r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij M Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Werkgroep Juridische Deskundigen IGC

Deze werkgroep van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) 2003/2004 toetste de 465 artikelen uit de ontwerp-Grondwet aan de bestaande verdragen. Daarnaast bekeek de werkgroep welke aanpassingen aan bestaande protocollen behoefden, om te voldoen aan de nieuwe Europese Grondwet.

Verder beoordeelde de werkgroep welke juridische en technische eisen aan sommige "niet-institutionele" onderhandelingspunten moesten worden gesteld (bijvoorbeeld het vraagstuk hoe en op welke wijze het christendom genoemd kan worden), om deze eventueel op te kunnen nemen in de Europese Grondwet.

De juristen in deze werkgroep hielden zich uitdrukkelijk buiten elke politieke discussie. De werkzaamheden zijn uitgemond in een volledige herziening van de ontwerp-Grondwet (in document CIG 50/03) en een lijst met protocollen en verklaringen die aan de Grondwet moeten worden toegevoegd (document CIG 50/03 ADD 1).

De bevindingen van deze werkgroep staan in het documentenoverzicht, onderaan deze tekst.

Inhoud

1.

Lacunes in de ontwerp-Grondwet

De Europese Conventie heeft op 18 juli 2003 de werkzaamheden besloten met de presentatie van een ontwerp-Grondwet. Tijdens de Europese Conventie werden de ontwerp-artikelen beoordeeld door een groep juristen. Tijdens de laatste maanden van de Conventie volgden de artikelversies zich echter in een dusdanig hoog tempo op, dat de juridische toetsing de politieke besluitvorming niet kon bijbenen.

Bij de start van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) (IGC) werd daarom een werkgroep juridische deskundigen geïnstalleerd. De werkgroep presenteerde vlak na de opening van de IGC, op 6 oktober 2003, een volledige herziening van de concept-Grondwet, met bij elk artikel juridisch commentaar (document CIG 4/03, 553 pagina's). Belangrijke problemen die de Werkgroep constateerde in de organisatie van de ontwerp-Grondwet zijn onder meer:

  • In de ontwerp-Grondwet waren onvoldoende juridische waarborgen ingebouwd waarmee bestaande afspraken (vastgelegd in diverse verdragen) konden worden voortgezet.

    Als de nieuwe Grondwet in werking treedt, vervallen alle bestaande verdragen. Met name de Europese Commissie zou dan in een eigenaardige positie gemaneuvreerd worden. De ontwerp-Grondwet stelt voor de Commissie ingrijpend te wijzigen per 1 november 2009. In de tussentijd is niets geregeld, waardoor de Europese Commissie formeel geen bestaansgrond meer zou hebben.

  • De Europese Conventie heeft zich niet gebogen over de 123 protocollen die een integraal onderdeel vormen van de huidige Verdragen. De protocollen variëren thematisch van 'Spaanse octrooien', 'abortus in Malta', en van 'het openbare-omroepstelsel in de lidstaten' tot 'de bescherming en het welzijn van dieren'. Vele protocollen moeten gewijzigd worden om te voldoen aan bepalingen uit de ontwerp-Grondwet.
  • De nummering van de artikelen in de ontwerp-Grondwet kan aanleiding geven tot verwarring. Nu is genummerd per deel (artikel 12 uit Deel II van de grondwet is genummerd als II-12 etc.). De juridische werkgroep heeft een voorkeur voor doorlopende artikelen. Artikel 1 uit Deel I blijft dan Artikel 1, Artikel IV-10 wordt Artikel 465.
  • De juridische deskundigen constateren dat in de vier delen veel herhalingen voorkomen, die niet in dezelfde bewoordingen zijn gesteld. Veel artikelen kennen bovendien onderlinge overlappingen. De huidige ontwerp-Grondwet is in het voorstel van de werkgroep met 12 artikelen ingekort.

2.

Organisatie

De werkgroep Juridische deskundigen IGC is samengesteld uit juridische deskundigen uit de vijftien huidige lidstaten en de tien toetredende lidstaten. Daarnaast zijn Roemenië, Bulgarije, Turkije en het Europees Parlement vertegenwoordigd door waarnemers. Ook vaardigden de juridische diensten van de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie deskundigen af.

De voorzitter van de werkgroep is Jean-Claude Piris. Piris is sinds juni 2001 directeur-generaal van de Juridische dienst van de Raad van de Europese Unie, een invloedrijke functie die hij ook bekleedde tijdens de conferenties die leidden tot het Verdrag van Maastricht (1991) en het Verdrag van Amsterdam (1997). Sinds 1972 is hij met tussenpozen lid geweest van de Franse Raad van State.

In oktober 2003 kwamen de juristen acht keer bijeen, in november zeven keer, en in december 2003 drie keer. In januari en februari 2004 hebben de juristen onder meer gesproken over de herziening van de protocollen bij de Toetredingsverdragen, die de toetreding van Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Spanje, Portugal, Finland, Zweden en Oostenrijk tot de Europese Unie mogelijk maakten.

De groep zal de werkzaamheden waarschijnlijk in april 2004 voltooien, door het protocol bij het toetredingsverdrag van de tien nieuwe lidstaten in lijn met de Europese Grondwet te brengen.

3.

Conclusies

Samengevat zijn de werkzaamheden van de Groep juridische deskundigen weergegeven in de volgende documenten, die samen een volledige ontwerp-Grondwet vormen:

 

Document

Nummer

Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

CIG 50/03

Protocollen bij de oprichting van de Europese Gemeenschap, de EGKS en Euratom (Bijlagen I en II bij het EG-Verdrag, Protocollen van de Europese Conventie; Protocollen bij het EG- en EGA-Verdrag)

CIG 50/03 ADD 1

Protocol betreffende de akten en verdragen houdende aanvulling of wijziging van het EG-Verdrag en het EU-Verdrag en de protocollen bij de toetredingsverdragen van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken (1972), Griekenland (1979), Spanje en Portugal (1985), Zweden, Finland en Oostenrijk (1994), en Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Malta en Cyprus (2003)

CIG 50/03 ADD 2

tekst van [8] verklaringen die gehecht worden aan de slotakte van de intergouvernementele conferentie

CIG 50/03 ADD 3

Overigens is het werk van de juristen hiermee nog niet afgerond. De werkzaamheden van de Groep Juridische Deskundigen had namelijk slechts betrekking op het slotdocument van de Europese Conventie, dat op 18 juli 2003 is gepresenteerd. Als de Europese regeringsleiders en staatshoofden tijdens de Europese top van 17-18 juni 2004 een akkoord bereiken over de Europese Grondwet, dan zal deze Grondwet inhoudelijk op vele tientallen punten zijn gewijzigd ten opzichte van dit slotdocument.

De juristen zullen de vele (tijdens de IGC gewijzigde) artikelen, protocollen en verklaringen opnieuw moeten toetsen op hun juridische houdbaarheid. Het is denkbaar dat dit enkele maanden zal duren.

4.

Voortraject: juridische toetsing tijdens de Europese Conventie

Voordat de Europese Conventie begon met het opstellen van grondwetsartikelen, presenteerde voorzitter Giscard d'Estaing op 28 oktober een raamwerk voor de constitutionele structuur. Binnen dit raamwerk moest een plaats komen voor zowel nieuwe artikelen als bepalingen (al dan niet gewijzigd) uit bestaande verdragen.

Het maken van een goede indeling, waarin zowel nieuwe als bestaande bepalingen een plaats krijgen, bleek een ingewikkelde juridisch-technische operatie. Om het werk van de Conventie niet te belasten met deze technische aspecten, gaf het praesidium op 29 januari 2003 opdracht tot vereenvoudiging van het raamwerk. Deze opdracht werd uitgevoerd door een groep, die was samengesteld uit zes juristen afkomstig van de Juridische Diensten van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie.

Op 13 maart 2003 presenteerde deze groep de conclusies (357 pagina's), op 18 maart aangevuld met een addendum gericht op het Economisch en Monetair beleid (42 pagina's). Deze documenten zijn beslissend geweest voor de definitieve indeling van de concept-grondwet (zie documentenoverzicht onder).

Terug naar boven