Europeaan van de week: Jan-Paul Brouwer

Jan-Paul Brouwer

In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Jan-Paul Brouwer, hoofd HRM bij het Europees Defensie Agentschap.

Wat deed u hiervoor?

Voordat ik in juli 2011 terug naar Brussel ben gekomen om bij het Europees Defensie Agentschap (EDA) als hoofd Human Resources aan de slag te gaan, heb ik bijna zes jaar in Parma (Italië) gewerkt bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) als hoofd Staffing & Personnel Services.

Daarvoor heb ik een paar jaar bij de Europese Commissie gewerkt, op  de afdeling REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën) van het directoraat-generaal Ondernemingen en industrie. Daar heb ik meegeholpen met het opzetten van het nieuwe administratieve kader van ECHA, het Europese Agentschap voor Chemische Stoffen.

Mijn Europese carrière  begon op de eerste dag van het nieuwe millennium, als beleidsmedewerker in het Europees Parlement. Daar hield ik mij samen met toenmalig Europarlementariër Michiel van Hulten voornamelijk bezig met het toen al en nu nog hot topic van administratieve hervormingen van Commissie en Parlement.

Waar houdt het Europees Defensie Agentschap zich voornamelijk mee bezig?

Het Europees Defensie Agentschap is the place to be voor Europese samenwerking op het gebied van defensiecapaciteiten. Het biedt multinationale oplossingen voor verbeterde defensiecapaciteiten. Zeker in een tijd van beperkte defensiebudgetten is meer samenwerking vereist. 

Het agentschap heeft vier werkgebieden:

(1) het ontwikkelen van defensiecapaciteiten,

(2) het promoten van onderzoek en technologie in de defensiesector, 

(3) het stimuleren van samenwerking op het gebied van defensiematerieel en

(4) het creëren van een concurrerende European Defence Equipment Market alsook het versterken van de European Defence, Technological and Industrial Base. 

Deze werkgebieden hebben alle het doel bij te dragen aan de verbetering van de Europese defensiecapaciteiten door het stimuleren van samenhang in plaats van versnippering.

Saillant detail: EDA is het enige agentschap dat genoemd wordt in het EU-Verdrag en ook het enige waarvan de raad van bestuur samenkomt op het niveau van ministers van de EU-landen.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

Het is belangrijk EDA te versterken door concrete resultaten te behalen en deze resultaten met versterkte communicatie onder de aandacht te brengen. Op die manier kunnen we de lidstaten er nog duidelijker van overtuigen dat verdere defensiesamenwerking grote schaalvoordelen kan opleveren. Vanuit mijn positie lever ik grote inspanningen: de juiste mensen met de juiste ervaring, vaardigheden en competenties vinden voor de uitdagende banen die er zijn binnen deze organisatie en die naast hun specifieke expertise ook de vertaalslag naar de politiek kunnen maken. Daarnaast werk ik hard met mijn team om het administratieve kader dat de operationele activiteiten van EDA ondersteunt, verder te optimaliseren.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar? Wat ziet u als grootste bedreiging?

Defensiesamenwerking is een gebied dat zich traditiegetrouw erg langzaam ontwikkelt. Het zou een groot succes zijn als EDA over 25 jaar de lakmoesproef heeft doorstaan en een gevestigde naam is geworden in Europese defensiesamenwerking. Dat grote defensieprojecten Europees worden ontwikkeld en aangekocht, dat grote besparingen zijn behaald door Pooling & Sharing en dat samenwerking de norm is geworden.

In tijden van crisis wordt Europese samenwerking vaak met argusogen bekeken en is het animo daarin te investeren relatief laag. Ik hoop dat individuele lidstaten ook op het vlak van defensiesamenwerking inzien dat Europa alleen samen sterk kan staan in een geglobaliseerde wereld.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week