Masterplan voor versterking eurozone

eurozone per 2011

In december 2011 publiceerde EU-president Herman Van Rompuy het rapport 'Towards a genuine economic and monetary union'. Dit 'masterplan' moet oplossingen bieden voor de Europese schuldencrisis en volgende crises voorkomen. 

In eerste instantie ging het om het uitwerken en invoeren van bestaande voorstellen en plannen op economisch-monetair gebied, zoals het Six Pack (december 2011), het Two Pack (mei 2013) en het fiscal compact (januari 2013). Daarnaast zijn er voorstellen gepresenteerd om te komen tot meer Europese samenwerking op economisch gebied en voor een verbetering van het toezicht op overheidsfinanciën en banken.

In december 2013 werd er een belangrijke stap gezet in het versterken van de eurozone. De ministers van Financiën van de EU-lidstaten bereikten een akkoord over de oprichting van een bankenunie.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Achtergrond Masterplan

EU-president Herman van Rompuy, voorzitter van de Europese Commissie Barroso, ECB-president Draghi en toenmalig voorzitter van de eurogroep Juncker presenteerden in juni 2012 de eerste schetsen en voorstellen voor het masterplan.

Eén van de vier voorstellen is besproken tijdens de EU-top van 18 en 19 oktober 2012. De Europese regeringsleiders kwamen overeen dat er vóór het einde van 2012 een akkoord moest zijn over het juridische raamwerk voor het bankentoezicht dat onder de verantwoordelijkheid van de Europese Centrale Bank (ECB) zou gaan vallen. Dit akkoord is uiteindelijk gesloten in maart 2013.

Op de Eurotop van 13 en 14 december 2012 is besloten de plannen van Herman van Rompuy door te schuiven naar juni 2013. De meeste eurolanden wilden nog geen speciale contracten met Brussel sluiten over bezuinigingen en hervormingen. Van Rompuy gaat hierover in overleg met de eurolanden en de Europese Commissie. Premier Rutte benadrukte dat de contracten de vrijheid van de eigen beleidsvorming van de lidstaten niet mogen beperken.

Voorafgaand aan de Raadsvergadering van juni 2013, heeft de Commissie op 20 maart 2013 alvast twee mededelingen gedaan over hoe de EMU versterkt moet worden. De eerste mededeling houdt in dat belangrijke hervormingen van economisch beleid behandeld moeten worden op Europees niveau, vóórdat dat op nationaal niveau gebeurt. De reden hiervoor is dat deze hervormingen van invloed kunnen zijn op andere lidstaten. De tweede mededeling (Convergence and Competitiveness Instrument of CCI) houdt in dat lidstaten contracten afsluiten over uit te voeren hervormingen en over financiële steun die zij kunnen krijgen bij deze hervormingen.

2.

Bouwstenen

De plannen hebben betrekking op verdergaande integratie op vier gebieden:

  • toezicht op de banken
  • toezicht op nationale overheidsfinanciën
  • coördinatie economisch beleid lidstaten
  • democratische verantwoording

De voorstellen op deze vier terreinen zijn nauw met elkaar verweven zodat de effectiviteit het hoogst is als alle plannen volledig worden doorgevoerd.

Toezicht op de banken

Om de Europese belastingbetaler niet te laten opdraaien voor het (wan)beleid van banken moeten deze onder verscherpt toezicht komen te staan: een zogeheten bankenunie. Op 29 juni 2012 zetten de regeringsleiders van de eurozone daartoe een eerste stap: het toezicht werd verscherpt. In oktober van dat jaar kwamen de regeringsleiders overeen dat er vóór het eind van 2012 over het juridische raamwerk voor een Europese toezichthouder zou worden besloten. De ministers van financiën van de lidstaten hebben in december 2013 een akkoord voor deze bankenunie gesloten.

Op de top van december 2012 werd besloten dat de Europese Centrale Bank i (ECB) een centrale rol krijgt als financieel toezichthouder. Op 19 maart 2013 zijn de EU-lidstaten en het EP het eens geworden over de bevoegdheden van deze toezichthouder. Het Europees Parlement stemde in september 2013 in met deze overeenkomst. Er wordt een centraal toezicht op de grootste banken ('systeembanken') van de eurozone opgericht. Deze taken worden uitgevoerd door het 'Single Supervisory Mechanism'. Hiermee staat het toezicht los van de monetaire taken van de ECB. Het toezicht van de ECB treedt op 4 november 2014 in werking. Het toezicht op kleine banken blijft de verantwoordelijkheid van de nationale centrale banken (in Nederland DNB).

Toezicht nationale overheidsfinanciën

De eurocrisis heeft aangetoond dat problemen met de overheidsfinanciën in één land van de eurozone grote gevolgen kunnen hebben voor de eurozone en de EU als geheel. Begrotingsdiscipline en de controle daarop door Brussel moet verder versterkt en uitgewerkt worden. Europese regeringsleiders zijn het eerder al eens geworden over pakketten met maatregelen voor verscherpt toezicht. Op 29 juni 2012 gingen de regeringsleiders van de eurozone al akkoord om het noodfonds voor eurolanden (ESM) te gebruiken voor het opkopen van obligaties van landen die in moeilijkheden verkeren.

Uiteindelijk is strenger toezicht op strengere normen niet afdoende; het plan moet ook voorkomen dat er problemen ontstaan. Daarnaast voorziet het plan in een gedeelde Europese verantwoordelijkheid bij het oplossen van problemen in landen waar het toch mis gaat. Dat onderdeel van het plan is verplicht voor lidstaten die de euro als munt hebben, voor andere lidstaten is het optioneel.

In eerste instantie voorziet het masterplan in een soort contract tussen een lidstaat en de EU. In dat contract worden beleidsvoornemens opgesteld waar een lidstaat zich op vastlegt. De EU kijkt dan per geval of gerichte financiële steun nodig is, waarbij de steun altijd tijdelijk van aard is. Deze steun staat helemaal los van de Europese begroting.

Het sluitstuk is een gezamenlijk mechanisme waarmee economische schokken worden opgevangen met een soort vangnet waar alle landen aan bijdragen, afhankelijk van de economische situatie van een land. Landen in crisis ontvangen steun, landen die gezonde groei doormaken storten geld in het fonds. Ook kan gebruik worden gemaakt van gezamenlijke financiering van staatsschulden via euro-obligaties. Het steunmechanisme kan in uiterste gevallen leiden tot een netto overdracht van geld van sterkere naar zwakkere landen.

Om de tweede en derde stap mogelijk te maken moeten er ook afspraken worden gemaakt over macro-economisch beleid.

Coördinatie economisch beleid lidstaten

De eurocrisis is deels te wijten aan structurele problemen in de economieën van de lidstaten. De grootste uitdaging voor de lidstaten is het flexibiliseren van hun economieën. De Europese Unie zou lidstaten moeten dwingen beleidsmaatregelen te nemen als de economie van de gehele EU in het gevaar komt door hun nationale beleid. Dit is met name voor de eurozone van groot belang. In eerste instantie ligt de nadruk op het implementeren van bestaande plannen en structuren. Nieuwe instrumenten als het semester en de procedure bij macro-economische onevenwichtigheden vormen een eerste stap.

Het verplichte karakter van het tijdig doorvoeren van economische hervormingen moet worden aangescherpt. Net als bij het toezicht op de overheidsfinanciën moet er een soort contract komen tussen een lidstaat en de EU, met beleidsvoornemens waar een lidstaat zich op vastlegt. Deze contracten zijn verplicht voor lidstaten uit de eurozone, voor andere lidstaten zijn ze optioneel. Voorafgaande aan het aangaan van een contract wordt uitvoerig onderzocht waar de grootste problemen liggen, en wat mogelijke oplossingen zouden zijn. Er wordt rekening gehouden met specifieke kenmerken van een lidstaat. Indien nodig kan er gekeken worden naar het verlenen van financiële steun.

Europese aanbevelingen en de vastgelegde afspraken in contracten zouden naar zowel de nationale parlementen als naar het Europees Parlement worden gestuurd. Dit moet de afspraken, nog voor ze worden uitgevoerd, sterker verankeren in nationale plannen. Het Europees Parlement wordt expliciet bij de afspraken betrokken omdat ook de EU een verplichting aangaat, en omdat ook op Europees niveau de grote lijnen van het beleid over hoe de Europese economie zich ontwikkelt, moet worden gecontroleerd.

Democratische verantwoording

Bij een meer op elkaar afgestemd Europa moet de rol van de nationale parlementen en die van het Europees Parlement versterkt worden. Democratische legitimering is noodzakelijk.

In het masterplan worden op dit vlak weinig concrete maatregelen voorgesteld. Het is aan de lidstaten zelf om hun nationale parlementen te betrekken bij beleidsplannen of bij het aangaan van hervormingscontracten. Europese instellingen zorgen ervoor dat parlementen juist en tijdig worden geïnformeerd op zowel nationaal als Europees niveau. Ook zouden de nationale parlementen en het Europees Parlement hun samenwerking kunnen versterken.

Verder moet er worden nagedacht over specifieke regelingen voor de controle op de ECB waar het het bankentoezicht betreft, de controle op Europese steunuitgaven bij problemen met begrotingen en structurele hervormingen (die buiten de begroting van de EU vallen) en de controle op de uitgifte van Europese staatsleningen.

3.

Reacties vanuit lidstaten

Vanuit de lidstaten zelf kwamen wisselende reacties op het de eerste schetsen van het masterplan. In Duitsland wekte het plan in eerste instantie kritiek op. Verschillende Duitse politici gaven aan niet bereid te zijn om meer macht aan Brussel af te dragen. Bondskanselier Merkel benadrukte echter dat er wel degelijk 'meer intergouvernementele coördinatie' moet komen.

De Nederlandse premier Mark Rutte was nog niet overtuigd van de ideeën van Van Rompuy. Na afloop van de EU-top in oktober 2012 bestempelde Rutte een deel van de plannen nog als 'vaag'. Tegelijkertijd vond hij de ideeën ook tijdens de top niet scherper worden. Rutte erkende echter het belang van onderzoek naar het versterken van de eurozone en het vasthouden aan begrotingsdiscipline.

Na de EU-top van 13 en 14 december 2012 gaven premier Rutte en anderen aan dat zij blij waren dat de plannen ter versterking van de eurozone zijn verschoven naar juni 2013. Aanvullend op de voorstellen over de begroting voor de eurozone en een noodfonds voor problemen binnen de eurogroep op de korte termijn, zei bondskanselier Angela Merkel dat er wel een mogelijkheid is voor een klein solidariteitsfonds om bijvoorbeeld het concurrentievermogen van een lidstaat op te krikken.

Minister van Financiën en voorzitter van de eurogroep, Jeroen Dijsselbloem, sprak op 18 december 2013 van 'het laatste bouwblok' van de bankenunie. Hij gaf, net als Mark Rutte, aan dat belastingbetalers hierdoor niet meer verantwoordelijk zullen zijn voor de risico's die banken nemen. Eurocommissaris Michel Barnier noemde de opzet voor een bankenunie 'een revolutionaire wending in de Europese financiële sector'.

4.

Meer informatie

5.

Meer weten?

Delen

enveloppe

Terug naar boven