r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo man met tas twitter boek

Beleid uitbreiding Europese Unie

Lidstaten EU

Sinds de oprichting van de Europese Unie zijn geleidelijk aan steeds meer landen tot de Unie toegetreden. Het beleid voor uitbreiding bepaalt aan welke criteria landen moeten voldoen om toe te treden. Inmiddels telt de EU 28 lidstaten.

Wanneer een land wil toetreden, kan het bij de Raad een verzoek indienen. Het Europees Parlement moet instemmen met het openen van de onderhandelingen en de Europese Commissie wordt geraadpleegd. Vervolgens moeten alle lidstaten van de EU instemmen om het proces van toetreding te starten.

Landen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om lid te worden van de Unie: de Kopenhagen-criteria. Een toekomstig lid moet bijvoorbeeld een democratische regering hebben, waar goed wordt omgegaan met mensenrechten. Ook moeten minderheden worden beschermd en moet de economie goed functioneren. Tot slot moeten nieuwe lidstaten de Europese regels overnemen.

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Staand beleid

Toetredingscriteria

Landen kunnen niet zomaar toetreden tot de Europese Unie; zij moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze criteria zijn opgesteld door de regeringsleiders van de EU-lidstaten in Kopenhagen in juni 1993. Een toekomstig lid moet:

  • 1. 
    Een stabiele democratie hebben die de rechtsstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de minderheden waarborgt
  • 2. 
    Over een goed functionerende markteconomie beschikken
  • 3. 
    De gemeenschappelijke regels, normen en beleidsmaatregelen aanvaarden die de basis van de EU-wetgeving vormen

In 2006 is daaraan toegevoegd:

  • 4. 
    Toetreding van een land mag het functioneren en ontwikkelen van de EU niet onder druk zetten

Wanneer een land wil toetreden, kan het bij de Raad een verzoek indienen. Het Europees Parlement moet instemmen met het openen van de onderhandelingen en de Europese Commissie wordt geraadpleegd. Vervolgens moeten alle lidstaten van de EU instemmen om het proces van toetreding te starten. De Europese Commissie onderhandelt namens de EU met de kandidaat en evalueert de voortgang van het land bij het vervullen van de criteria.

2.

Mijlpalen

Verloop van uitbreiding

Sinds de oprichting is de Europese Unie stap voor stap verder uitgebreid en mogelijk treden in de toekomst meer Europese landen toe. Hieronder een overzicht van het verloop:

jaar

nieuwe deelnemers

aantal landen

1951

Start met: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland

6

1973

Denemarken, Ierland, Verenigd Koninkrijk

9

1981

Griekenland

10

1986

Portugal, Spanje

12

1995

Finland, Oostenrijk, Zweden

15

2004

Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus, Malta

25

2007

Bulgarije, Roemenië

27

2013

Kroatië

28

nnb: nog niet bekend

De Europese Unie is door de jaren heen sterk gegroeid. De voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, is in 1951 opgericht door zes landen in West-Europa. Tussen 1973 en 2004 traden nog eens negen laden toe.

De uitbreiding van de Unie in 2004 was een ingrijpende gebeurtenis voor alle belangrijke EU-organen. De Europese Unie werd in 2004 uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten. De tien nieuwe lidstaten waren: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Naar aanleiding van de uitbreiding veranderde de personele samenstelling en het aantal leden van instellingen als het Europees Parlement, het Europees Hof van Justitie, de Europese Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Ook de stemverhoudingen in de Raad van de Europese Unie veranderden door de toetreding van nieuwe lidstaten. De uitbreiding had ook grote gevolgen voor Europese Commissie, omdat elke nieuwe lidstaat ook een eurocommissaris ging leveren.

Na deze uitbreiding lagen de prioriteiten vooral bij het verbeteren van de levensstandaard van de nieuwe lidstaten, die in alle gevallen onder het EU-gemiddelde lag. De economische gevolgen van de uitbreiding waren groot. Door de uitbreiding is de interne markt groter geworden, en dit gaf zowel de nieuwe als de oude lidstaten een impuls.

Bulgarije en Roemenië zijn op 1 januari 2007 lid geworden van de EU. Zij waren in 2004 nog niet klaar om toe te treden. Kroatië werd op 1 juli 2013 lid van de Europese Unie.

In de Balkan zijn Noord-Macedonië, Servië, Montenegro en Albanië kandidaat-lidstaten. Kosovo en Bosnië en Herzegovina hebben de status van potentieel kandidaat-lidstaat. Voordat deze landen lid kunnen worden, moeten ze hun grensgeschillen bijleggen en meer doen om corruptie en misdaad te bestrijden.

IJsland vroeg in 2009 het lidmaatschap aan en de toetredingsonderhandelingen begonnen vrijwel meteen; in 2013 werden deze onderhandelingen echter gestopt door de regering van premier Gunnlaugsson. In navolging hierop, kondigde IJsland op 12 maart 2015 aan niet opnieuw te willen onderhandelen over toetreding tot de Europese Unie.

Turkije vroeg in 1987 lidmaatschap aan. De officiële onderhandelingen werden pas in 2005 geopend, maar de onderhandelingen bleven lange tijd stilliggen. Met de deal van de vluchtelingencrisis heropende de EU de gesprekken in 2015. De EU bleef bezorgd over de Turkse rechtstaat. Na de mislukte staatsgreep door een deel van het Turkse leger wilde president Erdogan de doodstraf herinvoeren.

De Nederlandse Europarlementarïer Kati Piri presenteerde op 14 november 2018 haar rapport waarin staat dat de Europese Unie de gesprekken met Turkije over toetreding formeel zou moeten schorsen. In maart 2019 stemde een meerderheid van het Europees Parlement voor opschorten van de besprekingen.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie een rol. De besluitvorming verloopt volgens de instemmingsprocedure.

Een land vraagt het lidmaatschap aan bij de Raad. Als er onderhandelingen over toetreding komen, worden deze gevoerd door de Commissie. De voorwaarden waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen worden vastgelegd in een akkoord tussen de EU en de kandidaat-lidstaat. De Europese Raad heeft een aantal criteria voor toetreding vastgesteld waar een kandidaat-lidstaat in elk geval aan moet voldoen.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor uitbreiding en nabuurschapsbeleid

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementscommissie Buitenlandse Zaken

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ)

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Stef Blok (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA)

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Europese Zaken (EUZA)

Omdat bij toetreding van een nieuwe lidstaat de verdragen moeten worden aangepast, moet elke lidstaat afzonderlijk de toetreding goedkeuren. Elke lidstaat volgt hierin de eigen gangbare procedure. In Nederland beslist het parlement.

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Uitbreiding (ELARG)

4.

Juridisch kader

Uitbreiding van de Europese Unie vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU):

  • beleid uitbreiding: VEU titel VIII artikel 49

5.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Betrokken instanties

Terug naar boven