Subsidies van de Europese Unie 2014-2020

Eurobiljetten

Een aanzienlijk deel van de uitgaven van de Europese Unie is bestemd voor subsidieregelingen, fondsen en andere financieringsmogelijkheden voor onder meer bedrijven, overheden en onderzoekers. Deze zijn bedoeld om de doelstellingen te realiseren die zijn vastgesteld voor de verschillende beleidsterreinen van de EU. 

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Veranderingen

In 2014 is een nieuwe meerjarenbegroting ingegaan, die zal lopen tot en met 2020. Over de meeste financieringsmogelijkheden is in de loop van 2013 overeenstemming bereikt, maar door de langslepende onderhandelingen over de meerjarenbegroting 2014-2020 zal over sommige regelingen pas in de loop van 2014 besloten worden. Sommige fondsen, subsidieprogramma's en financiële instrumenten uit de periode 2007-2013 zijn verdwenen, samengevoegd, of worden op een andere manier gefinancierd. Ook zijn er financieringsmogelijkheden bij gekomen, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

Hieronder vindt u een overzicht van financieringsmogelijkheden voor de periode 2014-2020, voor zover deze al bekend zijn.

2.

Financiering van de subsidies

De subsidies die de Europese Unie verleent zijn meestal bedoeld als co-financiering. Dit wil zeggen dat de EU-lidstaten in de meeste gevallen minimaal 50 procent van de kosten zelf voor hun rekening moeten nemen, het overige deel wordt door de EU betaald.

Financiering van projecten kan via twee wegen lopen:

3.

Aanvragen van subsidies

Subsidies kunnen op verschillende manieren worden aangevraagd, afhankelijk van de regeling. De aanvraag kan bij de nationale overheid, het nationale bureau van de Europese Commissie, of direct bij de Europese Commissie worden ingediend. De Commissie brengt jaarlijks verslag uit over de toewijzing van Europese gelden aan de verschillende lidstaten.

In de meeste gevallen vindt u beknopte informatie over het verkrijgen van subsidies en leningen bij de regelingen in onderstaand overzicht.

4.

Structuurfondsen

Met geld uit de structuurfondsen verkleint de Europese Unie de welvaartsverschillen tussen de regio's en tussen de lidstaten onderling. Dit past binnen het regionaal beleid. De structuurfondsen vormen ongeveer een derde van de EU-begroting.

EFRO

Dit is een van de Europese structuurfondsen. Het fonds is bedoeld om de belangrijkste economische onevenwichtigheden tussen de Europese regio's terug te dringen. Hiermee sluit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) aan bij de doelstellingen van het Europese regionale beleid. Om deze doelstellingen te bereiken financiert het fonds programma's voor de ontwikkeling en structurele aanpassing van achtergebleven regio's en voor de omschakeling van regio's met afnemende industriële activiteit.

ESF

Dit is een van de Europese structuurfondsen. Het fonds is opgericht om het vinden van werk en het overstappen naar een nieuwe baan makkelijker te maken. Het Europees Sociaal Fonds (ESF) stelt met name geld ter beschikking om werklozen en gehandicapten aan betere of nieuwe banen te helpen.

Cohesiefonds

Dit is een van de Europese structuurfondsen. Het fonds is bedoeld om EU-lidstaten te ondersteunen waar het bruto nationaal inkomen (BNI) per inwoner onder de 90 procent van het EU-gemiddelde ligt. Via het Cohesiefonds streeft de Europese Unie ernaar om economische en sociale achterstanden weg te werken en de economische situatie in de desbetreffende landen te stabiliseren.

5.

Landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij

De twee landbouwfondsen uit de meerjarenbegroting 2007-2013 blijven operationeel. Het Europees Visserijfonds zal plaatsmaken voor het nieuwe Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij.

Europees Garantiefonds voor de Landbouw

Dit Europese steunfonds is één van de pijlers van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie (EU). Het GLB werd tot 2007 gefinancierd uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL). Sinds 1 januari 2007 is dit vervangen door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Het ELGF is bedoeld om de marktmaatregelen van het GLB, bijvoorbeeld de inkomenssteun aan boeren, te financieren. Het ELFPO is bestemd voor de financiering van programma's voor plattelandsontwikkeling.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling

Dit fonds heeft tot doel het vergroten van het concurrentievermogen van de Europese land- en bosbouw, het verbeteren van milieubeheer en het verbeteren van sociale en economische leefomstandigheden in plattelandsgebieden. Daarnaast wordt het fonds ingezet bij het steunen van plannen voor het ontwikkelen van specifieke plattelandsgebieden en het geven van technische bijstand.

LEADER

CLLD ('Door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling') is een onderdeel van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Middels deze werkwijze wordt de toepassing van kwalitatief hoogwaardige strategieën voor duurzame ontwikkeling aangemoedigd. Daarnaast worden partnerschappen en netwerken voor de uitwisseling van ervaringen gestimuleerd.

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

Dit fonds moet bijdragen aan de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid en moet vissers en kustgemeenschappen helpen bij de overgang naar duurzame visserij en een diverse economie. Het EFMZV is de opvolger van het Europese Visserijfonds (EVF). In totaal wordt er 6,5 miljard euro voor het fonds uitgetrokken in de periode van 2014-2020.

6.

Onderzoek en technologie

De op EU-niveau ondernomen onderzoeksactiviteiten en de financiering ervan worden sinds 1984 georganiseerd in het kader van meerjarenprogramma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. In de loop van de tijd zijn de begrotingen voor die programma's aanzienlijk toegenomen: van 3,3 miljard euro voor het eerste kaderprogramma (1984-1987) tot 50,5 miljard voor het zevende kaderprogramma (2007-2013). Voor het Achtste Kaderprogramma (Horizon 2020) hebben de Raad en het Europees Parlement een akkoord bereikt dat voorziet in een budget van ongeveer 70 miljard euro.

In 2014 is het Achtste Kaderprogramma voor Onderzoek (Horizon 2020) van start gegaan. Binnen Horizon 2020 bestaan meerdere programma's, zoals de Marie Skłodowska-Curie-acties en COSME. Om het aanvragen van subsidies te stroomlijnen is in juli 2011 een website opgezet. Op dit Research & Innovation Participant Portal zijn sinds december 2013 de eerste oproepen voor projectvoorstellen op het gebied van onderzoek en technologie voor Horizon 2020 in te zien.

Horizon 2020

Het achtste kaderprogramma voor onderzoek (KP8), dat loopt van 2014-2020, heeft als doel het Europese beleid op het gebied van onderzoek en innovatie beter af te stemmen op de economische en sociale ambities van de Europese Unie zoals geformuleerd in de EU 2020-strategie. Omdat KP8 de EU 2020-doelstelling van de 'Innovatie-Unie' dient te verwezenlijken, is besloten om het achtste kaderprogramma voor onderzoek te hernoemen tot 'Horizon 2020'.

Een selectie van subsidieprogramma's, instrumenten en initiatieven onder Horizon 2020:

Programma voor onderzoek en opleiding van Euratom

Het Programma voor onderzoek en opleiding van Euratom is een onderzoeks- en trainingsprogramma dat beoogt de nucleaire veiligheid te bevorderen en op een veilige manier onderzoek te doen naar alternatieve energiebronnen. De looptijd is van 2014 tot en met 2018. Dit programma is een aanvulling op Horizon 2020, het achtste kaderprogramma voor onderzoek van de Europese Unie.

Marie Skłodowska-Curie-acties

Dit programma (tot 2014 Programma training en mobiliteit van onderzoekers - TMR ) kent beurzen toe aan onderzoeksorganisaties die onderzoekers ontvangen om een project uit te voeren. De onderzoeker moet afkomstig zijn uit een land dat deelneemt aan het MSCA-programma. De beurzen staan bekend als de 'Marie Curie-beurzen'.

Erasmus voor jonge ondernemers

Dit uitwisselingsprogramma voor jonge ondernemers biedt nieuwe en aspirant-ondernemers de kans te leren van ervaren collega's in het buitenland. De ontvangende ondernemer profiteert op zijn beurt van nieuwe ideeën en perspectieven op zijn bedrijf en legt contacten in nieuwe markten.

MKB-instrument

Dit is een nieuw financieringsinstrument onder Horizon 2020, speciaal gericht op het MKB. Het verwachte budget over de periode 2014-2020 bedraagt ten minste 3 miljard euro. Het nieuwe instrument is geïnspireerd op het Amerikaanse SBIR-model (Small Business Innovation Research ), ingesteld in de jaren 80 om technologische innovatie in het MKB te stimuleren.

COSME

Het programma voor het Concurrentievermogen van ondernemingen en MKB-bedrijven (COSME) beoogt initiatief van ondernemers te stimuleren en daardoor het concurrentievermogen van de Europese markt te vergroten. Dit programma bouwt voort op het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). Het budget voor de periode 2014-2020 bedraagt 2,3 miljard euro.

Fit for Health

Dit onderzoeksprogramma is ingesteld tijdens het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek (FP7) en maakt vanaf 2014 onderdeel uit van Horizon 2020, onder de pijler Maatschappelijke uitdagingen. Het programma is bedoeld voor mkb-bedrijven die in internationaal verband werken aan onderzoek op het gebied van volksgezondheid.

Financieringsfaciliteit met risicodeling

Deze financieringsfaciliteit van de Europese Investeringsbank(EIB) en de Europese Commissie is bedoeld om onderzoek, ontwikkeling en innovatie te steunen. De financieringsfaciliteit moet garanties bieden aan financiers van kredieten en privaat vermogen en verzorgt daarnaast directe leningen van de Europese Investeringsbank of het Europese Investeringsfonds aan onder meer (middel)grote bedrijven en kennisinstellingen. Doordat de financiële risico's worden gedeeld kunnen publieke en private partijen de onderzoek- en innovatieactiviteiten goedkoper financieren.

Gezamenlijke technologie-initatieven

Om de onderzoeksagenda van de Europese Unie beter af te stemmen op de wensen van het bedrijfsleven, kan de industrie het initiatief nemen voor een gezamenlijk technologie-initiatief (Joint Technology Initiative) , een samenwerkingsverband van publieke en private partijen die samen een onderzoeksprogramma uitvoeren.

Gezamenlijke programma's met lidstaten

Deze programma's, ook wel 'Artikel 185-initiatieven' komen voort uit artikel 185 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU). Dit artikel luidt als volgt:

COST

Dit Europese intergouvernementele raamwerk heeft als doel om de vorming van internationale netwerken tussen onderzoekers te bevorderen. COST draagt bij aan de doelstellingen van het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 en de voorloper daarvan, het zevende kaderprogramma voor onderzoek. Voor de periode 2007-2013 beschikte COST over een budget van 250 miljoen euro. COST heeft de EU verzocht om een verdubbeling van het budget naar 560 miljoen euro binnen de meerjarenbegroting 2014-2020.

EUREKA

Dit intergouvernementele netwerk is in 1985 opgericht om marktgerichte activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie te stimuleren. EUREKA bestaat uit 41 leden, waaronder alle lidstaten van de Europese Unie en de Europese Unie zelf, die in het netwerk wordt vertegenwoordigd door de Europese Commissie.

7.

Onderwijs en beroepsopleiding

In de meerjarenbegroting 2014-2020 is een aantal oude onderwijsprogramma's samengevoegd. Het programma Een Leven Lang Leren, Erasmus Mundus, Jeugd in Actie, de 6 deelprogramma's Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci, Grundtvig, Transversaal programma en Jean Monnet en de acties op het gebied van sport zijn samengevoegd onder de noemer Erasmus+. Erasmus+ is de nieuwe naam voor alle onderwijsacties van de Europese Commissie. Alleen het Jean Monnet-programma wordt onder die naam gehandhaafd, maar valt organisatorisch onder Erasmus+.

Erasmus+

Erasmus+
Bron: Iers Voorzitterschap van de Europese Unie

Dit programma is de opvolger van het subsidieprogramma voor onderwijs 'Een Leven Lang Leren' en loopt van 2014 tot en met 2020. Het EU-programma Erasmus+ voor onderwijs, opleiding, jongeren en sport beantwoordt aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie: bijdragen aan groei en welvaart voor individu en samenleving door te investeren in mensen. Het programma heeft een totale begroting van 14,7 miljard euro. Voor het jaar 2014 is 1,8 miljard euro beschikbaar.

Jean Monnet

Dit programma van de Europese Unie heeft tot doel de kennis over de Europese integratie te verbeteren. Met Europese integratie wordt bedoeld de totstandkoming van de Europese samenwerking en de institutionele, juridische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen die daarbij komen kijken.

Europees Jeugdfonds

Dit fonds is in 1972 opgericht door de Raad van Europa en heeft als doel Europese jongerenactiviteiten financieel te steunen. Het gaat om activiteiten ter bevordering van vrede, begrip en samenwerking, waarbij respect voor mensenrechten, democratie, tolerantie en solidariteit centraal staat.

8.

Handel

EU Gateway Programme

Dit programma is bedoeld voor Europese bedrijven die willen exporteren naar Japan of Korea. Het EU Gateway Programme organiseert handelsmissies en ondersteunt bedrijven met voorlichting over lokale regelgeving en culturele verschillen die een rol spelen bij internationaal zakendoen.

9.

Milieu

Het belangrijkste programma van de Europese Unie op het gebied van milieu is LIFE. Dit is de opvolger van het programma LIFE+ (2007-2013).

LIFE

Dit instrument is de opvolger van Life+ voor de periode 2014-2020 en heeft als doel een belangrijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een beter milieubeleid. Tevens wil het praktijken ontwikkelen om biodiversiteitsverlies te stoppen en ecosystemen te herstellen.

EU-mechanisme voor civiele bescherming

Doel van dit mechanisme is het ondersteunen, coördineren en aanvullen van initiatieven van lidstaten op het gebied van burgerbescherming in geval van natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties in het algemeen. Met het mechanisme wordt hulp vanuit 31 Europese landen gefaciliteerd en gecoördineerd. Naast de 28 EU-lidstaten, nemen ook Noorwegen, Liechtenstein en IJsland deel aan het mechanisme.

Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (RFCS)

Dit Europese fonds ondersteunt onderzoeksprojecten in de sectoren kolen en staal. Het gaat hierbij onder meer om ondersteuning voor productieprocessen, toepassing, gebruik en omzetting van hulpbronnen, veiligheid op het werk, milieubescherming en het terugdringen van CO2-emissies.

10.

Energie, vervoer en telecommunicatie

Op het gebied van energie en infrastructuur (o.a. Trans-Europese Netwerken) kent de Europese Unie onder meer de volgende financieringsfaciliteiten:

Intelligente Energie voor Europa III

Het programma Intelligente Energie voor Europa III (IEE III) wordt de opvolger van IEE II. Het subsidieprogramma heeft als doelstelling duurzame energie te bevorderen en aan te sporen tot energie-efficiëntie, daarmee (voor zover bekend) dezelfde richtlijnen volgend als zijn voorganger. Op dit moment is er nog geen sprake van een vastomlijnd Commissievoorstel. Wel zijn er de aanbevelingen die voortvloeien uit het consultatierapport voor IEE III.

NER300-programma

Dit programma is bedoeld voor innovatieve demonstratieprojecten met koolstofarme energie en is wereldwijd gezien een van de omvangrijkste financieringsprogramma's in zijn soort. Het programma is bedoeld als katalysator voor milieuvriendelijke technologieën en moet commerciële exploitatie van onder meer CO2-afvang en -opslag en hernieuwbare energiebronnen in de Europese Unie dichterbij brengen.

ELENA

Dit is een subsidie waarmee lokale overheden een projectplan kunnen uitwerken voor een grote investering op het gebied van klimaat en duurzame energie. 90 procent van de kosten voor uitwerking worden vergoed.

Europees Energie Efficiëntie Fonds

Dit fonds is gelanceerd door de Europese Commissie op 1 juli 2011 als onderdeel van het Europees Energieprogramma voor Herstel (EEPR). Het EEEF is opgericht als ondersteuning bij het verwezenlijken van de klimaat- en energiedoelstellingen. Dit wordt gedaan door middel van investeringen in energiebesparende, energie-efficiënte en hernieuwbare energieprojecten. Deze projecten zijn met name gericht op stedelijke gebieden waar ten minste 20 procent energie bespaard kan worden of waar de CO2-uitstoot kan worden verminderd.

Financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen ('Connecting Europe Facility')

Met deze faciliteit, ook wel de 'Connecting Europe Facility' genoemd, wil de Europese Commissie tussen 2014 en 2020 minstens 29,3 miljard euro investeren in een beter Europees vervoers-, energie- en digitaal netwerk. Hiermee hoopt de Commissie banen te creëren en het concurrentievermogen van de Europese Unie te vergroten. Door betere verbindingen en het bevorderen van gebruik van hernieuwbare energiebronnen moet de Europese economie ook groener worden. De  financieringsfaciliteit maakt deel uit van de EU2020-strategie.

NAIADES II

Dit actieprogramma voor de binnenscheepvaart is de opvolger van NAIADES (2006-2013) en van start gegaan op 1 januari 2014. Doel van het programma is versterking van de binnenvaartsector in Europa. De Nederlandse Europarlementariër Corien Wortmann-Kool (CDA) is rapporteur voor het programma.

Copernicusprogramma

Het Copernicusprogramma is een Europees systeem voor het in beeld brengen van de aarde. Het programma bestaat uit verschillende complexe systemen die data verzamelen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van satellieten en meetstations op de grond en in de zee.

11.

Cultuur

Vanaf 2014 zijn de afzonderlijke programma's CULTUUR (t/m 2013), MEDIA (t/m 2013) en MEDIA Mundus (t/m 2013) samengevoegd in het nieuwe programma Creatief Europa. Het programma Europa voor de Burger blijft bestaan.

Creatief Europa

In 2014 zijn de Europese subsidieprogramma's CULTUUR 2007, MEDIA 2007 en MEDIA Mundus verder gegaan als één programma: Creatief Europa. Het belangrijkste doel blijft het stimuleren van de cultuursector. Het nieuwe programma loopt van 2014 tot en met 2020 en krijgt een budget van 1,46 miljard euro.

Europa voor de burger

Dit programma is een initiatief waarmee de Europese Unie burgers actief wil maken voor de Europese samenleving. Burgers die actief bezig zijn met de Europese integratie zorgen ervoor dat meer kennis is van, en meer begrip voor de samenwerking van de Europese landen.

12.

Consumentenbescherming en volksgezondheid

Derde Actieprogramma Volksgezondheid

Dit programma (EN: "Health for Growth") heeft als doel de burger te helpen langer gezond te blijven en de zorgstelsels binnen de EU-lidstaten beter af te stemmen op de economische en demografische ontwikkelingen. Het programma loopt van 2014 tot en met 2020 en sluit aan op de Europa 2020-strategie.

Consumentenprogramma

Dit programma ondersteunt het consumentenrechtenbeleid van de EU en heeft als doel consumenten een centrale positie te geven in de interne markt en ze in staat te stellen daar ook actief aan deel te nemen. Het programma loopt van 2014 tot 2020 en heeft een budget van € 188 miljoen.

Betere opleiding voor veiliger voedsel

Dit programma (EN: Better Training for Safer Food ) is ingesteld door de Europese Commissie om ambtenaren in (kandidaat-)lidstaten te trainen in voedsel- en levensmiddelenrecht en regelgeving rond diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. Het doel is om deelnemers op de hoogte te houden over de actuele wet- en regelgeving op deze gebieden en te zorgen voor efficiënte en geharmoniseerde controles.

13.

Sociaal beleid

Het huidige Progress-programma voor werkgelegenheid en sociale zaken, de Progress-microfinancieringsfaciliteit voor kleine ondernemingen en het EURES-samenwerkingsverband voor vrij verkeer van werknemers worden voortgezet binnen het nieuwe Europees Programma voor Werkgelegenheid en Sociale Innovatie. Daarnaast bestaan op dit terrein het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, het Fonds voor Europese hulp aan minstbedeelden en het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief.

Europees Programma voor Werkgelegenheid en Sociale Innovatie (EaSI)

Dit EU-programma dient ter ondersteuning van het sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de EU. Het EaSI heeft als doel het coördineren en testen van innovatief beleid en het uitwisselen van 'best practices', zodat de maatregelen die het meest succesvol blijken te zijn in een breder verband kunnen worden toegepast met steun vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

Dit fonds van de Europese Unie heeft als doel om werknemers te helpen herintegreren in de arbeidsmarkt nadat ze werkloos zijn geworden als gevolg van een veranderende markt door globalisering. In het algemeen moet het Europees Fonds voor aanpassing aan de Globalisering (EFG) bijdragen aan het stimuleren van de economie en banengroei in de EU. Het EFG heeft een jaarlijkse begroting van 150 miljoen euro voor de periode van 2014-2020.

Fonds voor Europese hulp aan minstbedeelden

Dit fonds heeft als doel om, via partnerorganisaties, voedsel, kleding en andere essentiële goederen aan de minstbedeelden te verstrekken. Vanaf 1 januari 2014 vervangt dit fonds het Europees steunprogramma voor de armen. Voor de periode 2014-2020 zit een bedrag van 3,5 miljard euro in het fonds. De Europese Commissie en de lidstaten wilden dit echter terugbrengen tot 2,5 miljard, maar in november 2013 kwamen Raad en het Europees Parlement toch overeen het budget te handhaven op 3,5 miljard euro. De officiële instemming volgde op 25 februari 2014 door het Parlement en op 10 maart 2014 door de Raad van Ministers. De verordening is op 12 maart gepubliceerd, op dezelfde dag in werking getreden en sinds 1 januari 2014 van toepassing.

Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief

Dit is een programma van de Europese Unie om de jeugdwerkloosheid in de EU-lidstaten aan te pakken.

Het budget voor de periode 2014-2020 is vastgesteld op 6 miljard euro. Daarvan komt 3 miljard euro uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Het grootste deel van dit budget zal in 2014 en 2015 besteed worden om de opgelopen jeugdwerkloosheid direct aan te pakken en voor opleidingen en stages te zorgen.

De vaste voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy liet in juli 2013 weten dat het budget, indien nodig, opgehoogd kan worden tot 8 miljard euro.

14.

Justitie en asiel

Het Europees vluchtelingenfonds II en het Programma veiligheid en waarborging van vrijheden zijn beëindigd. In plaats daarvan zijn het Asiel- en Migratiefonds en het Fonds voor Interne Veiligheid opgezet. Daarnaast is in 2014 een nieuw Justitieprogramma gestart ter versterking van de Europese samenwerking op dit gebied. Daarnaast is er het Programma Rechten en Burgerschap, dat EU-burgers bewust moet maken van de rechten die zij kunnen ontlenen aan het EU-burgerschap.

Asiel- en Migratiefonds (AMF)

Voor de periode 2014-2020 is voorzien dat de huidige vier migratiefondsen (Integratiefonds, Terugkeerfonds, Vluchtelingenfonds en Buitengrenzenfonds) niet meer terugkeren, en dat er twee fondsen voor in de plaats komen: het Asiel- en Migratiefonds (AMF) en het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF). Het AMF schrijft voor wat lidstaten minimaal moeten besteden aan asiel- en migratiebeleid. Het ISF is gericht op het bevorderen van grensbewaking en visummanagement. Ook wordt het totale budget verhoogd.

Op 13 maart 2014 stemde het Europees Parlement in met zowel het Asiel- en Migratiefonds als het Fonds voor Interne Veiligheid. Het budget voor het AMF voor de periode 2014-2020 is gesteld op 3,1 miljard euro, waarvan lidstaten in totaal 2,4 miljard euro ontvangen. Ten minste 20 procent van dit bedrag moet worden besteed aan migratie.

Fonds voor Interne Veiligheid (ISF)

In de periode 2014-2020 keren de vier migratiefondsen uit de voorafgaande periode (Integratiefonds, Terugkeerfonds, Vluchtelingenfonds en Buitengrenzenfonds) niet meer terug. Er zijn twee fondsen voor in de plaats gekomen: het Asiel- en Migratiefonds (AMF) en het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF).

Het budget voor de periode 2014-2020 voor het ISF - inclusief nieuwe, grootschalige IT-systemen - is gesteld op 4,65 miljard euro.

Op 13 maart 2014 stemde het Europees Parlement in met zowel het Asiel- en Migratiefonds als het Fonds voor Interne Veiligheid. Aan het ISF is tot 2020 in totaal een bedrag van 2,8 miljard gemoeid. Dit geld wordt besteed aan grenscontroles, een verbetering van infrastructuur bij grenzen, en nieuwe IT-systemen die worden gebruikt voor het European Border Surveillance System (EUROSUR).

Programma Justitie

Met het Programma Justitie voor de periode 2014-2020 beoogt de Europese Commissie de samenwerking op het gebied van justitie in de EU te versterken. De hoofddoelen van het programma zijn het bevorderen van een efficiënte, samenhangende en consequente toepassing van EU-wetgeving, het vergroten van de toegankelijkheid tot justitie en de vraag naar en productie van verdovende middelen een halt toeroepen. Voor het programma is €472 miljoen begroot.

Programma Rechten en Burgerschap

Dit programma moet EU-burgers helpen bij de bewustwording over de rechten die zijn kunnen ontlenen aan het EU-burgerschap. Het gaat dan onder meer om antidiscriminatieregels, bescherming van hun persoonsgegevens, kinderrechten en rechten die voortvloeien uit de werking van de interne markt (zoals consumentenbescherming en antikartelwetgeving).

Het programma sluit onder meer aan bij een overeenkomstig programma voor de jaren 2007-2013, en bij de onderdelen antidiscriminatie en diversiteit, alsmede het onderdeel gendergelijkheid van Progress.

15.

Fraudebestrijding

Pericles 2020

Het programma Pericles 2020 is een uitwisselings‑, bijstands‑ en opleidingsprogramma om de bescherming van eurobankbiljetten en ‑munten in Europa en de rest van de wereld te verbeteren. Het maakt deel uit van de fraudebestrijdingsprogramma's van de EU en is de opvolger van het Pericles-actieprogramma 2002-2013.

Het programma heeft een budget van 7,7 miljoen euro voor de periode van 2014-2020.

Hercules III

Het programma Hercules III is gericht op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de EU schaden. Hercules III is op 1 januari 2014 in werking getreden voor de periode 2014-2020 en is de opvolger van Hercules II, dat tot en met 2013 liep.

Douane 2020

Dit programma moet de samenwerking tussen de douanediensten van de deelnemende landen helpen bevorderen. Het is vooral bedoeld om de handel te bevorderen en douaneprocedures te vereenvoudigen en versnellen. Douane 2020 is nodig om de Europese dimensie van douanewerk te onderstrepen en daarmee blokkades weg te nemen voor de interne markt.

Het Douane 2020 programma heeft een budget van € 547,3 miljoen en start op 1 januari 2014. Het programma zal lopen tot 2020.

Fiscalis 2020

Dit programma moet de samenwerking tussen de belastingdiensten in de deelnemende landen helpen bevorderen. Het is vooral bedoeld om de verschillende belastingsystemen van de 28 EU-lidstaten goed naast elkaar te laten functioneren om belastingfraude te voorkomen en de interne markt te versterken.

Het Fiscalis 2020 programma heeft een budget van € 234,3 miljoen en start op 1 januari 2014. Het programma zal lopen tot 2020.

Europees Statistisch Programma

Dit is het financieringsprogramma voor activiteiten op het gebied van Europese statistieken. Het ESP vervangt sinds 2013 het Gemeenschappelijk Statistisch Programma en loopt door tot 2018. Statistieken moeten de uitleg van het EU-beleid ondersteunen. Voor deze periode van vijf jaar is een budget vastgesteld van 299,4 miljoen euro, waarvan 57,3 miljoen voor de programmeringsperiode 2007-2013 en 242,1 miljoen voor de periode 2014-2017.

16.

Stedelijke en regionale ontwikkeling

Het programma URBACT II voor de ontwikkeling van stedelijke netwerken wordt opgevolgd door URBACT III. Speciale vormen van steun door de faciliteiten JASPERS, JEREMIE, JESSICA en JASMINE blijven bestaan. Het programma voor Europese Territoriale Samenwerking (INTERREG), ondersteund door INTERACT, wordt met een sterk verhoogd budget voortgezet.

URBACT III

Logo URBACT

Dit programma van de Europese Unie loopt van 2014 tot en met 2020 en heeft als doel het ontwikkelen van stedelijke netwerken.

JESSICA

Het programma JESSICA, Joint European Support for Sustainable Investment in City Areas, heeft als doel het stimuleren van duurzaam investeren en het vergroten van de werkgelegenheid in stedelijke gebieden in de EU. Het is een initiatief van de Europese Commissie in samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB).

JEREMIE

Dit instrument van de Europese Commissie heeft als doel de kennis van de Europese Unie op het gebied van financiering beschikbaar te stellen aan het midden- en kleinbedrijf (MKB) en via microkredieten.

JASPERS

Dit initiatief (kort: JASPERS) ondersteunt EU-landen bij het ontwikkelen van grote infrastructurele projecten die worden gesteund door de structuurfondsen en het cohesiefonds. Het initiatief is gestart in 2006. Begunstigde landen zijn met name nieuwe lidstaten en toetredende landen tot de EU.

JASMINE

Dit gezamenlijk initiatief van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds (kortweg: JASMINE) heeft als doel startende ondernemers makkelijker geld te laten lenen via microkredieten. Daardoor moeten nieuwe ondernemingen sneller van de grond komen.

Europese Territoriale Samenwerking (INTERREG V)

In oktober 2011 heeft de Europese Commissie een nieuwe verordening geformuleerd voor de Europese Territoriale Samenwerking. Dit programma maakt deel uit van een pakket wetgevende maatregelen dat gekoppeld is aan het Cohesiebeleid 2014-2020 en zal vanaf 2014 gaan gelden. De samenwerking is een voortzetting van INTERREG IV. Voor de periode 2014-2020 is het bedrag voor INTERREG V vastgesteld op 8,9 miljard euro.

Europees Observatienewerk voor Territoriale Cohesie (ESPON)

logo ESPON

Deze organisatie heeft als missie om beleidsvorming die regionale gelijkheid stimuleert, te ondersteunen. Dit doet ESPON door middel van onderzoek waarmee zij vergelijkbare informatie verstrekt over de verschillende regio's in Europa.

17.

Grensoverschrijdende samenwerking met derde landen

Op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking met niet-EU-landen bestaan talloze fondsen, programma's en financieringsinstrumenten. Deze richten zich onder meer op pretoetredingssteun, nabuurschapsbeleid, ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

Instrument voor Pretoetredingssteun II

Dit financiële instrument ondersteunt kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten. Zij kunnen die steun gebruiken om politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen door te voeren die nodig zijn om te voldoen aan de EU-criteria voor toetreding

Het IPA II is in januari 2014 in werking getreden. Op die datum verstreek de termijn van het eerste Instrument voor Pretoetredingssteun (IPA). Het eerste Instrument voor Pretoetredingssteun bestond van 2007 tot en met 2013. Dit instrument verving eerdere programma's en financieringsinstrumenten voor aspirant- en kandidaatlidstaten, zoals PHARE, ISPA en SAPARD.

Europees Nabuurschapsinstrument

Dit instrument is de opvolger van het Europees Nabuurschaps- en Partnerschapsinstrument (ENPI). Het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI) draagt bij aan het versterken van de relaties van de Europese Unie (EU) met buurlanden. Het instrument verstrekt nog steeds subsidies aan de buurlanden door bilaterale, regionale en grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's. Het nieuwe instrument beoogt effectiever te zijn dan het oude ENPI.

Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen

Het Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen is erop gericht de band tussen de Europese Unie en landen in haar directe omgeving te bevorderen. Als onderdeel van de Europa 2020-strategie heeft de Europese Commissie voorgesteld om in de periode 2014-2020 70 miljard euro voor externe samenwerking uit te trekken. Daarvan wordt 1.131 miljoen euro vrijgemaakt voor het Partnerschapsinstrument. 

EU-mechanisme voor civiele bescherming

Doel van dit mechanisme is het ondersteunen, coördineren en aanvullen van initiatieven van lidstaten op het gebied van burgerbescherming in geval van natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties in het algemeen. Met het mechanisme wordt hulp vanuit 31 Europese landen gefaciliteerd en gecoördineerd. Naast de 28 EU-lidstaten, nemen ook Noorwegen, Liechtenstein en IJsland deel aan het mechanisme.

Bij het mechanisme voor civiele bescherming gaat het vooral om het verbeteren van de effectiviteit van systemen ter voorkoming van rampen, systemen die paraatheid van lidstaten verbeteren of die de responscapaciteit vergroten. Het gaat om hulp voor zowel binnen als buiten de Europese Unie.

In het Mechanisme voor civiele bescherming van de Unie zijn sinds 2014 het Financieringsinstrument voor civiele bescherming en het Mechanisme voor civiele bescherming samengevoegd. Het vastgestelde budget van dit mechanisme bedraagt voor de periode 2014-2020 368 miljoen euro.

Stabiliteitsinstrument

Dit instrument is een voortzetting van het Stabiliteitsinstrument 2007-2013 dat gericht is op rampenbestrijding en hulp aan buurlanden. Wanneer een dergelijke ramp in de omgeving van de Europese Unie plaatsvindt, kan dit ook schadelijke gevolgen voor de Unie zelf hebben. Een vernieuwd Stabiliteitsinstrument (2014-2020) moet het externe beleid van de Europese Unie op dit gebied hervormen. Het Europees Parlement heeft de voorgestelde hervormingen op 10 december 2013 in eerste lezing goedgekeurd. Het budget voor het nieuwe Instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede is vastgesteld op 2.338,7 miljoen euro.

Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid

Dit instrument is gericht op bevordering en verbetering van veiligheidsmaatregelen tegen de gevolgen van nucleair afval en straling in de EU en niet-EU landen. De kernrampen van Tsjernobyl en Fukushima hebben beide aangetoond dat schade door nucleaire straling grensoverschrijdend is en niet nationaal kan worden aangepakt.

De Europese Commissie beoogt met dit instrument een leidende rol te kunnen spelen bij de bestrijding van eventuele schadelijke effecten en het bevorderen van de dialoog tussen lidstaten en niet-EU landen over dit onderwerp. Het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid, dat een vernieuwing is van oude regels uit 2007, is op 1 januari 2014 in werking getreden.

Macrofinanciële bijstand aan derde landen

De Algemene Bepalingen voor Macrofinanciële Bijstand aan derde landen zijn in 2012 door de Europese Commissie voorgesteld om Macrofinanciële steun van een juridisch kader en transparantie te voorzien.

Garantiefonds voor operaties ten behoeve van derde landen

Dit fonds, dat in juni 1994 is ingesteld, is bedoeld om financieringsrisico's voor projecten in derde landen of operaties ten gunste van en derde land weg te nemen. Crediteuren kunnen een beroep doen op het fonds indien de leningnemer van een door de EU toegekende of goedgekeurde lening in gebreke blijft. Ook houders van EIB-leninggaranties kunnen onder voorwaarden van dit fonds gebruikmaken. Het fonds wordt veelal simpelweg aangeduid als 'the Fund' ('het Fonds').

Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten

Met dit financiële instrument wil de Europese Unie wereldwijd het naleven van de mensenrechten en democratie bevorderen en ondersteunen. De EU heeft de overtuiging dat democratie en mensenrechten universele waarden zijn die sterk moeten worden gestimuleerd.

Europees Ontwikkelingsfonds

Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) is het voornaamste middel waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking - zoals bepaald in het ontwikkelingsbeleid - met de ACS-landen en de overzeese gebieden uitvoert. Het budget en programma van het EOF is voor een periode van zeven jaar vastgesteld.

Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

Dit instrument wordt ingezet door de Europese Unie (EU) om ontwikkelingslanden te helpen met het terugdringen en uiteindelijk uitbannen van armoede. Het instrument draagt bij aan het verwezenlijken van de Milleniumdoelstellingen voor Ontwikkeling.

Instrument voor Humanitaire Hulp

Dit is één van de Europese subsidies voor niet-lidstaten. De subsidie is gericht op zowel kortetermijnhulp bij natuurrampen als op langetermijnhulp bij preventie en bij hersteloperaties.

18.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven