Dit verdrag is januari 2012 gesloten tussen het merendeel van de lidstaten van de Europese Unie. Lidstaten die de euro als munt hebben zullen dit verdrag ondertekenen, lidstaten zonder de euro kunnen zich bij het verdrag aansluiten. In het verdrag zijn regels vastgelegd waar nationale begrotingen aan moeten voldoen. Het Verdrag voor stabiliteit, coördinatie en governance in de EMU staat ook wel bekend als het begrotingspact of fiscal compact .
Het Verdrag voor stabiliteit, coördinatie en governance in de EMU is geen Europees verdrag in de formele zin; het maakt geen deel uit van het geheel aan wet- en regelgeving van de Europese Unie. In de praktijk zijn de regels in dit verdrag een uitwerking en uitbreiding op regels die in het Verdrag van Lissabon zijn vastgesteld. Die regels zijn weer gebaseerd op het groei- en stabiliteitspact, de in 1997 afgesproken regels over begrotingsdiscipline in de Europese Unie. Het verdrag treedt op 1 januari 2013 in werking, mits het door alle eurolanden is geratificeerd.
In grote lijnen staan de volgende afspraken in het verdrag:
-
-het verdrag en de uitwerking daarvan mag niet treden in de verdragen van de Europese Unie en de bevoegdheden van de Europese Unie
-
-overheidsbegrotingen moeten in balans of positief zijn. Een land voldoet aan die eis wanneer een lidstaat kan aantonen dat het structurele overheidstekort over meerdere jaren niet boven de 0,5% van het BBP komt. Lidstaten met een staatsschuld ruim onder de grens van 60% van het BBP mogen ten hoogste een structureel tekort van 1% van het BBP hebben. Landen die niet aan deze eisen voldoen moeten aantonen dat zij in korte of middellange termijn aan die voorwaarden zullen voldoen. Daartoe moeten landen, op basis van door de Europese Commissie voorgestelde uitgangsspunten, automatische mechanismen instellen die op korte termijn leiden tot het terugdringen van te grote overheidstekorten
-
-wanneer uitzonderlijke gebeurtenissen leiden tot hogere tekorten is dit tijdelijk toegestaan, maar het land moet kunnen aantonen dat het op de middellange termijn aan de eisen zal voldoen
-
-de staatsschuld van een land mag maximaal 60 procent van het BBP bedragen. Landen die daar niet aan voldoen moeten jaarlijks 1/20ste deel van die schuld aflossen. Landen met een schuld boven de 60% van het BBP vallen bovendien onder de procedure voor buitensporige tekorten zoals in de Europese verdragen zijn vastgesteld
-
-binnen een jaar dat het verdrag van kracht is moeten de landen in hun nationale wetgeving de regels en grondslagen van dit verdrag vastleggen, het liefst in de grondwet. De Europese Commissie controleert of de landen zich hier aan houden. Is dit niet het geval dan mag de Commissie het betreffende land voor het Europees Hof van Justitie dagen, dat een geldboete mag opleggen oplopend tot 0,1% van het BBP van het land in kwestie
-
-de landen committeren zich aan verdere samenwerking op hun economische beleid. Dit moet de concurrentievermogen, de werkgelegenheid én gezonde overheidsfinanciën verbeteren. De instellingen van de Europese Unie worden op punten bij de uitwerking hiervan betrokken
-
-de eurolanden zullen met regelmaat bijeenkomen, en de regeringsleiders van die landen zullen minstens twee maal per jaar een speciale eurotop houden. Landen die dit verdrag hebben ondertekend maar de euro niet als munt hebben tenminste één van die toppen bijwonen
-
-binnen vijf jaar nadat het verdrag in werking is getreden zal worden gekeken hoe het verdrag onderdeel kan worden gemaakt van de Europese verdragen
De definitie van overheidstekorten is ontleend uit het Verdrag van Lissabon (protocol 12, art. 2).
Het verdrag is op 2 maart 2012 ondertekend tijdens een bijeenkomst van de Europese Raad. Als minstens 12 eurolanden het verdrag hebben geratificeerd, treedt het in werking.
