EU-begroting 2013

eurobiljetten

De Europese Commissie heeft een begroting voor het jaar 2013 voorgesteld. De Commissie wil een 6,8 procent hogere begroting om alle doelstellingen te kunnen realiseren. De Commissie stelt dat extra geld nodig te hebben om knelpunten in de Europese economieën aan te pakken en om de crisis te bestrijden. 

De reacties vanuit de lidstaten zijn heel kritisch. De meeste lidstaten moeten zware bezuinigingen doorvoeren om aan de Europese begrotingsregels te voldoen en zijn niet bereid meer geld aan de Europese Unie af te staan. Integendeel, volgens sommige landen zou ook de Commissie moeten bezuinigen.

Op 12 december 2012 werd bekend dat het Europees Parlement zich schaart achter het compromis dat door de Commissie en de lidstaten was bereikt. Het begrotingspakket is op 18 december 2012 officieel goedgekeurd en ondertekend door de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

In de begroting van 2013 is ook afgesproken om het begrotingstekort van 2012 te dichten. Ook daar was extra geld voor nodig. De invulling daarvan is pas in mei 2013 geregeld.

De EU-begroting staat vastgesteld op een bedrag van 132,8 miljard euro in uitgaven. In vastleggingskredieten bedraagt de begroting 150,9 miljard euro. Dat is een stijging ten opzichte van 2012, ondanks bezuinigingen in de kosten voor bijvoorbeeld het landbouwbeleid en buitenlands beleid. Ook dit heeft te maken met het feit dat de EU met de begroting van 2013 tekorten uit voorgaande jaren probeert te dichten.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

De begroting: wensen en voornemens

De Commissie pleit voor een ruimer budget om alle voornemens voor de versterking van de economie te kunnen uitvoeren. De Commissie wil bijna 138 miljard euro uitgeven, tegenover 129 miljard euro in 2012.

 
Het budget van de EU voor 2013 bedraagt 150,9 miljard euro

Al het extra geld waar de Commissie om vraagt is bestemd voor het stimuleren van de economische groei en de werkgelegenheid. Specifiek gaat het geld naar de versterking van het innovatie- en groeivermogen in het algemeen en bovenal naar structuur- en cohesiefondsen. Die zijn erop gericht zwakke regio's te helpen ontwikkelingen en grote, vooral infrastructurele, projecten te helpen financieren. In totaal zou bijna de helft van de Europese begroting aan economische groei worden besteed, zo'n 62,5 miljard euro.

Voor het eerst zijn landbouwbeleid en natuurbehoud niet langer de grootste uitgavenpost in Europa. De uitgaven hiervoor stijgen nauwelijks. Toch is het met een totaal van bijna 58 miljard euro een heel belangrijke post op de Europese begroting.

Het budget voor maatregelen voor veiligheid en justitie stijgt licht (tot ruim 900 miljoen euro), en op het budget voor burgerschap wordt wat gekort (naar ongeveer 650 miljoen euro). Voor het buitenlands beleid, humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking blijft de begroting vrijwel gelijk (7,3 miljard).

De administratieve uitgaven stijgen met 3,2%. Dat is opmerkelijk, omdat de Europese Commissie tegelijkertijd aangeeft hier in te willen en te gaan snijden.

2.

Onderhandelingen over de begroting

Reactie lidstaten op begrotingsvoorstel Commissie

Vanuit de EU-lidstaten kwamen in eerste instantie wisselende reacties op het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie. Sommige lidstaten wilden geen of slechts een geringe verhoging van de begroting, anderen leken te pleiten voor een verlaging van de begroting.

Begin juli 2012 maakte het Cypriotisch voorzitterschap van de Europese Unie het standpunt van de Raad bekend. De EU-begroting in 2013 zou met 2,8% kunnen worden verhoogd. Dat is 4% lager dan het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. In het voorlopige standpunt staan maatregelen voor het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid centraal.

Uitgangspunt Europees Parlement

De begrotingscommissie van het Europees Parlement (EP) heeft al vroeg gesproken over een set algemene richtlijnen voor de begroting van de Europese Commissie. Volgens het EP moet de nadruk komen te liggen op groei en werkgelegenheid, investeringen in kleine bedrijven, jeugd, onderwijs, innovatie en mobiliteit van arbeiders, met het doel de economie weer op gang te krijgen. Ook is het noodzakelijk dat de EU aan bestaande verplichtingen en eventuele latere verhogingen daarvan voldoet. Wel moet de EU zelf bezuinigen. Het EP wil snijden in de administratieve uitgaven, te beginnen met een versobering van de arbeidsvoorwaarden.

Op 23 oktober 2012 maakte het EP bekend de voorstellen van de Commissie volledig te steunen. Een meerderheid stemde voor het terugdraaien van de besparingen die de lidstaten eisen. Dat betekent dat het EP bereid is de begroting 2013 te laten stijgen met 6,8% naar 137,9 miljard euro. Het Parlement gaf zelfs aan dat het Commissievoorstel niet ver genoeg gaat; extra geld is nodig om de economische groei en werkgelegenheid te kunnen stimuleren. De meeste Nederlandse Europarlementariërs stemden tegen de verhoging; alleen D66 stemde voor.

Problemen begroting 2012 spelen onderhandelingen parten

In oktober 2012 werd bekend dat er een flink tekort was ontstaan op de begroting van 2012. Dat tekort was langzaam opgebouwd in de periode 2007-2012. Ongeveer 9 miljard euro was nodig om aan eerdere aangegane verplichtingen te voldoen. Het EP, de Raad en de Commissie voerden onderhandelingen over aanvullingen op de begroting van 2012. Vooral het Europees Parlement vreesde dat de rekening zou worden doorgeschoven naar 2013 of zelfs naar het volgende meerjarig financieel kader voor 2014-2020.

Zoeken naar een compromis

Het Europees Parlement schortte op 13 november 2012 het overleg eenzijdig op. De Europarlementariërs stelden dat praten over de begroting weinig zin had omdat lidstaten niet bereid waren om de begroting van 2012 sluitend te maken en ze dat probleem in 2013 lieten bestaan. Aan de andere kant lieten sommige lidstaten zich ontvallen dat zij iedere stijging van de begroting niet zouden accepteren (tegen het bereikte compromis in de Raad in).

Op 26 november 2012 deed de Europese Commissie een nieuw voorstel voor de begroting 2013. Dat kwam bijna helemaal overeen met het eerdere voorstel. Onderhandelingen tussen de Europese instellingen volgden, en begin december werd er een principe-akkoord gesloten. Die concept-begroting (132,8 miljard euro) was 2,9 procent hoger dan de begroting van 2012. De lidstaten kregen daarmee hun zin. Tegelijkertijd werd afgesproken dat de lidstaten nog 6,1 miljard euro extra afdragen aan de EU om de tekorten over 2012 te dekken. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, stemden - zonder succes - tegen het akkoord. Dit voorstel werd op 12 december 2012 aangenomen door het Europees Parlement.

Opnieuw onderhandelen over afdekken tekorten

Op 27 maart 2013 werd bekend dat er 11,2 miljard euro extra nodig is om onbetaalde claims uit 2012 te kunnen bekostigen, veel meer dus dan de 6,1 miljard waar een akkoord over was bereikt. De Raad van Ministers besloot uiteindelijk dat de EU-lidstaten 7,3 miljard euro extra af moeten dragen aan de Europese Unie en heeft toegezegd dat de lidstaten de resterende miljarden afdekken indien dat nodig is. De Commissie moet zich inspannen om genoeg bezuinigingen te realiseren zodat een aanvullende afdracht niet meer nodig zal zijn.

Nederland stemde, net als enkele andere landen, tegen. Maar dat was niet genoeg om het besluit te blokkeren. Naar verwachting zal Nederland 350 miljoen euro extra moeten afdragen aan de Europese Unie, en dat bedrag kan oplopen tot 500 miljoen euro.

In oktober bleek dat de Commissie niet voldoende had bezuinigd en vroeg naar een aanvulling van het budget met 3,9 miljard euro. Het Europees Parlement stelde als eis voor het goedkeuren van de Europese Meerjarenbegroting 2014-2020, dat de Raad akkoord zou gaan met de verhoging van de afdrachten. Op 30 oktober heeft de Raad met de aanvulling ingestemd, waarna het EP op 19 november 2013 akkoord ging met het nieuwe meerjarig financieel kader.

3.

De procedure

De Commissie stelt de begrotingsrichtsnoeren op, deze gaan naar de Raad Economische en Financiële Zaken. Nadat ze bij deze raadsformatie zijn geweest, gaan de richtsnoeren door naar het Europees Parlement. Vervolgens maakt de Commissie de concept-begroting en presenteert deze in het midden van april. De Raad maakt zijn standpunt hierover in oktober op.

Het Parlement heeft vervolgens 42 dagen om het standpunt van de Raad te wijzigen. De Raad mag de wijzigingen binnen tien dagen accepteren en de concept-begroting aanpassen. Doet de Raad dit niet, dan wordt er een bemiddelingscomité aangewezen, om binnen 21 dagen met een gezamenlijk ontwerp te komen. Als deze bemiddelingsprocedure niet lukt, moet de Commissie met een nieuwe concept-begroting komen.

Verdrag vereist begrotingsevenwicht

Dat de Europese Unie tekorten heeft en heeft mogen laten oplopen op de begroting is opmerkelijk. In de Europese verdragen staat dat "de ontvangsten en de uitgaven van de begroting in evenwicht moeten zijn". Een tekort mag verdragsmatig niet. Extra uitgaven, bijvoorbeeld door verplichtingen die meer geld blijken te kosten dan in eerste instantie is geraamd, zullen moeten worden gedekt. Binnen het meerjarig financieel kader 2007-2013 zijn de jaarlijkse tekorten steeds doorgeschoven, wat nu tot problemen leidt.

4.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven