en streeft naar de totstandkoming van een Europese interne energiemarkt. Mede onder druk van Europese regelgeving zijn nationale monopolies op het gebied van energiedistributie sinds de jaren 1990 opengebroken.

De leveranciers moeten daardoor meer met elkaar concurreren. Dat moet leiden tot scherpere prijzen en meer keuzevrijheid voor consumenten. Sinds 1 juli 2007 heeft de Europese consument de vrijheid om zelf een gas- of elektriciteitsleverancier te kiezen. In Nederland kon dat al eerder.

In 2009 werden de Europese Commissie , het EP en de Raad het eens over een nieuw pakket regelgeving voor verdere liberalisering van de energiemarkt. In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie voor deze nieuwe richtlijn, moesten energiebedrijven rigoureus worden opgesplitst in een infrabedrijf dat netwerken onderhoudt en een bedrijf dat energie produceert en levert. Op die manier moesten monopolies van bedrijven voorkomen worden. Onder druk van Frankrijk en Duitsland werd dit echter afgezwakt. Energiebedrijven kunnen nu ook intern de afdelingen voor productie en levering scheiden.

Een ander onderdeel van het pakket was de oprichting van een EU-agentschap voor samenwerking tussen nationale energieregulators, ACER . Dit agentschap is op 4 maart 2011 operationeel geworden. ACER coördineert en ondersteunt het werk van de nationale toezichthouders op de energiemarkt, zodat er meer samenhang komt tussen het energiebeleid in de verschillende lidstaten van de EU.

Op 29 oktober 2014 werd bekendgemaakt dat de EU 647 miljoen euro investeert in cruciale energie-infrastructuur. Met name in gasprojecten in het Oostzeegebied en in Midden- en Zuidoost-Europa. In totaal werd vanuit het kader van de Connecting Europe-faciliteit tussen 2014-2020 5,85 miljard euro toegewezen voor het verbeteren en uitbreiden van de trans-Europese energie-infrastructuur. DE Commissie wil in de langetermijnbegroting van de EU voor de periode 2021-2027 een bedrag van 42,3 miljard euro aan de CEF toewijzen.

In februari 2018 presenteerde de Europese Commissie voorstellen om de positie van consumenten op de energiemarkt te versterken, bijvoorbeeld door meer duidelijkheid over tarieven en het aantrekkelijker maken om zelf energie op te wekken.

Kernenergie: onderzoek en veiligheid

In Europa wordt veel gebruik gemaakt van kernenergie. De Europese Unie ziet toe op de veiligheid van centrales. In Oost-Europa zijn verschillende oude kerncentrales gesloten, omdat ze niet aan de Europese veiligheidsnormen voldeden. Bij de toetreding van veel landen in Oost-Europa tot de EU was de sluiting van verouderde energiecentrales een harde voorwaarde voor EU-lidmaatschap.

Door de ramp met een kerncentrale in Japan in maart 2011 is de discussie in de EU over het veilige gebruik van kernenergie opnieuw opgelaaid. Tegenstanders van kernenergie wijzen op de ontwikkelingen in Japan om aan te geven dat kernenergie niet veilig is.

De Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie besloot op 21 maart 2011 dat alle 143 kerncentrales in de Europese Unie onderworpen moesten worden aan een stresstest. In oktober 2012 verklaarde toenmalig EU-commissaris belast met energie Günther Oettinger dat de stresstests hebben aangetoond dat de situatie in het algemeen bevredigend is.

De tests hebben echter ook tal van aanbevelingen opgeleverd voor technische verbeteringen van specifieke installaties. Daarnaast is gebleken dat de internationale veiligheidsnormen en internationale 'beste praktijken' voor installaties niet overal worden toegepast. Afgesproken is dat de nationale regelgevende instanties nationale actieplannen opstellen met consequente en transparante tijdschema's voor de uitvoering van de aanbevelingen.

Op 8 juli 2014 heeft de EU een wijziging van de nucleaire veiligheidsrichtlijn ingevoerd. Deze nieuwe richtlijn omvat de volgende veranderingen:

  • versterking van de macht en onafhankelijkheid van nationale wetgevende autoriteiten
  • de introductie van een hoog niveau van veiligheid in de hele EU om ongelukken te voorkomen
  • een Europees systeem van collegiale toetsing om iedere zes jaar specifieke veiligheidskwesties te behandelen
  • het verhogen van transparantie met betrekking tot nucleaire veiligheidskwesties door het informeren en betrekken van het publiek
  • het promoten van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur

Lees meer

Bron

Taal

Soort informatie

Europese Unie

NL

Energie: inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

 

Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste ) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

2.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Video Europees Parlement

Organisatie van Olie Exporterende Landen (OPEC)

Delen

Terug naar boven