r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Laatste nieuws: 

Het Verenigd Koninkrijk als uitzondering binnen de EU

Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie hebben al tientallen jaren een moeizame relatie. Het land is sinds 1973 lid van de EU, maar is uitgesproken kritisch tegenover verregaande Europese integratie. De huidige regering Cameron heeft de Britse bevolking beloofd dat zij zich in een referendum mag uitspreken voor of tegen lidmaatschap van de Europese Unie.

 
David Cameron na Europese Raad © Europese Comissie, 2012

De regering Cameron voert onderhandelingen met de rest van de Europese Unie over een aantal hervormingen in de Europese Unie en over mogelijke uitzonderingsposities voor het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie. Premier David Cameron deed hiertoe in november 2015 voorstellen. De voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk kwam op 2 februari 2016 met een tegenvoorstel waarmee hij deels tegemoet kwam aan de eisen van het Verenigd Koninkrijk.

Het referendum speelt bij de onderhandelingen op de achtergrond mee. De kans op een 'nee' is groot, de anti-Europese UK Independence Party (UKIP) en een aanzienlijk deel van de conservatieve partij zijn tegen EU-lidmaatschap, en de EU is niet populair onder de Britse bevolking. De onderhandelingen moeten daar verandering in brengen. Premier David Cameron liet in 2015 weten dat als aan de Britse wensen wordt voldaan de 'zorgen over het lidmaatschap van de Europese Unie' zouden worden weggenomen. De premier zal dan zijn volle politieke gewicht achter de campagne vóór lidmaatschap van de Europese Unie zetten.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Onderhandelen over het hervormen van de EU

Oproep tot hervormen EU

Op 23 januari 2013 hield David Cameron een langverwachte speech waarin hij reageerde op de druk van de eurosceptici in zijn partij. Hij kondigde aan dat Europa de verdragen moet heronderhandelen. Dat zou goed zijn voor de Europese Unie, en vooral goed voor het concurrentievermogen van de Europese landen.

Kernpunten uit de speech van Cameron zijn:

  • het Verenigd Koninkrijk moet een aantal bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie weer terug in eigen hand krijgen
  • groepen landen mogen verdere afspraken maken over onderwerpen al naar gelang zij daar voordelen van inzien
  • alle regelgeving betreffende de eurozone mag de toegang tot de interne markt van niet-eurolanden niet in de weg zitten
  • minder regelgeving
  • nationale parlementen moeten hun controlerende taak beter kunnen uitoefenen

Dat betekent niet dat de EU op een aantal terreinen niet moet samenwerken. Cameron ziet, naast de interne markt, duidelijke voordelen in bijvoorbeeld samenwerking bij het bestrijden van klimaatverandering, handelsbeleid en de aanpak van terrorisme en georganiseerde misdaad. Per beleidsterrein moet worden bekeken welke aspecten op Europees niveau geregeld moeten worden en wat nationaal kan blijven of weer moet worden (in andere woorden, het zeer streng toepassen van het subsidiariteitsbeginsel).

Op 15 oktober 2013 presenteerde de Britse regering de uitkomsten van een onderzoek naar nut en noodzaak van Europese wet- en regelgeving. Het onderzoek werd uitgevoerd door een commissie uit het bedrijfsleven, en richtte zich op regelgeving over het bedrijfsleven. De conclusie was dat Europese wet- en regelgeving op dertig terreinen te ver is doorgeschoten en een belemmering vormt voor de werking van de interne markt. Het rapport pleitte voor een zogenaamd 'common sense filter' (een 'gezond verstandfilter') aan de hand waarvan de Europese Commissie kan bepalen wat er aan bestaande en geplande regelgeving nodig en wenselijk is.

Een veel uitvoeriger en veelomvattender serie rapporten van alle departementen volgde begin 2014. Gekeken werd naar de impact van de EU op de Britse samenleving. De conclusie was opmerkelijk: het EU-lidmaatschap is goed voor het Verenigd Koninkrijk en het zit met de balans tussen Europese en nationale regels en bevoegdheden eveneens wel goed, een enkele uitzondering daar gelaten. Deze meest 'uitvoerige analyse ooit' past niet in het verhaal dat de Britse regering uitdraagt. Uitgesproken tegenstander van het Britse lidmaatschap van de EU en snel opkomende politieke partij UKIP kraakte de uitkomst van de rapporten.

Op 15 januari 2014 verklaarde de minister van Financiën Osborne van de conservatieven dat als de EU het land als lidstaat wil behouden, hervormingen noodzakelijk zijn. 

Cameron's voorstellen voor hervormingen

Op 10 november 2015 formuleerde Cameron in een brief vier terreinen waar het Verenigd Koninkrijk hervormingen van de EU wil:

  • 1. 
    Maatregelen van de eurolanden mogen geen nadeel opleveren voor landen met een eigen munt, omdat het ze geld kost, of omdat het de interne markt verstoort
  • 2. 
    Minder Europese regels voor het Britse bedrijfsleven 
  • 3. 
    Het Verenigd Koninkrijk hoeft niet mee te doen met verdere eenwording. Nationale parlementen moeten Europese wetgeving kunnen tegenhouden. De EU moet alleen regelen wat niet op nationaal niveau kan
  • 4. 
    Immigranten krijgen bepaalde sociale rechten (uitkeringen, huisvesting) pas na vier jaar in het Verenigd Koninkrijk te hebben gewerkt. Het doel van deze maatregelen is immigratie te ontmoedigen en minder kostbaar te maken

▪  Brief van de Britse premier Cameron met hervormingsvoorstellen

Op de Europese Raad van 17 en 18 december 2015 zijn deze voorstellen besproken. De voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk zou voor de Europese Raad van 18 en 19 februari een voorstel uitwerken wat aan de Britse eisen én aan de bezwaren van sommige andere landen tegemoet zou komen.

Tegenvoorstel Tusk

Tusk presenteerde zijn tegenvoorstel op 2 februari 2016 in een brief waar hij de vier punten behandelde:

  • Het huidige uitgangspunt is dat verdere integratie van de eurozone niet ten koste mag gaan van de niet-eurolanden. De niet-eurolanden moeten meer mogelijkheden krijgen hun zorgen over voorgenomen besluiten te uiten, maar zullen geen veto kunnen uitspreken over besluiten die alleen voor de eurozone gelden
  • De Europese Raad en de Commissie zullen nogmaals hun steun uitspreken over concurrerend maken en houden van het bedrijfsleven en waar nodig bestaande initiatieven verder uitwerken
  • Het Verenigd Koninkrijk is niet gehouden aan verdere politieke samenwerking. Als minimum aantal nationale parlementen bezwaren aantekent tegen Europese voorstellen omdat ze beter op nationaal niveau kunnen worden geregeld, moet een voorstel worden ingetrokken
  • Binnen de huidige regels moet een mechanisme komen dat als lidstaten buitengewone sociale lasten dragen als gevolg van grote aantallen migranten maatregelen geoorloofd zijn. In beginsel blijft vrije verkeer van personen en gelijke behandeling van EU burgers in een land overeind

Positie andere landen

In de kwestie rond sociale rechten voor migranten staan het Verenigd Koninkrijk en met name Midden- en Oosteuropese landen lijnrecht tegenover elkaar. Maar ook Duitsland en Frankrijk willen niet toornen aan de beginselen van de interne markt. Een aanvaardbaar compromis voor alle landen op dit terrein zal waarschijnlijk het lastigste onderdeel van de onderhandelingen vormen.

De discussie over de bevoegdheden van de EU is in andere landen, deels door het debat in het Verenigd Koninkrijk, verder aangewakkerd. In Nederland hield het kabinet-Rutte II een uitvoerige 'subsidiariteitsexercitie' waarin de noodzaak van tientallen voorstellen om ze Europees te regelen opnieuw tegen het licht werden gehouden. Ook in Duitsland wordt steeds serieuzer nagedacht over het hervormen van de EU en het terughalen van bevoegdheden van de EU naar nationaal niveau. Andere landen in met name Noord-Europa zouden dergelijke voorstellen ook wel willen bespreken. 

Ook voorstellen voor een 'rode kaart' van nationale parlementen kunnen in een aantal landen op steun rekenen. In Nederland is die optie tijdens het debat over een Europese Grondwet en daarna het Verdrag van Lissabon al wel eens geopperd.

Wel geldt voor al deze landen dat het hervormen van de EU daar niet (noodzakelijk) hetzelfde inhoudt als wat de Britten voor ogen hebben, en waarschijnlijk ook veel minder verregaand is dan de critici in het Verenigd Koninkrijk zouden willen. 

Daarnaast zijn er ook landen die juist meer willen samenwerken. Ook op onderwerpen die voor het Verenigd Koninkrijk gevoelig liggen, zoals het toevoegen van een een sociale paraaf bij de regels over begrotingsdiscipline.

Geen speciale behandeling Britten

De kans van slagen op het verkrijgen van een aantal extra uitzonderingsposities voor alleen het Verenigd Koninkrijk lijkt vrij klein. Ook voor een 'Europa à la carte' - een Europa waar ieder land alleen meedoet in wat het aantrekkelijk vindt - zal het Verenigd Koninkrijk weinig bijval krijgen, ook onder medestanders van hervormingen met minder Europese regels en een sterkere markt.

2.

Een lange geschiedenis van heronderhandelen

Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee aan de euro, heeft het verdrag over strenger toezicht op de overheidsfinanciën niet ondertekend en heeft een uitzonderingspositie bedongen op diverse beleidsterreinen, met name op het terrein van immigratie en sociale regelgeving. Ook stemmen de Britten in de Raad van Ministers meer dan enig ander land tegen voorstellen voor Europese wetgeving.

Een moeizame start

Toen de voorloper van de Europese Unie, de Europese Economische Gemeenschap (EEG), goed bleek te functioneren wilde ook het Verenigd Koninkrijk lid worden. Bang voor een 'Paard van Troje' in dienst van de Verenigde Staten blokkeerde de Franse president Charles de Gaulle dat tot twee maal toe met een veto. Pas in 1973 kon het Verenigd Koninkrijk eindelijk toetreden tot de Europese Gemeenschap.

Al snel daarna, in 1978, kwam Margaret Thatcher aan de macht in het Verenigd Koninkrijk. Zij moest niets hebben van diepere integratie of verdere overdracht van bevoegdheden. Europa was van de lidstaten. Zij wilde dan ook onder geen beding meedoen aan de voorloper van de Europese Monetaire Unie (EMU). Daarmee zou de ruimte voor het Verenigd Koninkrijk om de koers van het eigen pond te bepalen worden ingeperkt, wat de Britse economie zou schaden.

Thatcher was wel groot voorstander van de interne markt en het ontmantelen van handelsbelemmeringen. Mede dankzij Britse steun kon de Europese Commissie midden jaren tachtig aan de slag met een ambitieus programma om de interne markt verder open te breken. Met de daar bij behorende bevoegdheden en besluitvormingsprocedures (voor zaken aangaande de interne markt werd het veto van de lidstaten afgeschaft en vervangen door besluiten met gekwalificeerde meerderheid).

Bevestiging uitzonderingspositie: niet overal aan meedoen

De houding van Thatcher bleek typerend. De Britten deden in eerste instantie niet mee met de eerste stappen naar sociaal beleid in de jaren negentig, en hielden de boot af voor samenwerking op het terrein van immigratie onder het Schengen-verdrag

Het Verenigd Koninkrijk dreigde destijds het Verdrag van Maastricht niet te ondertekenen tenzij er een opt-out clausule voor het land in het verdrag zou worden opgenomen, zodat het niet aan de EMU hoefde mee te doen. De andere EU-landen stemden daar mee in. 

Het Verenigd Koninkrijk bestendigde zijn uitzonderingspositie in latere verdragen. Wel besloten de Britten om mee te doen met de politiële samenwerking die onder Schengen van kracht werd. 

Het land sloot zich ook later niet aan bij de EMU of de euro. Het verschil tussen de economieën op het continent en de Britse economie zou te groot zijn. En omdat er altijd verschillen blijven bestaan tussen de economieën van de lidstaten kan het Verenigd Koninkrijk blijven vasthouden aan dit argument. De Britten blijven zich afzijdig houden van de eurozone. 

Mede dankzij Britse druk zijn de afspraken over strengere begrotingsregels en Europees toezicht op de nationale overheidsfinanciën buiten de Europese verdragen om in een eigen, apart verdrag vastgelegd.

Uitgangspunten Cameron

De Britten verdedigen, misschien wel openlijker dan andere landen, hun nationale eigenbelang in de Europese Unie. Cameron vatte het in december 2011 in het Lagerhuis als volgt samen: "We zijn een handelsland en we hebben de Europese interne markt nodig voor de handel, investeringen en banen. Daarom maken we deel uit van de EU en dat willen we ook blijven doen.".

Tegelijkertijd zijn de Britten huiverig voor regelgeving die hun economische en beleidsvrijheid inperkt. De Europese regels voor werktijden strookten niet met de regels omtrent nachtdiensten voor dokters in de Britse gezondheidszorg. 

Voorstellen voor strengere regelgeving over banken en de salarissen van bankiers stuitten steevast op hevig verzet met het oog op de positie van de Londense City als financieel centrum. Het zijn enkele voorbeelden van conflicten tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU.

Ook zijn de Britten bang dat ze een tweederangs EU-lidstaat worden. Als niet-euroland zijn ze niet betrokken bij de steeds verdergaande regelgeving omtrent de euro, de bankenunie en alle andere bijkomende afspraken. En die regelgeving kan wel weer bepalend zijn voor de ontwikkeling van de interne markt en regels op terreinen waar de Britten wel aan meedoen.

3.

Dwarsligger in besluitvorming?

Onderzoek naar het stemgedrag van de EU-lidstaten sinds 2009 heeft uitgewezen dat de Britten de grootste dwarsliggers zijn bij de vergaderingen van de Raad van Ministers. Zij gingen in bijna 1 op de 10 gevallen niet akkoord. Het maakt de Britten niet altijd even geliefd onder de andere lidstaten. 

Ook in eigen land moeten Britse leiders het soms ontgelden. Zo vond vicepremier Clegg het in 2011 nodig zijn coalitiegenoot premier Cameron openlijk de les te lezen. Cameron had meer moeten doen om steun te zoeken bij andere landen in plaats van het Verenigd Koninkrijk tot boeman te maken door met een veto het nieuwe economisch verdrag over begrotingsregels te torpederen.

Geen land dat zich hier zo door getergd lijkt te voelen als Frankrijk. De Franse president Nicolas Sarkozy vond het meerdere malen nodig om David Cameron op zijn plaats te zetten. Volgens diplomaten zou hij gezegd hebben: "We hebben er zo genoeg van dat jij ons vertelt wat we moeten doen. Je zegt dat je de euro haat, je wilde er ook niet aan meedoen en nu zou je je willen bemoeien met onze vergaderingen over de munt." En, zoals Sarkozy tegen een Britse journalist zei: "De Britten begrijpen Europa niet, want ze komen van een eiland.".

De benoeming van Jean-Claude Juncker als Commissievoorzitter isoleerde het Verenigd Koninkrijk in juni 2014 verder. Cameron was tegenstander van Juncker, die zich voor zijn benoeming had uitgesproken vóór verdere Europese integratie. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Hongarije stemden tegen de benoeming. Cameron noemde de benoeming 'een slechte dag voor Europa'. Hij benadrukte dat het Verenigd Koninkrijk bij een hervormde EU wil blijven, maar dit nu wel moeilijker wordt.

4.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven