r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europese militaire steun voor Mali

Malinese bevolking zwaait naar Franse troepen

De Europese Unie is bezorgd over de situatie in Mali en besloot in januari 2013 een militaire trainingsmissie (ETUM) naar het land te sturen van zo'n vijfhonderd man. Mali wordt geteisterd door een burgeroorlog en is inmiddels een broeinest voor terroristen. Door militairen op te leiden, moet het regeringsleger beter de opstandelingen kunnen bestrijden.

Tot begin 2012 stond Mali bekend als één van de politiek gezien meest stabiele landen in West-Afrika. Sinds 2012 is er in Mali een burgeroorlog. Na een aantal staatsgrepen splitste het streng islamitische noorden zich af en begon het een offensief om de rest van het Afrikaanse land in handen te krijgen.

Frankrijk zond in januari 2013 militairen richting Mali om de Malinese troepen te trainen en te versterken. Het leidde met grond- en luchttroepen de interventie in het West-Afrikaanse land. De Europese Unie besloot ook om steun te verlenen aan Mali. De Europese trainingsmissie is in april 2013 van start gegaan en loopt tot en met mei 2016. In totaal zijn er 450 Nederlandse militairen naar Mali vertrokken. De groep bestaat uit circa 150 Europese trainers, de rest van de troepen is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de trainers.

Naast een militaire missie bestaat er sinds 15 april 2014 ook een civiele missie in Mali. Deze is met name gericht op het adviseren en trainen van politie en andere wetshandhavers. 

Delen

Inhoud

1.

De situatie in Mali

Mali gold aanvankelijk als één van de meest democratische landen in de Afrikaanse Sahelregio. Voor de Europese Unie was Mali, vanwege de relatieve vrede en stabiliteit, een belangrijke partner in de Cotonou-overeenkomst. Dit verdrag moet vrije handel van en naar de EU waarborgen en voorziet er in dat de andere betrokken landen – waaronder Mali – humanitaire steun krijgen.

Sinds maart 2012 pleegde het leger echter twee staatsgrepen, waarna het de macht in handen kreeg. De Toearegs, rebellengroepen die zich ophielden in het noorden van Mali nadat ze in Libië aan de zijde van kolonel Khaddafi hadden gevochten, zagen hun kans schoon en namen het noordelijke deel van het land in.

Sindsdien wordt het noorden beschouwd als een broeinest voor terroristen. Van verscheidene groeperingen is bewijs aanwezig dat zij contact hebben met Al-Qaida. Verschillende Europese landen veroordeelden deze staatsgrepen, omdat deze de fragiele politieke situatie nog meer in gevaar brachten.

Op 18 juni 2013 heeft Mali een staakt-het-vuren getekend met de Toeareg-rebellen in het noorden van het land. Volgens Bert Koenders, destijds speciaal VN-gezant, was de ondertekening een belangrijke stap in de stabilisatie van Mali.

Op 29 juli 2013 werden verkiezingen gehouden, die rustig zijn verlopen. Toch heeft het land nog te maken met geweld en instabiliteit. Zo werden op 20 november 2015 door Islamitische militanten 170 mensen vastgehouden in een hotel in de hoofdstad van Mali. Bij deze gijzeling kwamen 20 burgers om het leven. Ook werd op 22 december de noodtoestand uitgeroepen na dreigementen van jihadistische groeperingen.

2.

Ingrijpen EU

Met als doel de situatie in Mali niet te laten escaleren, besloot de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken in december 2012 om vanaf begin 2013 een trainingsmissie van tweehonderd man naar het land te sturen. Op 18 februari 2013 besloot dezelfde Raad 492 Europese militairen naar Mali uit te zenden en dat de missie 15 maanden zou duren.  

De Europese trainingsmissie begon op 2 april 2013. Er zijn 550 Europese militairen naar Mali vertrokken. 23 EU-lidstaten leveren een bijdrage aan de trainingsmissie. Het doel van deze missie is het zwakke Malinese staatsleger te trainen en militair advies te geven. Daarnaast ligt de nadruk ook op het beschermen van de Malinese bevolking. 

Op 15 april 2014 besloten de EU-lidstaten om de militaire trainingsmissie met twee jaar te verlengen tot 18 mei 2016. Naar schatting kost dat 27,7 miljoen euro. Daarnaast werd op dezelfde dag een civiele missie opgezet, EUCAP Sahel Mali, bedoeld om de Malinese staat te ondersteunen door middel van advies en training aan politie, Gendarmerie en Nationale Garde. Op 19 januari 2015 besloot de Raad Buitenlandse Zaken de missie EUCAP Sahel Mali te verlengen tot 2017.

Catherine Ashton, toenmalig Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijke Buitenlands en Veiligheidsbeleid, benadrukte dat Mali door de centrale positie in de Sahel een sleutelpositie heeft in de bescherming van Noord-Afrika en zelfs Europa. Volgens haar is het daarom ook zeer logisch dat de EU een bijdrage levert, in de vorm van een trainingsmissie. 

Het is niet de bedoeling dat de door de EU uitgezonden troepen deel gaan nemen aan gevechten, maar puur en alleen gaan trainen en faciliteren. Het hoofdkwartier wordt gestationeerd in de Malinese hoofdstad Bamako, terwijl de trainingen iets ten noorden van de stad plaatsvinden. Begin februari arriveerden de eerste kwartiermakers in Bamako.

Naast de hierboven genoemde militaire steun stellen de EU-lidstaten extra geld beschikbaar om de bevolking van Mali te helpen. In februari 2013 maakte de EU bekend 20 miljoen te willen bijdragen aan de verbetering van justitie en wetgeving in Mali.  

Ook zet de EU in op samenwerking met andere regionale organisaties. Zo sturen zowel Ecowas (de West-Afrikaanse Unie) als de Afrikaanse Unie troepen naar Mali en kort na het besluit van de Raad besloten de Verenigde Naties om ook een troepenmacht naar het conflictgebied te sturen.

Ook heeft de EU, samen met de VN, toegezien op de onderhandelingen over een staakt-het-vuren tussen de Malinese regering en de Toeareg-rebellen. Deze is uiteindelijk getekend op 18 juni 2013. Dit is een belangrijke stap geweest voor de Malinese verkiezingen op 28 juli 2013. Het verloop van deze verkiezingen werd door een afgevaardigde van de EU gecontroleerd.

Samenwerking met MINUSMA

In april 2013 besloot ook de VN een missie in Mali op te zetten (UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali - MINUSMA). Om van elkaars activiteiten op de hoogte te blijven, wisselen EUTM Mali en MINUSMA liaison-officieren met elkaar uit. Daarnaast stuurt de VN-missie waarnemers naar de eindoefening van troepen die door de EU-missie zijn opgeleid. 

3.

Franse troepen

In januari 2013 kreeg Frankrijk een verzoek om militaire hulp van de Malinese regering. In eerste instantie voldeden de Fransen aan deze oproep door luchteenheden voor bombardementen naar het conflictgebied te sturen. Kort hierna stuurde Frankrijk ook een landmacht naar Mali toe. Deze macht moet niet alleen de Malinese troepen trainen, maar ook meevechten tegen de strijders uit het noorden van het land. Op 16 januari vonden inderdaad de eerste gevechten tussen de Fransen en de milities plaats. Het ingrijpen van Frankrijk betreft een unilaterale actie en betreft geen EU-missie.

4.

Internationale steun voor wederopbouw

Mali is drie miljard euro aan steun toegezegd door de internationale gemeenschap. De meeste steun komt van Frankrijk, de Verenigde Staten en de Europese Unie. De Europese Unie verbindt wel voorwaarden aan de steun: de Malinese regering zal de aangekondigde politieke en economische hervormingen moeten doorvoeren.

5.

Nederland en Mali

Nederland draagt vier miljoen euro bij aan humanitaire hulp. Dit past in de bescheiden bijdrage die voormalig minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans aan het herstel van het land wenst te leveren. De minister van Ontwikkelingsamenwerking en Handel Lilianne Ploumen reageerde bezorgd na de (tweede) staatsgreep van december 2012. Ze kondigde aan dat de Nederlandse regering de situatie in Mali nog eens goed zou moeten bespreken, voordat er eventueel besloten zou worden om tot actie over te gaan.

Nederland steunde de Franse militaire interventie - net zoals de Verenigde Naties. Timmermans verklaarde in januari 2013 dat Nederland ervoor pleit de EU-trainingsmissie versneld naar Mali te sturen. Tevens verklaarde Timmermans dat Mali nog geen verzoek om troepen bij Nederland had neergelegd. Nederland stuurde op verzoek van Frankrijk enkele transportvliegtuigen.

In december 2013 stemde de Tweede Kamer in met een Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali (MINUSMA). Het gaat om de inzet van 450 militairen en vier Apache-gevechtshelikopters en 3 Chinook-transporthelikopters tot eind 2016. De basis voor de VN-missie is een resolutie uit april 2013. Centrale doelstellingen zijn steun van het centrale gezag, beschermen van de burgerbevolking, humanitaire hulp en het voorkomen van terroristische activiteiten.

In januari 2016 liet het Duitse kabinet weten dat het 500 extra militairen wilde sturen, waardoor de Nederlandse bijdrage aan de MINUSMA-missie in 2016 met ongeveer een derde kan worden teruggebracht tot zo'n 300 militairen. Inmiddels zijn er rond de 160 Duitse militairen op het Nederlandse kamp. Op 4 februari 2016 tekenden defensieminister Hennis en haar Duitse collega Von der Leyen een contract voor nauwere samenwerking op gebied van marine.  

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven