r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Laatste nieuws: 

Niet/beperkt geactualiseerd na 20 augustus 2015.

EU-begroting 2013

eurobiljetten

Voor het jaar 2013 wilde de Europese Commissie een 6,8 procent hogere begroting om alle doelstellingen te kunnen realiseren. De Commissie stelde extra geld nodig te hebben om knelpunten in de Europese economieën aan te pakken en om de economiche crisis te bestrijden. 

De lidstaten waren bijzonder kritisch. De meeste lidstaten moesten zware bezuinigingen doorvoeren om aan de Europese begrotingsregels te voldoen en waren niet bereid meer geld aan de Europese Unie af te staan. Integendeel, volgens sommige landen moest ook de Commissie bezuinigen.

Op 12 december 2012 schaarde het Europees Parlement zich achter het compromis dat door de Commissie en de lidstaten was bereikt. De EU-begroting voor 2013 werd op 18 december 2012 officieel goedgekeurd en ondertekend door de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

In de begroting van 2013 werd ook afgesproken om het begrotingstekort van 2012 te dichten. Daar was extra geld voor nodig. De invulling daarvan werd in mei 2013 geregeld.

De EU-begroting werd uiteindelijk vastgesteld op een bedrag van 132,8 miljard euro in uitgaven. In vastleggingskredieten bedroeg de begroting 150,9 miljard euro. Dat was een stijging ten opzichte van 2012, ondanks bezuinigingen op bijvoorbeeld het landbouwbeleid en buitenlands beleid. Ook dit had te maken met het feit dat de EU met de begroting van 2013 tekorten uit voorgaande jaren probeerde te dichten.

Delen

Inhoud

1.

De begroting: wensen en voornemens

De Commissie pleitte voor een ruimer budget om alle voornemens voor de versterking van de economie uit te voeren. De Commissie wilde ongeveer 138 miljard euro uitgeven, tegenover 129 miljard euro in 2012.

 
Het budget van de EU voor 2013 bedraagt 150,9 miljard euro

Al het extra geld waar de Commissie om vroeg was bestemd voor het stimuleren van de economische groei en de werkgelegenheid. Specifiek ging het geld naar de versterking van het innovatie- en groeivermogen in het algemeen en bovenal naar structuur- en cohesiefondsen. Die moesten zwakke regio's helpen ontwikkelen en grote, vooral infrastructurele, projecten financieel ondersteunen. In totaal zou bijna de helft van de Europese begroting aan economische groei besteed worden, zo'n 62,5 miljard euro.

Voor het eerst waren landbouwbeleid en natuurbehoud niet langer de grootste uitgavenpost in Europa. De uitgaven hiervoor stegen nauwelijks. Toch was het met een totaal van bijna 58 miljard euro een heel belangrijke post op de Europese begroting.

Het budget voor maatregelen voor veiligheid en justitie steeg licht (tot ruim 900 miljoen euro), waar op het budget voor burgerschap werd gekort (naar ongeveer 650 miljoen euro). Voor het buitenlands beleid, humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking bleef de begroting vrijwel gelijk (7,3 miljard).

De administratieve uitgaven stegen met 3,2%. Dat was opmerkelijk, omdat de Europese Commissie tegelijkertijd aangaf dat ze daarop wilde bezuinigen.

2.

Onderhandelingen over de begroting

Reactie lidstaten op begrotingsvoorstel Commissie

Vanuit de EU-lidstaten kwamen in eerste instantie wisselende reacties op het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie. Sommige lidstaten wilden geen of slechts een geringe verhoging van de begroting, anderen leken te pleiten voor een verlaging van de begroting.

Begin juli 2012 maakte het Cypriotisch voorzitterschap van de Europese Unie het standpunt van de Raad bekend. De EU-begroting in 2013 zou met 2,8% kunnen worden verhoogd. Dat was 4% lager dan het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. In het voorlopige standpunt stonden maatregelen voor het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid centraal.

Uitgangspunt Europees Parlement

De begrotingscommissie van het Europees Parlement (EP) had al vroeg gesproken over een set algemene richtlijnen voor de begroting van de Europese Commissie. Volgens het EP moest de focus liggen op groei en werkgelegenheid, investeringen in kleine bedrijven, jeugd, onderwijs, innovatie en mobiliteit van arbeiders, met het doel de economie weer op gang te krijgen. Ook was het noodzakelijk dat de EU aan bestaande verplichtingen en eventuele latere verhogingen daarvan voldeed. Het Parlement verwachtte wel dat de EU opzelf ging bezuinigen. Het EP wilde snijden in de administratieve uitgaven, en zag in een versobering van de arbeidsvoorwaarden een begin.

Op 23 oktober 2012 maakte het EP bekend de voorstellen van de Commissie volledig te steunen. Een meerderheid stemde voor het terugdraaien van de besparingen die de lidstaten eisten. Dat betekende dat het EP bereid was de begroting 2013 te laten stijgen met 6,8% naar 137,9 miljard euro. Het Parlement gaf zelfs aan dat het Commissievoorstel niet ver genoeg ging; extra geld was nodig om de economische groei en werkgelegenheid te kunnen stimuleren. De meeste Nederlandse Europarlementariërs stemden tegen de verhoging; alleen D66 stemde voor.

Problemen begroting 2012 spelen onderhandelingen parten

In oktober 2012 werd bekend dat er een flink tekort was ontstaan op de begroting van 2012. Dat tekort was langzaam opgebouwd over de periode 2007-2012. Ongeveer 9 miljard euro was nodig om aan eerdere aangegane verplichtingen te voldoen. Het EP, de Raad en de Commissie voerden onderhandelingen over aanvullingen op de begroting van 2012. Vooral het Europees Parlement vreesde dat de rekening zou worden doorgeschoven naar 2013 of zelfs naar het volgende meerjarig financieel kader voor 2014-2020.

Zoeken naar een compromis

Het Europees Parlement schortte op 13 november 2012 het overleg eenzijdig op. De Europarlementariërs stelden dat praten over de begroting weinig zin had omdat lidstaten niet bereid waren om de begroting van 2012 sluitend te maken en ze dat probleem in 2013 lieten bestaan. Zo lieten sommige lidstaten zich ontvallen dat zij iedere stijging van de begroting niet zouden accepteren (tegen het bereikte compromis in de Raad in).

Op 26 november 2012 deed de Europese Commissie een nieuw voorstel voor de begroting 2013. Dat kwam bijna helemaal overeen met het eerdere voorstel. Onderhandelingen tussen de Europese instellingen volgden, en begin december werd er een principe-akkoord gesloten. Die concept-begroting (132,8 miljard euro) was 2,9 procent hoger dan de begroting van 2012. De lidstaten kregen daarmee hun zin. Tegelijkertijd werd afgesproken dat de lidstaten nog 6,1 miljard euro extra afdragen aan de EU om de tekorten over 2012 te dekken. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, stemden - zonder succes - tegen het akkoord. Dit voorstel werd op 12 december 2012 aangenomen door het Europees Parlement.

Opnieuw onderhandelen over afdekken tekorten

Op 27 maart 2013 werd bekend dat er 11,2 miljard euro extra nodig is om onbetaalde claims uit 2012 te kunnen bekostigen, veel meer dus dan de 6,1 miljard waar een akkoord over was bereikt. De Raad van Ministers besloot uiteindelijk dat de EU-lidstaten 7,3 miljard euro extra af moesten dragen aan de Europese Unie en gaf aan dat de lidstaten de resterende miljarden afdekken indien dat nodig is. De Commissie moest zich inspannen om genoeg bezuinigingen te realiseren zodat een aanvullende afdracht niet meer nodig zou zijn.

Nederland stemde, net als enkele andere landen, tegen. Maar dat was niet genoeg om het besluit te blokkeren.

In oktober bleek dat de Commissie niet voldoende had bezuinigd en vroeg naar een aanvulling van het budget met 3,9 miljard euro. Het Europees Parlement stelde als eis voor het goedkeuren van de Europese Meerjarenbegroting 2014-2020, dat de Raad akkoord zou gaan met de verhoging van de afdrachten. Op 30 oktober stemde de Raad in met de aanvulling, waarna het EP op 19 november 2013 akkoord ging met het nieuwe meerjarig financieel kader.

Uiteindelijk betaalde Nederland zo'n 500 miljoen euro extra in 2013. 

3.

De procedure

De Commissie stelt de begrotingsrichtsnoeren op, deze gaan naar de Raad Economische en Financiële Zaken. Nadat ze bij deze raadsformatie zijn geweest, gaan de richtsnoeren door naar het Europees Parlement. Vervolgens maakt de Commissie de concept-begroting en presenteert deze in het midden van april. De Raad maakt zijn standpunt hierover in oktober op.

Het Parlement heeft vervolgens 42 dagen om het standpunt van de Raad te wijzigen. De Raad mag de wijzigingen binnen tien dagen accepteren en de concept-begroting aanpassen. Doet de Raad dit niet, dan wordt er een bemiddelingscomité aangewezen, om binnen 21 dagen met een gezamenlijk ontwerp te komen. Als deze bemiddelingsprocedure niet lukt, moet de Commissie met een nieuwe concept-begroting komen.

Verdrag vereist begrotingsevenwicht

Dat de Europese Unie grote tekorten had en deze had laten oplopen op de begroting was opmerkelijk. In de Europese verdragen staat dat "de ontvangsten en de uitgaven van de begroting in evenwicht moeten zijn". Een tekort mag verdragsmatig niet. Extra uitgaven, bijvoorbeeld door verplichtingen die meer geld blijken te kosten dan in eerste instantie is geraamd, zullen moeten worden gedekt. Binnen het meerjarig financieel kader 2007-2013 werden de jaarlijkse tekorten steeds doorgeschoven, wat in 2013 tot problemen leidde.

4.

Evaluatie Europese Rekenkamer en kwijting

De Europese Rekenkamer keurde de uitvoering van de EU-begroting van 2013 af. Dit was de twintigste keer op rij dat een EU-jaarbegroting afgekeurd werd. Bij de evaluatie die in november 2014 verscheen, noemde noemde de Rekenkamer de vele fouten bij de besteding van de Europese subsidies in de EU-lidstaten daarvoor als reden. Bij 4,7 procent van de uitgaven werden onrechtmatigheden ontdekt, terwijl de Rekenkamer maximaal 2 procent aanvaardbaar vindt. 

Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden stemden begin 2015 in de Ecofin-Raad tegen een goedkeurende verklaring over de EU-begroting van 2013. In een gezamenlijke stemverklaring stelden de landen dat ze het hoognodig vonden om actie te ondernemen tegen de hoge foutenpercentages. Ze vonden dat het financieel beheer in Europa verbeterd moest worden en dat lidstaten en de Europese Commissie transparanter moeten zijn over problemen bij EU-subsidies. De tegenstem heeft geen directe gevolgen, omdat een meerderheid van de lidstaten vóór stemde.

Het Europees Parlement heeft kwijting verleend aan de begroting van 2013. Daarbij tekende het EP wel aan dat de Commissie meer aandacht moet schenken aan de resultaten die met EU-gelden worden bereikt. Ook vond het EP dat de controles aangescherpt moeten worden.

5.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven