Niet/beperkt geactualiseerd na 15 januari 2014.

Staat van de Europese Unie 2013

Blauw bord bij de Nederlandse grens

Het ministerie van Buitenlandse Zaken presenteerde op vrijdag 15 februari 2013 de Staat van de Europese Unie 2013. Daarin deelde het kabinet zijn visie op de Europese Unie, haar beleid, en wat Nederland in Europa wilde bereiken. In deze Staat van de Unie stond het terugwinnen van het vertrouwen van de burger in de EU centraal. Twee zaken stonden volgens het kabinet daarbij in het bijzonder centraal: de bestrijding van de economische crisis door versterkte samenwerking binnen de eurozone en betere democratische controle op Europese besluitvorming door het Nederlandse parlement. 

Uitgangspunt was volgens het kabinet dat Nederland veel profijt heeft van de Europese Unie. Nederland moest een actieve rol spelen om het potentieel van de Europese Unie zo goed mogelijk te benutten. Daarom was een constructieve en voorspelbare opstelling belangrijk, waarbij het eigen belang in het oog moest worden gehouden.

De Tweede Kamer hield op 7 maart een debat over de Staat van de Unie. Zoals gebruikelijk namen ook de Nederlandse Europarlementariërs daaraan deel.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Democratische controle

De discussie over de rol van de EU moest niet alleen in het parlement, maar ook in de media, op scholen en in de samenleving worden gevoerd. In de Staat van de Unie beschouwde het kabinet echter vooral de mogelijkheden om de Eerste en Tweede kamer eerder en directer te betrekken bij de Europese besluitvorming.

Korte termijn

Prioriteit hadden veranderingen die zonder verdragswijziging tot stand konden komen. Het kabinet was positief over samenwerking van het Nederlandse parlement met parlementen uit andere lidstaten en zou die geïntensiveerd willen zien. Aan BNC-fiches zou door het parlement een prominentere rol kunnen worden gegeven bij debatten over Commissievoorstellen. Ook zou het Nederlandse parlement vaker eurocommissarissen kunnen uitnodigen.

Lange termijn

In reactie op de eurocrisis zijn er afspraken gemaakt over de rol van de EU op het economisch beleid. Dit betrof met name het toezicht op nationale begrotingen en de mogelijkheden tot interventie en het afdwingen van begrotingsdiscipline. Het kabinet had nog geen afgerond oordeel over suggesties van de Raad van State over bijvoorbeeld een 'eurozone-kamer', waarmee de parlementaire controle in de eurozone kan worden versterkt.

Europees niveau

Op Europees niveau zou meer politieke profilering van het Europees Parlement (EP) de aandacht voor Europa kunnen aanwakkeren. Het kabinet voorzag een grotere rol van de politieke partijen in het EP bij het benoemen van de nieuwe Europese Commissie, en dan vooral de benoeming van de voorzitter van de Commissie, als een kans om deze politieke profilering bewerkstelligen. 

2.

Economisch beleid

De bestrijding van de eurocrisis was topprioriteit in de Europese Unie. Economische hervormingen en begrotingsdiscipline stonden vooral centraal. Maar ook op andere terreinen zouden Europese initiatieven en beter beleid voordelen opleveren voor Nederland.

EMU/eurozone

Het operationeel worden van het bankentoezicht had in 2013 hoge prioriteit. Daarnaast dienden stappen worden gezet om tot een bankenunie te komen, bestaande uit een Europees toezichtmechanisme, directe bankensteun door het Europese noodfonds (ESM) en een nieuw Europees resolutiemechanisme, een instrument om op Europees niveau problemen bij systeembanken op te lossen.

Het kabinet was tegen gezamenlijke financiering van schulden binnen de eurozone.

Economisch beleid

Het kabinet was tegen een Europese heffing voor Nederlandse pensioenfondsen en beschouwde directe belastingen als een nationale aangelegenheid.

Nederland steunde de realisering van moderne en hoogwaardige trans-Europese netwerken voor vervoer, energie en telecommunicatie/ICT en was voorstander van één Europees luchtruim. Verder werd het streven om administratieve lasten te verminderen gesteund.

Het kabinet steunde bovendien de komst van een Europese Onderzoeksruimte, waardoor zonder belemmeringen uitwisseling van kennis, kenniswerkers en technologie plaats zou kunnen vinden. De voorstellen voor vergroening van de economie werden gezien als versterking van de economische structuur en concurrentiepositie. Ook bij het handelsbeleid moest duurzaamheid voldoende aandacht krijgen.

De modernisering van het douanewetboek kreeg ook steun. Daarmee zou de douane-unie slagvaardiger worden.

Begroting EU

Nederland bleef pleiten voor verbeterde verantwoording over de besteding van EU-middelen. Recht- en doelmatige besteding moesten een belangrijkere rol gaan spelen bij de opstelling van de EU-begroting door Raad en Europees Parlement. Lidstaten zouden verantwoording af moeten leggen over de besteding van EU-middelen, bijvoorbeeld door een nationale verklaring.

Betere controle op de begroting was ook een onderdeel van de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting van 2014-2020.

3.

Visie op andere beleidsterreinen

Asiel- en migratiebeleid

Na het openstellen van de interne grenzen zijn er veel migranten uit de recent toegetreden landen uit het voormalig Oostblok naar Nederland gekomen. Bij arbeidsmigratie door EU-burgers stond het bestrijden van uitbuiting centraal.

Het kabinet vond kennis van de Nederlandse taal voor iedereen die langere tijd in Nederland werkt (ook voor EU-arbeidsmigranten en migranten uit Turkije) belangrijk. Er zou in de EU aandacht worden gevraagd voor onbedoelde neveneffecten van EU-arbeidsmigratie.

Harmonisatie van asielwetgeving werd als essentieel beschouwd. Daarmee zouden asielzoekers een hoog beschermingsniveau houden en werd tegelijkertijd misbruik tegengegaan. De richtlijn gezinshereniging zou moeten worden aangescherpt.

Buitenlands beleid

Het Europese buitenlands beleid was nog onvoldoende van de grond gekomen. De Unie moet steviger voor eigen belangen opkomen en actieve nationale en Europese diplomatie zijn daarbij nodig. De EU moest daarbij ook meer namens de lidstaten optreden. Het kabinet vond dat de EU zich nog onvoldoende bewust was van de eigen kracht.

Verdere ontwikkeling van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) was cruciaal. Daarbij moest ook worden gekeken naar samenwerking tussen buitenlandse diensten van lidstaten, mede met het oog op kostenbesparingen.

Bij het optreden in conflictgebieden vereiste een gecoördineerde aanpak meer aandacht. Daarbij stonden instrumenten ter beschikking als diplomatieke druk, militaire operaties, sancties en civiele missies.

Klimaat/milieu

Nederland was voorstander van een ambitieus internationaal klimaatbeleid en de EU moest helpen effectief op te treden bij internationale onderhandelingen daarover. De eindigheid aan de voorraden fossiele brandstoffen en klimaatveranderingen maakte de overgang naar andere, duurzame energie noodzakelijk. De lidstaten moesten daarbij maatregelen om herwinbare energie te stimuleren onderling beter afstemmen.

De EU diende een centrale rol te blijven spelen op het gebied van klimaatstabiliteit en energie- en grondstoffenbeleid.

4.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven