r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europees Openbaar Ministerie fraudezaken (EOM)

EU-vlag en Vrouwe Justitia (Europees Openbaar Ministerie)

Zeventien EU-lidstaten gaan nauwer samenwerken in een Europees Openbaar Ministerie voor fraudezaken. Nederland heeft gekozen om niet deel te nemen aan de nauwere samenwerking. Het Europees Openbaar Ministerie zal in de zeventien EU-lidstaten onderzoek kunnen gaan doen naar fraude met EU-gelden.

Het Europees Parlement sprak 3 jaar eerder, op 12 maart 2014, steun uit voor het voorstel van de Europese Commissie om een Europees Openbaar Ministerie (EOM) op te richten om fraude met Europees geld te voorkomen. Veel lidstaten hadden bezwaar tegen de eerste opzet. Nationale parlementen, waaronder zowel de Nederlandse Eerste als de Tweede Kamer, trokken hierom een gele kaart.

Hierop kwam de Commissie met een nieuw voorstel. De Nederlandse regering ging in november 2016 wel akkoord met dit aangepaste voorstel. De Tweede Kamer was echter niet akkoord met het voorstel. Dit betekende dat Nederland geen goedkeuring voor het Europees Openbaar Ministerie kon geven in Brussel.

Delen

Inhoud

1.

Voorstel Europees Openbaar Ministerie

De Europese Commissie kwam in juli 2013 met het voorstel een Europees Openbaar Ministerie op te richten om fraude met Europees geld te voorkomen. Het initiatief moet de huidige inefficiënte aanpak van fraude met EU-gelden verbeteren. De EU heeft geen bevoegdheid om nationale openbare ministeries onderzoeken in te laten stellen. De situatie is nu nog zo dat de inspanningen van aanklagers voor zaken betreffende EU-gelden in de verschillende lidstaten wijd uiteenlopen.

Jaarlijks spelen circa 2.500 zaken rond het EU-budget, minder dan de helft daarvan kan worden opgevolgd met concrete juridische stappen. Daarvan leidt vervolgens maar 42,3 procent van de gevallen tot een veroordeling. Dit terwijl naar schatting jaarlijks voor 500 miljoen euro wordt gefraudeerd met EU-gelden. Een Europees Openbaar Ministerie moet dit probleem verhelpen.

In maart 2014 keurde het Europees Parlement een eerste voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie goed, maar 19 nationale parlementen hadden twijfels en spraken zich uit tegen de komst van een Europees Openbaar Ministerie. Omdat genoeg parlementen tegen het voorstel waren - een kwart van de nationale parlementen volstond in dit geval - werd er een gele kaart getrokken.

Het gevolg hiervan was dat de Europese Commissie het voorstel opnieuw in overweging moest nemen.

In het nieuwe voorstel spelen lidstaten een grotere rol bij de organisatie het Europees Openbaar Ministerie. Een meerderheid van de lidstaten ging in juni 2015 akkoord over de opzet van de organisatie van het Europees Openbaar Ministerie.

Het Nederlandse EU-voorzitterschap heeft in de eerste helft van 2016 een voorstel gedaan voor een aantal aanpassingen voor het rechterlijk toezicht op het Europees Openbaar Ministerie:

  • het EOM wordt gecontroleerd door nationale rechtbanken op basis van nationaal recht
  • nationale rechters kunnen het Europees Hof van Justitie vragen te beoordelen of het handelen van het EOM rechtmatig is op basis van het EU-recht
  • nationale rechters kunnen het Hof ook vragen uitleg te geven in geschillen tussen het EOM en nationale autoriteiten over de bevoegdheid van de rechter
  • in een beperkt aantal gevallen (onder andere als het gaat om bescherming van gegevens en toegang tot documenten) hebben individuele betrokkenen een direct beroepsrecht tegen het EOM bij het Hof

Dit voorstel is in het najaar van 2016 door de Raad besproken. Tijdens een vergadering van de Raad Algemene Zaken in februari 2017 bleek dat er geen unanimiteit onder de EU-lidstaten voor de oprichting van een Europees OM is. Zweden blokkeerde het voorstel.

De Europese Raad heeft het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie besproken tijdens de vergadering van maart 2017. De conclusie van deze vergadering is dat het pad nu geëffend is voor nauwere samenwerking tussen 17 lidstaten die het voorstel steunen. Het voorstel zal nu teruggaan naar het Europees Parlement voor de laatste stemming.

2.

Weerstand in de Nederlandse politiek

Binnen de Nederlandse politiek bestond aanvankelijk weerstand tegen het voorstel van de Europese Commissie. Verschillende partijen vonden dat een Europees Openbaar Ministerie in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel. Om het bezwaar tegen het voorstel aan de Commissie kenbaar te maken stuurden zowel de Tweede als de Eerste Kamer een subsidiariteitsbezwaar naar de Commissie. De Tweede Kamer stemde op 10 oktober 2013 in met de verzending van dat bezwaar en de Eerste Kamer op 15 oktober.

Het kabinet meldde in november 2016 achter het aangepaste voorstel voor oprichting van het EOM te staan. De Tweede Kamer was echter niet akkoord met het voorstel. Dit betekende dat Nederland geen goedkeuring voor het Europees Openbaar Ministerie kon geven in Brussel.

3.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven