In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Deze week Marien Valstar, lid van de administratieve raad van het Communautair Bureau voor plantenrassen van de Europese Unie.
Wat deed u hiervoor?
Landbouw is een rode draad in mijn leven. Ik ben geboren en getogen in een tuinbouwbedrijf. Voordat ik 11 jaar geleden bij het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) terecht kwam, heb ik na mijn studie in Wageningen in het bedrijfsleven gewerkt; in de ICT en in de belangenbehartiging, altijd in de agrarische sector.
De afgelopen tien jaar heb ik bij het voormalige ministerie van LNV gewerkt bij de directie Landbouw en de directie Agroketens en Visserij. Achtereenvolgens heb ik me beziggehouden met energiebesparingsbeleid in de glastuinbouw, bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw, innovatie en algemeen sectorbeleid. Ik ben nu sinds twee jaar lid van de administratieve raad van het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO) van de Europese Unie. Het lidmaatschap van die raad is één van mijn taken als sectormanager uitgangsmateriaal bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELenI).
Waar houdt het Communautair Bureau voor plantenrassen zich voornamelijk mee bezig?
Het CPVO houdt zich bezig met het verlenen van kwekersrecht. Kwekersrecht is een vorm van intellectueel eigendom, in dit geval van door plantenveredeling nieuw ontwikkelde plantenrassen. Een kwekersrecht is dus een intellectueel eigendomsrecht dat aan de ontwikkelaar van een nieuw plantenras kan worden toegekend. Als het kwekersrecht is toegekend, mag dat specifieke plantenras niet zonder toestemming van de rechthebbende door anderen worden 'nagemaakt'.
Plantenveredeling is het verbeteren en aanpassen van planten. Het gaat dan om gewenste eigenschappen, zoals smaak, opbrengst en resistenties tegen ziekten en plagen, maar ook om aanpassing aan klimaatomstandigheden, bijvoorbeeld het bestand zijn tegen droogte en verzilting. Plantenveredeling draagt aanzienlijk bij aan voedselzekerheid en verduurzaming van de landbouw. Zonder plantenveredeling is er geen hoogproductieve landbouw denkbaar. En hoogproductieve landbouw hebben we nodig als we kijken naar de sterk groeiende wereldbevolking en voor politieke stabiliteit. De afgelopen jaren zagen we al dat hoge voedselprijzen in diverse landen leidden tot politieke onrust.
Plantenveredeling is kostbaar; het kan zomaar tien jaar duren (en veel geld kosten) voordat een nieuw ras is ontwikkeld. Zonder een goed systeem om deze investering terug te verdienen kan de aanvoer van nieuwe en betere rassen dalen. En dat terwijl we dergelijke nieuwe rassen hard nodig hebben om de snel groeiende wereldbevolking te voeden, op een nog duurzamere wijze dan nu al het geval is. Hier denk ik bijvoorbeeld aan het verder verminderen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen of aan het klimaatbestendig maken van plantenrassen.
Via het CPVO krijgen bedrijven met behulp van slechts één aanvraag en slechts één onderzoek bescherming van hun ras in alle 27 EU-landen. Dat is erg efficiënt. Het is dan ook een voorbeeld voor het Gemeenschapsoctrooi, dat na zeer langdurige onderhandelingen eindelijk binnen bereik ligt, zij het dat enkele landen dan toch niet meedoen. Nu is het met planten ook wel eenvoudiger.
Het CPVO bestaat nu 15 jaar en heeft sindsdien aan circa 41.000 rassen kwekersrecht verleend. Het CPVO doet dit onderzoek niet zelf. Wanneer een veredelaar een nieuw ras aanmeldt, wordt het onderzocht in een van de 27 EU-lidstaten. Het CPVO neemt vervolgens op basis van dit onderzoek een beslissing die rechtsgeldig is in alle 27 EU-landen.
In de plantenveredeling is Nederland één van de belangrijkste landen ter wereld. Nederlandse bedrijven hebben circa 25% van de wereldmarkt in zaden in handen. In ons land houden ongeveer honderd bedrijven zich bezig met de ontwikkeling van nieuwe plantenrassen. Ter bescherming van de producten van hun innovatieve veredelingsarbeid vragen zij jaarlijks ongeveer 1.200 communautaire kwekersrechten aan. Daarmee is Nederland de grootste ''gebruiker'' van het CPVO-systeem; Nederlandse bedrijven staan voor circa 45% van het totale aantal aanvragen. Het is dus niet voor niets dat de sector uitgangsmateriaal deel uitmaakt van de door het ministerie van ELenI aangewezen topsector "Tuinbouw en Uitgangsmateriaal".
Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?
Als het gaat om het CPVO hoop ik de komende jaren te bereiken dat het systeem nog efficiënter wordt. We hebben in de EU-27 een zeer uitgebreide infrastructuur. Zo heeft elk land een instituut voor rassenonderzoek (op basis waarvan een kwekersrecht wordt verleend). Het is de vraag of je zoveel onderzoekscapaciteit nodig hebt.
De verordening op basis waarvan het CPVO haar werk doet, is recent geëvalueerd. Een belangrijke uitkomst daarvan is dat het systeem goed in elkaar zit, effectief en efficiënt is. Er zijn echter wel een paar zorgpunten. Bijvoorbeeld dat met de toepassing van moderne biotechnologie naast het kwekersrecht ook het octrooirecht in beeld is gekomen. Dat kan moeilijkheden opleveren. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen het kwekersrecht en het octrooirecht; het kwekersrecht kent een "open" innovatiemodel – dat wil zeggen dat concurrenten vrijelijk elkaars beschermde rassen mogen gebruiken om daarmee weer nieuwe, verbeterde rassen te creëren. Bij het octrooirecht is altijd een licentie van de octrooihouder nodig en licenties kunnen geweigerd worden. Dat leidt tot allerlei vraagstukken zoals mogelijke monopolievorming, mogelijke vertraging van innovatie, en grotere juridische kosten. Ik zou graag zien dat we de balans tussen beide systemen om intellectueel eigendom te beschermen weer herstellen. Het octrooirecht zou, ook bij uitvindingen op planten, beperkt moeten blijven tot "echte" baanbrekende uitvindingen.
Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?
De Europese Unie staat voor mij voor vrede, stabiliteit, welvaart en een hoge levensstandaard. Dat is ook mijn ideaal voor 2036. Alleen zitten we nu midden in wat mogelijk de grootste crisis is in het bestaan van de Europese Unie. Maar Europa is een buitengewoon dynamische regio; kijk maar eens 25 jaar terug in plaats van vooruit. In 1985 hadden we nog een gemeenschap van maar negen landen, stond de Muur nog in Berlijn en kenden we de euro nog niet. Dus als er een gebied is waarvan de ontwikkeling moeilijk te voorspellen is, is het Europa wel. Maar goed, als ik een poging mag doen: ik wens de inwoners van Oost-Europese landen die in 2004 zijn toegetreden een zelfde welvaart toe als onszelf. 25 jaar zou toch voldoende moeten zijn om de grote verschillen die we nu nog zien weg te werken. Specifiek op mijn werkgebied is mijn ideaalbeeld dat landbouw, en zeker plantaardige productie, dan weer de maatschappelijke belangstelling krijgt die het verdient. We staan er te weinig bij stil wat het betekent dat wij voldoende voedsel tegen aanvaardbare prijzen kunnen kopen.
Wat ziet u als grootste bedreiging?
Het enthousiasme voor "project Europa" is wel eens groter geweest. Verder vergrijst de Europese bevolking, zeker in vergelijking met andere opkomende werelddelen. Kunnen we onze welvaart vasthouden en voldoende concurrentiekracht blijven ontwikkelen? We kunnen de concurrentie met opkomende landen als China, India, en Brazilië of met de Verenigde Staten niet volhouden als iedereen zich terugtrekt achter de eigen nationale grenzen. Sinds de val van de Berlijnse Muur hebben we ons een beetje in slaap laten sussen, omdat we jarenlang economische groei hebben gezien. En het verdelen van groei is stukken makkelijker dan het verdelen van de krimp waar we nu, hopelijk tijdelijk, midden in zitten. Het zou een verkeerde reactie zijn als de inwoners van Europa, of het nu Nederlanders, Duitsers, Grieken of Polen zijn, denken dat ze beter af zijn zonder EU.
Meer informatie
- Ahmed Aboutaleb
- Bas Belder
- Max van den Berg
- Thijs Berman
- Hans Bienfait
- Anne Bliek
- Harry van Bommel
- Louis Bontes
- Emine Bozkurt
- Bruno Braakhuis
- Jan-Paul Brouwer
- Wim van de Camp
- Clemens Cornielje
- Bas Eickhout
- Peter van Dalen
- Hans Engels
- Derk Jan Eppink
- Chris Fonteijn
- Jan Franssen
- Leon Frissen
- Gerben Jan Gerbrandy
- Hinne Groot
- Lucas Hartong
- Myrthe Hilkens
- Jaap Hoeksma
- Peter Hustinx
- Arie IJzerman
- Alexander Italianer
- Hans Janssen
- Dennis de Jong
- Aginus Kalis
- Klaas Knot
- Henk Kool
- Neelie Kroes
- Jan van Laarhoven
- Cor Lamers
- Esther de Lange
- René van der Linden
- Kartika Liotard
- Barry Madlener
- Hester Maij
- Steven Maijoor
- Toine Manders
- Judith Merkies
- Piet de Vey Mestdagh
- Jan Mulder
- Lambert van Nistelrooij
- Karla Peijs
- Wim Ploeg
- Sacha Prechal
- Alexander Rinnooy Kan
- Roel Robbertsen
- Ton Rombouts
- Herman van Rompuy
- Jan Willem Sap
- Judith Sargentini
- Gerard Schouw
- Martin Schuurmans
- Laurence Stassen
- Kees van der Staaij
- Tineke Strik
- Daniël van der Stoep
- Marien Valstar
- Sophie in’t Veld
- Leen Verbeek
- Gerda Verburg
- Bas Verkerk
- Robert Visser
- Ralph de Vries
- Bernard Wientjes
- Corien Wortmann-Kool
- Marc van der Woude
- Auke Zijlstra
- ZKH Prins Constantijn der Nederlanden
