Het Verenigd Koninkrijk als uitzondering binnen de EU

David Cameron na Europese Raad © http://ec.europa.eu/avservices

Het Verenigd Koninkrijk heeft een reputatie van een moeilijke houding ten opzichte van de Europese Unie. De Britten maken deel uit van de EU, maar niet van harte, luidt een veelgehoord kritiekpunt vanuit de EU. Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee aan de euro, heeft het verdrag over strenger toezicht op de overheidsfinanciën niet ondertekend en heeft een uitzonderingspositie bedongen op diverse beleidsterreinen, met name op het terrein van immigratie en sociale regelgeving. Ook stemmen de Britten in de Raad van Ministers meer dan enig ander land tegen voorstellen voor Europese wetgeving.

Begin 2013 liet premier David Cameron weten de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU te willen herzien. En als de EU niet hervormt, leidt dat mogelijk tot het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De discussie over de voor- en nadelen (lees: de kosten en de baten) van de EU woedt sindsdien in alle hevigheid binnen en buiten het Verenigd Koninkrijk.

De druk op de Britse regering om bevoegdheden terug te halen is groot. Onder leiding van de anti-Europese UK Independance Party (UKIP) en een aanzienlijk deel van de conservatieve partij wordt geschermd met een referendum over het Brits lidmaatschap van de EU. Gezien de geringe populariteit van de EU onder de Britse bevolking is de kans op een 'nee' tegen de EU bij een dergelijk referendum groot.

In juni 2014 werd Jean-Claude Juncker door de Europese Raad voorgedragen als nieuwe Commissievoorzitter. Dit is tegen het zere been van het Verenigd Koninkrijk, omdat de verwachting is dat Juncker zich gaat inzetten voor verdere Europese integratie. Cameron was een fel tegenstander van Juncker en noemde de benoeming 'een slechte dag voor Europa'. Hij stelde dat het Verenigd Koninkrijk aanvankelijk bij een hervormde EU wilde blijven, maar dit nu moeilijker wordt. Peilingen bevestigen dat de Britse publieke opinie kritischer is geworden na de voordracht van Juncker.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Het Verenigd Koninkrijk en de EU

Een moeizame start

Toen de voorloper van de Europese Unie, de Europese Economische Gemeenschap (EEG), goed bleek te functioneren wilde ook het Verenigd Koninkrijk lid worden. Bang voor een 'Paard van Troje' in dienst van de Verenigde Staten blokkeerde de Franse president Charles de Gaulle dat tot twee maal toe met een veto. Pas in 1973 kon het Verenigd Koninkrijk eindelijk toetreden tot de EU.

Al snel daarna, in 1978, kwam Margaret Thatcher aan de macht in het Verenigd Koninkrijk. Zij moest niets hebben van diepere integratie of verdere overdracht van bevoegdheden. Europa was van de lidstaten. Zij wilde dan ook onder geen beding meedoen aan de voorloper van de Europese Monetaire Unie (EMU). Daarmee zou de ruimte voor het Verenigd Koninkrijk om de koers van het eigen pond te bepalen worden ingeperkt, wat de Britse economie zou schaden.

Thatcher was wel groot voorstander van de interne markt en het ontmantelen van handelsbelemmeringen. Mede dankzij Britse steun kon de Europese Commissie midden jaren tachtig aan de slag met een ambitieus programma om de interne markt verder open te breken. Met de daar bij behorende bevoegdheden en besluitvormingsprocedures (voor zaken aangaande de interne markt werd het veto van de lidstaten afgeschaft en vervangen door besluiten met gekwalificeerde meerderheid).

Bevestiging uitzonderingspositie: niet overal aan meedoen

De houding van Thatcher bleek typerend. De Britten deden in eerste instantie niet mee met de eerste stappen naar sociaal beleid in de jaren negentig, en hielden de boot af voor samenwerking op het terrein van immigratie onder het Schengen-verdrag. Het Verenigd Koninkrijk dreigde destijds het Verdrag van Maastricht niet te ondertekenen tenzij er een opt-out clausule voor hen in het verdrag zou worden opgenomen. De andere EU-landen stemden daar mee in. Het Verenigd Koninkrijk bestendigde zijn uitzonderingspositie in latere verdragen. Wel besloten de Britten om mee te doen met de politiële samenwerking die onder Schengen van kracht werd. 

Het land sloot zich ook later niet aan bij de EMU of de euro. Het verschil tussen de economieën op het continent en de Britse economie zou te groot zijn. En omdat er altijd verschillen blijven bestaan tussen de economieën van de lidstaten kan het Verenigd Koninkrijk blijven vasthouden aan dit argument. De Britten blijven zich afzijdig houden van de eurozone. Mede dankzij Britse druk zijn de afspraken over strengere begrotingsregels en Europees toezicht op de nationale overheidsfinanciën buiten de Europese verdragen om in een eigen, apart verdrag vastgelegd.

Stroeve relatie met andere EU-landen

Onderzoek naar het stemgedrag van de EU-lidstaten sinds 2009 heeft uitgewezen dat de Britten de grootste dwarsliggers zijn bij de vergaderingen van de Raad van Ministers. Zij gingen in bijna 1 op de 10 gevallen niet akkoord. Het maakt de Britten niet altijd even geliefd onder de andere lidstaten. Ook in eigen land moeten Britse leiders het soms ontgelden. Zo vond vicepremier Clegg het in 2011 nodig zijn coalitiegenoot premier Cameron openlijk de les te lezen. Cameron had meer moeten doen om steun te zoeken bij andere landen in plaats van het Verenigd Koninkrijk tot boeman te maken door met een veto het nieuwe economisch verdrag over begrotingsregels te torpederen.

Geen land dat zich hier zo door getergd lijkt te voelen als Frankrijk. De Franse president Nicolas Sarkozy vond het meerdere malen nodig om David Cameron op zijn plaats te zetten. Volgens diplomaten zou hij gezegd hebben: "We hebben er zo genoeg van dat jij ons vertelt wat we moeten doen. Je zegt dat je de euro haat, je wilde er ook niet aan meedoen en nu zou je je willen bemoeien met onze vergaderingen over de munt." En, zoals Sarkozy tegen een Britse journalist zei: "De Britten begrijpen Europa niet, want ze komen van een eiland.".

De benoeming van Jean-Claude Juncker als Commissievoorzitter isoleerde het Verenigd Koninkrijk in juni 2014 verder. Cameron was tegenstander van Juncker, die voor verregaande Europese integratie is. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Hongarije stemden tegen de benoeming. Met name de ommekeer van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, die Cameron aanvankelijk had verteld dat Juncker geen voorzitter zou worden, dreef het Verenigd Koninkrijk en de EU verder uiteen. 

2.

Onderhandelen over het hervormen van de EU

Verdedigen nationaal belang

De Britten verdedigen, misschien wel openlijker dan andere landen, hun nationale eigenbelang in de Europese Unie. Cameron vatte het in december 2011 in het Lagerhuis als volgt samen: "We zijn een handelsland en we hebben de Europese interne markt nodig voor de handel, investeringen en banen. Daarom maken we deel uit van de EU en dat willen we ook blijven doen.".

Tegelijkertijd zijn de Britten huiverig voor regelgeving die hun economische en beleidsvrijheid inperkt. De Europese regels voor werktijden strookten niet met de regels omtrent nachtdiensten voor dokters in de Britse gezondheidszorg. Voorstellen voor strengere regelgeving over banken en de salarissen van bankiers stuitten steevast op hevig verzet met het oog op de positie van de Londense City als financieel centrum. Het zijn enkele voorbeelden van conflicten tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU.

Ook zijn de Britten bang dat ze een tweederangs EU-lidstaat worden. Als niet euro-land zijn ze niet betrokken bij de steeds verdergaande regelgeving omtrent de euro, de bankenunie en alle andere bijkomende afspraken. En die regelgeving kan wel weer bepalend zijn voor de ontwikkeling van de interne markt en regels op terreinen waar de Britten wel aan meedoen.

Oproep tot hervormen EU

Op 23 januari 2013 hield David Cameron een langverwachte speech waarin hij reageerde op de druk van de eurosceptici in zijn partij. Hij kondigde aan dat Europa de verdragen moet heronderhandelen. Dat zou goed zijn voor de Europese Unie, en vooral goed voor het concurrentievermogen van de Europese landen.

Kernpunten uit de speech van Cameron zijn:

  • het Verenigd Koninkrijk moet een aantal bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie weer terug in eigen hand krijgen
  • groepen landen mogen verdere afspraken maken over onderwerpen al naar gelang zij daar voordelen van inzien
  • alle regelgeving betreffende de eurozone mag de toegang tot de interne markt van niet-eurolanden niet in de weg zitten
  • minder regelgeving
  • nationale parlementen moeten hun controlerende taak beter kunnen uitoefenen

Dat betekent niet dat de EU op een aantal terreinen niet moet samenwerken. Cameron ziet, naast de interne markt, duidelijke voordelen in bijvoorbeeld samenwerking bij het bestrijden van klimaatverandering, handelsbeleid en de aanpak van terrorisme en georganiseerde misdaad. Per beleidsterrein moet worden bekeken welke aspecten op Europees niveau geregeld moeten worden en wat nationaal kan blijven of weer moet worden (in andere woorden, het zeer streng toepassen van het subsidiariteitsbeginsel).

Op 15 oktober 2013 presenteerde de Britse regering de uitkomsten van een onderzoek naar nut en noodzaak van Europese wet- en regelgeving. Het onderzoek werd uitgevoerd door een commissie uit het bedrijfsleven, en richtte zich op regelgeving over het bedrijfsleven. De conclusie was dat Europese wet- en regelgeving op dertig terreinen te ver is doorgeschoten en een belemmering vormt voor de werking van de interne markt. Het rapport pleitte voor een zogenaamd 'common sense filter' (een 'gezond verstandfilter') aan de hand waarvan de Europese Commissie kan bepalen wat er aan bestaande en geplande regelgeving nodig en wenselijk is.

Een veel uitvoeriger en veelomvattender serie rapporten van alle departementen volgde begin 2014. Gekeken werd naar de impact van de EU op de Britse samenleving. De conclusie was opmerkelijk: het EU-lidmaatschap is goed voor het Verenigd Koninkrijk en het zit met de balans tussen Europese en nationale regels en bevoegdheden eveneens wel goed, een enkele uitzondering daar gelaten. Deze meest 'uitvoerige analyse ooit' past niet in het verhaal dat de Britse regering uitdraagt. Uitgesproken tegenstander van het Britse lidmaatschap van de EU en snel opkomende politieke partij UKIP kraakte de uitkomst van de rapporten.

Op 15 januari 2014 verklaarde de minister van Financiën Osborne van de conservatieven dat als de EU het land als lidstaat wil behouden, hervormingen noodzakelijk zijn.

3.

Referendum lidmaatschap EU

De discussie over de bevoegdheden van de EU gaat in het Verenigd Koninkrijk hand in hand met de vraag of en zo ja, wanneer er een referendum komt over het lidmaatschap van de Europese Unie. Begin 2014 leek het vrijwel zeker dat wanneer de EU niet hervormd er een referendum komt. Onder die voorwaarden kan het referendum rekenen op steun van de grote politieke partijen. Of het referendum er ook komt als de EU wel wordt hervormd is nog maar de vraag. Onder druk van de publieke opinie, de media en UKIP wordt van de gevestigde partijen verlangd dat zij hoe dan ook een referendum zullen uitschrijven.

Een andere vraag is wanneer een dergelijk referendum gehouden zou moeten worden. De Britse verkiezingen in 2015 verworden sinds het debat in 2013 in alle hevigheid ontbrandde in het publieke en politieke debat een eerste ijkpunt. Sinds 2013 zijn al veel data genoemd voor het referendum. Opvallend hierbij is dat weinig rekening wordt gehouden met het verloop van daadwerkelijke onderhandelingen in de EU.

4.

Reactie en debat andere landen

Debat elders in Europa

De discussie over de bevoegdheden van de EU is in andere landen, deels door het debat in het Verenigd Koninkrijk, verder aangewakkerd. In Nederland hield het kabinet-Rutte II een uitvoerige 'subsidiariteitsexercitie' waarin de noodzaak van tientallen voorstellen om ze Europees te regelen opnieuw tegen het licht werden gehouden. Ook in Duitsland wordt steeds serieuzer nagedacht over het hervormen van de EU en het terughalen van bevoegdheden van de EU naar nationaal niveau. Andere landen in met name noord-Europa zouden dergelijke voorstellen ook wel willen bespreken.

Wel geldt voor al deze landen dat het hervormen van de EU daar niet (noodzakelijk) hetzelfde inhoudt als wat de Britten voor ogen hebben, en waarschijnlijk ook veel minder verregaand is dan de critici in het Verenigd Koninkrijk zouden willen. In een enkel geval stelde een paar landen voor om juist meer samen te werken; zij doelen dan op een sociale paraaf bij de regels over begrotingsdiscipline.

Geen speciale behandeling Britten

De kans van slagen op het verkrijgen van een aantal extra uitzonderingsposities voor alleen het Verenigd Koninkrijk lijkt vrij klein. Ook voor een 'Europa à la carte' - een Europa waar ieder land alleen meedoet in wat het aantrekkelijk vindt - zal het Verenigd Koninkrijk weinig bijval krijgen, ook onder medestanders van hervormingen met minder Europese regels en een sterkere markt.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de positie van het Verenigd Koninkrijk in Europa. Hierbij zijn bijna altijd wel kanttekeningen te maken. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

Het Verenigd Koninkrijk kan beter uit de EU treden

Het veto van David Cameron op de eurotop in december 2011, heeft veel stof doen opwaaien bij zowel eurofielen als eurosceptici. De premier heeft tijdens de top harde eisen gesteld om het financiële centrum in de Londense City te kunnen beschermen. Eurosceptici zijn blij dat er eindelijk weer een premier is die de Britse belangen voorop stelt en het zinkende schip Europa wil verlaten. De Britten die wat meer positief tegenover de EU staan, vinden het op hun beurt vreemd wat hun premier heeft gedaan: hij heeft zichzelf op deze manier geïsoleerd van de besluitvorming in de EU en heeft volgens hen amper nog politieke invloed.

Zelfs Camerons vicepremier Nick Clegg was niet te spreken over zijn premier. Hij verweet Cameron dat hij dit besluit had genomen zonder het kabinet in te lichten en dat het Verenigd Koninkrijk op deze manier op den duur gemarginaliseerd en geïsoleerd wordt. De altijd directe Britse media speculeerden al over een uittreding, immers, wat blijft er over van deelname in de EU als je als land al niet meedoet met de euro en nu ook geen politieke invloed meer hebt?

De Europese Unie heeft niets aan het Verenigd Koninkrijk

The Sun , een Brits dagblad schreef ooit: "We zijn bij de Europese Unie gekomen om onze spullen te verkopen, niet ons land." Het lijkt een kenmerkende uitspraak van hoe de Britten over de EU denken. Het lijkt erop dat het Verenigd Koninkrijk alleen met de EU wil samenwerken als het er zelf beter van wordt. Daaruit zou je dus kunnen concluderen dat de EU niet zoveel aan het Verenigd Koninkrijk heeft. Het land zorgt er alleen voor dat besluitvorming wordt bemoeilijkt en extra lang duurt.

Het Verenigd Koninkrijk voegt wel degelijk iets toe

We moeten niet vergeten dat het Verenigd Koninkrijk een welvarend land is met een moderne diensteneconomie. Daarnaast heeft het één van de grootste financiële sectoren van de wereld en is het een belangrijke exporteur van industriële onderdelen. Daarnaast biedt het Verenigd Koninkrijk voor veel andere Europese landen, zoals Nederland, een goed tegengewicht tegen Frankrijk. Het Verenigd Koninkrijk zorgt er kortom voor dat de machtsbalans in de EU niet teveel naar Frankrijk trekt.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven