r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Positie Verenigd Koninkrijk ten opzichte van de EU

Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie hebben al tientallen jaren een moeizame relatie. Het land is sinds 1973 lid van de EU, maar is uitgesproken kritisch tegenover verregaande Europese integratie. De huidige regering Cameron heeft de Britse bevolking beloofd dat het zich in een referendum mag uitspreken voor of tegen lidmaatschap van de Europese Unie. Het referendum zal worden gehouden op 23 juni 2016.

 
David Cameron na Europese Raad © Europese Comissie, 2012

De regering Cameron voerde onderhandelingen met de rest van de Europese Unie over een aantal hervormingen in de Europese Unie en over mogelijke uitzonderingsposities voor het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie. Premier David Cameron deed hiertoe in november 2015 voorstellen. De voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk kwam op 2 februari 2016 met een tegenvoorstel waarmee hij deels tegemoet kwam aan de eisen van het Verenigd Koninkrijk. Tijdens de Europese Raad op 18 en 19 februari werd er een akkoord bereikt over 'een nieuwe regeling voor het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie'.

Het referendum speelt bij de onderhandelingen een belangrijke rol. De kans op een 'nee' is groot, de anti-Europese UK Independence Party (UKIP) en een aanzienlijk deel van de conservatieve partij zijn tegen EU-lidmaatschap, en de EU is niet populair onder de Britse bevolking. De onderhandelingen moesten daar verandering in brengen. Premier David Cameron liet in 2015 weten dat de 'zorgen over het lidmaatschap van de Europese Unie' zouden worden weggenomen als aan de Britse wensen wordt voldaan. Nu dat, volgens Cameron, is gelukt, zal de premier zijn volle politieke gewicht achter de campagne vóór lidmaatschap van de Europese Unie zetten.

De officiële tien weken durende campagnes vóór en tegen lid blijven van de EU zijn op 15 april 2016 van start gegaan.

 
Een hand trekt het Verenigd Koninkrijk los van Europa
 

Brexit: de volgende Europese crisis?
Op wo 1 juni 2016 gaan Jan Rood (Instituut Clingendael), Joram van Klaveren (VNL), Peter de Waard (Volkskrant) en Raoul Leering (Hoofd Internationaal Handelsonderzoek ING) met elkaar in debat over het Brits EU-referendum en de mogelijke gevolgen daarvan. 

Delen

Inhoud

1.

Onderhandelen over het hervormen van de EU

Oproep tot hervormen EU

Op 23 januari 2013 hield David Cameron bij financieel dienstverleningsbedrijf Bloomberg een langverwachte speech waarin hij reageerde op de druk van de eurosceptici in zijn partij.  Cameron stelde in zijn speech dat het Britse vertrouwen in de Europese Unie flinterdun is. De Britten moesten hun stem kunnen laten horen tijdens een referendum om verdere escalatie te voorkomen. Hij kondigde aan dat Europa de verdragen moet heronderhandelen. Dat zou goed zijn voor de Europese Unie, en vooral goed voor het concurrentievermogen van de Europese landen.

Kernpunten uit de zogenaamde Bloomberg-speech van Cameron zijn:

  • het Verenigd Koninkrijk moet een aantal bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie weer terug in eigen hand krijgen
  • groepen landen mogen verdere afspraken maken over onderwerpen al naar gelang zij daar voordelen van inzien
  • alle regelgeving betreffende de eurozone mag de toegang tot de interne markt van niet-eurolanden niet in de weg zitten
  • minder regelgeving
  • nationale parlementen moeten hun controlerende taak beter kunnen uitoefenen

Dat betekent niet dat Cameron tegen Europese samenwerking is. Hij ziet, naast de interne markt, duidelijke voordelen in bijvoorbeeld samenwerking bij het bestrijden van klimaatverandering, handelsbeleid en de aanpak van terrorisme en georganiseerde misdaad. Per beleidsterrein moet worden bekeken welke aspecten op Europees niveau geregeld moeten worden en wat nationaal kan blijven of weer moet worden (met andere woorden, het zeer streng toepassen van het subsidiariteitsbeginsel).

Referendum lidmaatschap EU

Met de Britse verkiezingen in 2015 kwam de vraag of er een referendum moet komen, volop in de aandacht. Dit vormde een belangrijke component in de verkiezingen. Premier Cameron kondigde aan dat er een referendum over het EU-lidmaatschap zou komen als hij herkozen werd. Op 7 mei 2015 wonnen de Conservatieven van David Cameron de verkiezingen. De partij behaalde een absolute meerderheid in het Britse Lagerhuis. Op 9 juni 2015 stemde het Britse Lagerhuis in met het voorstel van premier Cameron om een referendum te houden over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. 

Het referendum zal plaatsvinden op 23 juni 2016. Meerderjarige kiezers die mogen stemmen voor de Lagerhuisverkiezingen, mogen ook hun stem uitbrengen bij het referendum. Ieren, Maltezers en Cyprioten in het Verenigd Koninkrijk mogen ook deelnemen, net zoals bij landelijke verkiezingen. Andere EU-burgers kunnen hun stem niet uitbrengen.

Cameron liet ook weten dat hij van plan is de uitslag van het referendum te zullen volgen. Dat legde extra druk op de onderhandelingen en de campagnes van voor- en tegenstanders.

Cameron's voorstellen voor hervormingen

Op 10 november 2015 formuleerde Cameron in een brief vier terreinen waar het Verenigd Koninkrijk hervormingen van de EU wil:

  • 1. 
    Maatregelen van de eurolanden mogen geen nadeel opleveren voor landen met een eigen munt. Zulke maatregelen mogen de andere landen geen geld kosten; de niet-eurolanden moeten zelf kunnen kiezen of ze aan dergelijke plannen meedoen.
  • 2. 
    Minder Europese regels voor het Britse bedrijfsleven 
  • 3. 
    Het Verenigd Koninkrijk hoeft niet mee te doen met verdere eenwording (de 'ever closer union'). Nationale parlementen moeten Europese wetgeving kunnen tegenhouden. De EU moet alleen regelen wat niet op nationaal niveau kan
  • 4. 
    Immigranten krijgen bepaalde sociale rechten (zoals uitkeringen, sociale huisvesting) pas nadat ze vier jaar in het Verenigd Koninkrijk hebben gewerkt. Het doel van deze maatregelen is immigratie te ontmoedigen en minder kostbaar te maken

Op de Europese Raad van 17 en 18 december 2015 zijn deze voorstellen besproken. De voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk heeft voor de Europese Raad van 18 en 19 februari een voorstel uitgewerkt dat aan de Britse eisen én aan de bezwaren van sommige andere landen tegemoet zou komen.

Tegenvoorstel Tusk

Tusk presenteerde zijn tegenvoorstel op 2 februari 2016 in een brief waar hij de vier punten behandelde:

  • Het huidige uitgangspunt is dat verdere integratie van de eurozone niet ten koste mag gaan van de niet-eurolanden. De niet-eurolanden moeten meer mogelijkheden krijgen hun zorgen over voorgenomen besluiten te uiten, maar zullen geen veto kunnen uitspreken over besluiten die alleen voor de eurozone gelden
  • De Europese Raad en de Commissie zullen nogmaals hun steun uitspreken over concurrerend maken en houden van het bedrijfsleven en waar nodig bestaande initiatieven verder uitwerken
  • Het Verenigd Koninkrijk is niet gehouden aan verdere politieke samenwerking. Als 55 procent van de parlementen in de 28 lidstaten bezwaren aantekent tegen Europese voorstellen omdat ze beter op nationaal niveau kunnen worden geregeld, moet een voorstel worden ingetrokken. Dit wordt de 'rode kaart' genoemd
  • Binnen de huidige regels moet een mechanisme komen om maatregelen te treffen als lidstaten buitengewone sociale lasten dragen als gevolg van grote aantallen migranten. Zij moeten dan wel aantonen dat het systeem van sociale zekerheid op springen staat
  • In beginsel blijft vrije verkeer van personen en gelijke behandeling van EU burgers in een land overeind

Tijdens de Europese Raad van 18 en 19 februari 2016 zijn de voorstellen verder besproken.

Positie andere landen

In de kwestie rond sociale rechten voor migranten staan het Verenigd Koninkrijk en met name Midden- en Oost-Europese landen lijnrecht tegenover elkaar. Maar ook Duitsland en Frankrijk willen niet toornen aan de beginselen van de interne markt. Een aanvaardbaar compromis voor alle landen op dit terrein zal waarschijnlijk het lastigste onderdeel van de onderhandelingen vormen.

De discussie over de bevoegdheden van de EU is in andere landen, deels door het debat in het Verenigd Koninkrijk, verder aangewakkerd. In Nederland hield het kabinet-Rutte II een uitvoerige 'subsidiariteitsexercitie' waarin de noodzaak van tientallen voorstellen om ze Europees te regelen opnieuw tegen het licht werden gehouden. Ook in Duitsland wordt steeds serieuzer nagedacht over het hervormen van de EU en het terughalen van bevoegdheden van de EU naar nationaal niveau. Andere landen in met name Noord-Europa zouden dergelijke voorstellen ook wel willen bespreken. 

Ook voorstellen voor een 'rode kaart' van nationale parlementen kunnen in een aantal landen op steun rekenen. In Nederland is die optie tijdens het debat over een Europese Grondwet en daarna het Verdrag van Lissabon al eens geopperd.

Europees Parlement

In het Europees Parlement wordt verschillend gereageerd op de voorstellen van Cameron en de tegenvoorstellen van Tusk. Fractieleider Weber van de christendemocratische EVP steunt een akkoord met de Britten, omdat dit de weg vrij zou maken voor een betere samenwerking en een beter Europa voor iedereen.

Onderhandelingsresultaat Europese Raad

Op 18 en 19 februari besprak de Europese Raad het oorspronkelijke voorstel van David Cameron en het tegenvoorstel van raadspresident Donald Tusk. Er zijn een aantal afspraken gemaakt:

  • Het wordt voor nationale parlementen eenvoudiger om wetgeving te vertragen. Als 55% van de nationale parlementen oordeelt dat nieuwe wetten niet stroken met het subsidiariteitsbeginsel, wordt het wetsontwerp op de agenda van de Raad geplaatst voor nadere bespreking.
  • Groot-Brittannië wordt uitgesloten van de zinsnede 'an ever closer union', waarmee bevestigd wordt dat het Verenigd Koninkrijk niet mee hoeft te doen aan verdere politieke integratie.
  • Als het systeem van sociale zekerheid te zwaar onder druk staat, omdat EU-burgers uit andere lidstaten er een beroep op doen, kan een 'noodremsysteem' worden geactiveerd. Landen kunnen werknemers in dat geval de eerste vier jaar dat ze in het land werken bepaalde sociale voorzieningen ontzeggen. Deze noodrem mag zeven jaar van kracht zijn, zonder verlengingsmogelijkheid.
  • De kinderbijslag voor kinderen die niet in het land wonen waar de ouder werkt, zal worden aangepast. De levensstandaard van het land waar het kind woont, is hierin leidend. Alle EU-landen mogen deze maatregel toepassen voor nieuwe gevallen en vanaf 2020 ook voor bestaande gevallen.
  • Landen met de euro als munteenheid zullen rekening houden met het effect van beslissingen op landen die de euro niet hebben. Groot-Brittannië mag, op haar beurt, geen maatregelen treffen die de eurozone kunnen schaden.

Deze wijzigingen treden pas in werking als de Britten ervoor kiezen om lid te blijven van de EU. Zo niet, dan komen de gemaakte afspraken te vervallen.

2.

Planning van het Referendum

Het voorstel voor het houden van een referendum werd op 9 juni 2015 officieel goedgekeurd door het Britse Lagerhuis, met 544 stemmen voor en 53 tegen. Op 17 december 2015 werd de wet definitief.  

Datum voor het referendum

De datum voor het referendum was lange tijd ongewis. De referendumwet verplichtte de regering om de volksraadpleging te organiseren voor het einde van 2017. 

Nadat de Europese leiders op 19 februari een deal bereikten over de status van Groot-Brittannië in de EU, kondigde David Cameron aan om het referendum te organiseren op 23 juni 2016. 

Al voordat de datum voor het referendum bekend was, zijn er al verschillende campagnes gestart. Begin oktober 2015 werden er twee pro-Brexit campagnes gelanceerd: 'Vote Leave' en 'Leave.EU'. In januari kwam daar Grassroots Out bij, een beweging gesteund door de populaire eurosceptische politicus Nigel Farage. Op 12 oktober presenteerde zich een groepering die pro-Europa is, namelijk Britain Stronger in Europe

3.

Een lange geschiedenis van heronderhandelen

Het Verenigd Koninkrijk doet niet mee aan de euro, heeft het verdrag over strenger toezicht op de overheidsfinanciën niet ondertekend en heeft een uitzonderingspositie bedongen op diverse beleidsterreinen, met name op het terrein van immigratie en sociale regelgeving. Ook stemmen de Britten in de Raad van Ministers meer dan enig ander land tegen voorstellen voor Europese wetgeving.

4.

Dwarsligger in besluitvorming?

Onderzoek naar het stemgedrag van de EU-lidstaten sinds 2009 heeft uitgewezen dat de Britten de grootste dwarsliggers zijn bij de vergaderingen van de Raad van Ministers. Zij gingen in bijna 1 op de 10 gevallen niet akkoord. Het maakt de Britten niet altijd even geliefd onder de andere lidstaten. 

5.

Positie Schotland

Door een mogelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie laait in Schotland de discussie over onafhankelijkheid weer op. Veel Schotten willen namelijk lid blijven van de EU.

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven