r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Energie-unie: veiligstellen van de Europese energievoorziening

Maroa Sefcovic, eurocommissaris van de Energie-unie © Europese Unie, 2015

Het realiseren van een energie-unie is een van de hoofddoelen van de Commissie-Juncker. De Europese Unie was in 2013 voor ruim de helft van haar energiebehoeften afhankelijk van import uit landen waarmee de relatie moeizaam is (Rusland) en/of uit instabiele regio's (het Midden-Oosten). Dat maakt de economie en veiligheid van de EU kwetsbaar. Daarnaast kostte de import van energie de Europese Unie in 2013 400 miljard euro.

Met name de energiezekerheid is dus een belangrijk punt binnen de energie-unie. Door zelf duurzame energie op te wekken en toe te werken naar één Europees energienetwerk moet energie schoner en goedkoper worden. Bovendien moet dat de EU minder afhankelijk maken van een handjevol energieleveranciers. In juni 2018 kwamen de lidstaten en het Europees Parlement overeen dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie uit energie van hernieuwbare bronnen moet bestaan. Daarnaast verdwijnt het gebruik van palmolie voor biobrandstof.

Inmiddels heeft de Europese Commissie alle beoogde pakketten met wetgevende en niet-wetgevende voorstellen gepubliceerd. In april 2019 verscheen het laatste verslag over de stand van de energie-unie van de Commissie-Juncker. De Commissie zegt dat zij alle energiedoelen heeft bereikt. De Europese Rekenkamer is echter kritisch over de voortgang.

1.

Doelen energie-unie

Fossiele brandstoffen zijn eindig en milieubelastend. Daarnaast is het aanboren van nieuwe bronnen relatief duur en brengt het milieuproblemen met zich mee. Om die reden is investeren in zonne- en windenergie en biomassa voor de Europese landen een aantrekkelijk alternatief. Het beperken van het energieverbruik kan bovendien bijdragen aan het verminderen van de energieafhankelijkheid en het realiseren van de klimaatdoelen. De Commissie wil het gebruik van biobrandstoffen verder stimuleren. Daarnaast moeten Europese overheden het aantrekkelijker gaan maken voor huishoudens om energiebesparende maatregelen te nemen.

De energie-unie is opgedeeld in vijf pijlers:

  • 1. 
    Zekerheid van energielevering
  • 2. 
    Interne energiemarkt
  • 3. 
    Energie-efficiëntie
  • 4. 
    Minder uitstoot van CO2, om klimaatverandering te beperken
  • 5. 
    Onderzoek, innovatie en concurrentievermogen

De EU wil in principe in 2050 de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 met 80 tot 95 procent terug hebben gedrongen. De doelen voor 2030 zijn in een politiek akkoord vastgelegd. De uitstoot van broeikasgassen moet met 40 procent zijn verminderd, en het aandeel van hernieuwbare energie moet minstens 32 procent bedragen. Nederland staat positief tegenover een gezamenlijke Europese aanpak op het gebied van energie, vooral omdat het vindt dat dit bijdraagt aan een gelijk speelveld voor ondernemingen en zo op een kostenefficiënte manier de klimaatdoelen kunnen worden behaald.

2.

Voorstellen

Sinds de lancering van de strategie voor de energie-unie in 2015 (COM(2015)80) heeft de Commissie verschillende 'pakketten' gepubliceerd. Elk pakket bevat wetsvoorstellen die de voltooiing van de energie-unie als doel moeten gaan hebben. Daarnaast worden er ook regelmatig voortgangsrapporten gepubliceerd.

Energie-unie Zomerpakket 2015

Wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen

Aanpassing van een richtlijn uit 2003 betreffende het EU emissiehandelssysteem (ETS) voor broeikasgassen. Voor de periode 2021-2030 worden de regels aangescherpt. Nederland is positief over de actie die de EU neemt op dit gebied, al is de regering kritisch over een aantal specifieke maatregelen, waaronder die over bedrijven die gevoelig zijn voor koolstoflekkages. De richtlijn is op 8 april 2018 in werking getreden en moest uiterlijk 31 december 2018 zijn omgezet in nationale regelgeving.

"New deal" voor energieconsumenten (mededeling)

Europese huishoudens zullen ook mee moeten in te energietransitie. De Commissie heeft hiervoor een 'driepijlerstrategie' ontwikkeld: meer macht naar consumenten, een ruime keuze uit mogelijke acties en handhaving van consumentenbescherming.

Openbare raadpleging over de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt (mededeling)

Een mogelijkheid voor burgers, organisaties en bedrijven om hun visie te geven over de energieplannen van de Commissie.

Kader voor energie-efficiëntie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU

Het doel van de verordening energielabeling is producten die al energiezuinig zijn door te ontwikkelen met het doel consumenten te stimuleren bewuster om te gaan met apparaten die zij gebruiken. Deze verordening is op 1 augustus 2017 in werking getreden.

Energie-unie winterpakket 2016 (Energiezekerheidspakket)

Dit pakket bestaat uit twee voorstellen voor nieuwe wetten en twee mededelingen. De voorstellen uit dit pakket zijn aangenomen in oktober 2017.

EU-strategie voor vloeibaar aardgas en gasopslag (mededeling)

Dit voorstel van de Europese Commissie gaat over de leveringszekerheid van gas. Nederland is voorstander van een Europese strategie op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG), concurrentie op dit gebied en Europese gasopslag.

EU-strategie betreffende verwarming en koeling (mededeling)

Een Europese strategie om verwarmings- en verkoelingssystemen in gebouwen en de industrie efficiënter en duurzamer te maken. Nederland hecht belang aan maatwerk op dit gebied binnen EU-lidstaten.

Maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering

Ontwerp van een verordening over het veiligstellen van de aardgasvoorziening, en samenwerking tussen lidstaten op het gebied van risico-evaluaties. De verordening is op 1 november 2017 in werking getreden.

Informatie-uitwisseling tussen lidstaten en derde landen op energiegebied

Het doel van dit besluit is om meer controle uit te oefenen op lidstaten die afspraken maken over en verdagen sluiten met landen buiten de EU op energiegebied. Door deze afspraken transparant te maken hoopt de EU de solidariteit tussen lidstaten te vergroten en ervoor te zorgen dat alle afspraken voldoen aan EU-wetgeving. Het besluit is in werking getreden op 12 april 2017.

Schone energie voor alle Europeanen

Het pakket 'Schone energie voor alle Europeanen' werd in november 2016 gepubliceerd. Dit pakket is erop gericht om de energie-efficiëntie te verhogen en om de EU voorop te laten lopen op het gebied van herbruikbare energie. Ook heeft het als doel om Europeanen te stimuleren om bewuste keuzes te maken ten aanzien van energiegebruik. Het pakket bevat verschillende wetgevingsvoorstellen en niet-wetgevende initiatieven ter implementatie van de energie-unie.

Het uiteindelijke doel is om de EU tegen 2030 omgevormd te hebben naar een koolstofarme economie. In juni 2018 besloten de lidstaten en het EP dat de besparingsdoelen voor 2030 zullen worden bijgesteld. Dan moet namelijk 32 procent van de opgewekte energie in de EU van hernieuwbare bonnen komen. Het energie-efficiëntiedoel voor 2030 werd bijgesteld naar 32,5 procent. Daarnaast verdwijnt het gebruik van palmolie voor biobrandstof. Bovendien kunnen huishoudens eenvoudiger zelf energie opwekken.

Governance van de energie-unie (verordening)

Wetgevende basis voor de energie-unie die de bestaande voorschriften over de governance van energie- en klimaatafspraken bundelt. Nederland vindt het belangrijk zelf inspraak te hebben in het vormgeven van maatregelen om C02-uitstoot te reduceren. Over dit dossier wordt nog onderhandeld. Het Europees Parlement stemde op 13 november 2018 voor deze richtlijn.

Wijziging van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie

De commissie zou graag zien dat Europeanen minder energie zouden gebruiken. Dit voorstel herziet een richtlijn uit 2012 betreffende energie-efficiëntie, oftewel het efficiënter gebruikmaken van de beschikbare energie. De nieuwe richtlijn stelt een bindende energie-efficiëntiedoelstelling van 30 procent voor 2030 (in juni 2018 is dit percentage verhoogd naar 32,5% op EU-niveau). Daarnaast dienen de lidstaten een indicatie te geven van hun doelen op het gebied van energie-efficiëntie. Het kabinet heeft aangegeven belang te hechten aan Europese kaders omtrent CO2-reductie, maar wil graag meer flexibiliteit wat betreft het behalen van de doelstelling. Er is een informeel akkoord gesloten over dit voorstel. Het Europees Parlement stemde op 13 november 2018 voor deze richtlijn.

Wijziging van richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen

Door de renovatie van bestaande gebouwen te versnellen hoopt de Unie dat energie efficiënter zal worden gebruikt. Dat is goedkoper en beter voor het klimaat. Nederland staat niet afwijzend tegenover EU-wetgeving op dit vlak, al vindt het kabinet dat zeer gedetailleerde bepalingen op Europees niveau onwenselijk zijn. Deze richtlijn is op 9 juli 2018 in werking getreden en moet op 10 maart 2020 zijn omgezet in nationale regelgeving.

Bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (richtlijn)

Het doel van deze richtlijn is om het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen te bevorderen. Hij bevat initiatieven voor het koolstofarm maken van de economie, het toepassen van hernieuwbare elektriciteit, een beleidskader om het streefcijfer voor 2030 te behalen, plannen voor de ontwikkeling van biobrandstoffen en de inzet van hernieuwbare energie in de verwarmings- en verkoelingssector. Nederland heeft in zijn 'brandstofvisie' beschreven om in te gaan zetten op voertuigen met een elektrische aandrijving, vloeibare- en gasvormige biobrandstoffen en biokerosine. Op 27 juni 2018 is er een informeel akkoord bereikt over dit dossier. Het Europees Parlement stemde op 13 november 2018 voor deze richtlijn.

Onderstaande vier voorstellen zijn nog in behandeling. De Europese Commissie wil een interne elektriciteitsmarkt, waarbij energie grenzeloos is en ingezet kan worden waar nodig. Het kabinet is erg vóór een gezamenlijke Europese aanpak op het gebied van elektriciteitsvoorziening en initiatieven voor het C02-vrij maken ervan en steunt bovenstaande vier voorstellen op hoofdlijnen. Over de voorstellen met betrekking tot de interne markt voor elektriciteit en de gemeenschappelijke regels daarvoor bereikten de Raad en het Parlement in december 2018 een informeel akkoord. Beide moeten hier nog wel formeel mee instemmen.

Interne markt voor elektriciteit

Risicoparaatheid in de elektriciteitssector

In november 2018 kwamen lidstaten en het Europees Parlement overeen dat er grensoverschrijdende samenwerking komt over noodhulp in geval van een tekort aan elektriciteit. Ook moet iedere lidstaat een risicoparaatheidsplan opstellen met het oog op mogelijke elektriciteitscrises. Het akkoord zal, na formele goedkeuring, binnen 2,5 jaar doorgevoerd zijn in de Europese lidstaten.

Oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators

Gemeenschappelijke regels voor de interne energiemarkt

Voltooiing van de energie-unie

Wijziging van Richtlijn 2009/73/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas

Het voorstel bevat regels betreffende de interne markt voor energie op bestaande en toekomstige gaspijpleidingen met landen buiten de EU. Het kabinet had twijfels over de noodzakelijkheid van het voorstel, gezien de wetsvoorstellen die er al lagen. Ook had het zijn twijfels bij het feit dat partijen uit niet-EU-landen moeten gaan voldoen aan EU-regelgeving inzake gasexport. In april 2019 stemden het Parlement en Raad in met de wijziging. Ook Nederland stemde in.

3.

Achtergrond

Hoewel Europa lange tijd energie kon produceren uit zijn eigen fossiele brandstoffen, heeft het gestegen energieverbruik en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen ertoe geleid dat de Europese Unie steeds meer afhankelijk is geworden van buitenlandse energieleveranciers. De afhankelijkheid van energie-import werd duidelijk tijdens de energiecrisis in 2009. In dat jaar sloot Rusland de gastoevoer naar Oekraïne af. In de daaropvolgende jaren bleef de relatie met Rusland gespannen en nam de onrust in het Midden-Oosten verder toe. Door de crisis in Oekraïne (2014) werd het debat over Europa's energievoorziening weer actueel.

In het Verdrag van Lissabon uit 2009 werd een solidariteitsclausule opgenomen waarin de lidstaten beloven dat ze elkaar te hulp schieten indien de energievoorziening van een land in het geding is. Met name de Oost-Europese landen waren hier voorstander van gezien hun afhankelijkheid van vooral Russische energie. De solidariteitsclausule is echter alleen een voorziening voor noodgevallen.

Europese afhankelijkheid buitenland

De Europese Commissie wil vanwege die grote afhankelijkheid het energiebeleid in de hele EU beter op elkaar afstemmen. Dit moet ervoor zorgen dat de EU als geheel sterker staat in onderhandelingen met derde landen. De lidstaten kunnen dan niet langer tegen elkaar worden uitgespeeld. Daarom is de EU op het gebied van energie gaan samenwerken, zoals bijvoorbeeld in het Oostelijk Partnerschap, het Samenwerkingsverband energie Baltische Zee regio (BASREC) en het INOGATE-programma. De unie werkt verder met een aantal landen afzonderlijk samen op het gebied van energievoorziening, zoals Brazilië, China, India, Irak, Noorwegen, Oekraïne, Rusland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika.

De EU en kernenergie

Ongeveer 30% van de Europese energievoorziening komt van kerncentrales . Het vreedzame gebruik van kernenergie is vastgelegd in het Euratom-verdrag. De doelstellingen van Euratom zijn onder andere onderzoek naar en de ontwikkeling van een vreedzaam gebruik van kernenergie en het bewaken van de beschikbaarheid van voldoende splijtstof. Problemen als de klimaatverandering en de afhankelijkheid van buitenlandse energieleveranciers vragen om een gemeenschappelijke aanpak van het Europees energiebeleid en een gezamenlijk standpunt over de rol van kernenergie daarin.

De visie op kernenergie verschilt sterk binnen de EU. Sommige lidstaten zijn afhankelijker van kernenergie dan andere. Het belangrijkste schadelijke effect van kernenergie is het radioactieve afval. Toch is het ook de grootste bron van CO2-vrije energie en draagt het om die reden niet bij aan het broeikaseffect. Bovendien zijn de kosten van kernenergie relatief laag. Het blijft dus een belangrijke energiebron voor een groot deel van de EU-lidstaten. Sommige lidstaten hopen het Europese streven van 40 procent verlaging van broeikasgassen tegen 2030 te realiseren met behulp van kernenergie.

Na de ramp met een kerncentrale in Fukushima (Japan) in 2011 wakkerde de discussie over de gevaren van kernenergie weer aan.

Onderstaande richtlijnen hebben als doel om nucleaire veiligheid te garanderen en de schadelijke effecten van radioactief afval te beperken.

Netwerken

De EU streeft naar fysieke integratie van de energienetwerken van de Europese landen. De netwerken van alle lidstaten binnen de Unie moeten beter op elkaar aansluiten, zodat het niet uitmaakt via welk land energie wordt ingevoerd. Dat maakt het moeilijker voor derde landen om individuele lidstaten onder druk te zetten. Concreet gaat het vooral om gezamenlijke investeringen in energienetwerken zoals pijpleidingen en haventerminals voor de aanvoer van energie.

Interne energiemarkt

In het kader van de interne markt begon de Europese Unie in de jaren negentig met de liberalisering van de elektriciteits- en gasmarkt. Daarbij is het beheer van energienetwerken afgesplitst van de verkoop en productie van energie, om zo de concurrentie te verbeteren en vernieuwing te stimuleren. Hoewel de veranderingen burgers moesten verleiden over te stappen naar andere energieleveranciers, blijkt de markt weinig flexibel. Ondanks de liberalisatie van de jaren negentig stappen maar weinig klanten over naar een andere energieaanbieder.

Onderzoek & innovatie

Onderzoek naar alternatieve energie en brandstoffen moet volgens de Commissie worden gestimuleerd en ondersteund. Het Europees strategisch plan voor energietechnologie (2007) moet bijvoorbeeld zorgen voor een technologische ommezwaai via ontwikkelings- en demonstratieprojecten voor nieuwe, innoverende technologieën zoals biobrandstoffen van de tweede en derde generatie, elektriciteitsopslag en duurzame verwarming en verkoeling.

De EU financiert onderzoek naar duurzame en toekomstgerichte energieoplossingen binnen verschillende subsidieprogramma's, waaronder:

Resultaten

Omdat de energie-unie een topprioriteit is van de Commissie-Juncker, wordt er ieder jaar verslag uitgebracht. Daarin wordt gekeken hoeveel vooruitgang er is geboekt en hoe ver de lidstaten zijn. Het laatste verslag bracht de Europese Commissie uit in april 2019. Daarin staat onder andere dat de EU goed bezig is om de doelstelling voor de verminderingen van broeikasgasemissies voor 2020 te halen. Anderzijds moet er meer worden gedaan om de 2020-doelstellingen op het gebied van energie-efficiëntie te bereiken. Het energieverbruik is namelijk toegenomen de laatste jaren. Meer informatie:

4.

Meer informatie

Europese Commissie

Terug naar boven